Landschapssporen

Anderen

De vuistbijl van Anderen, de eerste Neanderthalervondst van Drenthe

Plek met een verhaal·Prehistorie

De vuistbijl van Anderen, de eerste Neanderthalervondst van Drenthe
Het beeld toont het voorwerp zelf, in het Drents Museum in Assen – niet de vindplaats. Van drie kanten gefotografeerd: de bruine verweringskleur en de glans zijn er goed op te zien. · Foto: Collectie Drents Museum (2006-XI-265) – CC BY-NC 4.0

Ten noorden van Anderen loopt over de rand van de dalhelling een houtwal. De rug is een halve meter hoog en vier tot vijf meter breed, en loopt zo'n zevenhonderd meter aaneen. Op de topografische kaart van 1900 staat hij er al, met de streepjes die hakhout aanduiden, rond de kom van het Scheebroek. Deze wal ligt langs het Scheebroekenloopje, een zijdal van het Rolderdiep. Bij het rooien van een boom op zo'n wal raapte Gerard van Veen hier een steen op. Het is het oudste voorwerp dat ooit binnen dit kaartvlak is gevonden.

Hij twijfelde. Aan archeoloog Dick Stapert beschreef hij later wat er gebeurde: "Eenmaal opgepakt en bekeken toch maar weer op het land gegooid. Onbewust, doch later bekeken toch de goede kant op, want bij het naar huis gaan liep ik er weer langsheen. Nu werd hij in de zak gestoken en thuis belandde hij in een hoekje op zolder."

Op die zolder lag de eerste vuistbijl van Drenthe. Hij is driehoekig, van vuursteen, en ligt nu in het Drents Museum onder nummer 2006-XI-265. 11,8 centimeter hoog, 8,7 lang, 2,9 dik. Hij past in één hand.

Wanneer Van Veen hem opraapte weet niemand precies. Een onderzoeksrapport houdt het op de winter van 1962 op 1963. De beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft een foto met het bijschrift "Gerard van Veen op plek waar hij in 1964 de Vuistbijl van Anderen gevonden heeft", gemaakt voor de landschapsbiografie van de Drentsche Aa. Marcel Niekus schrijft in datzelfde boek "rond 1960", en zegt erbij dat het exacte jaar niet bekend is. De vinder staat vast. Het jaartal niet.

Waar precies is de tweede vraag. De landschapsbiografie zet de vindplaats ongeveer 750 meter ten noord-noordwesten van Anderen; onze stip staat 1160 meter pal noord. Dat scheelt 570 meter. We volgen hier het hoogtebeeld boven het boek. Op onze stip ligt een wal die vijfenzeventig centimeter boven zijn omgeving uitkomt, met uitschieters tot bijna twee meter. Op het punt dat het boek aanwijst ligt het maaiveld twaalf centimeter lager dan de omgeving, en is er geen wal. Welke van de houtwallen langs dit dal het is geweest, staat nergens.

De steen is bruin, met een spiegelend vlak eroverheen. Het bruin komt doordat ijzerverbindingen in het vuursteen zijn getrokken en daar zijn geoxideerd. De glans heet windlak. Politoer is het niet; het is zandstraalwerk. In de koude, droge fasen van de laatste ijstijd groeide hier vrijwel niets, en het zand stoof over een kaal landschap. Wie de bijl in het licht houdt, ziet er dus een klimaat op staan. Dit ding heeft hier bovengronds gelegen toen er niets groeide.

Dat oppervlak verraadt ook hoe de bijl in de houtwal terechtkwam. Boringen op de vindplaats lieten zien dat hier bij het graven van een sloot grond naar boven is gehaald tot in het keizand, de laag stenen die het landijs heeft achtergelaten. De natuurstenen uit dat keizand dragen precies dezelfde bruine kleur en dezelfde glans als de bijl. Ze hebben dus even lang aan hetzelfde blootgestaan, en de bijl komt uit die laag.

De naam vuistbijl bedriegt. Er werd niet mee gehakt; het is een snij- en slachtwerktuig, en vergelijkbare stukken worden in verband gebracht met villen, pezen doorsnijden en het openbreken van pijpbeenderen voor het merg. Zo'n bijl ging bovendien mee op reis. Neanderthalers namen hem mee op hun trektochten en scherpten hem onderweg bij, zodat hij voor van alles bruikbaar bleef. Een Zwitsers zakmes, noemt Niekus hem.

