Een bol met een getal bundelt zoveel plekken; klik erop om ze te
zien. Klik een stip aan voor foto en verhaal. De kleur is de soort. Een gele ring betekent dat er
een eigen verhaal bij hoort; is die ring gestippeld, dan stond het hier en is het in het veld
niet meer te zien. Hoe voller de stip, hoe zekerder de plek; een bijna lege stip is een
beredeneerde aanname. Staat er ≈ voor de naam, dan is de ligging een aanname en kan hij
honderden meters afwijken.
Door de tijd
Staat het er nog
Ondergrond
Historische kaart over het nu
––
Reliëf (AHN 0,5 m)
Kleurreliëf toont de hoogte zelf: blauwgroen in de beekdalen, oker en bruin op de Hondsrug. Water en gebouwen hebben in het AHN geen maaiveld en blijven doorzichtig. De laag kleine sporen filtert de Hondsrug weg en laat wallen van 20 cm over. Houd spatie ingedrukt om het reliëf te doven – knipperen verraadt subtiele sporen het snelst. Grote sporen strijkt over 120 m glad in plaats van 25 en houdt juist de brede vormen vast: tankgrachten, droogdalen, opgevulde beekarmen. Die vallen bij de kleine sporen weg.