Landschapssporen

De tijdlijn

Middeleeuwen

Periode·ca. 450 tot 1500·31 plekken

De Middeleeuwenca. 450 tot 1500 volgen op de Romeinse tijd12 v.Chr. tot ca. 450 na Chr.Meer over deze periode en duren tot ongeveer 1500. Voor dit gebied is het de periode waarin het landschap zijn huidige indeling kreeg: de esdorpen op de flank van de Hondsrug, de esDe hoge, gezamenlijke akker van een esdorp. De boeren hadden er elk hun eigen stroken, maar de es werd als geheel omheind. Door eeuwen bemesting met plaggen is de grond er dik en bol geworden.Alle begrippen eromheen, de gemeenschappelijke gronden ertussen, en de grenzen die dat allemaal verdeelden.

Het Geheugen van Drenthe schetst een lastig begin. Noordwest-Europa kreeg aan het eind van de Romeinse tijd12 v.Chr. tot ca. 450 na Chr.Meer over deze periode te maken met migrerende bevolkingsgroepen, en in Drenthe is dat merkbaar aan een teruggang in de bevolking. Leeg raakte het niet, maar er is een praktische reden dat juist die eeuwen op een kaart als deze bijna niets opleveren: het gebruiksaardewerk van rond de zesde en zevende eeuw is zo weinig karakteristiek dat het nauwelijks te dateren valt.

Magnuskerk van Anloo en de zitting van de Etstoel
Foto: Roger Joseph (Flickr) – CC BY-NC-SA 2.0 · Magnuskerk van Anloo en de zitting van de Etstoel →

De dorpen zelf

Vier dorpen op deze kaart staan geregistreerd als oude nederzetting. Eext ontstond in de Vroege middeleeuwen450 tot 1050 en wordt al in middeleeuwse bronnen genoemd; onder de dorpskern kunnen nog sporen liggen. Bonnen ontstond in dezelfde eeuwen even ten oosten van Gieten, en van Gieten zelf vermoedt de registratie dat het middeleeuwse dorp nog onder de huidige straten, erven en tuinen ligt. En Taarlo staat er als oud esdorp, met onder de kern mogelijk sporen van vroegere bewoning – het dorp met de oudste akte van allemaal.

En dan is er Amelte bij Deurze. Dat was een esnederzetting uit de Vroege middeleeuwen450 tot 1050, gelegen in de markeHet gezamenlijke grondgebied van een dorp: de heide, het veen en de weiden die de boeren samen gebruikten, en ook de vereniging van boeren die erover besliste. Wie er rechten in had, heette markegenoot.Alle begrippen van Anreep, en als dorp bestaat het niet meer.

De kerk, en het gerecht

De Magnuskerk van Anloo staat op de driehoekige brinkHet open, gemeenschappelijke plein in een esdorp, vaak met bomen en een drinkpoel, waar het vee werd verzameld voordat het naar de heide of de weide ging.Alle begrippen; het huidige stenen gebouw is vroeg-middeleeuws van oorsprong en kreeg zijn eerste stevige vorm in de eeuwen daarna. In diezelfde kerk hield de EtstoelHet hoogste rechtscollege van Drenthe, met de drost als voorzitter en vierentwintig etten: eigenerfde boeren, vier uit elk dingspel. Hij kwam eeuwenlang op vaste plaatsen bijeen, in Rolde en Anloo; vanaf het eind van de zeventiende eeuw in Assen.Alle begrippen zitting, het gerechtshof van Drenthe.

De palingfuik, 1488
Foto: Bert van As – CC BY-SA 4.0 · De palingfuik, 1488 →

Ook het recht liet fysieke sporen achter. Op de Galgenberg in het Strubben-Kniphorstbos is tot ongeveer 1800 recht gesproken en werden mensen opgehangen. Die heuvel is zelf prehistorisch: een grafmonument van duizenden jaren oud dat in de Middeleeuwenca. 450 tot 1500 een tweede loopbaan kreeg.

Op één plek zijn die vroege eeuwen wél aangetroffen. Op de es van Schipborg groef A.E. van Giffen in 1934 een hutkom op uit de Vroege middeleeuwen450 tot 1050 – een kuilhut, meestal een werkplaats naast het woonhuis. Samen met de gebouwsporen op de brink van Schipborg is dat op deze kaart een van de weinige opgegraven sporen uit de periode waarin het aardewerk zo moeilijk herkenbaar is, en de registratie houdt het erop dat er rondom nog meer nederzettingssporen liggen.

Het bos dat aan de essen voorafging

Voordat er essen waren was er bosweide, en op deze kaart dragen vier dorpen daar nog hun naam van: Anloo, Balloo, Taarlo en Tynaarlo eindigen op lo, een woord voor bos. Anloo heet naar het loo dat er lag, en in de bisschoppelijke oorkonde van 1314 heet dat gebied nog gewoon Loe. In het hele stroomgebied eindigen acht plaatsnamen zo.

