Landschapssporen

Tynaarlo

Hunebed D6 bij Tynaarlo, gaaf gebleven

Hunebed·Prehistorie

Hunebed D6 bij Tynaarlo, gaaf gebleven
Hunebed D6 in het voorjaar van 1873, gezien vanaf het zuiden. De gestreepte lat is een naamtafel – een meetlat met de plaatsnaam en banen van tien centimeter – die speciaal voor deze foto is neergezet. · Foto: Collectie Drents Museum (DM330126), via de beeldbank van het Drents Archief, opname Friedrich Julius von Kolkow – Publiek domein

Hunebed D6 bij Tynaarlo bestaat uit acht draagstenen en drie dekstenen, en het is een van de weinige hunebedden waarvan álle dekstenen nog op hun oorspronkelijke plaats liggen. Als alle Nederlandse hunebedden is hij gebouwd door de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode; Bakker telt drie paar draagstenen en een grafkamer van ongeveer 3,9 meter – na D13 de kortste van deze kaart, en dat is waarschijnlijk precies waarom hij zo gaaf bleef: er lag weinig te halen. Daardoor oogt het opvallend gaaf. "Het hunebed verkeert in uitnemenden staat; een dek- of mantelheuvel ontbreekt echter", vatte Van Giffen het samen, en dat oordeel houdt stand. Het mag een wonder heten dat het zo ongeschonden door de eeuwen is gekomen, in een tijd waarin stenen werden opgeblazen voor wegen en dijken. In november 1879 kocht de Staat het van de markgenoten van Tynaarlo, en daarmee waren alle Nederlandse hunebedden op één na in handen van Staat of provincie.

Hunebed D6 in 1918, gefotografeerd door Van Giffen zelf in het jaar dat hij de Nederlandse hunebedden inventariseerde. Links op de achtergrond twee boerderijen aan de Stationsstraat. Het glasnegatief in de beeldbank is een reproductie van rond 1920 naar zijn opname.
Hunebed D6 in 1918, gefotografeerd door Van Giffen zelf in het jaar dat hij de Nederlandse hunebedden inventariseerde. Links op de achtergrond twee boerderijen aan de Stationsstraat. Het glasnegatief in de beeldbank is een reproductie van rond 1920 naar zijn opname. · Beeld: Collectie Drents Archief (DA769159), opname Albert Egges van Giffen – Publiek domein

In juni 2010 is D6 voor het eerst wetenschappelijk onderzocht, en dat gebeurde op een ongewone manier: niet de vorm van het graf stond centraal maar het materiaal. Een groep van het Groninger Instituut voor Archeologie beschreef elke steen op soort, kleur en textuur, liet het hunebed van binnen én van buiten in drie dimensies inscannen, en onderzocht de omgeving met een weerstandsmeter en een magnetometer. Dat juist D6 daarvoor in aanmerking kwam, dankt hij aan zijn gaafheid: de dekstenen liggen op hun oorspronkelijke plaats en het hunebed is nooit gerestaureerd.

De stenen blijken op één na van Zuid-Zweedse herkomst: Bornholm-granieten, Småland-granieten, twee migmatieten en een mogelijke Våxjö-graniet. De uitzondering is deksteen D3, een Ålandrapakivi. En daar zit de vondst. Zwerfstenen worden naar herkomst in vier gebieden verdeeld, en op de Hondsrug liggen vooral stenen uit gebied I, Noord-Zweden en Finland. Van D6 komen er negen, misschien tien, uit gebied III, Zuid-Zweden, dat rond Tynaarlo juist minder voorkomt, en uit gebied II geen enkele. De bouwers hebben dus gekozen uit wat er in de buurt lag, waarschijnlijk op kleur: roze overheerst, middenroze het meest, en de Ålandrapakivi is donkerroze. Van slepen over grote afstand is geen sprake. Opvallend is nog dat de drie dekstenen, die vermoedelijk nooit onder de dekheuvel hebben gelegen, alle drie een andere kleur hebben.

Ze zijn bovendien bewerkt. Alle acht draagstenen hebben aan de binnenkant een opvallend plat vlak, en twee zijstenen van dezelfde steensoort lijken op de scan twee helften van één steen te zijn: er is materiaal gespleten. Hoe dat is gedaan valt niet meer te zien, want de verwering heeft de aanzetten voor wiggen en de sporen van kappen uitgewist. De geofysische metingen leverden er twee dingen bij op: de ligging van de verdwenen dekheuvel, en aan de zuidkant afwijkingen die mogelijk van twee weggehaalde poortzijstenen zijn. Wat níet kon worden vastgelegd is precies waarvoor de scan bedoeld was – het ruimtelijk effect van de grafkamer van binnenuit – want daar ligt sinds jaar en dag een beschermende betonvloer in de weg.

