De Zuidesch van Gasteren, akkerland op potklei
Plek met een verhaal·Marke en boerenlandBekijk de kaart

De Zuidesch van Gasteren ligt op potkleiEen zware, vrijwel waterdichte klei die in een vroege ijstijd, het Elsterien, in diepe smeltwatergeulen is bezonken.Alle begrippen: een vrijwel waterdichte kleilaag die tijdens de Elster-ijstijd is afgezet. Dat die zo dicht aan de oppervlakte komt heeft een reden die in de “Landschapsbiografie van de Drentsche Aa” staat: juist hier, op de Zuides van Gasteren, ontbreekt de keileemEen taaie laag van klei, zand en stenen die het landijs in de voorlaatste ijstijd heeft achtergelaten. Water zakt er slecht doorheen. Waar hij dicht onder de oppervlakte ligt, blijft de regen erop staan: in laagtes ontstonden zo veentjes en vennen, en de grond erboven bleef lang nat. Waar hij ontbreekt, zakt het water in het zand weg.Alle begrippen uit de latere Saale-ijstijd vrijwel helemaal. Elders in dit gebied ligt die als een deken van één tot tweeënhalve meter over de oudere lagen heen, en tussen Gasselte en Annen zelfs tien meter dik; hier is hij weggeërodeerd door de smeltwaterstromen onder het landijs, en daardoor liggen de veel oudere Elsterien-afzettingen aan de oppervlakte. Dagzomen heet dat.
Aan de rand van de esDe hoge, gezamenlijke akker van een esdorp. De boeren hadden er elk hun eigen stroken, maar de es werd als geheel omheind. Door eeuwen bemesting met plaggen is de grond er dik en bol geworden.Alle begrippen gaat het terrein steil over in het beekdal van het Gasterensche Diep. Omdat water nauwelijks door de potklei heen zakt of erin wegspoelt, kon het beekdal zich hier niet breed uitslijten. Daardoor bleef het dal smal en de dalwand hoog.
Vanaf de es kijk je direct het beekdal in; de provincie noemt dat uitzicht in de geosite-registratie als reden om deze es apart te zetten. Op de hoogtekaart is de Zuidesch goed herkenbaar als een bol, een hoger gelegen vlak dat aan één kant abrupt afbreekt.
Even verderop ligt het Gasterse Holt, een bosgebied op dezelfde potklei. De zware, slecht doorlatende bodem zorgt daar voor een rijke kruidlaag en voor poelen waarin onder andere de alpenwatersalamander voorkomt.
Onder de es liggen ook veel oudere sporen. Toen in 2003 een waterleiding over de Zuidesch werd aangelegd, sneed de sleuf esgreppels, kuilen en paalgaten aan. Daaruit kwamen de scherven van 21 potten uit de Late bronstijd1200 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode of Vroege ijzertijd800 tot 500 v.Chr.Meer over deze periode, een ervan van de Sleen-cultuur. Twee kuilen zaten vol potten en waren vermoedelijk voorraadkuilen. Meer viel er niet te zien: de sleuf was smal, en de bovengrond was zonder archeoloog weggegraven. Het rapport gaat ervan uit dat onder de es nog een nederzetting ligt.
De es heeft ook een oudere naam en een oudere ligging. Rond het jaar 800 lag Gasteren nog niet op de dekzandkop maar op de noordwestflank ervan, met zes boerderijen van twintig tot vierentwintig meter lang op eigen kavels van ongeveer een hectare, elk met een vlechtwerken omheining eromheen. De dekzandFijn zand dat de wind aan het eind van de laatste ijstijd over het land heeft geblazen, als een deken over het oudere landschap. De lage ruggen ervan waren de droge plekken waar mensen woonden en akkerden.Alle begrippen zelf staat in de landschapsbiografie onder een naam die je nergens meer op een bordje ziet: de Hilligenbarch, de heilige berg. Of het met heilig te maken heeft, is de vraag. Oud-boswachter Hindrik Lanjouw zegt in de veldnamenatlas over de Hil-namen hier, de Hillenbarg van Gasteren, de Hilboom van Anderen en de Hilligenbarg van Anloo: "Die namen hebben niets te maken met heiligen". Hil duidt volgens hem op heuvel, helling. Archeoloog Tjalling Waterbolk noemt in dezelfde atlas het Hilligmeer juist wel bij de namen die aan het christendom zijn ontleend. Wat er sindsdien bovenop is gekomen is te meten – een profielkuil in de Zuidesch liet een esdekDe laag van opgebrachte mest en plaggen bovenop een es, vaak een halve tot een hele meter dik. Wat eronder ligt, is daardoor goed bewaard gebleven.Alle begrippen van ongeveer vijfenzestig centimeter zien, vrijwel helemaal opgebracht tussen 1650 en 1900.
