Neolithicum
Periode·de nieuwe steentijd, in Nederland ca. 5325 tot 1900 v.Chr.·62 plekken
De Nieuwe steentijdca. 5325 tot 1900 v.Chr. is de periode waarin het landschap voor het eerst werd gemaakt in plaats van gebruikt. Kenmerkend zijn aardewerk, geslepen stenen bijlen, en als middelen van bestaan akkerbouw en veeteelt naast het jagen, vissen en verzamelen dat langzaam in belang afnam. In Nederland duurde het Neolithicumca. 5325 tot 1900 v.Chr. van ongeveer 5325 tot 1900 v.Chr.
Op deze kaart is het de periode met de meeste plekken. Dat komt door één ding: de hunebedden.

De dertien hunebedden, en drie plekken waar er een stond
Elk hunebed in dit gebied is een neolithisch grafmonument, en bij de meeste zegt de Archeologische Monumentenkaart er de cultuur bij: de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode. D9 in Annen, D10 in de Gasterse Duinen, D12 en D14 bij Eext, D16 bij Balloo, D17 en D18 in Rolde, en D7 en D8 in het Strubben-Kniphorstbos – daar staat die toeschrijving in de registratie. Bij D6, D11, D13 en D15 houdt de kaart het op "neolithicum" zonder meer; D15 draagt daarnaast de Klokbekercultuur2400 tot 1900 v.Chr.Meer over deze periode, om materiaal dat jonger is dan het monument zelf.
Dertien staan er nog: D6 tot en met D18. Daarnaast liggen er drie standplaatsen van hunebedden die er niet meer zijn – D6a bij Tynaarlo, D8a en D8b in het Strubben-Kniphorstbos. Van die drie is in het veld niets meer te zien, en op het hoogtebeeld evenmin; ze staan op de kaart omdat hun ligging vastligt en omdat er van alle drie iets bekend is. Als hunebed tellen ze hier niet mee, juist omdat er niets te bekijken valt.
En één hunebed staat er twee keer in, ook geen fout: D8 is apart geregistreerd én samen met D7, en die twee registraties dateren niet gelijk. Waar D8 op zichzelf staat houdt de kaart het op "neolithicum"; waar hij met D7 samen is ingeschreven staat de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode erbij.

Dat maakt het Neolithicumca. 5325 tot 1900 v.Chr. de enige periode op deze kaart waarvan je de sporen zonder hulpmiddel kunt zien. Voor alle andere perioden heb je het reliëfmodel, een registratie of een boorstaat nodig; een hunebed staat er gewoon.
Grafheuvels, en de dateringen die openblijven
Naast de hunebedden liggen er tientallen grafheuvels waarvan de datering tussen het Neolithicumca. 5325 tot 1900 v.Chr. en de Bronstijd1900 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode in hangt. Op de Molenesch bij Anloo houdt de monumentenkaart het op "neolithicum of bronstijd" en noemt dat uitdrukkelijk een vermoeden. Bij de grafheuvel op de rand van het Scheebroekerloopje staat dezelfde formule. En op het Balloërveld, waar de heuvels bij tientallen liggen, worden de oudste in het venster 2850 tot 2000 v.Chr. geplaatst – precies de overgang waar het Late neolithicumca. 2800 tot 1900 v.Chr., de enkelgraf- en klokbekercultuur en de Vroege bronstijd1900 tot 1575 v.Chr.Meer over deze periode elkaar raken.
Die onzekerheid is geen slordigheid van de registratie: zonder opgraving is de vorm van een heuvel vaak het enige gegeven, en die vorm laat meer dan één periode toe. Op deze pagina staan die heuvels daarom bij beide perioden.
Waar het onder de akker zit
Twee plekken laten zien wat er buiten de monumenten nog ligt. Op de Kampakkers bij Eext komen op één akker een celtic field, neolithische bewoning, grafheuvels en hunebed D12 samen. Onder De Bloemakkers bij Gieten zit een veld waarin de sporen doorlopen van het Laat-paleolithicumca. 30.000 tot 11.000 jaar geledenMeer over deze periode tot in de Midden-bronstijd1575 tot 1200 v.Chr.Meer over deze periode; daar kwam bij een opgraving een versierde wandscherf boven van de westelijke groep van de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode.
En bij het Boerbos bij Rolde is een terrein ingeschreven waar diezelfde trechterbekermensen niet begraven lagen maar woonden. Een nederzetting van de hunebedbouwers is op deze kaart de zeldzaamste vondstsoort van allemaal – overal elders zijn het hun graven die over zijn.
