Het Eexterveld: blauwgrasland op waterdichte klei
Plek met een verhaal·IJstijden en bodem

Tussen Eext en Anderen ligt een rustig golvend heideveld met ronde laagtes erin. Die golvingen zijn grondmorene, puin dat het landijs onder zich meevoerde en bij het smelten liet liggen, met plaatselijk dekzand eroverheen. De provincie schreef het geheel in als geosite en somt daarbij op wat er onder de voet ligt: grondmorenewelvingen met dekzand, dagzomende potkleiafzettingen in smeltwaterlaagten, hoge gronden en essen, pingoruïnes. Dagzomen wil zeggen dat een laag aan de oppervlakte komt in plaats van begraven te blijven. Aan de dag komen, dus.
De potklei zet dit veld apart. Die zware, vrijwel waterdichte klei bezonk in de Elster-ijstijd in diepe smeltwatergeulen en ligt bijna overal diep begraven; hier komt hij in de smeltwaterlaagten tot vlak onder het maaiveld. Water zakt er niet doorheen. Het blijft staan of stroomt er zijdelings overheen. Op korte afstand wisselen nat en droog elkaar daardoor af, en de "Landschapsbiografie van de Drentsche Aa" noemt het Eexterveld om precies die reden als voorbeeld van grote bodemvariatie. In de natste hoek ligt het Westerholt, in datzelfde boek het mooiste zompveen van het gebied – oermoeras, de fase waarin veenvorming begint, met elzen erop en een laag van nog geen halve meter, gevoed door grondwater waarvan de stand sterk schommelt. In een slenkvormige laagte staat het blauwgrasland dat in de Natura 2000-beschrijving het best ontwikkelde van het hele Drentsche Aa-gebied heet, met Spaanse ruiter, blonde zegge, vlozegge en welriekende nachtorchis.
Jagers kwamen hier het eerst. Dit is de dichtstbezette jachtgrond van de kaart. De landschapsbiografie telt er zeker vijf vindplaatsen van de Federmesser-traditie dicht bij elkaar, de jagers van het eind van de laatste ijstijd. Drie ervan liggen op korte afstand langs de rand van één pingoruïne, en één daarvan groef het Biologisch-Archeologisch Instituut in 1969 op. Leg de mesolithische vindplaatsen ernaast en er komt een regel uit die je op de hoogtekaart kunt gebruiken. Pingoruïnes waren in het Laat-paleolithicumca. 30.000 tot 11.000 jaar geledenMeer over deze periode in trek als kampplaats en in het Mesolithicumca. 9700 tot 5325 v.Chr.Meer over deze periode juist veel minder.
Duizenden jaren later was de open heide opnieuw jachtgrond, nu met een bestuurlijke kant. Wolven werden met gezamenlijke drijfjachten aangepakt, en meedoen was geen vrije keuze. Het Landschapsbestuur bepaalde in 1596 dat er elke zondag tot Martini op de wolf gejaagd moest worden; wie wegbleef verspeelde een halve ton bier aan de jagers en vijfentwintig goudgulden aan zijn dingspel. Uit 1526 is een man uit Eext bekend die onder zijn boete probeerde uit te komen door te beweren dat hij van de klopjacht niets had geweten. Bij de grote jacht van 1737 kwamen er 266 man uit Anloo, 202 uit Zuidlaren en 104 uit Gieten. Het baken waar de kring op werd dichtgedreven stond overigens meestal niet hier, maar op het Ellertsveld bij Quekenbos, in de zogeheten moordkuile.
In augustus 1944 lag Tjalling Waterbolk hier op zijn knieën, tijdens een driedaags kamp van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie op 11, 12 en 13 augustus. De jongelui brachten volgens de methode van Victor Westhoff alles wat er groeide in kaart op vakken van tien bij tien meter. "Je moest alle planten kennen. We schatten ook hoeveel er stonden en wat de bedekkingsgraad was." 's Avonds legden ze, lek geprikt door muggen, hun tellingen naast elkaar, en daaruit kwam een tot dan onbekende variant van het blauwgrasland tevoorschijn, op zijn Drents bentepollen genoemd. Een jaar later stond het verslag in Kruipnieuws, het blad van de jeugdbond.