Daar werd geboerd zonder akker. In de herfst gingen de varkens het bos in om zich vol te vreten met eikels, en dat akerenVarkens in de herfst in het bos laten weiden, om zich vol te eten aan eikels; aker is een oud woord voor eikel. Het recht daarop hing aan een waardeel in de marke.Alle begrippen komt in de ordelEen uitspraak van de Etstoel, door de drost en de etten 'gewezen'. Een ordel kon een geschil tussen buren beslechten, maar ook vastleggen hoe iets voortaan moest. De ordelen zijn bewaard en uitgegeven, en vertellen veel over het dagelijks leven in middeleeuws Drenthe.Alle begrippen van de vijftiende-eeuwse Etstoel dertien keer aan de orde; runderen graasden er, er werd loofhooi gesneden en houtachtig strooisel gemaaid dat in de stal terechtkwam. Dat strooisel is de rechtstreekse voorloper van de heideplaggen waarmee later de essen zijn opgehoogd – de plaggenlandbouw waar deze hele kaart bol van staat, begint hier.

De keerzijde staat in de rechtbankstukken. De bouwlandontginningen aten de bosweide op, en in de zestiende eeuw is het bos vooral een bron van ruzie: strooisel maaien binnen andermans palen, groene plaggenStukken heide- of grasgrond met de wortels erin. Ze werden gestoken, in de stal onder het vee gelegd en met de mest erin naar de akkers gebracht.Alle begrippen steken, illegale schapen, en in 1585 het kappen van 113 bomen uit de bossen van Anloo. Bij Schipborg gaat het oudste Drentse vonnis over varkenshouderij daarover: in 1404 kreeg ene Sicken vijftien mark boete omdat hij zijn varkens ten onrechte in de eikels had gedreven, buiten de tijd dat het holtEen bos van de marke, waar de boeren hout haalden voor gereedschap, heiningen en de bouw. Het kappen was aan regels gebonden. De naam leeft voort in veldnamen.Alle begrippen was opengesteld.

Dat de dorpen met een bosnaam juist hier liggen, heeft met de bodem te maken. De historisch geograaf Jan Vervloet legde in 1988 de plaatsnamen naast de bodemkaart. Aan de oostkant van het Drents Plateau, waar ook de Hondsrug ligt, zit maar een dun laagje dekzandFijn zand dat de wind aan het eind van de laatste ijstijd over het land heeft geblazen, als een deken over het oudere landschap. De lage ruggen ervan waren de droge plekken waar mensen woonden en akkerden.Alle begrippen op de keileemEen taaie laag van klei, zand en stenen die het landijs in de voorlaatste ijstijd heeft achtergelaten. Water zakt er slecht doorheen. Waar hij dicht onder de oppervlakte ligt, blijft de regen erop staan: in laagtes ontstonden zo veentjes en vennen, en de grond erboven bleef lang nat. Waar hij ontbreekt, zakt het water in het zand weg.Alle begrippen, en dat zand is fijn en lemig. Daarin ontstonden bruine bosgronden, die hun vruchtbaarheid hielden. In het westen en noorden van het plateau waren de gronden al sinds de hunebedbouwers en de IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode uitgeloogd en verzuurd, en daar kwam het bos maar moeizaam terug. Een dorp met een bosnaam zonder bosgrond eromheen vond Vervloet bijna niet. Volgens hem begonnen veel dorpen met een vroegmiddeleeuwse naam dan ook als open plek in een dicht bos van eik en haagbeuk. Hij presenteerde dat zelf als een begin voor verder onderzoek, niet als uitkomst.

De akten die een plek zijn geworden

Wat deze periode op deze kaart bijzonder maakt, is dat er akten bij horen, en de oudste is meteen de verste terug. In 820 droeg Theodgrim zijn hele bezitting in het dorp Arlo in het landschap Threant over aan het klooster Werden aan de Roer. Op die akte baseert Taarlo zijn twaalf eeuwen – al is onzeker of met Arlo Taarlo of Tynaarlo werd bedoeld. Vijf eeuwen later volgen de andere. Op 2 en 3 september 1309 legden de stadhouder van Groningen, de ettenDe vierentwintig rechters van de Etstoel, eigenerfde boeren uit de zes dingspelen.Alle begrippen van Drenthe en de redgerEen rechter in de Friese landen tussen Lauwers en Eems, zoals het Fivelgo in de Groninger Ommelanden.Alle begrippen van Fivelgo een geschil bij over een visweerEen vaste vangconstructie dwars in een rivier of beek. Van takken gevlochten matten dwongen het water door een verlaagd middenstuk, waarin netten en fuiken stonden. Omdat ze het water opstuwden, werden ze in het najaar weer opgeruimd.Alle begrippen in de Hunze; drie huizen in Annen moesten die op eigen kosten herstellen en "tot eeuwige dagen" onderhouden. Ouder staat Annen nergens op schrift.

In 1488 speelde bij het Loonerdiep de zaak van de palingfuik voor de Etstoel. En tussen 1442 en 1445 lag het hele dorp Balloo in de kerkban. Ook dat is een spoor: het laat zien hoe ver een geschil kon gaan tussen boeren die hun grond gezamenlijk beheerden.

