Anloo
34 plekken
Anloo is het bestuurlijke zwaartepunt van dit kaartvlak. Duizend jaar lang kwam de macht hier samen: eerst de bisschop van Utrecht met zijn hof, daarna het hoogste Drentse gerechtshof in de kerk, en tot in de negentiende eeuw de schulte aan de brink. Dat verleden is grotendeels onzichtbaar geworden – en juist daarom is Anloo het gebied waar de hoogtekaart en de oude veldnamen het meeste werk doen.

Een dal dat de beek niet zelf heeft gemaakt
Het landschap onder al die geschiedenis is ouder dan elke bewoner. De beekdalen van de Drentsche Aa zijn niet uitgesleten door de beekjes die er nu doorheen lopen – daar zijn die veel te klein voor. Het zijn smeltwaterdalen uit het eind van de IJstijdenhet Saalien, 250.000 tot 130.000 jaar geledenMeer over deze periode; pas daarna kroop er een kleine beek in. Het Anloërdiepje kronkelt door een dal dat veel te ruim voor hem is, met vlakke hooilanden ernaast en scherpe randen naar de essen erboven. De 77 veentjes in het stroomgebied hebben bijna allemaal een eigen naam, en die namen werden praktisch gebruikt: het Vosseveen legde de grens tussen de marken van Anloo en Eext vast. Zo raakt een kuil uit de laatste ijstijd direct aan het middeleeuwse bestuur.

Vijfduizend jaar begraven
De oudste bouwwerken van Anloo staan in het bos. Hunebed D11 is van alle hunebedden hier het rustigste – vier dekstenen op tien zijstenen, in 1918 door Van Giffen vrijwel compleet aangetroffen, en net als de hunebedden van Eext in 1871 aan de provincie geschonken. Op de Molenesch richting Eext liggen twee grafheuvels uit het Neolithicumca. 5325 tot 1900 v.Chr.Meer over deze periode of de Bronstijd1900 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode, en de Noordesch leverde naast een urnenveld ook 114 Romeinse munten op – Drenthe lag buiten het Romeinse Rijk, dus die kwamen hier via handel, buit of soldij. Raadselachtiger is de palissade die Glasbergen en Waterbolk in 1957 en 1958 opgroeven: een drievoudige houten ring, tweemaal vernieuwd, die als "veekraal" de boeken inging maar net zo goed een versterkte woonplaats kan zijn geweest.

De bisschop, de kerk en het recht
In 1024 kreeg de bisschop van Utrecht het Oversticht in bezit, en om zijn gezag te laten gelden liet hij in Anloo een stenen kerk bouwen – met daarnaast een bisschopshof: boerderijen, voorraadschuren, een spieker voor de tienden. Het is een van de oudste machtscentra van dit hele gebied, en niemand weet precies waar hij lag; er zijn vier lezingen, en de veldnamen woertkamp en hofakker wijzen naar de Kerkbrink. In 1359 werd de hof gesplitst in Mijnsherenhoff en Mijnsherenanderhoff. Geen van beide is ooit teruggevonden.
Harm Tiesing, de boerenschrijver die zelden een woord te veel gebruikte, liet zich over deze plek meeslepen: "En al zegt men nu dat Anloo in de rij der Drentsche dorpen niet veel beteekent, en al is 't aantal huizen er voor een kerkdorp niet groot, en al werd er nimmer een jaarmarkt of een landbouwtentoonstelling gehouden – toch is Anloo in onze oogen merkwaardig, omdat in die oude kerk de Drentsche landdagen gehouden werden, omdat die kerk eerder bestond dan die te Zuidlaren en te Gieten, omdat zij gebouwd is op een plaats waar wellicht hunebedden lagen, waar men aan bijeenkomsten der Germanen in het woud moet denken."
