Landschapssporen

Taarlo

De börg op het Oostersche Veld

Plek met een verhaal·Prehistorie

Op het Oostersche Veld, een kwartier lopen ten noorden van Taarlo, ligt een langgerekte ringwal met een gracht eromheen. Niemand weet wat het is. Er is één proefsleuf door gegraven, in 1991, en die leverde geen uitsluitsel op over aard noch ouderdom. In de monumentenkaart staat het sindsdien als een ongedateerde versterking, met de aantekening dat historische bronnen over dit terrein niet bekend zijn en dat grootschalig onderzoek nodig is.

Eerder is het met veel meer vertrouwen beschreven. Op 9 juli 1933 liep H. Bellen uit Assen hier rond met de heer Popken uit Zeegse, en binnen een week stond het in de Provinciale Drentsche en Asser Courant, De Telegraaf, het Algemeen Handelsblad en het Nieuwsblad van het Noorden. De kop was overal ongeveer dezelfde. Een Germaanse burcht ontdekt bij Taarlo. Bellen noemde het een börg, het woord dat in de streektaal voor zo'n omsloten ruimte werd gebruikt.

Niemand heeft de plek beter beschreven. De omwalling ligt met haar lengteas ongeveer oost-west en meet ongeveer 110 meter. Het plein binnenin is zo'n 50 meter breed en ligt duidelijk hoger dan de omgeving. In de zuidwal zat een onderbreking van drie meter met een gedempt stuk gracht, en dat was volgens hem de zuidpoort. In de noordoosthoek takt een tweede wal naar het oosten af, wat op een voorhof zou kunnen wijzen. En waar wal en gracht in het noordwesten hun bocht maken, duidde een verploegde verhoging erop dat daar ooit een grafheuvel in de wal heeft gelegen.

Eén waarneming van Bellen ondergraaft meteen het woord burcht. Vlak buiten de wal, aan de zuidkant, ligt een put van ongeveer zes meter doorsnee. Een waterput die buiten je eigen omwalling ligt is bij een belegering niets waard. Hij schreef het zelf op. Tenzij er binnen nog een put wordt gevonden, schakelt deze put elke krijgskundige betekenis van de plek uit.

De vondsten lagen er door een mislukking. Enkele jaren voor 1933 was men begonnen het perceel te ontginnen en halverwege gestopt, want de crisis legde de heideontginning stil. De helft van de wal was toen al om. Op dat omgeploegde deel lagen na drie of vier jaar regen en wind de scherven, stukjes houtskool en stenen werktuigen aan de oppervlakte. Bellen merkte op dat er precies daar mos groeide en er direct naast niet.

Uit die scherven las hij een bewoningsduur van ongeveer honderd jaar voor Christus tot in de elfde eeuw erna. Fijn gepolijst aardewerk uit de late La Tène-tijd, grover vaatwerk uit de eeuwen daarna, en zware witachtige vaasranden uit de Karolingische tijd. Onder de stenen vondsten zat geen vuursteen. Er lagen graniet, harde zandsteen en kwartsiet, klopstenen en slijpstenen, en brokken van keien die ooit een vuurhaard hadden omsloten.

Bellen kwam er zelf op terug. Vier jaar later schreef hij "Het Börgje van Taarlo", in de jaargang 1937 van Eigen Volk.

Hoe het in 1991 opnieuw begon, is het aardigste van deze plek. De vindplaats werd herontdekt door G. Nijland uit Taarlo, die het krantenbericht van Bellen natrok en ging kijken. Dat is dezelfde dorpsgenoot die een jaar eerder de huisplattegrond in de bouwput bij de ligboxstal had ingetekend. Bij die eerste inspectie werd inderdaad een licht kronkelende wal waargenomen, hier en daar onderbroken en aan de buitenkant begeleid door een greppel, en een meting bevestigde de 110 meter van Bellen. De onderzoekers van het Drents Museum dachten toen aan een versterkte nederzetting van het type Zeijen.

