Gasteren
Het grafveld van Gasteren, anderhalf millennium lang in gebruik
Plek met een verhaal·Prehistorie
In 1939 groef Van Giffen hier een heel grafveld op, omdat het op het punt stond te verdwijnen: de ontginning van de heide was al begonnen. Wat hij aantrof was een veld van vierenveertig met heide begroeide grafheuvels op een lichte welving, en daartussen een kringgrepurnenveld van tweehonderd bij vijftig meter dat hij in zijn geheel heeft uitgegraven. Er kwamen 107 bijzettingen uit, waarvan 76 in urnen. De oudste heuvel dateert uit de late bekertijd, rond 1500 voor Christus; de jongste brandheuvels aan de zuidkant lopen door tot in de Romeinse tijd. Ruim anderhalf millennium lang heeft men hier zijn doden begraven, en het veld groeide daarbij van noord naar zuid – hoe zuidelijker, hoe jonger. Twee dingen maken deze plek bijzonder. Het eerste is dat Van Giffen er de hunebedden in terugzag. Onder de heuvels vond hij rechthoekige zettingen van houten palen, sommige met dertig paalkuilen in een keurig raster, en die omheining van staande palen noemde hij een reminiscentie aan de steenkrans van de megalithische langgraven: dezelfde bouwgedachte, in hout in plaats van steen. Het tweede zijn de mensen zelf. Leutscher onderzocht zeventig crematies en kon bij tweeënvijftig de leeftijd schatten: de helft was jonger dan twintig, een kwart ouder dan veertig. De gemiddelde lengte was 158 centimeter. Waterbolks stuifmeelonderzoek voegde daar de omgeving aan toe: onder de oudste heuvel speelde heide nog geen rol, onder de jongere was het heide-aandeel toegenomen. Je ziet de heidevelden waar deze kaart over gaat hier letterlijk ontstaan. Wat er nu ligt is akkerland. Het urnenveld is weggegraven; van de heuvels resten er vier als beschermd terrein, en dan nog gehavend – van de ene is alleen het noordwestkwadrant over, van de andere alleen de zuidelijke helft. Maar de nederzetting die bij al die graven hoorde is nooit gevonden. In het voorjaar van 2003 sneed een watertransportleiding van Annen naar Taarlo dwars over de Zuidesch door esgreppels, kuilen en paalgaten, goed voor eenentwintig potten uit de late bronstijd en vroege ijzertijd; uit twee kuilen kwam zoveel aardewerk dat het voorraadkuilen moeten zijn geweest, met daarin een pot van de Sleen-cultuur en een tweeorige terrine met twee miniatuurpotjes. De onderzoekers concludeerden dat op deze es nog rijke nederzettingssporen moeten liggen, en adviseerden hem te beschermen. De doden zijn dus gevonden, de levenden nog niet.
Het punt is het zwaartepunt van de vier grafheuvelresten die het als beschermd terrein hebben overleefd: AMK-monumenten 9034, 10348, 2067 en 104, alle vier in 1939 door Van Giffen onderzocht. Het urnenveld zelf lag daartussen en is weggegraven; daar is niets meer van te zien. Het opgravingsverslag is A.E. van Giffen, "Het kringgrepurnenveld en de grafheuvels O.Z.O. van Gasteren, gem. Anloo", Nieuwe Drentse Volksalmanak 63 (1945, uitgegeven 1947); de kaarten daaruit zijn auteursrechtelijk beschermd tot 2044. De vondst van 2003 komt uit de begeleiding door Grontmij, uitgewerkt door ARCbv (De Roller 2003), gearchiveerd bij DANS.
Bekijk deze plek op de kaart →
Gegevens
- Ligging
- 53.03375, 6.67516
- Gebied
- Gasteren
- Zekerheid van de ligging
- hoog