De Magnuskerk zelf staat er nog, rond 1100 in steen opgetrokken op een lichte verhoging. Eronder liggen zes of zeven voorgangers, waarvan de eerste in de negende eeuw – dat is de conclusie die archeoloog Pieter den Hengst in 2016 trok uit het onderzoek dat Van Giffen in 1942 begon en nooit publiceerde. Omdat het gebouw van steen was en veel mensen kon bergen, vergaderde de Etstoel – het hoogste Drentse gerechtshof – hier op 19 augustus, de naamdag van Sint Magnus. Dat was één van zijn drie jaarlijkse zittingen; de andere twee waren in Rolde. In 1632 kwam hij voor het laatst in Anloo bijeen en verhuisde hij naar het provinciehuis in Assen. Anloo was toen de hoofdplaats van het dingspel Oostermoer. Binnen hangen middeleeuwse muurschilderingen die in Drenthe nergens anders bewaard bleven, van Maria-episoden uit omstreeks 1300 tot de bijbeltekst-cartouches waarmee de Reformatie de heiligen verving.

Het Loe: het bos waar het dorp naar heet
Anloo wordt voor het eerst genoemd in 1148, als Anlon. Het eerste lid verwijst naar 'hoger gelegen', het tweede is het loo: een bosweide op de lichtere zandgronden. In de bisschoppelijke oorkonde van 1314 heet het gebied nog gewoon Loe, en het dorp heeft zijn naam dus aan een bos te danken dat er niet meer is. Acht plaatsnamen in het stroomgebied dragen dat achtervoegsel – Anloo, Balloo, Eldersloo, Grolloo, Peelo, Schoonloo, Taarlo en Tynaarlo.
Dat bos moet je je niet als een gesloten woud voorstellen. Het Loe van Anloo besloeg naar schatting tweehonderdzestig hectare, ongeveer een derde van het markegebied, en de veldnamen die eruit overbleven wijzen op een halfopen mozaïek: holt, buss, hase, strubben, doorn en eikenbroek, elk met zijn eigen dichtheid en ondergroei. Wat er gebeurde was landbouw zonder akker. In de herfst werden de varkens het bos in gedreven om zich vol te vreten met eikels – het akeren, dat in de ordelen van de vijftiende-eeuwse Etstoel dertien keer aan de orde komt. Runderen graasden er, en er werd loofhooi gesneden en hartstreynge gemaaid, houtachtig strooisel dat als stalstrooisel diende. Dat laatste is de rechtstreekse voorloper van de heideplaggen waarmee later de essen werden opgehoogd. En dat gebruik veranderde het bos. Het grazende vee vrat de jonge opslag weg, waardoor de vegetatie steeds opener en armer werd en het bos zich moeizaam herstelde; er ontstonden open plekken die geleidelijk groter werden. Juist díe open plekken werden in de Vroege middeleeuwen450 tot 1050Meer over deze periode de plaatsen waar men ging wonen. Anloo ligt dus niet naast zijn bos maar in een gat dat zijn eigen vee erin had gevreten, en de naam verwijst naar wat eromheen stond. Dat is ook aan de bodem te zien: de eerste essen bij dit soort dorpen liggen op zwak lemige moderpodzol, en dat bodemtype tekent daarmee de plek van de oude loo-bossen.
De rechten daarop waren van hogerhand geregeld. In 944 schonk keizer Otto I het foreestrecht op de woeste gronden aan het bisdom, en in de vrije marken betaalde ieder waardeel daarvoor jaarlijks een schuldmudde. In Anloo hield de bisschop dat recht in eigen hand. Toen de hof in 1314 in erfpacht ging, had hij vijf van de vijftien waardelen; de tien andere gingen naar de overige erven in het dorp. Daarna raakte het bos op. De bouwlandontginningen aten de bosweide weg, de druk op de resterende veldgronden liep op, en in de zestiende eeuw is het bos vooral een bron van ruzie: in 1564 een goorspraak, drie jaar later een beschuldiging dat de buren binnen de palen van hun holt varens en strooisel hadden gemaaid, en in 1585 het illegaal kappen van honderddertien bomen "uit de busch en hofte van Anloo". Waar het in die jaren onder meer over ging, waren varkens. In een goorspraak van 1563 beklaagde de schulte van Borger zich dat de buren van Deurze en Nijlande hun varkens niet uit zijn eikels hadden gehouden; het jaar daarop maakten de buren van Anloo het bonter door hun eigen varkens simpelweg in het eikenbos van de schulte te laten rondlopen. Of dat dezelfde goorspraak van 1564 is die hierboven staat, is uit de bronnen niet met zekerheid op te maken – maar het jaartal en de plaats komen overeen. In 1610 legde het dorp eendrachtelijk zijn eerste buurwillekeur vast, de eerste van vijftien in ruim twee eeuwen, en vier daarvan gaan over de bescherming van holt en geriefhout. Punt negen laat zien hoe scherp die bescherming was, en tegen wie: "alle keuters zullen geen brandhout halen uit het buurholt, zowel geen soer als groen holt". Keuters waren de kleine boeren zonder waardeel, en zij mochten er dus niets weghalen – geen levend hout en zelfs geen soer, verdroogd dood hout, van het Oudhoogduitse soren, verdrogen. Wie geen aandeel in de marke had, had ook geen recht op de takken die er lagen. Het bos bleef daarna nog lang gemeenschappelijk bezit: een buurwillekeur van 1741 bepaalt dat het eikenbos in het Broek in mandeligheid moet blijven, om tot gemeen profijt te worden geëxploiteerd of verkocht.