Het enige ambacht dat een spoor naliet

Aan de rand van de Noordersch bij Balloo kwamen bij een karteringHet systematisch in kaart brengen van sporen of vondsten. Bij een archeologische kartering lopen onderzoekers een terrein af en tekenen ze op wat er aan het oppervlak ligt, zonder te graven. Ook het intekenen van karrensporen of celtic fields op het hoogtebeeld heet zo.Alle begrippen in 1999 ijzerslakken, ijzer en ijzeroer boven, samen met scherven en maalstenen – bewoning én ijzerbewerking, waarschijnlijk allebei middeleeuws. Dat komt op de rest van deze kaart nergens voor. IJzeroer vormt zich waar ijzerhoudend grondwater aan de oppervlakte komt, en langs de Drentse beekdalen ligt het ondiep; wie het opgroef kon er met houtskool smeedbaar ijzer uit halen. De slakken die daarbij overbleven zijn onverwoestbaar, en dat is precies waarom we het weten. Een scherf zegt dat hier iemand woonde; een slak zegt dat hier iemand een ambacht uitoefende, met grondstof uit zijn eigen dal.

Wat er in het water bleef liggen

Ten zuiden van Gasteren, waar de handelsweg naar Coevorden het Gastersche Diep kruiste, leverden twee karteringen rond 1990 een heel andere soort vondst op: scherven, botten, leer en ijzerwerk uit de Late middeleeuwen1050 tot 1500, met een stuk van een zwaard en een lanspunt ertussen. Wapens in een beek zijn overal in Noordwest-Europa een bekend verschijnsel en zelden eenduidig – ze kunnen verloren zijn bij het oversteken, weggegooid, of neergelegd. Wat deze vondst hier zeldzaam maakt is niet het wapen maar het leer: organisch materiaal overleeft alleen onder water of onder veen, en op de akkers 100 meter verderop was er niets van teruggevonden.

Grenzen, en wie het land bezat

Het driemarkenpunt bij Annen laat zien hoe fijn de landsverdeling was: precies op de knik waar de marke van Annen begint. En boerderij Kamps bij Balloo was eigendom van het klooster Maria in Campis bij Assen. Kloosters waren hier grootgrondbezitters, en zo'n eigendomsgeschiedenis is soms de enige reden dat een perceel eeuwen later nog als één stuk in het landschap ligt.

De bisschopshof van Anloo hoort in dezelfde categorie, en is van alles wat hier uit de Middeleeuwenca. 450 tot 1500 staat het best gedateerd én het slechtst teruggevonden. Hij wordt genoemd in 1223, ging in 1314 in erfpacht naar de broers Bolo en Leffardus, en werd in 1359 in tweeën gesplitst. Van de vijftien waardeelEen aandeel in de marke: het recht om vee te weiden, plaggen te steken en hout te halen op de gemeenschappelijke grond.Alle begrippen in het dorp hoorden er vijf bij die hof – een derde van de marke in één hand, en dat verklaart waarom Anloo zich bestuurlijk anders ontwikkelde dan de dorpen eromheen. Waar hij precies lag is nooit opgegraven, maar de rekensom uit dat erfpachtcontract wijst wel scherp: de tachtig schepelEen oude inhoudsmaat voor graan: een kwart mud. Hoeveel dat precies was, verschilde van streek tot streek.Alle begrippen koren die de pachters jaarlijks afdroegen rekenen terug naar zestien hectare ontgonnen land, en de akkerkern die op het minuutplan van 1832 het hoogst is aangeslagen meet precies zestien hectare.

En er hoorde visrecht bij. Langs het Anlooërdiepje lag een weierEen gegraven visvijver bij een voornaam huis, waarin levende vis werd bewaard voor de keuken. Wie er een had, at op de vastendagen verse vis in plaats van gezouten.Alle begrippen, een gegraven vijver waarin levende vis werd bewaard, oorspronkelijk van de bisschopshof en later van de pastorie; bij de andere bisschopskerk van dit gebied, in Rolde, lag er net zo een ten noorden van de kerk. Aan de andere kant van de schaal stond de aalstalEen visweer voor paling, die aal heette. De vis werd gevangen als hij 's nachts stroomafwaarts trok, op weg naar zee.Alle begrippen, en die was voor iedereen die genoeg grond had: volgens het landrecht van 1712 mocht elke buur met minstens een kwart waardeel er een plaatsen, aan weerszijden van een diep dat over zijn land liep. Van dat recht komen de zaken die de Etstoel in 1488 bij het Loonerdiep en in 1309 bij de Hunze moest beslechten.

Waar de periode ophoudt op deze kaart

Hier stopt de tijdlijn. Alles wat jonger is – de molens, de kerken van na 1500, de zuivelfabrieken, de spoorlijn, de oorlogsresten – heeft op deze site geen periodelabel maar staat op de pagina van zijn dorp. Deze kaart gaat over sporen van de oudheid in het landschap, en de Middeleeuwenca. 450 tot 1500 zijn daarvan de jongste laag.

Plekken uit de Middeleeuwen op de kaart

Alle plekken per dorp en gebied →