De proefsleuf die daarop volgde ging dwars door de noordelijke wal, die nog maar zo'n dertig centimeter hoog is. Er kwamen twee grondsporen uit. Bij het couperen viel het tegen: het smalle greppeltje ten zuiden van de wal was zeer ondiep en niet in afzonderlijke paalsporen op te lossen, en de brede greppel ten noorden ervan bleek voor een deel met recent humeus materiaal gevuld.

Het bewijsstuk is weg. De scherven van Bellen zijn niet bewaard gebleven, en zijn datering is dus niet na te rekenen. Wat hij in 1933 aan de oppervlakte las is alles wat er van dat aardewerk over is.

De stand is daarmee als volgt. Een gedetailleerde datering uit 1933, op het oog gedaan door iemand die geen archeoloog was en wiens vondsten zijn verdwenen, en een proefsleuf uit 1991 die niets kon vaststellen. De monumentenkaart houdt het op ongedateerd, en daarom draagt deze plek hier geen enkel tijdlabel. Wat er ligt is ouder dan het huidige dorp en jonger dan het landschap, en verder weet niemand het.

Op de hoogtekaart van deze site is de wal niet aan te wijzen. Dat is eerlijk gezegd een beperking van de kaart en niet van het terrein. Over het perceel ligt tegenwoordig een smalle bosstrook, en bosbodems geven in het hoogtemodel een spikkelig beeld waarin een lage wal verdwijnt. Op de kaarten van 1850, 1900 en 1940 staat hier alleen open heide. De bosstrook is van na die tijd. Wie de wal en de gracht wil zien, moet er dus heen.

Bekijk deze plek op de kaart →

Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).

Gegevens

Ligging
53.04080, 6.63416
Gebied
Taarlo
Zekerheid van de ligging
hoog

In de buurt

  1. ≈ Grafveld OudemolenTussen Taarlo en Oudemolen kwam in maart 2026 een onbekend grafveld tevoorschijn bij het graven van een sleuf voor een waterleiding.390 m
  2. BolleveenHet Bolleveen bij Taarlo is een geregistreerd offerveentje in een laagte die sinds het eind van de laatste ijstijd nauwelijks is drooggevallen.760 m
  3. Huisplattegrond TaarloBij Taarlo kwam in 1990 bij het graven voor een ligboxstal een huisplattegrond uit de Romeinse tijd tevoorschijn, ingemeten door een dorpsgenoot.770 m
  4. Gastersche DiepOp een akker bij Taarlo, aan de rand van het dal van het Gastersche Diep, kwamen bijlen, spitsjes en een polsbeschermer boven: mogelijk een graf.860 m
  5. Taarlo-dorpTaarlo vierde in 2023 twaalf eeuwen, op grond van een akte uit 820 – al is onzeker of het daarin genoemde Arlo Taarlo, Tynaarlo of een kerk bij Vries is.1,0 km
  6. Meester CroneMeester Crone was veertig jaar hoofd van de school in Oudemolen en kreeg in 1920 een granieten bank voor zijn werk aan de verharding van de wegen.1,1 km
  7. Halte OudemolenBij de halte Oudemolen (1902–1933) liet commissaris Linthorst Homan heide ontginnen met kalkpuin en Dollardslib; daar kwam boerderij Den Dollard.1,2 km
  8. Keuterij GasterenDe keuterij bij Gasteren werd in 1926 gebouwd voor een landarbeider en kreeg pas in augustus 2014 elektriciteit.1,2 km
  9. ≈ WatermolenOudemolen is genoemd naar een watermolen in de Drentsche Aa, vermoedelijk gebouwd rond 1422 en verdwenen even na 1645.1,3 km
  10. Huis ÜbbenaBij Oudemolen stond het omgrachte huis van de jonkers Übbena; amateurs groeven rond 1980 funderingen en een kamrad van de watermolen op.1,4 km

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.