De Neanderthalers tussen Loon en Balloo
Plek met een verhaal·Prehistorie
Op een akker van ruim twintig hectare tussen Loon en Balloo ligt een van de oudste sporen van deze kaart. Andere plekken zijn hooguit duizenden jaren oud; deze vindplaats gaat tienduizenden jaren terug. In het voorjaar van 2007 vonden zoekers hier enkele bewerkte vuurstenen die niet pasten in het bekende beeld van de Drentse prehistorie. Het bleek te gaan om het eerste bekende Neanderthaler-kampement van Drenthe en een van de belangrijkste middenpaleolithische vindplaatsen van Noord-Nederland.
In Paleo-Aktueel 18, geschreven over het archeologisch jaar 2006, beschrijven Dick Stapert, Jaap Beuker, Lykke Johansen en Marcel Niekus een vuursteen die „al in de jaren tachtig door C. Helmers was gevonden op een akker op de zuidoostelijke dalhelling van het Loonerdiepje". Van omliggende akkers, enkele honderden meters naar het zuidwesten, kwam bovendien een handvol andere middenpaleolithische artefacten – allemaal afslagen. En dan volgt de zin die verklaart wat er in het voorjaar daarna gebeurde: de vindplaatsen bij Balloo en Zeijen worden „momenteel regelmatig door ons belopen, samen met enkele collega's en een groepje studenten, in de hoop op meer vondsten”. Deze akker stond dus al op de kaart van de specialisten voordat hij nieuws werd.
Een stuk is een mislukking, en juist daarom leerzaam. Het is 6,7 bij 5,2 centimeter en 1,7 dik, gemaakt van noordelijke vuursteen – fijnkorrelig, grijs en halfdoorzichtig. Het is niet uit een afslag geslagen, maar uit een natuurlijk splijtstuk. Eén vlak is met fraaie vlakke afslagen bewerkt, tot er links iets fout ging: een oud vlak stak als een bult uit, een afslag om dat weg te werken mislukte, en de hoek werd daardoor stomp – vijfennegentig tot honderd graden. Daarna is de bewerking gestaakt. Wat het had moeten worden is volgens de auteurs het waarschijnlijkst een "bladspits van het Mauern-type": te klein voor een vuistbijl, en bij voltooiing niet groter dan vijf à zes centimeter. Samen met stukken van Zeijen en Zuidlaren vormt het een klein Drents drietal „pogingen tot bladspitsen” – het werktuig waarmee de laatste Neanderthalers van Noord-Europa worden geassocieerd.
In de jaren daarna is de akker tientallen keren systematisch onderzocht, waarbij de vindplaatsen van de artefacten met GPS werden vastgelegd zodat de verspreiding nauwkeurig kon worden bestudeerd. Bij de bekendmaking van de resultaten in 2015 waren ruim vierhonderdvijftig bewerkte stenen geregistreerd, en later liep dat aantal verder op. In de kranten kreeg de plek de bijnaam "de slagerij uit de ijstijd"; de grote concentratie werktuigen wijst waarschijnlijk op een kortdurend kampement waar Neanderthalers dieren verwerkten en vuurstenen werktuigen maakten. Dat woord slagerij is een journalistieke bijnaam, geen archeologische naam.
De vondsten dateren uit het latere Midden-paleolithicumca. 300.000 tot 30.000 jaar geledenMeer over deze periode, grofweg tussen 100.000 en 50.000 jaar geleden. Ze lagen in keizand, het zandige verweringsresidu van keileem, op een helling die afloopt richting een beekdal.
Drie kenmerken maken de vindplaats bijzonder. Er zijn uitzonderlijk veel tweezijdig bewerkte werktuigen gevonden, vooral vuistbijlen, in een hoeveelheid die voor Noord-Nederland ongebruikelijk groot is. Daarnaast zijn er stukken die mogelijk laten zien dat het bewerken van vuursteen hier werd aangeleerd: sommige werktuigen zijn onhandig geslagen of technisch onvoltooid, en worden daarom wel gezien als kinderwerkstukken waaraan te zien zou zijn dat beginnende makers oefenden. Het blijft een interpretatie, maar het geeft de vindplaats een menselijk gezicht. En er is niet alleen vuursteen gebruikt: ook helleflint en kwartsiet komen voor, wat laat zien dat de Neanderthalers verschillende steensoorten selecteerden wanneer die geschikt waren.