Twee losse vondsten zeggen iets wat geen enkel monument hier vertelt: dat dit gebied aan een net hing dat tot in Frankrijk reikte. Op de Kleine Spelde bij Anloo is een klingbeitel van Grand-Pressigny-vuursteen gevonden, en op de Esch van Schipborg een dolk van hetzelfde materiaal – gewonnen in Midden-Frankrijk, achthonderd kilometer hiervandaan. Het zijn twee vondsten en niet één verhaal dat dubbel is opgeschreven: ander voorwerp, ander jaar, twee kilometer uit elkaar. Bij allebei houdt de registratie het erop dat het uit een graf kan komen dat door het ploegen is opgeruimd.
De hunebedden liggen in groepjes, en daartussen liggen de beekdalen
Leg de hunebedden van deze kaart naast elkaar en er valt iets op wat je bij één hunebed nooit ziet: ze liggen in groepjes. D7, D8, D8a en D8b binnen een paar honderd meter in het Strubben-Kniphorstbos. D12, D13, D13a, D13b, D13c en D14 rond Eext. D17 en D18 tegen elkaar aan in Rolde. Daartussen liggen kilometers waar niets staat, en die lege stukken zijn geen toeval: het zijn de beekdalen.
Dat patroon is de reden dat archeoloog Sake Jager voor de landschapsbiografie van de Drentsche Aa een kaart van prehistorische territoria kon maken. Zijn redenering is dat de spreiding van graven meer over de indeling van het land zegt dan de spreiding van nederzettingen, omdat graven blijven liggen en nederzettingen opschuiven. Waar de graven zich verdichten ligt een woongebied; waar het beekdal begint, houdt het op. De natte dalen waren de grenzen die niemand hoefde af te spreken.
De maat van zo'n gebied verschilt sterk. Deurze had met 2,2 vierkante kilometer een van de kleinste van het hele stroomgebied, Anloo-Kniphorstbos ongeveer drie, en Hooghalen-Oost meer dan twaalf. Aan het Tumulibos bij Deurze is te zien wat dat betekende: daar liggen de grafheuvels dicht op elkaar gepakt, omdat er geen ruimte was om ze te spreiden.
Twee waarschuwingen horen erbij, en Jager geeft ze zelf. Zijn kaart is een reconstructie uit 2015 en de grenzen zijn indicatief – op verschillende plaatsen laten ze zich niet exact aanwijzen. En hij heeft de nederzettingsvondsten er bewust uit gelaten. Wie een woonplaats uit deze periode zoekt, zoekt iets wat op die kaart per definitie niet staat.
En waar ze woonden: binnen driehonderd meter van de beek
Jagers kaart laat de woonplaatsen bewust weg, en juist die zijn een keer apart geteld. Voor het stroomgebied van de Drentsche Aa is een bestand opgebouwd van 757 vindplaatsen, grotendeels uit de collecties van twaalf amateurarcheologen die hier zoeken, aangevuld met de landelijke registratie. Daarvan horen er 433 bij de periode van de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode tot en met de Vroege bronstijd1900 tot 1575 v.Chr.Meer over deze periode, en 183 waren bruikbaar om de afstand tot het water mee te meten – 119 van de trechterbekercultuur, 40 van de Enkelgrafcultuur2800 tot 2400 v.Chr.Meer over deze periode, en de rest van de Klokbekercultuur2400 tot 1900 v.Chr.Meer over deze periode en de vroege bronstijd.
De uitkomst is opvallend eenduidig. Van de trechterbekervindplaatsen ligt ongeveer vijfenzestig procent binnen driehonderd meter van open water, en er ligt er géén verder dan een kilometer vandaan. Bij de Enkelgrafcultuur2800 tot 2400 v.Chr.Meer over deze periode liggen alle veertig vindplaatsen binnen zeshonderd meter en driekwart binnen driehonderd meter. Bij de Klokbekercultuur2400 tot 1900 v.Chr.Meer over deze periode en de Vroege bronstijd1900 tot 1575 v.Chr.Meer over deze periode verandert dat beeld niet.
Maar het geldt alleen voor de beken. Ten opzichte van de vennen en pingoruïnes is de spreiding zo regelmatig dat ze net zo goed op toeval kan berusten. Dat is een scherper onderscheid dan het lijkt, want een ven houdt ook water. Wat de beek blijkbaar had en het ven niet, is niet met zekerheid te zeggen; drinkwater alleen verklaart het niet.
