De Zeegser Duinen, een zandverstuiving die mensenwerk is
Plek met een verhaal·Marke en boerenland

Tussen het dorp Zeegse en het beekdal ligt een zandverstuiving van ruwweg zeshonderd bij zevenhonderd meter, bij het Kadaster bekend als de Zeegserduinen. Het ziet eruit als natuur. Het is van begin tot eind mensenwerk, twee keer achter elkaar, en de tweede keer door precies de mensen die er kwamen kijken.
Eerst de schapen. Jaar in jaar uit vraten de kudden van de Zeegser boeren de heide rond het dorp kaal, en waar de vegetatie het begaf ging het veld 'op de wind'. Het dekzand kwam los en stoof op tot duinen. Datzelfde mechanisme speelde bij het Boerbos van Rolde, waar de boermarke er juist grove den tegenaan plantte, en bij de Gasterse Duinen. Toen de Zeegser schaapskudde verdween had de verstuiving tot rust moeten komen.
Dat gebeurde niet. Aan het begin van de twintigste eeuw werd Zeegse populair bij dagjesmensen uit de stad Groningen, want op de fiets was je er zo, en er verdween zoveel bos dat de duinen juist hóger opwaaiden dan daarvoor. Veel stadjers kochten een perceeltje bosgrond voor een zomerhuisje, en de eigenaar was blij met een paar centen voor grond die als waardeloos gold. Aan de recreatiewoningen tussen de bomen is dat nog te zien.
Wat het zand uiteindelijk vastlegde was de jeneverbes, de enige struik die op zo'n arme bodem wilde groeien. Zodra die vaste voet had ontstond er een humuslaag, en toen grepen eik, berk en den hun kans. Daaraan danken de bossen rondom hun bestaan. Ergens langs het pad staat een jeneverbes die volgens de overlevering de grootste van Europa is. Die claim maakt geen bron hard. De struik zelf is er wel.
Zeegse staat daarin niet alleen. De rest van Noordwest-Europa laat hetzelfde patroon zien. Stuifzand als dit is dekzand dat pas is gaan waaien nadat de mens het gebied intensief in gebruik nam. Het begint in het Neolithicumca. 5325 tot 1900 v.Chr.Meer over deze periode en komt vooral op gang vanaf de Late middeleeuwen1050 tot 1500Meer over deze periode, met plaggensteken, overbeweiding en betreding als aanjagers. Zulke complexen liggen dan ook vlak bij de esdorpen en langs de oude handelsroutes over de Hondsrug en de Rolderrug, dezelfde routes waarvan op deze kaart de karrensporen liggen. Ze horen bij een gordel van verstoven zand die zich vanuit de Noordwest-Europese laagvlakte tot in Polen en verder oostwaarts uitstrekt. Eén bodemkenmerk verraadt ze. In stuifzand ontbreekt een goed ontwikkeld bodemprofiel, en soms ligt er een oudere, begraven bodem onder.
Direct ten oosten ligt het Siepelveentien. Dat is het noordelijkste geregistreerde offerveentje, in de laagte tussen twee dekzandruggen. Op de hoogtekaart maakt dat contrast deze duinen de moeite waard: de donkere kom van het veen tegen de lichte, onrustige ruggen van het stuifzand.
Bekijk deze plek op de kaart →
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 53.07107, 6.65578
- Gebied
- Zeegse
- Zekerheid van de ligging
- hoog
In de buurt
SiepelveentienHet Siepelveentien bij Zeegse is een overstoven offerveentje: een stuifzandfort waar men door het zand heen kuilen groef om het veen als turf te winnen.110 m
Hovenkamp-brugHet witte bruggetje bij Schipborg draagt sinds 2021 de naam van verzetsman Johannes Hovenkamp, in 1943 gefusilleerd na een liquidatie in het bos.550 m
Badhotel Klein ScheveningenCafé De Drentsche Aa in Schipborg opende op 3 juni 1928 als Bad-Hotel Klein Scheveningen, met houten badkamertjes aan het diep en heide voor zomerhuisjes.560 m
≈ Goudschat van ZeegseBij Zeegse vonden twee detectorzoekers in 2014 zevenenveertig gouden solidi uit de zesde eeuw, naar gewicht de grootste van Nederland.600 m- ZeegseZeegse ligt tussen de Noorderesch en de Zuideresch op de rand van het beekdal; de landschapsbiografie dateert de nederzetting in de vierde tot vijfde eeuw.600 m
VoordeDe voorde in het Schipborgsche Diep was de doorwaadbare plek waar de weg van Rolde naar Zuidlaren de beek kruiste.620 m
Bad EvenhuisVan 1930 tot in de jaren vijftig lag in Schipborg Bad Evenhuis, een afgerasterd stuk Drentsche Aa waar in 1935 een snoek naar binnen zwom.680 m- Verdwenen brinkOnder de brink groef Van Giffen in 1921 een rooster van vierkante kuilen op; wat ze waren is sindsdien vier keer anders beantwoord, en het is nog niet beslist.810 m
- Rivierduinen SchipborgLangs de oostoever van de Drentsche Aa bij Schipborg liggen rivierduinen, in de laatste ijstijd opgewaaid vanaf de droogvallende beekbedding.870 m
Café De HeidebloemIn de zaal van café De Heidebloem in Schipborg werd geveild, gedanst en vergaderd, en van 1948 tot 1955 exposeerde er De Drentse Zeven.890 m
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.