Wat er tussen die willekeuren door gebeurde, staat in de goorspraken en het is grimmiger dan de regels doen vermoeden. In 1577 moesten de buren van Anloo zich onder ede zuiveren – verklaren dat zij géén hout uit het holt hadden gehaald. Dat je een heel dorp onder ede laat zweren, betekent dat niemand meer wist wie het deed. De willekeur van 1610 doet er drie dingen tegen. Het holt mag niet meer verkocht worden zonder toestemming van de eigenaren, want nieuwkomers die een stuk eikenbos pachtten sloegen er een slaatje uit door bomen aan derden door te verkopen. Geen meier mag een hazelaarbos kappen om te verkopen of te tuinen, het vlechten van een omheining – hazelaartwijgen waren hier het alternatief voor het wilgenhout dat in Drenthe nauwelijks groeide. En de keuters mogen hun brandhout niet uit het buurholt halen, maar wél uit het Elsbroeck. Dat is geen willekeurige uitzondering maar bosbouwkunde: els verdraagt een korte kapcyclus veel beter dan eik, want een elzenstoof loopt na vier tot zes jaar alweer uit, waar eik er zeven tot twaalf voor nodig heeft.
Die uitwijkroute heeft het broek vermoedelijk de das omgedaan. In de willekeuren van 1654 en 1684 staat namelijk een kapverbod voor eik én els – het elzenbroek was blijkbaar zó hard aangesproken dat ook daar niets meer te halen viel. Het gaat dan waarschijnlijk niet alleen om de hoeveelheid maar om het moment: hakhout hoort tussen november en maart te worden afgezet, en wie later in het voorjaar kapt als de knoppen al uitlopen, laat de stoof het hele jaar leeg en bij zware regen inrotten.
Hoe leeg het uiteindelijk werd, laat een kaart van 1787 zien. Op de Carte von Over-Yssel und Drenthe van Glüssefeld staat in het hele stroomgebied van de Drentsche Aa nog maar op twee plekken bos ingetekend, en één daarvan ligt ten zuiden van Anloo, op de plek van het huidige landgoed Terborgh. Waarschijnlijk was Drenthe niet werkelijk zo kaal – de kaart lijkt voor een ander doel gemaakt en laat weg wat de maker overbodig vond – maar dat Terborgh een van de twee vlekken is die overbleven, zegt genoeg over hoe hardnekkig het bos zich juist daar heeft gehouden.
Marke, molen en de verdwenen huizen van stand
Om het dorp heen ligt het web van de boermarke. Grote zwerfkeien legden de grens met Eext vast, een markesteen met ingehouwen kruis de grens met Gasteren – in 1565 was daar ruzie over overstekende schaapskuddes, en in mei 2025 liepen leden van beide marken de grens opnieuw na. Op de Molenberg, vrijwel op de markegrens met Annen, stond tot 1833 een korenmolen. Vanaf die molen zag molenaar Albert Eppens in 1780 een gedeserteerd soldaat voorbijlopen met een snaphaan en een gestolen paard – de moordenaar van dominee Ledeboer, die over de karrensporen vluchtte die hier nog altijd in het veld liggen. De getuigenis van de molenaar hielp hem aan de galg.
