De familie Everts
vanaf 1910·houthandelaars uit Wildervank·5 plekken
Het Evertsbos heet naar een familie die hier nooit heeft gewoond. De Everts'en waren houthandelaars uit Wildervank, en ze kochten vanaf 1910 perceel na perceel woeste grond bij Anloo op om er bos van te maken. Drie generaties lang, en het resultaat is een landgoed van ruim tweehonderd hectare dat op deze kaart onder een half dozijn plekken doorloopt.

De eerste: heide die te kaal was
Everhardus Everts, houtimporteur, had het jachtgebied van de boeren van Anloo gepacht en vond het te kaal. Rond 1910 kocht hij zijn eerste stuk. De Heidemij ontgon het terrein, er kwamen larix, fijnspar, grove den en beuk overheen, en voor het beheer werd een apart bedrijf opgericht: de NV Bosaanplanting Ter Borgh. De redenering die de familie erbij gaf is het onthouden waard: als houtimporteur had hij veel bomen laten vellen, en hiermee gaf hij er bomen voor terug.
Voor het landschap had dat twee kanten. Er kwam bos op heide die eeuwenlang gemeenschappelijke grond was geweest – en bij de ontginning van 1927 is over een deel van de grafheuvels in dat bos heen geploegd. Wat het bos beschermde, heeft het ook beschadigd.
De tweede en de derde
Zijn zoon Dirk Everhard Everts plantte verder en bracht het bezit onder in een vennootschap met zijn vier kinderen als aandeelhouders. Diens zoon, opnieuw een Everhard, nam na de dood van zijn vader de leiding – en die is het die in dit gebied twee keer op de kaart komt.
In juni 1943 vroeg Jacob Wiersema hem of hij in zijn bos een schuilplaats mocht graven. Everts gaf toestemming na uitvoerig overleg met zijn vader; het onderduikershol werd gegraven onder een dennenaanplant uit 1928-1930 die het hele jaar door dekking gaf. Toen het hol in september 1944 werd ontdekt en Pieter Schreuder door twee koeriersters naar het landhuisje van Everts werd gebracht, stuurde hij hem meteen weer weg met de raad het Anlooërdiepje richting Schipborg te volgen. Schreuder ontkwam.

Tien jaar later kwam de andere kant van dezelfde man bovendrijven. Op zijn zakenreizen naar Scandinavië en Noord-Amerika was hij gefascineerd geraakt door naaldbossen, en in het najaar van 1953 bezocht hij het pinetum in Hilversum. Op de aandeelhoudersvergadering van 9 december 1953 kwam de beheerder daarvan spreken; de dag erna liepen de aandeelhouders het landgoed af om een perceel te kiezen. Het werd een stuk waar het bos toch al van onvoldoende kwaliteit was. Daar staat nu het Pinetum Ter Borgh, met ruim vierhonderd soorten naaldboom.
Wat er van over is
In 1972 zijn de bossen aan Staatsbosbeheer verkocht; het pinetum wordt sindsdien door een eigen stichting beheerd en is vrij toegankelijk. De naam Evertsbos bleef, zoals veldnamen blijven: het bos heet naar de familie die de heide liet verdwijnen die er daarvoor lag.
Waar Everts op deze kaart staat
Acht grafheuvels in het Evertsbos, vijf ervan ongedocumenteerd opgegravenOp de dekzandvlakte tussen hunebed D11 en het pinetum, in het bos van Ter Borgh onder Anloo,…- De palissade van Anloo, ook wel de veekraalTen zuiden van Anloo ligt een bos dat rond 1950 nog heideveld was.
Het onderduikershol in het EvertsbosOp een open plek in het Evertsbos bij Anloo ligt een kleine ovale kuil met een lage aarden…- Landgoed Heidehof: hoe de heide bij Eexterhalte in vier jaar bos werdAan de Provincialeweg bij Eexterhalte ligt landgoed Heidehof. Er staat bos, en een deel ervan…
Pinetum Ter Borgh, een verzameling in het bosOp landgoed Terborgh tussen Anloo en Anderen ligt een compacte tuin met ruim vierhonderd…