Landschapssporen

Alle plekken

Eext

77 plekken

Eext is het hart van deze kaart, en het dorp waar alle lagen van het landschap over elkaar heen liggen: drie hunebedden, akkers uit de IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode, zeven brinken, een eigen dorpsrechtspraak op schrift, en een huizenrij waarvan de bewoners vier eeuwen terug te volgen zijn. In 944 telde het negentien erven; in de zeventiende eeuw dertig, met zo'n tweehonderdvijftig inwoners. In de bronnen duikt de naam op als Esethe (1309), Exte (1440), Ext (1449) en Egestermarkt (1462), en hij gaat waarschijnlijk terug op ekesate – woonplaats bij de eik – al houdt het Geheugen van Drenthe ook een oude waternaam voor mogelijk. Dat het dorp zijn open structuur hield, is geen toeval maar beleid: het Brinkenplan van 1979 legde de zeven met eiken beplante brinken vast.

De omgeving van Eext op de topografische kaart van 1900
De omgeving van Eext op de kaart van 1900 – topotijdreis, Kadaster. De kaartknop hieronder opent dezelfde omgeving met de jaarschuif.

Bekijk Eext op de kaart →

De rug waar alles op ligt

Eext ligt op de Hondsrug, een kaarsrechte zandrug van zo'n zeventig kilometer die 150.000 jaar geleden door een ijsstroom is gekneed – een vorm die verder nergens in Europa voorkomt, en die hier gaaf bleef doordat het ijs van de láátste ijstijd Drenthe niet meer haalde. Dat men dat weet, dankt de wetenschap aan een spoorlijn: Eugène Dubois las in 1902 de verse spoorwegingravingen bij Exloo en zag geen opgeduwde stuwwal maar ongestoorde lagen. Dezelfde maatschappij legde de lijn Assen–Gasselternijveen aan, met de Eexterhalte waarvan het stationsgebouw uit 1924 er nog staat, compleet met een stuk rails waar sinds 1977 geen trein meer langskomt.

De laatste ijstijd liet rond het dorp een reeks kommen achter. De pingoruïne bij het Galgwanderveen werd in 1925 een visplas met een vereniging die tot vandaag precies veertien leden telt – zeven uit Eext, zeven uit Gieten. De pingoruïne aan de Stationsstraat was de schapenwasplaats van vier dorpen én de oude ijsbaan, die klein bleek en op sommige plaatsen te diep. En het Scheebroek is een eivormige keileemkom die het water vasthoudt waaruit het Scheebroekerloopje ontspringt. Zeven natte laagtes staan te boek als offerveen – plekken waar mensen na de steentijd voorwerpen achterlieten; uit het Gietsenveentje kwam een runderhoorn uit het Laat-neolithicumca. 2800 tot 1900 v.Chr., de enkelgraf- en klokbekercultuurMeer over deze periode, op 1,75 meter diepte in het veen.

Het Scheebroek: een keileemkom die water vasthoudt
Foto: Peter b – CC BY-SA 4.0 · Het Scheebroek: een keileemkom die water vasthoudt →

De oostflank van de rug is de oudste bewoonde strook

Waar de Hondsrug naar het Hunzedal afloopt, tussen Annen en Eext, ligt een band vuursteenvindplaatsen die RAAP in 1993 als een van de vier grote clusters van het hele Hunzedal aanwees. Veertig ervan hebben een coördinaat, verspreid over bijna vijf kilometer, en veertien liggen onder plekken die op deze kaart al staan. Zes daarvan bij Exterkoele alleen.

Het rapport zegt er iets bij dat verder reikt dan dit dorp: "Met name de grote dichtheid aan vindplaatsen uit het Laat Paleolithicum is opvallend en uniek voor ons land." Het merendeel hoort bij de Federmesser- of Tjongertraditie, de jagers die hier rond 11.000 v.Chr. op standwild joegen toen het klimaat kortstondig warmer was. Wie de veertig langsloopt vindt veertien keer laat-paleolithisch materiaal en veertien keer mesolithisch. Daarna wordt het dun: vier keer neolithisch, drie keer IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode.