Anloo had ook zijn huizen van stand, en die zijn vrijwel allemaal verdwenen. Havezate Vennebroek – elf kamers boven, elf beneden, een oranjerie – werd begin negentiende eeuw afgebroken; de Elentsborg volgde in 1838, en de langgerekte brink bij het schultenhuis is in werkelijkheid het spoor van zijn oprijlaan. Bij die huizen hoorden weiers, gegraven visvijvers, en zulke kuilen zijn moeilijker uit te wissen dan een gebouw. Zelfs een vermoedelijk jachthuis van stadhouder Hendrik Casimir II is alleen nog een radarbeeld onder een weiland.
Oorlog in het Evertsbos
De Tweede Wereldoorlog heeft in Anloo een van de zwaarste plekken van deze kaart achtergelaten. In juni 1943 groef Jacob Wiersema in het Evertsbos een onderduikershol, zo goed weggewerkt dat de bewoners de herten over hun dak hoorden lopen; begin 1944 werd het het hoofdkwartier K18 van de Ordedienst. In september 1944 ontdekten oefenende Duitse soldaten het hol bij toeval. Drie mannen werden gepakt en in Westerbork gefusilleerd, en op 8 april 1945 – drie dagen voor de bevrijding – zijn hier tien gevangenen uit Groningen naartoe gebracht en gedood. Op de plek liggen nu dertien grote stenen, één voor elk slachtoffer. In diezelfde aprilnacht landden aan de Schipborgerweg Franse parachutisten van Operatie Amherst in het veld van de familie Oosting, die parachutes verstopte en de mannen 's nachts naar de Berlage-boerderij De Schipborg gidste.

Het dorp dat doorging
De twintigste eeuw staat er ook: in 1915 besteedde de coöperatie De Eensgezindheid een stoomzuivelfabriek met korenmalerij aan – het moment waarop de molen zijn werk aan een fabriek verloor. De fabriek sloot in 1971, maar anders dan in Eext staat het gebouw er nog. En het bos kreeg er een verzameling bij. Everhard Everts gaf in 1943 toestemming voor het onderduikershol; in 1954 liet de familie Everts het Pinetum Ter Borgh aanleggen, vierhonderd verschillende coniferen naar een ontwerp van G. Bootsman, een paar honderd meter van hunebed D11. Wie dit alles in het veld wil zien begint bij de Homanshof aan de rand van het dorp: het Evertsbos, het beekdal en het Strubben-Kniphorstbos liggen alle drie binnen een paar kilometer.
Alle plekken in Anloo
Acht grafheuvels in het Evertsbos, vijf ervan ongedocumenteerd opgegravenOp de dekzandvlakte tussen hunebed D11 en het pinetum, in het bos van Ter Borgh onder Anloo,…- De Eensgezindheid, stoomzuivelfabriek en korenmalerij van AnlooOp 11 oktober 1915 zette het bestuur van de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek en Korenmalerij De…
De Franse parachutisten aan de SchipborgerwegAan de Schipborgerweg staat een boerderijtje uit 1913, met een schuurtje, een houtbult en een…- De Kerkweg, waarover de doden naar Anloo moestenIn het Evertsbos, tussen Eext en Anloo, loopt een zandweg die de Kerkweg heet.
- De Kleine Spelde: een beitel van Frans vuursteenTen noordwesten van Anloo ligt een zandopduiking van bijna drie hectare, nu bouwland, waar een…
De Noordesch van Anloo met 114 Romeinse muntenDe Noordes bij Anloo is op de hoogtekaart te zien als een bol.- De Speulkoele, het bostheater dat de jeugd van Anloo in 1936 groefMidden tussen het bos, even buiten Anloo, ligt een kuil met een wal eromheen.
- De Zuidesch en de Molen Esch van AnlooAnloo ligt tussen drie hogergelegen akkers. De Noordesch loopt naar het Kniphorstbos, de…
De begraafplaats aan de BoswegOp de Haasakkers, buiten het dorp Anloo, ligt de begraafplaats die de gemeente hier in 1828…- De bisschopshof van Anloo, en de vier plekken waar hij gelegen kan hebbenAan de Kerkbrink in Anloo, direct ten noorden van de Magnuskerk, staat deze stip.