De vindplaats lag aan de noordelijke periferie van het leefgebied van de Neanderthalers. Dat betekent niet dat er een vaste grens lag waarboven bewoning onmogelijk was; het klimaat en het landschap veranderden voortdurend, waardoor geschikte leefgebieden in sommige perioden verder naar het noorden reikten dan in andere. Zij trokken door het landschap, verbleven soms korte tijd op een geschikte plek en lieten daar werktuigen achter. De helling boven het beekdal kan zo'n plek zijn geweest: hoog genoeg om de omgeving te overzien, maar dicht bij water en bij een landschap waarin dieren konden worden gevolgd.
De kaartpin wijst niet naar de exacte vindplaats. De vakpublicaties noemen de locatie alleen als een vindplaats bij Assen, op een akker in Noord-Drenthe, en de precieze coördinaten zijn bewust niet openbaar gemaakt om de akker en de archeologische resten te beschermen. Regionale berichtgeving plaatst de vindplaats ergens tussen Loon en Balloo, en daarom staat deze pin midden in dat gebied; de werkelijke plek kan enkele kilometers verderop liggen.
Aanname, geen exacte locatie – en dat is hier met opzet zo. De vakpublicaties noemen de vindplaats consequent alleen 'Assen' en spreken verder van 'een akker in Noord-Drenthe'; een productieve oppervlaktevindplaats wordt niet met een coördinaat gepubliceerd. De enige geografische aanscherping komt van RTV Drenthe: 'in de akker ergens tussen Loon en Balloo'. Dit punt is het midden van de lijn Loon–Balloo, met een marge van ongeveer een kilometer naar beide kanten. Het zegt 'ergens hier', niet 'hier lag het'.
Bekijk deze plek op de kaart →
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 53.01008, 6.62101
- Gebied
- Balloërveld
- Periode
- Paleolithicum
- Zekerheid van de ligging
- laag
In de buurt
≈ Palingfuik 1488Om een aalstal in het Loonerdiep kwam in 1488 de Etstoel eraan te pas, het hoogste gerechtshof van Drenthe.230 m
Celtic fieldAan de zuidkant van het Balloërveld ligt een celtic field: akkertjes van dertig bij dertig meter met lage aarden walletjes ertussen.480 m
Rug van RoldeDe Rug van Rolde loopt parallel aan de Hondsrug; in zijn flank ligt het Taarlosche Veentje, een bevestigde pingoruïne met steentijdvondsten eromheen.940 m- ≈ ParaboolduinBij het Egelmeer ligt een gaaf paraboolduin uit de laatste ijstijd; de richting van zijn armen verraadt de wind die het maakte.1,0 km
- TichelhuisHet Tichelhuis bij het Smalbroekerloopje is een veldnaam uit 1900 voor een steenbakkerij; waar het huis zelf stond is nooit vastgelegd.1,1 km
Hunebed D16Hunebed D16 bij Balloo heeft negen dekstenen en op de zesde een reeks cupmarks: kuiltjes waarvan niemand weet wie ze maakte of waarom.1,1 km- Vindplaatsen bij het EgelmeerOp de droge rug bij het Egelmeer liggen twee geregistreerde vindplaatsen: trechterbekerscherven op de ene, neolithisch en ijzertijdmateriaal op de andere.1,1 km
GrafheuvelsOver het Balloërveld liggen tientallen grafheuvels verspreid, de oudste uit het late neolithicum: ronde bulten op de hoogste en droogste plekken.1,1 km
Ballooër EschDe Ballooër Esch ligt op een keileemrug boven het Loonerdiep; eronder ligt het Romeinse Balloo, en het was de schraalste marke van de streek.1,2 km
DiepveenHet Diepveen op het Balloërveld is een ronde laagte met een krans van landduinen: de vorm waaraan een pingoruïne te herkennen is.1,5 km
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.