Landschapssporen

Gasteren

Het grafveld van Gasteren, anderhalf millennium lang in gebruik

Plek met een verhaal·PrehistorieBekijk de kaart

Op een lichte verhoging aan de rand van Gasteren lag een grafveld van 34 met heide begroeide grafheuvels, met daartussen een urnenveldEen begraafplaats uit de late bronstijd en de ijzertijd. De verbrande resten van de doden werden in urnen onder lage heuveltjes bijgezet.Alle begrippen van ongeveer 200 bij 50 meter. Van Giffen onderzocht het in 1939, met haast: de ontginning van de heide was al begonnen en de graven dreigden te verdwijnen. Hij groef het urnenveld volledig op en vond 107 bijzettingen, waarvan 76 in urnen.

De oudste grafheuvel ligt aan de noordkant. Heuvel 44 was 16 meter breed en 1,5 meter hoog. Houtskool eruit gaf een C14-ouderdom van 3810±60 jaar, maar volgens Lanting en Van der Plicht is dat veel te oud. De heuvel wordt gedateerd door de scherven in wikkeldraadstijl die in en op de oude bodem eronder lagen. Jager plaatste de heuvel in 1985 in de Vroege bronstijd1900 tot 1575 v.Chr.Meer over deze periode of de eerste helft van de Midden-bronstijd1575 tot 1200 v.Chr.Meer over deze periode. De jongste brandheuvels aan de zuidkant lopen door tot in de Romeinse tijd12 v.Chr. tot ca. 450 na Chr.Meer over deze periode. Minstens 1500 jaar lang zijn hier mensen begraven, en het veld groeide daarbij waarschijnlijk van noord naar zuid: hoe zuidelijker de graven liggen, hoe jonger ze zijn.

Onder de heuvels vond Van Giffen rechthoekige patronen van houten paalkuilen, sommige van ongeveer 30 palen in een regelmatig raster. Hij zag daarin een herinnering aan de steenkransen van hunebedden en megalithische langgrafEen hunebed onder een langgerekte heuvel met een rij stenen eromheen, zoals D14 bij Eexterhalte. Dit woord valt buiten de reeks ganggraf, dolmen en trapgraf: die gaan over de ingang, dit gaat over de steenkrans. Het zegt niets over het graf erbinnen en wordt daarom niet door iedereen gebruikt.Alle begrippen: dezelfde bouwgedachte, maar uitgevoerd in hout in plaats van steen. Heuvel 37 had een kring van 9 palen. De wanden van de grafkuil waren met 29 staken bekleed, en daarin stond een boomkist met een crematie. Drie paalgaten zijn het restant van een dodenhuisje van 1,80 bij 0,90 meter.

Het urnenveld zelf begon vermoedelijk eenvoudiger. De eerste doden werden verbrand en in een urn begraven, zonder heuveltje of greppel eromheen. De rechthoekige paalzettingen kwamen pas later. Een van die vroege graven is vondst 54: een urn van het type Gasteren, met een bijpotje en een bronzen naald van het type Villethierry. Volgens Lanting en Van der Plicht is dit graf de belangrijkste aanwijzing in Noord-Nederland dat de urnenvelden hier al in de Midden-bronstijd1575 tot 1200 v.Chr.Meer over deze periode begonnen, veel eerder dan lang werd gedacht. Jonger is een graf in zo'n rechthoekige paalzetting onder heuvel 42. Daar lag een dode die niet was verbrand, in een boomkist, met een potje dat een plaatselijke kopie is van een schouderbeker uit de urnenveldencultuur van verder weg.

Ook de mensen zelf zijn onderzocht. Leutscher bestudeerde 70 crematies en kon bij 52 personen de leeftijd schatten: ongeveer de helft was jonger dan 20 jaar en een kwart ouder dan 40, en de gemiddelde lichaamslengte was 158 centimeter. Pollenonderzoek van Waterbolk laat daarnaast zien hoe het landschap in diezelfde eeuwen veranderde. Onder de oudste heuvel speelde heide nog nauwelijks een rol; bij de jongere graven was het aandeel heide toegenomen. De heidevelden die later zo kenmerkend werden voor Drenthe ontstonden hier dus geleidelijk.

Wat er op de akkers groeide, is in de urnen zelf te zien. Toen de klei nog nat was, kwamen er zaden en graankorrels in terecht. Bij het bakken verbrandden ze, maar hun afdruk bleef staan. Waterbolk herkende er emmer, gerst, gierst en broodtarwe in. Samen met de urnenvelden van Vledder en Wedderveer, uit de tiende tot de zesde eeuw v.Chr., telde Van Zeist 45 van zulke afdrukken, en 16 daarvan zijn gierst. Dat maakt dit urnenveld deel van het bewijs dat gierst in Nederland vanaf ongeveer 1000 v.Chr. een akkergewas was. Aan de broodtarwe twijfelde Van Zeist wel. In de verkoolde graanvondsten uit die tijd komt ze nergens voor.

In twee heuvels lagen doden die er veel later in waren gekomen. Bovenin heuvel 44, de noordelijkste, en in een grote kuil in brandheuvel 36 vond Van Giffen onverbrande botten van twee mannen. Voor het boek Over galg en rad zijn ze met C14 gedateerd. De ene stierf tussen 422 en 537 na Christus, de andere tussen 773 en 946; beide dateringen kunnen een of twee eeuwen te oud uitvallen. Bij de man uit heuvel 36 ontbreekt de hele linkerkant op het sleutelbeen na. Zijn lichaam heeft vermoedelijk lang bovengronds gelegen, misschien op een rad. Jonge mannen passen in het beeld van de skeletten van galgenbergen elders. Maar de dateringen zijn vroeg en geen van beide heuvels ligt bij een markegrens. De onderzoekers laten het open.