Hoe oud hij is, blijft de derde vraag. Een losse vondst zonder laag eromheen is lastig te dateren; de literatuur houdt het voor deze bijl op zo'n vijftigduizend jaar of meer. Als groep zijn ze mogelijk ouder. Het Geheugen van Drenthe dateert de Drentse vuistbijlen op de tijd ná de ijsbedekking van het Saalien250.000 tot 130.000 jaar geleden, de ijstijd die Drenthe onder landijs bedolfMeer over deze periode, ongeveer honderdvijftigduizend jaar geleden.

De vindplaats zelf is een aanwijzing. De bijl kwam van het keileemplateau langs de rand van een beekdal. Volgens Niekus is dat een klassieke plek voor een Neanderthaler-bivak. Door het dal trokken de grote grazers, beneden lagen water en beschutting, en de hoge droge rand erboven is de plaats om te zitten en te werken. Waarom juist deze plek, kan deze kaart wel vragen. Beantwoorden niet.

Een halve eeuw lang bleef het bij deze ene steen. Bij Peest, net buiten dit kaartvlak, kwam daar verandering in. Daar was begin jaren '90 al een vuistbijl opgeraapt in een pad naast een akker, en in 2007 ontdekten archeologiestudenten er onder leiding van Marcel Niekus een vindplaats. De Steekproef groef in 2011 putten op de plekken met de meeste vondsten en haalde er bijna driehonderd werktuigen van Neanderthalers uit de grond. Peest geldt sindsdien als een vindplaats van internationaal belang. De bijl van Anderen is daarmee geen eenling meer, maar een losse vondst in een landschap waar meer ligt dan lang werd gedacht.

De stip is een aanname. Hij staat op het stuk Scheebroekerloop dat het dichtst bij Anderen komt, op de wal die het hoogtebeeld daar laat zien.

Bekijk deze plek op de kaart →

Deze plek is stap 4 van 9 in de verhaallijn Bijzondere vondsten. Lees de hele lijn.

Op de achtergrond: het reliëf uit het AHN.

Gegevens

Ligging
53.01227, 6.68869
Gebied
Anderen
Periode
Paleolithicum
Zekerheid van de ligging
laag

In de buurt

  1. ScheebroekHet Scheebroek is een keileemkom in het Eexterveld waar het Scheebroekerloopje ontspringt: hier zie je wat keileem en potklei met het water doen.190 m
  2. EexterveldOp het Eexterveld bij Eext komt potklei tot vlak onder het maaiveld, en daar groeit het best ontwikkelde blauwgrasland van het Drentsche Aa-gebied.280 m
  3. Messerschmitt 1943In oktober 1943 stortte ten noorden van Anderen een Messerschmitt Bf 109 neer; de piloot van negentien kwam om, de plek bleef lang herkenbaar aan distels.330 m
  4. KienveenBij het Kienveen in Eext liggen twee terreinen van één grafveld: over het zuidelijke ging ooit een ploeg, het noordelijke is nooit in cultuur gebracht.610 m
  5. Het celtic field van AnderenBij Anderen ligt een celtic field van 500 bij 250 meter, gevonden op luchtfoto's, op het reliëf en door Jager; in 1936 kwamen er vier urnen boven.900 m
  6. Vier markenBij de markesteen tussen Eext en Anderen raken de marken van Anloo, Gasteren, Eext en Anderen elkaar binnen een meter.970 m
  7. WesterholtEen grafheuvel op de rand van het dal van het Scheebroekerloopje bij Eext, voorlopig gedateerd in het neolithicum of de bronstijd.1,2 km
  8. Boerderij AnderenDe boerderij aan het Hagenend 3 in Anderen draagt het oudst bekende gebint van Noordwest-Europa, gedateerd op 1376.1,2 km
  9. ≈ Anderse BoerholtHet verdwenen Boerholt van Anderen, in 1832 nog eenentwintig hectare kreupelhout in gemeenschappelijk bezit van de markgenoten.1,3 km
  10. De LegelpoeleDe Legelpoele bij Eext staat als offerveentje op de beleidskaart; het Kadaster noemt hetzelfde veentje Iegelpoel, naar de gevreesde leverbotslak.1,3 km

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.