Hoe die es in de mond van de boeren heette, staat in de veldnamenatlas van de Drentsche Aa. Daar vertelt de familie van Job-zien-Hendrik over hun percelen. Op de es lagen de Kruusakker, waar verschillende weggetjes op de es bij elkaar kwamen, en de Asakker, ook wel Askakker. Waar die laatste naam vandaan komt weet niemand; de zoon denkt aan verbrand materiaal en aan boekweit, want het zaad werd in de as gestrooid en dan stond de plant er na een paar weken al. Verder van het dorp lagen de Stierlanden, ongeveer een bunder groot. Stier komt van stieren, het stollen van vet: stijve grond. Daarnaast de Lienstukken, vlasakkers van een kleine 25 are, waarvan verschillende boeren er een hadden. En de mensen heetten in dat dorp net als het land. De boer was Job-zien-Hendrik, en het kon oplopen tot Roelof-zien-Jan-zien-Jobkie. Dat is de tijd waarin lage graanprijzen en zware belastingen de Drentse boeren volgens landbouwhistoricus Bieleman dwongen hun akkers harder te laten werken, met veel meer plaggenStukken heide- of grasgrond met de wortels erin. Ze werden gestoken, in de stal onder het vee gelegd en met de mest erin naar de akkers gebracht.Alle begrippen.
In 1972 is de grond op de es opnieuw verdeeld. Tot dan lagen de twee essen van Gasteren nog verdeeld over 410 kadastrale percelen van gemiddeld een kwart hectare. Met de mechanisatie wilde elke boer grote, rechthoekige percelen. Na een voorlichtingsavond op 21 februari 1972 gingen de eigenaren vrijwillig ruilen, met boer Albert (Appie) van Rein van Oosteinde 12 als kartrekker. Pas het vijfde plan van toedeling kreeg iedereen mee. Op 22 december tekenden alle eigenaren de akte, en er bleven 95 percelen over van gemiddeld 1,25 hectare. Het jaar daarop zette het kadaster de nieuwe kavels uit met betonnen paaltjes. Bareld Dekker hield van acht kaveltjes op de Zuides er één over. Niet lang daarna ruilde hij zijn paarden in voor een tractor.
Wat er met die verdeling verdween, was ook een ontmoetingsplek. In de jaren zestig had een boer soms twintig verspreid liggende percelen op de es. Je moest rekening houden met elkaars recht van overpad en je werk op elkaar afstemmen bij het mesten, zaaien en oogsten. Op de es hoorde je de nieuwtjes en de roddels. Er ontstonden ook ruzies, over het gebruik van wendakkers of het verleggen van voorstenen. Op het jaarlijkse dorpsfeest werden die meestal weer bijgelegd.
Bekijk deze plek op de kaart →
Op de achtergrond: het reliëf uit het AHN.
Gegevens
- Ligging
- 53.03155, 6.66820
- Gebied
- Gasteren
- Zekerheid van de ligging
- hoog
In de buurt van deze plek
Café Van ReinHet boerderij-café van Van Rein aan het Westeinde in Gasteren brandde in 1912 af, waarbij twee kinderen omkwamen, en in 1961 opnieuw.460 m- Grafveld GasterenIn 1939 onderzocht Van Giffen bij Gasteren een grafveld dat door de heideontginning dreigde te verdwijnen: vierenveertig grafheuvels en 107 bijzettingen.530 m
Oosteinde 1Een hallenhuisboerderij aan het Oosteinde in Gasteren met een jaartalanker uit 1798, op een erf dat vóór 1778 al bebouwd was; de naam kwam er pas in 1932 bij.650 m- De beekvondstenUit het Gastersche Diep bij Gasteren kwamen in 1988 en 1990 laatmiddeleeuws aardewerk, leer, bot en ijzer, met een zwaardfragment en een lanspunt.660 m
- Brink 4De boerderij Brink 4 in Gasteren draagt muurankers met 1784 en is daarmee mogelijk het op één na oudste gebouw van het dorp.670 m
- Transformatorhuisje GasterenHet transformatorhuisje op de hoek van de Brink en de Gagels in Gasteren is van 1931, in Amsterdamse Schoolstijl, en markeert het jaar dat het dorp stroom kreeg.670 m
VoordeBij de brug ten zuiden van Gasteren lag tot 1610 de voorde waar de handelsweg Coevorden-Groningen het Gastersche Diep passeerde.670 m- Het graf van 1949Bij Gasteren kwam in 1949 een crematiegraf met ringsloot boven, met bronzen ringen erbij. Het is een van de rijke ijzertijdgraven van Drenthe.710 m
Gastersche HoltHet Gastersche Holt bij Gasteren is een van de oudste bosrelicten van Drenthe, gegroeid op potklei waar boeren hun leemkuilen groeven.750 m
School en boermarkehuizenDe school van Gasteren zakte in 1937 onder de vijftig leerlingen; de boermarke liet in 1938 twee huizen bouwen om schoolkinderen aan te trekken.750 m
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.