Van het oorspronkelijke grafveld is weinig zichtbaar. Het urnenveld is weggegraven, en van de grafheuvels zijn vier resten als beschermd terrein bewaard gebleven, ook die zijn beschadigd: van de ene rest alleen het noordwestelijke deel, van een andere alleen de zuidelijke helft. Van heuvel 43 was de zuidhelft al weggestoven toen Van der Waals hem in 1964 opgroef. Een konijnenhol leverde daar nog een stuk van een bronzen pincet op.

De nederzetting van de mensen die hier hun doden begroeven is nog niet gevonden. In 2003 bracht de aanleg van een waterleiding over de Zuidesch wel esgreppels, kuilen en paalgaten aan het licht, met 21 potten uit de Late bronstijd1200 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode en Vroege ijzertijd800 tot 500 v.Chr.Meer over deze periode; twee kuilen bevatten zoveel aardewerk dat ze waarschijnlijk als voorraadkuil dienden. De vondsten wijzen erop dat onder de esDe hoge, gezamenlijke akker van een esdorp. De boeren hadden er elk hun eigen stroken, maar de es werd als geheel omheind. Door eeuwen bemesting met plaggen is de grond er dik en bol geworden.Alle begrippen nog belangrijke nederzettingssporen kunnen liggen. De doden zijn gevonden, de plaats waar de levenden woonden nog niet.

Van Giffen was hier niet de eerste die groef. Halverwege de achttiende eeuw haalden luitenant Meursinge en zijn neef, de landmeter, een paar heuveltjes van dit grafveld overhoop, en Johannes van Lier beschreef wat eruit kwam. Op 35 centimeter onder de top van een heuveltje van driekwart meter hoog lagen twee bronzen ringen bij een crematie. Een halsring met pseudo-tordering van ruim 19 centimeter doorsnede, en een armband met dwarse versierde banden. In een tweede heuvel vonden ze een vergelijkbare armband. Daarmee is dit een van de rijke ijzertijdgraven van Drenthe, opgetekend en afgebeeld voordat iemand het woord archeologie in de mond nam. In welk jaar precies is onduidelijk: de archeoloog die de vondst beschrijft noemt zelf zowel 1756 als 1758.

Het punt is het zwaartepunt van de vier grafheuvelresten die het als beschermd terrein hebben overleefd: AMK-monumenten 9034, 10348, 2067 en 104, alle vier in 1939 door Van Giffen onderzocht. Het urnenveld zelf lag daartussen en is weggegraven; daar is niets meer van te zien. Het opgravingsverslag is A.E. van Giffen, "Het kringgrepurnenveld en de grafheuvels O.Z.O. van Gasteren, gem. Anloo", Nieuwe Drentse Volksalmanak 63 (1945, uitgegeven 1947); de kaarten daaruit zijn auteursrechtelijk beschermd tot 2044. De vondst van 2003 komt uit de begeleiding door Grontmij, uitgewerkt door ARCbv (De Roller 2003), gearchiveerd bij DANS.

Bekijk deze plek op de kaart →

Deze plek is stap 4 van 6 in de verhaallijn De doden, vijfduizend jaar. Lees de hele lijn.

Deze plek is stap 4 van 7 in de verhaallijn Van Giffen graaft. Lees de hele lijn.

Deze plek is stap 6 van 8 in de verhaallijn Leren kijken. Lees de hele lijn.

Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).

Gegevens

Ligging
53.03375, 6.67516
Gebied
Gasteren
Perioden
Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd
Zekerheid van de ligging
hoog

In de buurt van deze plek

  1. Het graf van 1949Bij Gasteren kwam in 1949 een crematiegraf met ringsloot boven, met bronzen ringen erbij. Het is een van de rijke ijzertijdgraven van Drenthe.400 m
  2. Zuidesch GasterenDe Zuidesch van Gasteren ligt op potklei, en daar komt de steile overgang naar het beekdal van het Gasterensche Diep vandaan.530 m
  3. De OntginningDe Volharding bij Gasteren begon rond 1920 als veldschuur op de heide, brandde in 1935 af en werd met De Koningskuil samen De Ontginning.550 m
  4. Oosteinde 1Een hallenhuisboerderij aan het Oosteinde in Gasteren met een jaartalanker uit 1798, op een erf dat vóór 1778 al bebouwd was; de naam kwam er pas in 1932 bij.780 m
  5. Gastersche HoltHet Gastersche Holt bij Gasteren is een van de oudste bosrelicten van Drenthe, gegroeid op potklei waar boeren hun leemkuilen groeven.850 m
  6. School en boermarkehuizenDe school van Gasteren zakte in 1937 onder de vijftig leerlingen; de boermarke liet in 1938 twee huizen bouwen om schoolkinderen aan te trekken.890 m
  7. Brink 4De boerderij Brink 4 in Gasteren draagt muurankers met 1784 en is daarmee mogelijk het op één na oudste gebouw van het dorp.890 m
  8. Café Van ReinHet boerderij-café van Van Rein aan het Westeinde in Gasteren brandde in 1912 af, waarbij twee kinderen omkwamen, en in 1961 opnieuw.890 m
  9. KoningskuilIn het bos tussen Gasteren en Anloo ligt de Koningskuil, een plas van twintig meter met een naam waarvan niemand weet waar hij vandaan komt.920 m
  10. Transformatorhuisje GasterenHet transformatorhuisje op de hoek van de Brink en de Gagels in Gasteren is van 1931, in Amsterdamse Schoolstijl, en markeert het jaar dat het dorp stroom kreeg.930 m

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.