Vissen was het in elk geval niet. Die rekensom staat in hetzelfde onderzoek en is ontnuchterend. De meeste beken op het Drents plateau zijn niet breder dan een tot twee meter; een beek van twee meter breed en vijf kilometer lang beslaat één hectare, en daarin zwemt zo'n zestig kilo vis. Met een fuik van het type dat uit het Neolithicumca. 5325 tot 1900 v.Chr. bekend is kon je de hele beek afzetten en die vis binnen een dag wegvangen – waarna je vijf kilometer verderop opnieuw moest beginnen. Zestig kilo vis kost dan tien kilometer lopen. Voor de dagelijkse voedselvoorziening is dat te duur, en de beken zijn er simpelweg te smal voor.
Wat de vennen wél lijken te trekken, zijn kleine kampen. Grote vindplaatsen – meer dan vijfhonderd artefacten – liggen vrijwel allemaal bij een beek; bij de vennen en pingoruïnes komen bijna alleen kleine en middelgrote concentraties voor. De verklaring die daarbij wordt geopperd is de jacht: waterhoudende laagtes trekken wild en watervogels aan. Op deze kaart zijn dat de tientallen ronde laagtes tussen Gieten en Eext, waarvan er verschillende met een handvol vuursteen in de registratie staan.
En mensen bleven eeuwenlang op dezelfde plek terugkomen. Van de vindplaatsen uit de Enkelgrafcultuur2800 tot 2400 v.Chr.Meer over deze periode ligt bijna driekwart op een plek waar in de tijd van de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode al werd gewoond. Daarna zakt dat percentage, en in de Vroege bronstijd1900 tot 1575 v.Chr.Meer over deze periode ligt nog maar een fractie van de vindplaatsen op zo'n oude woonplek. Ergens in het Late neolithicumca. 2800 tot 1900 v.Chr., de enkelgraf- en klokbekercultuur gingen mensen dus ergens anders zitten.
En dan de eerlijke kanttekening: in hetzelfde boek staat een studie die het tegenovergestelde vindt. Jeanet Wiersma en Daan Raemaekers brachten de trechterbekervondsten van heel Drenthe in kaart en concluderen dat de afstand tot de natuurlijke waterlopen juist níet belangrijk lijkt in de keuze van een woonplaats. Ze zetten er zelf meteen bij waar dat aan kan liggen: zij namen alleen de beken mee. Op de geomorfologische kaart liggen vlak bij die nederzettingen allerlei ondiepe dalen en laagtes die geen beekdal zijn maar wel water gevoerd kunnen hebben, en volgens Theo Spek waren de vennen en dobben in het Midden-neolithicumca. 3350 tot 2750 v.Chr. vaak nog niet met veen dichtgegroeid – daar stond dus nog open water in.
Zo staan twee studies uit dezelfde bundel bijna precies gespiegeld: de een vindt de beken wél en de vennen niet, de ander vindt de beken niet en wijst naar de vennen. Wat ze samen wél zeggen is dat water ertoe deed; welk water, is niet beslist. Op deze kaart houden we het daarom bij het patroon dat je zelf kunt nalopen: de woonsporen liggen laag en dicht bij water, en welke soort water de doorslag gaf, weet niemand.
Wat de bodem betreft zijn ze het wél eens, en dat is een scherp getal. Van Drenthe bestaat ongeveer dertien procent uit leemarme of zwak lemige grond. Van de trechterbekernederzettingen ligt er vierenzestig procent op, en van de hunebedden zevenenvijftig procent. Die grond was lichter te ontginnen en te bewerken, en het bos erop stond dunner – waarschijnlijk herkenden ze hem aan de begroeiing. De vlakgraven doen dat juist niet: die volgen ongeveer de natuurlijke verdeling van de bodems.
Leg dit naast Jagers kaart en er tekent zich een verdeling af. De graven liggen op de kammen van de ruggen en houden op waar het beekdal begint; de woonsporen liggen juist laag, op de flanken binnen een paar honderd meter van het water. Dat is geen tegenspraak maar een taakverdeling in het landschap – al is het wel een gevolgtrekking uit twee onderzoeken naast elkaar, en niet iets wat een van beide zelf zegt.
