Paleolithicum
Periode·de oude steentijd; in Drenthe vanaf ongeveer 150.000 jaar geleden, met de jongste fase van ca. 30.000 tot 11.000 jaar geleden·19 plekken
De Oude steentijdca. 3.500.000 tot 11.000 jaar geleden is op deze kaart de periode met de minste sporen en de grootste afstand. Wat er ligt is bijna altijd vuursteen: een bewerkte steen in een akker, een handvol afslagen in een boorkern. Geen heuvel, geen wal, niets wat je in het landschap kunt aanwijzen. En juist daarom is het reliëfmodel hier zo nuttig – niet om de vindplaats te zien, maar om te begrijpen waaróm hij daar ligt.

Twee keer een neanderthaler
De oudste mensen in dit gebied waren neanderthalers, en er zijn er twee gevonden. Bij Anderen kwam een vuistbijl boven die als de eerste neanderthalervondst van Drenthe geldt. Tussen Loon en Balloo ligt een terrein dat als een van de belangrijkste midden-paleolithische vindplaatsen van Noord-Nederland wordt beschreven: geen kampement dat je kunt bezoeken, maar een concentratie werktuigen in de bodem.
Om die schaarste op waarde te schatten helpt één getal uit de Landschapsbiografie van de Drentsche Aa: in het hele stroomgebied zijn ongeveer 750 plekken bekend waar door mensen bewerkt vuursteen is gevonden. De oudste daarvan komen uit het Midden-paleolithicumca. 300.000 tot 30.000 jaar geleden, de jongste uit het Laat-neolithicumca. 2800 tot 1900 v.Chr., de enkelgraf- en klokbekercultuurMeer over deze periode en de Vroege bronstijd1900 tot 1575 v.Chr.Meer over deze periode – en daarna houdt het niet eens op, want in de IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode werden nog vuurstenen sikkels gebruikt en in de zestiende tot achttiende eeuw vuurketsen voor musket en pistool. Vuursteen is dus een slechte gids voor ouderdom als je alleen de steen hebt.
Dat past bij het beeld dat het Geheugen van Drenthe geeft: de oudste vondsten in Noord-Nederland dateren van ná de ijsbedekking van het Saalien250.000 tot 130.000 jaar geleden, de ijstijd die Drenthe onder landijs bedolfMeer over deze periode, ruwweg honderdvijftigduizend jaar geleden, en in heel Drenthe gaat het om ruim honderd vuurstenen artefacten uit die tijd – vuistbijlen en schaafwerktuigen.

Het einde van de laatste ijstijd, en de rij langs de Hunze
Het tweede deel van deze periode is veel dichter bevolkt, en het ligt bijna allemaal op één lijn. Aan het eind van de laatste ijstijd trokken jagers over een landschap dat van open toendra naar bos veranderde, en ze kozen daarbij steeds hetzelfde soort plek: een droge zandkop of dekzandrug aan de rand van het natte Hunzedal, hoog genoeg om droog te blijven en laag genoeg om bij het water te zijn.
Die keuze is op deze kaart een reeks geworden. Bij de Hiltophoeve, bij Nieuw-Annerveen, achter een huis in Spijkerboor, op Exterkoele bij Eext, op de Hullen bij Annen en twee keer bij Bonnerveen – overal dezelfde combinatie van rug, vuursteen en veen. Het Taarlose Veentje op het Balloërveld hoort er ook bij, met vuursteen en houtkool op de rand van een pingoruïne. En op de Rug van Rolde zijn sporen aangetroffen uit precies de overgang van het Laat-paleolithicumca. 30.000 tot 11.000 jaar geleden naar de vroege Midden-steentijdca. 9700 tot 5325 v.Chr.Meer over deze periode.
De inventarisatie die RAAP in 1993 van het hele Hunzedal maakte laat zien hoe dicht die reeks werkelijk ligt. Op de oostrand van de Hondsrug tussen Annen en Eext staan er veertig ingeschreven, over nog geen vijf kilometer, en veertien ervan liggen onder plekken die op deze kaart al staan. Het rapport noemt de dichtheid aan laat-paleolithische vindplaatsen daar "opvallend en uniek voor ons land". Deze kaart toont dus een greep uit een overvloed. De rest is weggeploegd.
Vier plekken zijn aan een cultuur toe te schrijven, en dat is zeldzaam: de Hiltophoeve, Exterkoele, het Kreushaarveen en de vindplaats bij Bonnerveen dragen de Federmessercultuurca. 11.900 tot 10.900 v.Chr.Meer over deze periode. Bij die laatste staat het er onder een andere naam – de registratie noemt een Tjongerspits, want de archeologie schrijft Tjonger waar de encyclopedie Federmesser schrijft. In het Strubben-Kniphorstbos gaat het om de oudere Hamburgcultuurca. 12.600 tot 11.900 v.Chr.Meer over deze periode – de rendierjagers.
