Landschapssporen

Anloo

De palissade van Anloo, ook wel de veekraal

Plek met een verhaal·Prehistorie

Ten zuiden van Anloo ligt een bos dat rond 1950 nog heideveld was. Landgoedeigenaar Everts liet de strubben omploegen om er bos aan te poten, en daarbij kwam hunebed-aardewerk boven. Toen het veld met bos zou worden ingeplant, groeven Willem Glasbergen en Tjalling Waterbolk deze plek in 1957 en 1958 op.

Uit het zand kwamen greppels van een houten omheining. Het is een drievoudige ring, en een nette cirkel vormt hij niet. Op het breedst meet hij 70 meter. De palen waren zo'n 20 centimeter dik en stonden 80 centimeter diep. Elke ring had drie openingen van 1 tot 1,5 meter breed, met extra palen versterkt. Hij is tweemaal vernieuwd en vergroot. Waterbolk noemde het aarzelend een veekraal. Die naam bleef hangen.

In diezelfde hectare grond lag meer. Er lagen een urnenveld uit de Late bronstijd1200 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode met kringgreppels, kuilen zoals die in vroege-bronstijdhuizen voorkwamen, en een grafveld uit het Laat-neolithicumca. 2800 tot 1900 v.Chr., de enkelgraf- en klokbekercultuurMeer over deze periode met vijf bijzettingen en grafgiften, waaronder bekers die met touwindrukken waren versierd. Een maalsteen met loper, onbeschadigde potten en vuurstenen gereedschap bleven in bezit van de familie Everts, die het perceel toen bezat. De maalsteen en de loper lagen volgens Kolen, in zijn proefschrift uit 2005, in de kuil van de omheining. Misschien zijn ze daar bewust neergelegd, maar zeker is dat niet.

Wie de omheining bouwde, is nooit vast komen te staan. Waterbolk zag er in 1960 een veekraal van de standvoetbekercultuur in, de mensen van de latere bekergraven. Jager vond dat in 1985 niet langer houdbaar. Het trechterbekeraardewerk ligt grotendeels bínnen de omheining, de latere bekergraven en paalgaten liggen erbuiten. Hij las het daarom als een omheinde nederzetting van de hunebedbouwers, uit de fase Vroeg-Havelte E2. Het Hunebedcentrum leest het in 2026 weer anders. Volgens dat stuk hoorden de funderingsgreppels bij de iets latere standvoetbekercultuur, ondanks enkele trechterbekervondsten op het binnenterrein, en gebruikten ook de klokbekermensen de palissade nog. Welke lezing klopt, is hier niet uitgemaakt.

Door het terrein liep een weg. Waterbolk had de min of meer evenwijdige ligging van de bekergraven en de palissade als argument voor zijn datering gebruikt. Jager verklaarde die ligging uit een weg van noord naar zuid. De veldtechnici hadden hem getekend zonder het te weten, als een donkere, vlekkerige strook door het urnenveld. Het is dezelfde weg die onder de Noordes van Eext is teruggevonden. Ook de huizen uit de Vroege bronstijd1900 tot 1575 v.Chr.Meer over deze periode lagen evenwijdig aan die weg. Kolen wijst ook de strook aan. Vier van de vijf laat-neolithische graven liggen op één lijn, en tussen die lijn en de omheining ligt een lege strook van ongeveer twintig meter. Later lag aan die strook een klein urnenveld uit de Late bronstijd1200 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode, met een paar ronde heuveltjes met crematies en vier rechthoekige dodenhuisjes, evenwijdig aan een lange zijde van de omheining. Kooi vermoedt zelfs dat dat urnenveldje een kruispunt markeerde. Volgens Jager was de ligging aan de weg de beslissende reden om zich juist hier te vestigen.

Waterbolk noemde het de eerste en tot op heden enige omheinde nederzetting die in Nederland is gevonden. Dat deze uitgerekend hier boven kwam, schreef hij deels aan geluk toe. Want wat hier hielp, is de manier van ontginnen. Bosbouw raakt de grond oppervlakkiger dan landbouw.