Van die veertig is het meeste geen terrein meer. Zestien staan te boek als losse vondst of als verstoord, twaalf zijn nooit onderzocht, en maar vier dragen een waardering die zegt dat er nog gaaf bodemarchief in de grond zit. Op Exterkoele is dat profiel volledig gaaf, en dat is in de hele inventarisatie van driehonderdvierenveertig vindplaatsen maar twee keer vastgesteld. De andere ligt bij Exloo.

De rug draagt dus twee lagen. Wat je op de Kampakkers en bij de hunebedden ziet is de landbouw die hier vijfduizend jaar geleden begon; wat daarnaast en daaronder ligt is zesduizend jaar ouder, nergens zichtbaar, en bijna overal weggeploegd.

Drie hunebedden en een akker van vierduizend jaar

Eext heeft drie hunebedden, en de boermarke schonk ze in 1871 aan de provincie – "de hunebedden zoomede de kelder", zegt de akte, met voorwaarden die monumentenzorg avant la lettre zijn: niet slopen, geen paden aanleggen. D14 bij de Eexterhalte is met achttien meter een van de langste van Nederland, ouder dan de piramiden van Gizeh en minstens zo oud als de eerste bouwfasen van Stonehenge. D13 is een trapgraf, en dat is zeldzaam tot ver buiten Nederland: van de bijna 4500 bewaarde megalithische monumenten in het hele trechterbekergebied staan er minder dan tien als zodanig te boek. Hij ligt nog deels onder zijn heuvel, met een viertredig trapje naar de grafkamer – dat is de "kelder" uit de akte – en hij is veertig eeuwen als begraafplaats gebruikt, tot en met een kind dat er rond 1600 na Christus is bijgezet. D12 op de Kampakkers is het meest gehavende van de drie.

Hunebed D13 bij Eext
Foto: Collectie Drents Museum (DM3202455), via de beeldbank van het Drents Archief, opname Albert Egges van Giffen – Publiek domein · Hunebed D13 bij Eext →

Die Kampakkers zijn zelf het zeldzaamste stuk grond van het gebied: vijf archeologische registraties over elkaar – neolithische bewoning, grafheuvels, een celtic field, en het hunebed aan de rand. Het celtic field is twee keer onafhankelijk gekarteerd, in 1952 op luchtfoto's en decennia later op het hoogtemodel, en beide keren kwam hetzelfde vlak tevoorschijn. Bij de Kromme Dijk ligt nog zo'n ijzertijd-akkercomplex van twaalf hectare, en onder de afgegraven Vijzelesch vond Van Giffen een nederzetting uit de tweede en derde eeuw na Christus – Romeinse tijd12 v.Chr. tot ca. 450 na Chr.Meer over deze periode, buiten het Romeinse Rijk.

Sporen die nog groeien

Niet elk spoor zit in de bodem. Sommige planten houden alleen stand waar eeuwenlang bos heeft gestaan: ze verspreiden zich traag, verdragen geen ploeg en geen volle zon, en blijven daardoor achter op plekken waar het bos allang weg is. Dalkruid, Adelaarsvaren, Bosanemoon, Witte klaverzuring en Zevenster zijn zulke soorten, en waar ze in groepjes bij elkaar staan wijzen ze een verdwenen bos aan.

Ten noordwesten van Eext liggen vindplaatsen van Dalkruid en Adelaarsvaren die in 1811 nog uit opgaand bos bestonden – de planten staan er dus nog steeds, het bos niet meer. En tussen Anloo en Eext komt een groot gebied naar voren als mogelijke oude boslocatie, al is de aanwijzing daar zwak: er zijn maar enkele soorten gevonden. Dat het toch meetelt komt doordat drie bronnen elkaar bevestigen: de bodem is een lemige holtpodzol met ondiepe keileem, de Franse kaarten uit 1811 tekenen er bos, en in de veldnamencollectie draagt het de naam de Strubben.

