Theodgrim
overleden 840·schenker, abt van Werden, bisschop van Halberstadt·3 plekken
Van de eerste Drent die we bij naam kennen weten we vooral dat hij wegging.
In 820 droeg Theodgrim, zoon van wijlen Aldgrim, zijn hele erfgoed over aan het klooster Werden aan de Ruhr. Hij had het zelf van ene Ricfrid gekregen. De akte somt op wat er meeging: een kerk die de familie had gebouwd, landerijen, gras-, hooi- en weidegronden, bossen en wateren, gebouwen en horigen. En ze noemt de plaats, villa qui dicitur Arlo in pago Threant, het dorp geheten Arlo in de gouw Drenthe.
Die laatste twee woorden zijn de reden dat hij hier staat. Pago Threant is de oudste vermelding van Drenthe die er is. Het perkament ligt in Leiden en de naam staat op de elfde regel.
Waar Arlo lag
Daar is men het niet over eens, en dat is op deze kaart te merken. Taarlo komt van te Arlo, Tynaarlo van in Arlo, en beide dorpen kunnen dus bedoeld zijn. Van Berkel en Samplonius opperden in 2006 dat het één groot bosgebied was waar de twee namen uit zijn afgesplitst.
Een derde lezing wijst naar Anloo. Lang is gedacht dat de geschonken kerk de oude kerk van Anloo was en dat Arlo een verschrijving is; in 1941 noemde de Emmer Courant Theodgrim nog gewoon een Anloër. Professor Gosses geloofde niet in een verschrijving en hield het op de streek ten oosten van Vries.
En een vierde wijst naar Vries zelf. De akte noemt een kerk, en in Vries stond die kerk: het kerspel kreeg later de naam van dat dorp, en de oude streeknaam Arlo verdween. Michiel Gerding voegt daar in Geschiedenis van Drenthe een argument aan toe dat de andere lezingen niet hebben. Onder de huidige kerk van Vries zijn bij opgravingen de resten van twee houten voorgangers gevonden, en de oudste dateert uit de achtste of negende eeuw. Dat is precies de tijd van de akte.
Wat er van hem werd
Hij deed die schenking waarschijnlijk toen hij zelf in Werden intrad. Liudger had dat klooster in 799 bij Essen gesticht, en Theodgrim was een neef van hem. Hij klom er op tot abt, van Werden en van Helmstedt, en volgde in 827 bisschop Hildegrim op in Halberstadt. Daarmee was hij de eerste bisschop van dat bisdom. In 829 staat hij als bisschop in de akten van de synode van Mainz. Hij stierf op 8 februari 840 en werd bijgezet in de Liudgeridenkrypte in Werden, tussen de familie van de man die hem naar Saksen had gehaald.
De man door wie Drenthe de geschiedenis binnenkomt, verliet Drenthe dus zelf, en ligt vierhonderd kilometer verderop begraven.
Een steen in Anloo
Boven de dichtgemetselde noordingang van de Magnuskerk zit een zandstenen sarcofaagdeksel met een biddende man erop, twaalfde-eeuws. Over wie dat is wordt al lang gespeculeerd, en Theodgrim is een van de genoemde namen.
Reken het na en het wringt. Hij stierf in 840, ruim driehonderd jaar voordat die steen werd gehouwen. Als de naam iets betekent, dan als herinnering en niet als portret. Zeker is er niets aan; naast hem worden ook de missionaris Willehad en de patroonheilige Magnus genoemd, en die drie hebben met elkaar gemeen dat ze uit de tijd van de kerstening komen.
Terecht in de Balloërkuil
Op 7 september 1895 bezochten koningin-regentes Emma en prinses Wilhelmina de Balloërkuil, en daar werd voor hen het openluchtspel Bij Klimmender Zonne opgevoerd: een verbeelding van de oude Drentse rechtspraak. Het boekje erbij was geschreven door mr. S. Gratama, rijksarchivaris in Drenthe, en dominee L. Knappert, met muziek van Richard Hol.
De aanklacht die daar werd voorgelezen, staat in de krant van die dagen. Zij luidt dat Theodgrim, Aldgrim's zoon, in de slag aan de Boorne aan de zijde van Karel Martel tegen de Friezen en hun Drentse hulpbenden had gestreden en zijn eigen landgenoten had gedood. Hij werd uit het familieverband gestoten en vredeloos verklaard.
Dat is onze man, met patroniem en al. Alleen het jaar klopt niet: de inleiding zegt dat de handeling zich ongeveer in 734 afspeelt, bijna een eeuw voordat hij zijn akte tekende. Het is geen vergissing maar een keuze. De rijksarchivaris van Drenthe had één Drentse naam uit de Vroege middeleeuwen450 tot 1050Meer over deze periode tot zijn beschikking, en die gebruikte hij voor een verzonnen rechtszaak.
Zo staat de man die zijn erfgoed aan een Duits klooster gaf een eeuw te vroeg terecht wegens landverraad, voor het oog van twee koninginnen.
Waar Theodgrim op deze kaart staat
De Balloërkuil, een gerechtsplaats die het misschien nooit wasOp de grens tussen de marken Balloo en Rolde ligt een laagte in het stuifzand, tussen de…
Magnuskerk van Anloo en de zitting van de EtstoelDe Magnuskerk staat op een lichte verhoging aan de oostelijke brink van Anloo.
Taarlo, en de akte van 820Taarlo ligt op de smalle strook tussen het beekdal van de Drentsche Aa en de hogere…