De uitleg van wat het is, is sindsdien veranderd. Latere onderzoekers houden het erop dat het net zo goed een versterkte woonplaats kan zijn geweest. De landschapsbiografie gaat nog een stapje verder. Die ziet de palissade als een versterking rondom een plek waar Trechterbekermensen bijeenkwamen voor sociale en rituele handelingen. De vondsten zijn vergelijkbaar met wat er in Denemarken, het kerngebied van die cultuur, boven de grond kwam. Bakker zette daar in 1992 een maat tegenover. De ringen 1 en 3 omsluiten maar 2150 en 4300 vierkante meter, en er liggen geen grachten omheen. De omgreppelde kampementen in Scandinavië zijn veel groter; bij Sarup omsluiten de grachten 25.000 vierkante meter. Voor Bakker is Anloo daarom zo'n kampement niet.

Onder dit alles ligt nog iets ouders. Bij dezelfde opgraving kwamen ook mesolithisch vuursteen en kuiltjes met houtskool tevoorschijn. Twee van die vermoedelijke haardkuilen zijn gedateerd tussen 8200 en 7600 v.Chr. Dat is ruim vierduizend jaar vóór de trechterbekermensen die de omheining bouwden, en nauwelijks jonger dan de oudste haardkuil die in Drenthe bekend is, van 8400 v.Chr.

Zulke kuilen zijn komvormig, veertig tot tachtig centimeter breed en veertig tot vijftig diep. Dateerbaar zijn ze door de houtskool in de vulling. Bij vrijwel alle vuursteenvindplaatsen in dit gebied ontbreekt zo'n vulling, en dan moet de ouderdom uit de vorm van de werktuigen komen.

Op deze plek is ook iets fout gelezen. Min of meer hoefijzervormige donkere sporen in het zand golden hier lang als woonkuilen van mesolithische jagers, de plattegrond van iets waarin iemand had geschuild. Het zijn de sporen van omgevallen bomen. Een boom die kantelt trekt zijn wortelkluit met het zand mee omhoog en laat een kuil met een wal achter. Van hutten of andere bouwsels van de mesolithische mens is vrijwel nooit iets teruggevonden.

Aanname, geen exacte locatie. Ruw midden van het gebied dat de bronnen noemen: het bosvak tussen hunebed D11, de grafheuvelgroepen en het onderduikershol. Marge honderden meters – dit punt zegt 'zoek hier', niet 'hier lag het'.

Bekijk deze plek op de kaart →

Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).

Gegevens

Ligging
53.03180, 6.71480
Gebied
Anloo
Zekerheid van de ligging
laag

In de buurt

  1. Landgoed TerborghBij Landgoed Terborgh onder Anloo kwam in 1958 een volledige standvoetbeker boven, hoogstwaarschijnlijk uit een vlakgraf dat toen is vernield.340 m
  2. HondsrugDe Hondsrug is een rechte rug van zeventig kilometer, gevormd door een ijsstroom aan het eind van de voorlaatste ijstijd.440 m
  3. Celtic fieldHet celtic field bij Anloo is bijna een kilometer breed, maar in het veld niet meer dan een golving van twintig centimeter.440 m
  4. De acht van het EvertsbosAcht grafheuvels bij hunebed D11 in het Evertsbos; Van Giffen groef er in 1937 vijf aan zonder iets vast te leggen, en in 1927 werd er overheen geploegd.450 m
  5. Hunebed D11Hunebed D11 ligt verscholen in de boswachterij van Anloo: vier dekstenen op tien zijstenen, met een plombe op de plek van de verdwenen poortsteen.490 m
  6. OnderduikersholIn juni 1943 groef Jacob Wiersema een schuilplaats in een heuvel in het Evertsbos bij Anloo, met een dak van stammen onder heideplaggen.530 m
  7. Keien Anloo–EextZwerfstenen op de grens tussen de boermarken van Anloo en Eext, vastgelegd in 1718; van de drie geregistreerde zijn er twee teruggevonden.580 m
  8. Grafheuvels GalgwanderveenBij het Galgwanderveen bij Eext liggen vier grafheuvels op en naast de wal van een pingoruïne; drie ervan zijn door Van Giffen opgegraven.710 m
  9. De vier bij de KerkwegVier lage grafheuvels in het bos bij de Kerkweg, in 1992 geboord: de plaggenstructuur wijst op de late bronstijd of de ijzertijd.750 m
  10. Pinetum Ter BorghOp landgoed Terborgh staan ruim vierhonderd naaldbomen die Everhard Everts vanaf de jaren vijftig verzamelde, met een mammoetboom uit 1926 als oudste.750 m

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.