Het is dezelfde manier van kijken als op de hoogtekaart, maar dan in de vegetatie. Een walletje van twintig centimeter verraadt een akker uit de IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode; een plukje dalkruid verraadt een bos uit de Middeleeuwenca. 450 tot 1500Meer over deze periode.

De marke die alles regelde

De boermarke van Eext is de rode draad door het dorp. In 1505 stelden "wi, ghemenen buer van Egeste" een eigen dorpsverordening op om de venen aan de Hunze te verdelen – en in 1649 procedeerde het dorp nog altijd met dat stuk in de hand, gestaafd met kopieën van vonnissen uit de vijftiende eeuw. Het marke-archief bestaat nog, in het Drents Archief.

Die vijftiende-eeuwse vonnissen zijn er nog, en twee ervan gaan over de vraag wie zijn vee in de broeken mocht laten lopen – de natte elzenbossen langs de beek, waar 's zomers het beste voer stond. In 1484 kwam de kwestie voor de Etstoel: de binnenburen van Eext vonden dat zij daar meer recht op hadden dan de buitenburen. De Etstoel gaf hun ongelijk. De rechten waren gelijk, oordeelde hij, maar wél gebonden aan het maximum uit de willekeur – "de uutebueren sollen Egester marke brueken gelyc den inbueren, (…) en sollen nyet mer besten holden ende bedryven dan de wylkoirs breff begrepen hevet". Een jaar later gebeurde het omgekeerde: de buren haalden het vee van de meiers, de pachtboeren, eigenhandig uit de broeken. Ook dat mocht niet, oordeelde de Etstoel – tenzij ze konden aantonen dat er meer beesten liepen dan het waardeel toestond. Twee keer achter elkaar bleek de marke zichzelf ruimer te bedelen dan het recht toestond, en twee keer floot Rolde haar terug.

Wat de marke beheerde, ligt om het dorp heen. De schapen die op de heide graasden en met hun potstalmest de essen ophoogden – bij Gieterstraat 2 staat nog een achttiende-eeuwse schaapskooi, het laatste stuk van dat systeem. De zeven brandkuilen die de markegenoten in 1902 gratis aanboden, "allemaal op leemgronden" die geen water doorlaten. De molens: de standerdmolen aan de weg naar Rolde die in maart 1833 in één nacht afbrandde, en zijn opvolgers bij het Molenveen, waar het wiekenkruis op de kaart van 1900 nog getekend staat. En het tolhuisje halverwege Annen, waar een motorrijtuig vanaf 1913 tweeënhalve cent per zitplaats betaalde – de auto was zo nieuw dat hij per stoel werd afgerekend.

Tolhuisje aan de Annerweg
Foto: Fransvannes – CC BY-SA 4.0 · Tolhuisje aan de Annerweg →

De Hondel: een bosnaam die de kaart niet vasthoudt

Ten zuiden van het dorp, tussen de Kampakkers en het Zwanemeerveld, ligt een veld dat op de kaart van 1890 gewoon De hondel heet, met even verderop 't Schaapvolt en een hunebed. Op de kaart van 1900 staat de naam er nog, nu als DE HONDEL, met een Hondel veen eronder. En daar zit een bos bij dat er tien jaar eerder niet was: waar in 1890 nog veld ligt, staat in 1900 een blok opgaand bos aan de heiderand.

Dat is meer dan een detail, want in de bosgeschiedenis van de Drentsche Aa duikt bij Eext de naam Hondelbosch op. Op de topografische kaart van 1896 zouden hier – net als bij Vries, Zeijen en Zeegse – strubbengordels te zien zijn op de overgang van het opgaande bos naar de heide: de kromgegroeide eikenclusters die ontstaan waar schapen eeuwenlang de jonge opslag wegvraten. De zonering es–holt–strubben–heide, in het klein en aan de zuidkant van het dorp.

