De verdwenen brink van Schipborg
Plek met een verhaal·Marke en boerenland
Aan de westkant van de doorgaande weg door Schipborg lag een langgerekte brink, gemeenschappelijke grond waar het vee tijdelijk kon staan. Een plein was het niet. Eigenlijk was het een verbreding van de zandweg van Anloo naar Zuidlaren, een uitgerekte open ruimte. Volgens Dorpsbelangen Schipborg liep hij van ongeveer de huidige Ruiterweg tot aan de parkeerplaats bij de Kymmelsberg, een kleine zevenhonderd meter. De stip staat op het midden daarvan.
De brink is er nu niet meer. Op de kadastrale tekening van 1811 is hij nog te zien, en van de boerderijen die eraan stonden is er volgens dezelfde bron nog één over: Borgweg 20, negentig meter hiervandaan. Daarmee is Schipborg het tegenvoorbeeld van Eext, waar het gemeentelijke Brinkenplan uit 1979 de zeven brinken juist vastlegde. De rest van de oude structuur ging dezelfde kant op. De omwalde akkertjes met hun eiken zijn weg, en de uitgestrekte heidevelden ook, behalve waar Staatsbosbeheer ze in de Strubben heeft teruggehaald. Wie de vorm van het oude dorp wil terugzien moet naar de historische kaart met de jaarschuif, of naar de kadastrale kaart van 1811.
De brink had één functie. Hij diende om korenbulten op te zetten, de garven die 's zomers van het land kwamen. Toen dat niet meer nodig was, was de grond over. In 1955 verkochten de volmachten van de boermarke hem voor 1900 gulden aan de gemeente Anloo, waarna er ruzie ontstond over de verdeling van het geld. Die is na te lezen in een boze brief uit Taarlo die in het archief bewaard is gebleven.
Onder die brink ligt het oudste dat van Schipborg is opgegraven. Van Giffen onderzocht hier in 1921, en dat was volgens Waterbolk zijn eerste opgraving in Drenthe waarbij hij echte huisresten aantrof. Er lagen gebouwsporen uit de zevende en achtste eeuw. Daarnaast lag er een regelmatig rooster van grote vierkante kuilen waar hij geen raad mee wist. Ze meten ongeveer een bij een meter en liggen zo'n drie meter uit elkaar: acht rijen in de ene richting, vijf in de andere, een vijfentwintigtal gaten, en de rijen staan iets scheef op elkaar.
Wat het zijn, is in 75 jaar vier keer anders beantwoord. Van Giffen hield het er in 1943 op dat het funderingskuilen waren voor de stiepen van boerderijgebint. Waterbolk en Kooi zagen er paalgaten in van tweeschepige gebouwen. Otto Harsema kwam in 1996 met iets anders. Struikelgaten, het buitenste onderdeel van een landweer, bedoeld om de paarden van bereden benden te laten struikelen. En sinds er in datzelfde jaar op de Ossenmarkt in Groningen een vergelijkbaar patroon werd blootgelegd, houdt de dorpsgeschiedenis het op openluchtstallingen voor vee: kuilen om palen in te zetten waaraan schotten werden bevestigd.
Beslist is het niet, en de argumenten liggen dichter bij elkaar dan het lijkt. Vóór de struikelgaten pleit dat de scheve stand van de rijen dan geen rommeligheid is maar het systeem zelf. De gaten verspringen, zodat een paard dat in de ene rij niets raakt in de volgende alsnog instapt. Van Giffens eigen profiel ten westen van de weg toont bovendien twee brede ingravingen van minstens een meter diep met een strook van ruim elf meter ertussen, de maat van een wal met sloten aan weerszijden. De ligging past ook. De weg naar Zuidlaren lag hier vermoedelijk al in de Vroege middeleeuwen450 tot 1050Meer over deze periode, met de es aan de oostkant en de Drentsche Aa een paar honderd meter naar het westen.
Tegen de struikelgaten pleit dat de kuilen daarvoor ondiep zijn, en dat de Groningse Ossenmarkt een gewoner alternatief bood. Er is een derde vindplaats. Die ligt acht kilometer hiervandaan. Dezelfde vierkante kuilen kwamen in 1932 boven op de Vijzelesch bij Eext, en van dát terrein vermoedt de provinciale registratie dat er een laatmiddeleeuwse landweer heeft gelegen, op grond van greppels en wallen.
Bekijk deze plek op de kaart →
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK), met de topografische kaart van 1850 eroverheen (Kadaster).
Gegevens
- Ligging
- 53.07053, 6.66781
- Gebied
- Schipborg
- Periode
- Middeleeuwen
- Zekerheid van de ligging
- midden
In de buurt
Bad EvenhuisVan 1930 tot in de jaren vijftig lag in Schipborg Bad Evenhuis, een afgerasterd stuk Drentsche Aa waar in 1935 een snoek naar binnen zwom.190 m
Buitenhuis SchipborgRustlust aan het Schipborgsche Diep: rond 1700 een buitenhuis met boomgaard en visvijvers, later het zomerverblijf van schilderes Albarta ten Oever.220 m
VoordeDe voorde in het Schipborgsche Diep was de doorwaadbare plek waar de weg van Rolde naar Zuidlaren de beek kruiste.280 m
Café De HeidebloemIn de zaal van café De Heidebloem in Schipborg werd geveild, gedanst en vergaderd, en van 1948 tot 1955 exposeerde er De Drentse Zeven.280 m
KymmelsbergDe Kymmelsberg bij Schipborg is de hoogte waar het haventje lag; het dorp heette tot ongeveer 1600 Borck en pas later Schipborg.330 m- EswegOp de es van Schipborg groef Van Giffen in 1934 huisplattegronden en een hutkom uit de vroege middeleeuwen op, een zeldzaam spoor uit die eeuwen.370 m
- School SchipborgIn 1869 vernietigde de Koning het bevel om in Schipborg een school te bouwen; pas in 1957 hing het dorp de vlag uit voor een eigen school.390 m
- Borgweg 32Aan de Borgweg in Schipborg lagen in een bouwput sporen uit de vroege bronstijd en de Romeinse tijd, met meer nederzettingssporen onder een meter stuifzand.500 m
- AchterhavenSchipborg heet naar zijn haven: tot in de achttiende eeuw voeren er beurtschepen uit Groningen, tot de beek dichtslibde. De Achterhaven is wat rest.500 m
Badhotel Klein ScheveningenCafé De Drentsche Aa in Schipborg opende op 3 juni 1928 als Bad-Hotel Klein Scheveningen, met houten badkamertjes aan het diep en heide voor zomerhuisjes.530 m
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.