Landschapssporen

Over landschapssporen

Over Landschapssporen

Kloosterstraat 9, de bigamist van Eext
Foto: Erik Meijerink · Kloosterstraat 9, de bigamist van Eext →

Ik ben geen archeoloog. Ik woon hier.

Het dorp heet Eext en het ligt op de Hondsrug, een rechte rug van zeventig kilometer lang en plaatselijk meer dan drie kilometer breed, die van Groningen naar het zuidoosten van Drenthe loopt. Tot omstreeks 1900 dacht men dat een gletsjerfront hem had opgeduwd. Dat is niet zo. Hij is gekneed, aan het eind van de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, door een ijsstroom van tientallen kilometers breed die zuidoostwaarts versnelde dwars door ijs dat langzamer ging of stillag – tachtig tot honderdtwintig meter dik.

Geologen noemen zulke gestroomlijnde vormen onder het ijs megaflutes. Het Hondsrug- complex is het enige stelsel daarvan op het Europese vasteland dat in de laatste ijstijd niet opnieuw onder landijs is verdwenen. Daarom is het er nog. Vijf evenwijdige keileemruggen, en daartussen de smalle beekdalen – waaronder dat van de Drentsche Aa, een van de weinige beken van het land die nooit is rechtgetrokken, in een esdorpenlandschap dat zijn oude vorm heeft gehouden.

Op dat toeval rust deze hele kaart. Omdat het ijs niet terugkwam bleef de rug liggen: een droge weg door een nat land. Mensen gebruiken die weg sinds de steentijd, ze lieten er dingen achter, en die dingen liggen er nog.

Het Eexterveld: blauwgrasland op waterdichte klei
Foto: Collectie Drents Archief (LG0528107) – Publiek domein · Het Eexterveld: blauwgrasland op waterdichte klei →

Ik wist dat het bijzonder was. Ik wist alleen niet hóe bijzonder.

Dat dit gebied speciaal is, weet iedereen hier. Er staan informatieborden, er is een nationaal park, de hunebedden staan op de toeristenkaart en er komen schoolklassen met bussen tegelijk. Maar zeggen waaróm – dat kon ik niet. Ik had niet kunnen uitleggen wat deze rug onderscheidt van elke andere zandhoogte, en ik had in geen enkele akker iets kunnen aanwijzen.

Jarenlang zag ik dus wat iedereen ziet: bouwland, een bos, wat heide. Een landschap dat eruitziet alsof het geen geschiedenis heeft, omdat die geschiedenis twintig centimeter hoog is.

Leeg is het niet. Binnen een paar kilometer van mijn huis liggen drie hunebedden. Ze zijn alle drie gebouwd tussen ruwweg 3400 en 3100 voor Christus, en dus alle drie ouder dan de piramiden van Gizeh – een verschil van zes tot negen eeuwen. Eén is achttien meter lang, een van de langste van Nederland. Een tweede, D13, is een trapgraf: van de bijna 4.500 bewaarde megalithische monumenten in het hele trechterbekergebied staan er minder dan tien als zodanig te boek. Hij ligt nog deels onder zijn heuvel, met een viertredig trapje naar de grafkamer, en hij is veertig eeuwen als begraafplaats gebruikt – de laatste die erin werd bijgezet was een kind, rond 1600 na Christus. In 1756 groef landschrijver Johannes van Lier hem open en noteerde dat hij er "veele urnae en steene beitels" vond; dat onderzoek hielp aantonen dat hunebedden geen bouwwerken van reuzen waren maar prehistorische graven. Het is tien minuten lopen van mijn voordeur.

En verder: akkers die in de IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode zijn geploegd en waarvan de walletjes er nog liggen, zeven brinken, een dorpsverordening uit 1505, karrensporen die eeuwen verkeer in het zand hebben gesleten, en een boerderij die in 1945 afbrandde toen er een fosforbom uit een geraakte Lancaster viel.

Dat wist ik niet van het lopen. Dat wist ik van het lezen.

Hunebed D12 op de Kampakkers
Foto: Jan R. Ubels (Flickr) – CC BY-NC-ND 4.0 · Hunebed D12 op de Kampakkers →

En hoe ik dat doe

Van het lezen, en van het reliëf eronder: laserhoogtemeting op een halve meter, dertien topografische kaartseries tussen 1815 en 2025, en de archeologische karteringen van de provincie, over elkaar heen gelegd. Wat daarvoor nodig was, hoe die werkwijze eruitziet en welke remmen erop zitten, staat op de methodologiepagina.