Waterbolk was minder onder de indruk van zijn lijst dan van de vraag waaróm die planten daar stonden, en het antwoord lag in de vorm van het veld. "In het heideveld bleek een dichtgeslibd beekdalletje te liggen." Zulke droogdalen vormden zich in het Weichselien waar genoeg reliëf was om het dooiwater vaart te geven, aan weerszijden van de Rolderrug en aan de westkant van de Hondsrug, waaronder hier. Op de kaart van 1832 is het te volgen, want daar staan de vroegere vertakkingen van het Andersche Diep nog. De botanicus die dit uitzocht werd later hoogleraar archeologie en de opvolger van Van Giffen. Hij is hier begonnen met een plantenlijst.
Van wat hij zag is een deel weg. "In de heide zagen we grazige banen en daarin kwam vegetatie voor met onder meer Parnassia en Klein glidkruid, planten die je daar nu niet meer ziet." In de jaren zestig ging de ruilverkaveling over het veld heen. Het reliëf werd met de grond gelijkgemaakt en de natuurlijke geulen en slenken werden rechtgetrokken en uitgediept, alles om de grond begaanbaar en minder drassig te maken.
Pas in 1989 kreeg de natuur het terug. Hoe ver het herstel kan gaan is een open vraag. Onderzoeksbureau B-WARE bracht de potkleilagen in 2022 en 2023 met diepe boringen in kaart en concludeerde dat de invloed van die gebufferde klei nu te klein is om op grote schaal genoeg buffering in het maaiveld te krijgen voor nat schraalland. De klei ligt er nog, maar wat erop groeide komt daarmee niet vanzelf terug.
Bekijk deze plek op de kaart →
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
In de buurt
ScheebroekHet Scheebroek is een keileemkom in het Eexterveld waar het Scheebroekerloopje ontspringt: hier zie je wat keileem en potklei met het water doen.170 m
≈ Vuistbijl van AnderenDe vuistbijl van Anderen is het eerste Neanderthalerwerktuig van Drenthe, gevonden in een houtwal op de dalhelling bij de Scheebroekerloop.280 m
KienveenBij het Kienveen in Eext liggen twee terreinen van één grafveld: over het zuidelijke ging ooit een ploeg, het noordelijke is nooit in cultuur gebracht.430 m- Messerschmitt 1943In oktober 1943 stortte ten noorden van Anderen een Messerschmitt Bf 109 neer; de piloot van negentien kwam om, de plek bleef lang herkenbaar aan distels.440 m
WesterholtEen grafheuvel op de rand van het dal van het Scheebroekerloopje bij Eext, voorlopig gedateerd in het neolithicum of de bronstijd.900 m- Vier markenBij de markesteen tussen Eext en Anderen raken de marken van Anloo, Gasteren, Eext en Anderen elkaar binnen een meter.950 m
- De LegelpoeleDe Legelpoele bij Eext staat als offerveentje op de beleidskaart; het Kadaster noemt hetzelfde veentje Iegelpoel, naar de gevreesde leverbotslak.1,2 km
- Het celtic field van AnderenBij Anderen ligt een celtic field van 500 bij 250 meter, gevonden op luchtfoto's, op het reliëf en door Jager; in 1936 kwamen er vier urnen boven.1,2 km
Boerderij AnderenDe boerderij aan het Hagenend 3 in Anderen draagt het oudst bekende gebint van Noordwest-Europa, gedateerd op 1376.1,3 km- De vuurstenen dolkTen zuiden van Gasteren kwam in 1983 een vuurstenen dolk uit de midden-bronstijd boven, plus een afvalkuil met houtskool uit een kartering van 1981.1,5 km
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.