Landschapssporen

Alle plekken

Annen

10 plekken

Waar andere dorpen op deze kaart om hun essen draaien, draait Annen om zijn brink. Die is volgens de eigen historische vereniging de grootste van alle Drentse dorpen – ruim driehonderd bij anderhalfhonderd meter, in de lengte meelopend met de Hondsrug – en hij is de reden dat Annen als brinkdorp geldt en niet enkel als esdorp. Het was werkruimte en geen plantsoen: hier tastte het dorp zijn oogst op in zaadbulten, en hier werd onder een linde vergaderd. Machines maakten die bulten overbodig, waarna de brink sportveld werd en in 2000 een muziekkoepel terugkreeg. Wie wil zien hoe het eruitzag moet bij de schilder Jan Zondag zijn, die in Annen opgroeide en ze nog heeft vastgelegd.

De omgeving van Annen op de topografische kaart van 1900
De omgeving van Annen op de kaart van 1900 – topotijdreis, Kadaster. De kaartknop hieronder opent dezelfde omgeving met de jaarschuif.

Bekijk Annen op de kaart →

Een hunebed midden in het dorp

Aan de Zuidlaarderweg, tussen de huizen, ligt hunebed D9 – ruwweg vijfduizend jaar oud, oorspronkelijk zo'n zeven meter lang, en wat er nu staat is daarvan een restant. Van Giffen restaureerde het in 1952 en markeerde de plaatsen van de verdwenen stenen met plombes – een steen die eeuwenlang in de bodem staat, laat een afdruk na die hij kon terugvinden.

Eén van die verdwenen stenen is misschien teruggevonden, en het verhaal eromheen is typisch Drents. In de jaren zestig ploegde landbouwer Tammenga bij Noordloo een zwerfsteen op die daar als markesteen tussen Annen en Zuidlaren had gestaan. In 1991 viel amateur-archeoloog Fokko ten Hoor op dat de steen boorgaten had, en hij paste op de plombes van Van Giffen: goed mogelijk dat men hier ooit een deksteen van het hunebed heeft weggehaald om er een markegrens mee te markeren. Herbouwen kon niet – daarvoor ontbreekt meer dan de helft – dus de steen is teruggezet op de plek die de markescheidingskaart van 1812 aangeeft. Een grafmonument dat grenspaal werd: nergens anders op deze kaart schuiven prehistorie en marke zo letterlijk in elkaar.

De nacht van 31 januari 1871

In de oudste hoek van het dorp, waar Brink, De Hoek, Kruisstraat en Schoolstraat samenkomen, brandden op 31 januari 1871 zeven huizen af, aan beide kanten van de Brink: een brandend stuk spek bracht het vuur naar de overkant. Zes zijn herbouwd; alleen het huisje van Jan Mellens naast De Wolden 2 kwam nooit terug, het enige blijvende gat dat de brand in het dorp sloeg. Hoe het ging, stond in de krant; wélke huizen het waren, houdt het bewoningsboek van Annen per huis bij – dezelfde methode waarmee de brand van 1933 in Eext is gelokaliseerd.

De brink van Annen
Foto: Gouwenaar – CC0 · De brink van Annen →

De molen en de meester

De korenmolen van Annen is verdwenen, maar hij liet meer sporen na dan de meeste molens op deze kaart. Geert Dekens kreeg er in 1871 vergunning voor, op grond die twintig jaar eerder nog boermarkeheide was; in 1911 ging er een stoomketel in en was het malen op de wind voorbij. De straatnaam Molenakkers wijst er nog naar, en bij Zuidlaarderweg 110 liggen de restanten van zijn molensteen in de grond.

Duizend schapen en een hek dat verplaatst werd

Wat de es voedde liep op vier poten. Annen hield een kudde van duizend tot elfhonderd schapen, en de laatste scheper, Jeen Westerhof, heeft er veertig jaar bij gelopen. De kudde was geen nevenbedrijf maar de motor van het hele systeem: overdag graasden de dieren op de heide, 's nachts stonden ze in de potstal, en de mest die daar met plaggen werd vermengd ging op de akkers.

Dat het ook zonder stal kon laten de schaaphekken zien. Door de kudde met verplaatsbare hekken op een afgebakend stuk land te zetten werd dat perceel ter plekke bemest – bemesting zonder kar, met de dieren als vervoermiddel. Het is dezelfde rekensom die achter elke Drentse es zit: heide voor de mest, mest voor het bouwland, bouwland voor het brood. Het aantal schapen bepaalde daarmee hoeveel akker een dorp kon hebben.

Dat de molen tóch nog ergens te zien is, dankt Annen aan zijn beroemdste zoon. Roelof Schuiling, hier in 1854 geboren, werd een van de grondleggers van het schoolvak aardrijkskunde. Hij wilde dat kinderen het landschap zágen, en liet daarom schoolwandplaten maken van Nederlandse landschappen – nummer 1 uit de serie, uit 1912, was zijn eigen dorp, met de Noordes van Annen als onderwerp. Die es bestaat niet meer: hij ligt onder de naoorlogse uitbreiding. Wat er van over is, is de plaat zelf, en daarop steekt bovendien de molen van Dekens boven de boomkruinen uit. Eén schoolplaat bewaart hier dus twee verdwenen dingen tegelijk – het spiegelbeeld van de schoolplaat van Eext, die een dorpsgezicht toont dat er nog wél is.

Bekijk Annen op de kaart →