Het werkt ook op mijn eigen huis

De methode reikt niet alleen vierduizend jaar terug. Ook vierhonderd, tot in een huis waar nog gewoon iemand woont. Ik.

Ik woon op Kloosterstraat 9. Het dorp heeft een huizenboek – deur voor deur opgetekend wie er woonde – en op de bladzijden van mijn adres staat een aantekening uit 1739. De weduwe Grietjen Jans Hamming, achtergebleven na de dood van haar man Jan Derks, hertrouwde op 22 november van dat jaar in de kerk van Anloo. Haar nieuwe man was Pieter Jans, een rondtrekkende kleermaker uit Wirdum in de Ommelanden.

Wat zij niet wist, was dat hij in Wirdum al een vrouw had. En volgens het vonnis niet alleen daar.

Op 10 december 1742 verklaarde de Etstoel – het hoogste gerecht van Drenthe, dat drie keer per jaar zitting hield in de middeleeuwse kerk van Anloo – "Peter Jans, uit Eext" schuldig aan meervoudige bigamie, en veroordeelde hem tot de dood door onthoofding met het zwaard. Hij werd veroordeeld in dezelfde kerk waarin hij drie jaar eerder was getrouwd.

In 1989, op de historische zittingsdag van de Etstoel, hebben dorpsgenoten de zaak in die kerk nagespeeld en hem opnieuw veroordeeld.

Dat alles lag in een rechtbankarchief, een trouwregister en een huizenboek – drie plaatsen die nooit bij elkaar waren gebracht. Het hoort bij een huisnummer. Dat huisnummer is het mijne. Ik kan in mijn eigen voorkamer staan en weten wat zich daar heeft afgespeeld.

De mensen die dingen weten die in geen boek staan

De laatste rem bedien ik niet zelf. Wie iets weet wat hier niet staat, of iets ziet wat niet klopt, kan het melden. En in een dorp weten mensen ontzettend veel dat nooit is opgeschreven. Waar een heuvel is afgegraven. Welke akker elke winter onder water stond tot de sloot werd gegraven. Wat hun grootvader vond bij het ploegen.

Dat is geen aanvulling op deze kaart. Op sommige plekken is het de enige bron die er is.

Eext, een oud esdorp met sporen onder de kern
Foto: Egbert van Drielst, collectie Drents Museum (P1984-0007) – CC BY-NC 4.0 · Eext, een oud esdorp met sporen onder de kern →

Waarom dit niet alleen een Drents verhaal is

Niets hier is uitsluitend van ons. De rug is een Europese geologische bijzonderheid, om de reden die hierboven staat. De hunebedden erop horen bij de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode, waarvan het kerngebied doorloopt tot in Noord-Duitsland en Denemarken; de bouwers van het trapgraf aan het eind van mijn weg en de bouwers in Jutland deden hetzelfde. De grens die er nu tussen ligt is vierduizend jaar jonger dan zij.

En de werkwijze verhuist. Landsdekkende laserhoogtemeting bestaat inmiddels in vrijwel elk Europees land. De software die ik gebruik is open en oud. Er zit hier geen database achter en geen contentsysteem – deze site is een map met bestanden, en juist daarom kan een ander hem oppakken. Elke streek in Europa met vergelijkbare hoogtegegevens is zo te lezen, door iemand die er woont en er iets om geeft.

Hunebed D14 bij Eexterhalte, en de deksteen die een halve eeuw verkeerd om lag
Foto: Erik Meijerink · Hunebed D14 bij Eexterhalte, en de deksteen die een halve eeuw verkeerd om lag →

Tot slot

Ik ben nog steeds geen archeoloog. Ik wist dat dit een bijzondere plek was voordat ik begon. Het verschil is dat ik nu kan zeggen waarom – en het kan laten zien. Ik kan een buurman voor een scherm zetten, de omtrek natrekken van de akker waar zijn boerderij op staat, en vertellen wie hem heeft bewerkt, en hoe we dat weten, en hoe zeker we het weten.

Dat kon iemand als ik drie jaar geleden niet. Nu wel. En overal waar een landschap ligt en iemand woont die ervan houdt.