De weg die uit de graven is afgeleid
Als de beekdalen de grenzen waren, dan liep er over de droge ruggen iets anders: een route. Over de Hondsrug van noord naar zuid, van Zuidlaren langs Anloo en Eext naar Gieten en verder – en Jager tekent hem op zijn kaart in als doorlopende lijn.
Wat je bij die lijn moet weten is hoe hij tot stand komt, want dat is het omgekeerde van wat je zou denken. De route is niet teruggevonden als weg. Er is geen wegdek opgegraven, geen fundering, geen bewezen tracé. Hij is gereconstrueerd uit de ligging van de graven: hunebedden en grafheuvels die kilometers achtereen op een lijn liggen in plaats van willekeurig verspreid. Bij Driebergen boven Schipborg liggen zes grafheuvels op een boogvormige rij; bij de Molenesch onder Anloo en bij het Drewelik onder Eext leest de registratie diezelfde lijn. Wie langs een weg begraven wilde worden, verraadt achteraf waar de weg lag.
En daar zit nog een laag onder, want de graven liggen ook weer niet zomaar. J.A. Bakker liet zien dat de hunebedden vooral op hoge, leemarme grond liggen en vlak bij erosieranden van het keileem – precies waar de zwerfkeien aan de oppervlakte lagen. Wiersma en Raemaekers trekken daar de gevolgtrekking uit die deze hele kaart raakt: dan wordt de loop van de Hondsrugroute in eerste instantie bepaald door de uitkomsten van erosieprocessen. De weg volgt de graven, de graven volgen de stenen, en de stenen liggen waar het ijs en het smeltwater ze hebben achtergelaten.
Dat is een redelijke reconstructie en geen bewijs, en het verschil doet ertoe. Bij de karrensporen in het Strubben-Kniphorstbos staat een informatiebord dat de honderden parallelle sporen aanwijst als getuigen van een vijfduizend jaar oude weg. Dát er een prehistorische route over de rug liep is verdedigbaar; dat déze sporen zo oud zijn is dat niet – karrensporen slijten uit in eeuwen, niet in millennia, en wat je in het reliëf ziet is de jongste laag van een route die misschien veel ouder is.
Bij de palissade van Anloo levert die route wel een verklaring op. Dat de Trechterbekermensen juist dáár een omheinde plek inrichtten waar ze bijeenkwamen, wordt begrijpelijk als er een doorgaande weg langs liep – en de vondsten eromheen beslaan meer dan tweeduizend jaar. De weg trok de gemeenschap aan, en de gemeenschap bouwde langs de weg.
En waar de route een beekdal moest kruisen, kwam hij bij een voorde uit. Er liggen er vier op deze kaart, en bij Anderen ligt de enige waar de zandweg nog altijd door het water gaat.
De drie culturen binnen deze periode
Van drie neolithische culturen staan hier plekken op de kaart, en ze volgen elkaar op: de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode van de hunebedbouwers, daarna de Enkelgrafcultuur2800 tot 2400 v.Chr.Meer over deze periode met haar individuele graven, en tot slot de Klokbekercultuur2400 tot 1900 v.Chr.Meer over deze periode die doorloopt tot de rand van de Bronstijd1900 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode.
Culturen binnen deze periode
Plekken uit het Neolithicum op de kaart
't Kerkhof: menselijke resten uit het DeurzerdiepTen zuiden van de N33 slingert de oude loop van het Deurzerdiep door het gebied.
Acht grafheuvels in het Evertsbos, vijf ervan ongedocumenteerd opgegravenOp de dekzandvlakte tussen hunebed D11 en het pinetum, in het bos van Ter Borgh onder Anloo,…- D6a bij Tynaarlo: één hunebed dat lang voor twee doorgingVeertig meter ten oosten van hunebed D6 bij Tynaarlo ligt de standplaats van een hunebed dat…
- D8a in het Kniphorstbos: een hunebed dat pas werd ontdekt toen het al weg wasRuim zeventig meter ten zuidoosten van hunebed D8, in het Kniphorstbos bij Anloo, ligt de…
- D8b in het Kniphorstbos: de dekheuvel die het hunebed overleefdeIn het Kniphorstbos ligt D8b, het tweede van de twee verdwenen hunebedden die hier in 1992 in…
De Adderhorst: tien grafheuvels op de rand van het ZeegserloopjeOp de westflank van Zeegse, op de rand van het dal van het Zeegserloopje, ligt een groep van…- De Bloemakkers, waar een grafheuvel als zwarte cirkel opdookOp de kruising van de Doolhof en de Kalkamperweg, aan de zuidkant van bedrijventerrein De…
De Esch van Schipborg, en een dolk uit Midden-FrankrijkOp de es ten zuidoosten van Schipborg registreert de monumentenkaart drie terreinen naast…
De Galgenberg van de StrubbenOp de grens van de marken Anloo, Schipborg en Zuidlaren, langs het oude zandpad van Anloo naar…- De Kampakkers: vierduizend jaar op één akkerTen westen van Eext ligt een akkercomplex waar meerdere archeologische registraties over…
- De KetenbergBij Eexterhalte liggen twee grafheuvels naast elkaar. De oostelijke is twintig tot…
- De Kleine Spelde: een beitel van Frans vuursteenTen noordwesten van Anloo ligt een zandopduiking van bijna drie hectare, nu bouwland, waar een…
- De Kromme Dijk: een grafheuvel als vuilstortAan de Kromme Dijk bij Eext ligt een grafheuvel die jarenlang als stortplaats is gebruikt.