Wat er niet meer is: de steen naast het hunebed droeg een naamplaquette, maar die is door verzamelaars meegenomen. Ten oosten ervan lag nog een hunebed, en dat heeft een verwarrende papieren geschiedenis. In 1928 onderzocht Van Giffen daar een uitgestoven en vergraven terrein dat met ontginning werd bedreigd, meende de sporen van twee verdwenen hunebedden te vinden en nummerde ze D6e en D6f. Later concludeerden J.N. Lanting en anderen dat het om de standplaats van één enkel hunebed gaat, dat sindsdien D6a heet: een klein exemplaar van 4,8 bij 2 meter, opgebouwd uit vier paar zijstenen. Dat punt staat op deze kaart. Wie een oudere kaart raadpleegt kan er dus nog twee nummers vinden waar er één had moeten staan; de archeologische overzichtskaart in de landschapsbiografie van de Drentsche Aa gebruikt bijvoorbeeld nog steeds D6e.

D6 is ook getekend voordat de fotografie het overnam. De schilder Willem Roelofs legde het hunebed in 1861 vast; hij deed dat maar twee keer in zijn leven, hier en dertig jaar later bij Exloo. Zijn schilderij hangt in het Drents Museum, en het laat zien wat er sindsdien is verdwenen: het graf staat op kale heide, met een kudde schapen ervoor en een herder op een van de dekstenen.

Het hunebed van Tynaarlo, geschilderd door Willem Roelofs in 1861. De schaapskudde en de kale heide zijn weg; de stenen liggen er nog precies zo bij. Roelofs legde in zijn leven maar twee hunebedden vast, en dit is de eerste.
Het hunebed van Tynaarlo, geschilderd door Willem Roelofs in 1861. De schaapskudde en de kale heide zijn weg; de stenen liggen er nog precies zo bij. Roelofs legde in zijn leven maar twee hunebedden vast, en dit is de eerste. · Beeld: Willem Roelofs – Public domain

Bekijk deze plek op de kaart →

Deze plek is stap 6 van 6 in de verhaallijn Wat je ziet, is opnieuw gemaakt. Lees de hele lijn.

Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).

Gegevens

Ligging
53.07466, 6.62943
Gebied
Tynaarlo
Periode en cultuur
Neolithicum, Trechterbekercultuur
Zekerheid van de ligging
hoog

In de buurt

  1. Hunebed D6aD6a bij Tynaarlo is een verdwenen hunebed dat Van Giffen in 1928 voor twee aanzag; hij nummerde het D6e en D6f.40 m
  2. De AdderhorstOp de dalrand van het Zeegserloopje liggen tien grafheuvels bij elkaar; onderzocht is er geen, maar juist de groep wijst op de ijzertijd.380 m
  3. Grafheuvels ZeegserloopjeOp de dalrand van het Zeegserloopje liggen twee grafheuvels: de noordelijke zwaar vergraven, de zuidelijke bij het Witveen in 2000 hersteld.700 m
  4. Aardewerk voetbalveldBij de aanleg van het voetbalveld van Tynaarlo kwam in 1981 veel aardewerk boven; het beschermde terrein ligt naast het veld, waar de grond nog ongeroerd is.1,1 km
  5. TynaarloTynaarlo is het noordelijkste dorp van deze kaart; de monumentenkaart registreert de kern als esdorp met mogelijk sporen van vroegere bewoning eronder.1,3 km
  6. ≈ Goudschat van ZeegseBij Zeegse vonden twee detectorzoekers in 2014 zevenenveertig gouden solidi uit de zesde eeuw, naar gewicht de grootste van Nederland.1,5 km
  7. ZeegseZeegse ligt tussen de Noorderesch en de Zuideresch op de rand van het beekdal; de landschapsbiografie dateert de nederzetting in de vierde tot vijfde eeuw.1,5 km
  8. Grafveld Wester EschBij de aanleg van de A28-oprit kwam in 1992 een omvangrijk grafveld uit de laat-Romeinse tijd boven; het deel onder de weg is verloren, de rest is beschermd.1,8 km
  9. Zeegser DuinenTussen Zeegse en het beekdal ligt een zandverstuiving van zeshonderd bij zevenhonderd meter die er als natuur uitziet maar twee keer door mensen is gemaakt.1,8 km
  10. SiepelveentienHet Siepelveentien bij Zeegse is een overstoven offerveentje: een stuifzandfort waar men door het zand heen kuilen groef om het veen als turf te winnen.1,9 km

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.