Twee plekken staan hier op wankeler grond dan de rest. De Esch van Schipborg draagt het label omdat zijn registratie vier perioden achter elkaar noemt – Laat-paleolithicumca. 30.000 tot 11.000 jaar geleden en/of Mesolithicumca. 9700 tot 5325 v.Chr.Meer over deze periode en/of Neolithicumca. 5325 tot 1900 v.Chr.Meer over deze periode en/of Bronstijd1900 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode – zonder er een te kiezen, en bij het Kikkertsveen onder Rolde staat het er als "mogelijk het Laat-Paleolithicum" achter een reeks die bij het mesolithicum begint. Zo'n keten is geen datering maar een opsomming van wat het zou kunnen zijn, en beide staan hier dus met dat voorbehoud erbij.
Waarom het onder het veen beter bewaard bleef
Er zit een patroon in wat er nog ligt. Op de Hondsrug is eeuwen geploegd, en daar is van een steentijdbodem meestal weinig over. In het Hunzedal verdwenen dezelfde ruggen juist onder een veenpakket, en dat veen heeft de oude bodem afgeschermd. Bij de Hiltophoeve leidde dat tot een uitzonderlijk gaaf bodemprofiel; de provincie noemt daar zelfs de E-horizont nog aanwezig, de laag waarover de jagers liepen.
Er is nog een tweede mechanisme, en dat werkt in het voordeel van juist deze periode. Vondsten uit het Mesolithicumca. 9700 tot 5325 v.Chr.Meer over deze periode en later liggen vaak aan of vlak onder het huidige oppervlak, waar ploegen, graafwerk en erosie ze uit elkaar trekken – zo ontstaan de palimpsesten, plekken waar materiaal uit verschillende perioden dooreen is geraakt en niet meer uit elkaar te halen. Kampen uit het Jong-paleolithicumca. 30.000 tot 11.000 jaar geleden liggen doorgaans dieper in de bodem en zijn daardoor beter beschermd. Dat is precies het verschil tussen het Gastersche Diep bij Taarlo, waar de vondsten in losse stukken uit de bouwvoor komen, en een afgedekte vindplaats als de Hiltophoeve.
Dat is de leesregel voor deze hele periode op deze kaart: waar het nat werd of diep lag, bleef het bewaard.
Het veen tekende ook de vondsten zelf. Bij Bonnerveen is praktisch al het vuursteen bruin gepatineerd doordat er ijzer in trok toen het terrein nog onder veen lag. Het veen is weg. De kleur bleef, en daarmee draagt een gewone afslag een aanwijzing over het landschap eromheen.
Konijnen en mollen doen het graafwerk
Op Exterkoele kwam het vuursteen uit een konijnenpijp, in een steilrand naast een zandweg. Bij Bonnerveen kwam het uit molshopen in een weiland. Twee keer haalt een gravend dier op wat de ploeg niet kon bereiken, en dat is geen toeval: juist waar het land met rust is gelaten komt er niemand bij.
Zo bezien heeft de leesregel hierboven een keerzijde. Wat bewaard blijft, blijft ook onzichtbaar. Er moet iets of iemand graven voordat het bestaat. Bij de Hullen bij Annen ging het andersom: daar vond een amateurarcheoloog ooit een Tjongerkrabber, en op de plek die het Drents Museum daarvoor noteert staat nu een schuur.
Hoe het er hier uitzag, twaalfduizend jaar geleden
Voor de landschapsbiografie maakte Ulco Glimmerveen een reconstructie van precies dít gebied: de omgeving van Gasteren, aan het einde van het Weichselien. Het is geen kale poolwoestijn. De winter is gemiddeld vijftien graden onder nul en de zomer vijftien erboven, en dat is genoeg voor grassen, mossen, korstmossen en kruiden, met in de beschutte laagtes kraaihei, blauwe bosbes en dwergberk, en hier en daar ratelpopulier, jeneverbes en grove den.
Op de voorgrond ligt een keileem- en dekzandplateau ter hoogte van de huidige Gasterse Duinen, met een paraboolvormige dekzandrug waarvan de opening naar het zuidwesten wijst – de heersende wind. In de lagere delen ligt de keileem zo ondiep dat er overal zwerfkeien uit het Saalien250.000 tot 130.000 jaar geleden, de ijstijd die Drenthe onder landijs bedolfMeer over deze periode aan de oppervlakte liggen. Op de achtergrond stroomt een vlechtende smeltwaterrivier door de brede dalen waar nu het Gastersche Diep en het Taarlosche Diep lopen; in het vroege voorjaar spoelen daar grote massa's sneeuwsmeltwater doorheen. Aan de laatste smeltende sneeuwresten is te zien welk moment de tekenaar koos: laat in het voorjaar.