Alleen: 1896 zit niet in de jaarschuif van deze kaart, en tussen 1890 en 1900 verandert hier precies het stuk waar het om gaat. Het bos dat in 1900 op de heiderand staat is in 1890 nog niet ingetekend, dus het is waarschijnlijk aangeplant en niet de oude gordel. Waar het Hondelbosch precies lag is daarom hier niet als plek aangegeven. De naam staat vast en het veld ook; de bosrand van 1896 is de ontbrekende schakel.

Een dorp van namen en registers

Nergens op deze kaart komen de bewoners zo dichtbij als hier, dankzij de haardstedenregisters vanaf 1612 en het huis-voor-huis-boek van het dorp. Op Kerkstraat 26 staat zes generaties lang dezelfde familie Hovinge, en het pand van 1709 staat er nog. Kloosterstraat 9 is bewoond sinds het Rampjaar 1672 – en het was het huis van de bigamist van Eext, de kleermaker Pieter Jans, die hier trouwde terwijl hij elders al een vrouw had, dat later nog eens deed, en in 1742 door de Etstoel ter dood werd veroordeeld. Op Hoofdstraat 29 sneuvelden op één nacht ruim honderd ruitjes toen het dorp de Joodse koopman Salomon Cohen buiten wilde houden; de ruitjes werden hersteld en Cohen kwam er wonen, tot zijn gezin in 1892 naar Zuidlaren vertrok. En op 24 mei 1933 brandden aan de Schaapstreek drie boerderijen en een eeuwenoude schaapskooi af – een gebouw dat kunstschilders "meer dan eens op het doek" hadden vereeuwigd, zodat er mogelijk alleen schilderijen van over zijn.

Geschilderd werd Eext sowieso. Egbert van Drielst, "de Drentse Hobbema", kwam er vanaf 1772 elke zomer. En het dorp werd twee keer een schoolplaat van Bernardus Bueninck: generaties schoolkinderen keken naar de kruising van de Stationsstraat en de Keukenhof zonder te weten hoe het dorp heette.

Hier stond de tekenaar van de schoolplaat
Foto: Erik Meijerink · Hier stond de tekenaar van de schoolplaat →

Kerk, fabriek en oorlog

De grote breuklijnen van de negentiende en twintigste eeuw staan allemaal in het dorp. In 1841 maakte Eext zich kerkelijk los van Anloo – vijfenzeventig gezinnen tekenden voor zesduizend gulden, en de oude school moest letterlijk wijken voor de kerk. In 1895 tekenden de boeren de akte van zuivelfabriek De Eendracht, die vier dagen later al werd aanbesteed; in 1980 ging het complex tegen de vlakte en werd de schoorsteen onder grote belangstelling opgeblazen, waarna alleen het kantoor uit 1950 overbleef, met het Fabrieksstraatje als naamspoor.

De oorlog liet diepe sporen na. Vanuit Braams Hof aan de Hoofdstraat hielp Jan Braams onderduikers en bracht hij voor de Geheime Dienst Nederland Duitse installaties in kaart; hij werd in januari 1945 thuis gearresteerd en op 8 maart bij de Woeste Hoeve gefusilleerd, een van de honderdzeventien. Op 12 mei 1945 is hij in Eext herbegraven, op het kerkhof waar de begrafenisstoeten uit Eexterzandvoort te voet naartoe liepen – drie kilometer, in vaste volgorde, eerst de mannen, dan de vrouwen. In het dorp herinneren twee gestapelde zwerfkeien aan de omgekomen inwoners: dezelfde stenen die het landijs bracht en waarvan de hunebedden zijn gebouwd.

Het oorlogsmonument van Eext
Foto: Frits Pentenga – CC BY-SA 3.0 · Het oorlogsmonument van Eext →

Wie dit allemaal wil zien begint bij Dorpsmuseum De Kluis aan de Middenstraat – zelf een verhaal: een gezamenlijke diepvrieskluis uit 1958 met honderdtwintig cellen, die rond 1975 zijn functie verloor en nu de archeologie en de verdwenen bedrijven van het dorp bewaart.

Bekijk Eext op de kaart →

Alle plekken in Eext