- De MandenbergOp het Balloërveld liggen twee aaneengesloten terreinen die samen de grootste heuvelgroep van…
- De Schapendrift, waar sinds 1965 vuursteen boven blijft komenAan de Schapendrift bij Schipborg staat een terrein van twee hectare ingeschreven waar sinds…
- De grafheuvel op de MoleneschOp de Molenesch tussen Anloo en Eext ligt een grafheuvel van zestien meter doorsnee en…
- De grafheuvels op de Kampakkers, een groep van tienOp een dekzandvlakte op de Kampakkers, niet ver van het dalletje waarin het Scheebroekerloopje…
- De grafheuvels op de wal van het GalgwanderveenRond de laagte van het Galgwanderveen liggen vier grafheuvels bij elkaar.
De grafheuvels van Varik, in 1989 hersteldTen zuidoosten van Gieten liggen in het bos vier grafheuvels onder de veldnaam Varik, verdeeld…- De molshopen van BonnerveenIets ten oosten van de Hunze bij Bonnerveen ligt een zandkop die door een perceelsgrens in…
- De nederzetting aan de Bosweg, en een rijk graf uit de ijzertijdWie in Anloo het openluchttheater in loopt, daalt af in een archeologisch monument.
De polsbeschermer aan het Gastersche DiepEven ten noorden van de plek waar het Gastersche Diep zijn dal insnijdt, ligt een akker op de…
De ronde veengaten: pingoruïne of uitblazingskom?Op het Balloërveld liggen ronde kuilen in de heide, en ze zijn niet van één soort.- De weg onder de Noordes, twee kilometer ver gevolgdTen noorden van Eext, in de akkers van de Noordes, ligt een weg die niemand meer ziet.
- Driebergen: zes grafheuvels langs een weg over de HondsrugTen noorden van Schipborg, op korte afstand van de oostoever van het voormalige…
- Een complete koperen bijl, opgeploegd aan de LoowegAan de Looweg bij Kostvlies, op een uitloper van een zandplateau aan de rand van het Hunzedal,…
- Een crematiegraf met ringsloot, tien jaar na Van GiffenOp de rand van de es bij Gasteren, hoog boven het beekdal, grenst een perceel aan de plek waar…
- Een klokbekergraf dat in 1934 opdook aan de weg naar ZeegseLangs de weg van Oudemolen naar Zeegse ligt bouwland waar in 1934 klokbekeraardewerk boven…
- Eexterstrubben, aan een route die in de bronstijd al bestondIn de Eexterstrubben ligt een grafheuvel die deel uitmaakt van een lange lijn van…
Grafheuvels op het BalloërveldOver de heide van het Balloërveld liggen tientallen grafheuvels verspreid.- Hambroeken: wat er uit de bagger van het Voorste Diep kwamOp de wig tussen twee beken ligt een dekzandrug van nog geen vijf meter boven NAP.
- Het Boekweitenveen bij EextTen zuidoosten van Eext ligt een ronde, lage depressie: het Boekweitenveen.
