Het Siepelveentien bij Zeegse
Plek met een verhaal·Prehistorie

In de laagte tussen de duinruggen op de oostoever van de Drentsche Aa, bij Zeegse, ligt het Siepelveentien: met ruim vijf hectare het noordelijkste van de zeven geregistreerde offerveentjes van deze kaart. In de provinciale offerveenlaag staat het als "1 Het Siepelveentien, Zeegse". Het achtervoegsel -tien is de Drentse verkleiningsvorm, een klein siepelveen. Dat zulke veentjes stuk voor stuk een naam dragen tekent hoe dit landschap werd gelezen: niet als lege heide, maar als een reeks plekken met elk een eigen gebruik. Op de hoogtekaart ligt het als een donkere kom tussen de lichtere duinruggen.

Het veentje hoort bij een verschijnsel met een eigen naam: een stuifzandfort. Dat zijn overstoven veentjes die je in het reliëf nog steeds herkent, en wel aan iets tegendraads, want duinen hebben glooiende flanken en een fort heeft een steile rand. Het ontstaat in stappen. In een laagte in het dekzand verzamelt regenwater zich op een ondoorlatende podzollaag en groeit veen. Raakt het omringende, hogere land daarna kaal door plaggensteken en betreding, dan waait het zand daar weg en wordt het onmiddellijk ingevangen door de vochtige, nog begroeide laagte. Het resultaat is een omkering van het reliëf: de oorspronkelijke laagtes liggen nu hoger dan hun omgeving. Een boring door zo'n fort geeft telkens hetzelfde beeld, stuifzand bovenop, daaronder een laag compact en deels verteerd veen, en daaronder de oude bodem van vóór de verstuiving.
En dat veen ís hier gebruikt. De landschapsbiografie noemt het Siepelveen bij Zeegse als een van de plekken waar de lokale bevolking kuilen groef in het stuifzand om het overstoven veenpakket als turf voor de huisbrand te winnen. Wie hier dus een kuil ziet, kijkt mogelijk naar de plek waar iemand door het zand heen naar zijn brandstof groef.
Bekijk deze plek op de kaart →
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 53.07062, 6.65722
- Gebied
- Zeegse
- Zekerheid van de ligging
- midden
In de buurt
Zeegser DuinenTussen Zeegse en het beekdal ligt een zandverstuiving van zeshonderd bij zevenhonderd meter die er als natuur uitziet maar twee keer door mensen is gemaakt.110 m
VoordeDe voorde in het Schipborgsche Diep was de doorwaadbare plek waar de weg van Rolde naar Zuidlaren de beek kruiste.510 m
Hovenkamp-brugHet witte bruggetje bij Schipborg draagt sinds 2021 de naam van verzetsman Johannes Hovenkamp, in 1943 gefusilleerd na een liquidatie in het bos.520 m
Badhotel Klein ScheveningenCafé De Drentsche Aa in Schipborg opende op 3 juni 1928 als Bad-Hotel Klein Scheveningen, met houten badkamertjes aan het diep en heide voor zomerhuisjes.520 m
Bad EvenhuisVan 1930 tot in de jaren vijftig lag in Schipborg Bad Evenhuis, een afgerasterd stuk Drentsche Aa waar in 1935 een snoek naar binnen zwom.600 m
≈ Goudschat van ZeegseBij Zeegse vonden twee detectorzoekers in 2014 zevenenveertig gouden solidi uit de zesde eeuw, naar gewicht de grootste van Nederland.660 m- ZeegseZeegse ligt tussen de Noorderesch en de Zuideresch op de rand van het beekdal; de landschapsbiografie dateert de nederzetting in de vierde tot vijfde eeuw.660 m
- Verdwenen brinkOnder de brink groef Van Giffen in 1921 een rooster van vierkante kuilen op; wat ze waren is sindsdien vier keer anders beantwoord, en het is nog niet beslist.710 m
Buitenhuis SchipborgRustlust aan het Schipborgsche Diep: rond 1700 een buitenhuis met boomgaard en visvijvers, later het zomerverblijf van schilderes Albarta ten Oever.780 m
Café De HeidebloemIn de zaal van café De Heidebloem in Schipborg werd geveild, gedanst en vergaderd, en van 1948 tot 1955 exposeerde er De Drentse Zeven.810 m
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.