- De grafheuvel op de MoleneschOp de Molenesch tussen Anloo en Eext ligt een grafheuvel van zestien meter doorsnee en…
- De molen op de Molenberg, en de moordenaar die erlangs liepOp de Molenberg boven de Molenesch van Anloo stond tot 1833 een korenmolen, vrijwel op de…
- De nederzetting aan de Bosweg, en een rijk graf uit de ijzertijdWie in Anloo het openluchttheater in loopt, daalt af in een archeologisch monument.
- De palissade van Anloo, ook wel de veekraalTen zuiden van Anloo ligt een bos dat rond 1950 nog heideveld was.
- Grote keien op de markegrens van Anloo en EextOp de oude grens tussen de boermarken van Anloo en Eext die in 1718 werd vastgelegd, liggen…
- Havezate Vennebroek, verdwenen huis van standOp de hoek waar in Anloo de Gasterenseweg en de Anderenseweg samenkomen, even ten zuidwesten…
- Het Ellentshuis, en de oprijlaan in de eikenTegenover de plek waar havezate Vennebroek stond, was het tweede huis van stand van Anloo.
- Het Vosseveen op de markegrensHet Vosseveen ligt tussen Anloo en Eext, ten zuiden van het Pinetum, en is een van de…
- Het celtic field bij de camping, en twee grafheuvels die er niet meer zijnBij de camping van Anloo ligt een terrein met veel sporen uit het verleden.
Het onderduikershol in het EvertsbosOp een open plek in het Evertsbos bij Anloo ligt een kleine ovale kuil met een lage aarden…
Het schultenhuis aan de Brinkstraat in AnlooAan de brink van Anloo staat een hallenhuisboerderij met een gepleisterd voorhuis die mogelijk…
Het smeltwaterdal bij Anloo: het beekdal is geen werk van de beekBij Anloo ligt het Anlooërdiepje in een dal dat veel breder is dan de beek zelf.- Het werkhuis van Anloo, waar de diaconie haar armen onderbrachtAan de Lunsenhof in Anloo staat het vroegere armenhuis van de hervormde diaconie.
Homanshof, vernoemd naar de minderjarige Alida JantinaAan de Lunsenhof in Anloo staat het Homanshof, een hallenhuisboerderij met een langgerekt…
Hunebed D11 in de boswachterij van AnlooHunebed D11 ligt verscholen in de boswachterij van Anloo; er komen vooral wandelaars, fietsers…- IJzerslakken langs de bosrand bij TerborghLangs de bosrand bij Terborgh onder Anloo kwamen bij een kartering in 1992 ijzertijdscherven…
Landgoed Terborgh: een standvoetbeker uit een graf dat niemand zagOp Landgoed Terborgh bij Anloo kwam in 1958 een volledige standvoetbeker tevoorschijn.
Magnuskerk van Anloo en de zitting van de EtstoelDe Magnuskerk staat op een lichte verhoging aan de oostelijke brink van Anloo.
Markesteen op de grens van Gasteren en AnlooOp de grens van twee boermarken ligt een steen met een ingehouwen kruis.
Pinetum Ter Borgh, een verzameling in het bosOp landgoed Terborgh tussen Anloo en Anderen ligt een compacte tuin met ruim vierhonderd…- Vermoedelijk jachthuis van stadhouder Hendrik Casimir IIOp dit perceel bij Anloo staat op een kaart uit het eind van de zeventiende eeuw een gebouw.
- Vier onopvallende grafheuvels, gedateerd met een boorIn het bos bij de Kerkweg liggen vier grafheuvels, drie binnen 30 meter van elkaar en een…
- Weiers: de visvijvers bij de verdwenen huizenBij de voorname huizen van Anloo hoorden weiers: gegraven vijvers waarin vis werd gehouden…
- ≈ Het vorstengraf van Anloo, en de vraag wanneer het gevonden isDrenthe kent drie vorstengraven. Deze ligt ongeveer achthonderd meter ten noorden van Anloo.