- Het Boerbos, waar de boermarke het zand vastlegdeTussen het dorp Rolde en het veld ligt een strook naaldbos die de boermarke er eind…
- Het Gietsenveentje, offerveen van de hoogste waardeVlak bij de kruising van de N33 en de N34 ligt het Gietsenveentje, een pingoruïne van ongeveer…
- Het Kikkertsveen: drie vindplaatsen aan de rand van een venAan de rand van een klein ven ten zuidwesten van Rolde, het Kikkertsveen, liggen drie…
- Het KreushaarveenTen zuidwesten van Eext, in het verlengde van een oud beekdal waar nu de bovenloop van het…
- Het Rebroek: vuursteen in een lege hoek op de kaartHet Rebroek is een eenzame vindplaats op deze kaart. Wat er ligt is bewerkt vuursteen, bij…
Het Westerholt: de grafheuvel op de rand van het ScheebroekerloopjeDeze grafheuvel ligt precies op de rand van het dalletje waarin het Scheebroekerloopje…- Het celtic field bij de camping, en twee grafheuvels die er niet meer zijnBij de camping van Anloo ligt een terrein met veel sporen uit het verleden.
Het driemarkenpunt: waar een ruzie om schapen eindigdeHier kwamen de marken van Annen, Anloo en Zuidlaren samen, en dat is geen toeval maar de…
Het enige archeologische reservaat van NederlandTussen Anloo, Schipborg en Zuidlaren ligt 377 hectare bos en heide die sinds 2000 het eerste…- Het mobilisatiecomplex, en de grafheuvels die erin liggenTussen Oudemolen en Zeegse ligt een raster van langgerekte loodsen van ruwweg 400 bij 850…
- Hooidijk: een grafheuvel waarvan de bescherming kleiner werdAan de oude route over de Hondsrug bij Eext ligt een grafheuvel van dertien meter doorsnede,…
Hunebed D10 in de Gasterse DuinenIn de Gasterse Duinen ligt hunebed D10, klein en onvolledig: zeven zijstenen en twee…
Hunebed D11 in de boswachterij van AnlooHunebed D11 ligt verscholen in de boswachterij van Anloo; er komen vooral wandelaars, fietsers…
Hunebed D12 op de KampakkersOp de Kampakkers bij Eext ligt hunebed D12, het derde van het dorp en het meest gehavende.
Hunebed D13 bij EextHunebed D13, het tweede hunebed van Eext, ligt aan de westkant van het dorp op een hoge rug in…
Hunebed D14 bij Eexterhalte, en de deksteen die een halve eeuw verkeerd om lagAan de noordkant van Eext ligt hunebed D14. Met 18 meter is het een van de langste van…
Hunebed D15 bij Loon, met de kransstenenBij Loon ligt hunebed D15, in de volksmond de Dikke Stenen, een van de best bewaarde…
Hunebed D16 bij Balloo, met cupmarksAan de rand van de Ballooër Esch, tussen de grafheuvels van Kampsheide en het Balloërveld,…
Hunebed D17, in 1847 te koop aangebodenHunebedden D17 en D18 liggen pal achter de grote kerk in het centrum van Rolde, aan de…
Hunebed D18 en de eik die eraf moestPal achter de grote kerk in het centrum van Rolde, aan de oostkant van de algemene…
Hunebed D6 bij Tynaarlo, gaaf geblevenHunebed D6 bij Tynaarlo bestaat uit acht draagstenen en drie dekstenen, en het is een van de…
Hunebed D8, het geschenk van KniphorstIn het Kniphorstbos bij Anloo staat een compleet en goed bewaard hunebed: vier dekstenen…
Hunebed D9, midden in AnnenAan de Zuidlaarderweg, midden tussen de bebouwing van Annen, ligt hunebed D9.
Hunebedden D7 en D8 in het Strubben-KniphorstbosMidden in het Strubben-Kniphorstbos – sinds 2000 het enige archeologische reservaat van…
KampsheideEven ten zuidwesten van Balloo ligt Kampsheide, een klein heideveld vol grafheuvels.
Landgoed Terborgh: een standvoetbeker uit een graf dat niemand zagOp Landgoed Terborgh bij Anloo kwam in 1958 een volledige standvoetbeker tevoorschijn.- Moekmade, waar het dal ook het bot bewaardeTussen de hooilanden aan de bovenloop van de Hunze ligt een terrein van ruim een hectare dat…
- Mooi Zeegse: een urnenveld dat Van Giffen rond 1920 opgroefOp een perceel van ruim drie hectare tussen Zeegse en Schipborg, bekend als Mooi Zeegse, groef…
Twee grafheuvels in het KniphorstboschIn het Kniphorstbosch liggen twee grafheuvels op vijfenvijftig meter van elkaar, in dekzand…- Twee vindplaatsen op de rug bij het EgelmeerOp een hoge, droge rug pal ten oosten van het paraboolduin bij het Egelmeer op het Balloërveld…