En er lopen rendieren. Een kudde op de achtergrond, en ergens op een hoogte een enkele jager onder een rendierhuid. Dat zijn geen Federmesserjagers meer maar mensen van de Ahrensburgcultuur, die in de laatste koude terugval achter de rendieren aan trokken. Eén detail is het onthouden waard, omdat het een gangbaar beeld corrigeert: mammoeten liepen er toen al niet meer rond in Drenthe. Die waren er wél eerder in deze periode geweest, maar tegen het einde van de ijstijd waren ze hier verdwenen.
De Ahrensburgcultuur heeft op deze kaart geen eigen pagina, want geen enkele plek draagt dat label – de registraties die wij gebruiken noemen hier de Hamburg- en de Federmessercultuurca. 11.900 tot 10.900 v.Chr.Meer over deze periode en verder het Mesolithicumca. 9700 tot 5325 v.Chr.Meer over deze periode. Komt er ooit een terrein bij dat wél Ahrensburg noemt, dan hoort er een term bij op de tijdlijn.
Culturen binnen deze periode
Plekken uit het Paleolithicum op de kaart
- De Bloemakkers, waar een grafheuvel als zwarte cirkel opdookOp de kruising van de Doolhof en de Kalkamperweg, aan de zuidkant van bedrijventerrein De…
De Esch van Schipborg, en een dolk uit Midden-FrankrijkOp de es ten zuidoosten van Schipborg registreert de monumentenkaart drie terreinen naast…- De Hiltophoeve: een gaaf kampement uit de oude steentijdOp een dekzandrug bij Nieuw-Annerveen, onder een dun veenlaagje, ligt het loopvlak waarover…
- De Hullen: een vindplaats onder een werktuigenschuurTen zuidoosten van Annen, loopt een dekzandrug die de Hullen heet.
- De Neanderthalers tussen Loon en BallooOp een akker van ruim twintig hectare tussen Loon en Balloo ligt een van de oudste sporen van…
De Rug van Rolde met het Taarlosche VeentjeTen westen van het Balloërveld loopt de Rug van Rolde, een brede glaciale rug die ongeveer…- De molshopen van BonnerveenIets ten oosten van de Hunze bij Bonnerveen ligt een zandkop die door een perceelsgrens in…
De ronde veengaten: pingoruïne of uitblazingskom?Op het Balloërveld liggen ronde kuilen in de heide, en ze zijn niet van één soort.
De vuistbijl van Anderen, de eerste Neanderthalervondst van DrentheTen noorden van Anderen loopt over de rand van de dalhelling een houtwal.- De vuursteen die bruin werd van het veenOp de zuidpunt van een dekzandrug aan de Hunze, ten westen van Bonnerveen, ligt een vindplaats…
- Een crematiegraf met ringsloot, tien jaar na Van GiffenOp de rand van de es bij Gasteren, hoog boven het beekdal, grenst een perceel aan de plek waar…
- Een dekzandrug bij Nieuw-Annerveen, twee steentijden lang bewoondOp een dekzandrug in het beekdal bij Nieuw-Annerveen liggen sporen uit twee perioden: het…
- Exterkoele: drie vuursteenvindplaatsen op één dekzandrugOp een dekzandrug ten oosten van Eext liggen binnen 150 meter drie afzonderlijk geregistreerde…
Gieten, een esdorp waar de spade steeds iets ouders vindtDe hele dorpskern van Gieten staat geregistreerd als archeologisch monument.- Hambroeken: wat er uit de bagger van het Voorste Diep kwamOp de wig tussen twee beken ligt een dekzandrug van nog geen vijf meter boven NAP.
- Het Kikkertsveen: drie vindplaatsen aan de rand van een venAan de rand van een klein ven ten zuidwesten van Rolde, het Kikkertsveen, liggen drie…
- Het KreushaarveenTen zuidwesten van Eext, in het verlengde van een oud beekdal waar nu de bovenloop van het…
Het enige archeologische reservaat van NederlandTussen Anloo, Schipborg en Zuidlaren ligt 377 hectare bos en heide die sinds 2000 het eerste…- Vuursteen achter een huis in SpijkerboorAchter een woonhuis in Spijkerboor ligt het kleinste beschermde terrein van deze reeks, nog…