De voorde in het Gastersche Diep, waar de hoofdweg de beek passeerde
Plek met een verhaal·Marke en boerenlandBekijk de kaart

Waar de doorgaande weg bij Gasteren het Gasterensche Diep oversteekt, ligt nu een brug. Tot het begin van de zeventiende eeuw lag hier een voordeEen ondiepe plek in een beek waar mensen, vee en wagens doorheen konden.Alle begrippen. Dat is een doorwaadbare plek, een ondiep stuk beek waar mensen, paarden en karren door het water konden. De voorden in dit diep waren aangelegd. Het waren keienvloeren op de beekbodem, in het verlengde van de karrensporen.
De weg die er gebruik van maakte was de handelsroute van Coevorden via Rolde en het Balloërveld naar Groningen. Gasteren was daarin een belangrijke schakel. Hier moest het verkeer het diep over. De oudste vermelding is van 1505. Op 18 oktober van dat jaar kwam een Groninger delegatie op weg naar huis aan de noordkant van de "Gastervoerde", schreef de kroniekschrijver Sicke Benninge, en trok daarna via Borck en de Borker brug verder naar Groningen. In 1610 werd de voorde vervangen door een brug met een opgehoogde weg ernaartoe, in de stukken de "nije dijck" genoemd, en daarmee werd ook het nieuwe bestuurscentrum in de voormalige abdij van Assen beter bereikbaar.
De dijk vroeg een eeuw lang moeizaam onderhoud. De opzichter die in 1610 werd aangesteld moest ervoor zorgen dat de dijk "niet inreetich noch vetreden" werd – niet ingescheurd en niet stukgelopen – en dat hij het hele jaar door bruikbaar bleef voor ingezetenen en vreemdelingen, te voet, te wagen en te paard. Op 13 december 1615 stelden Drost en Gedeputeerden Frerick Tijmens aan om de dijk te onderhouden en er tol voor te heffen; wie niet wilde betalen, moest door de oude voorde. In 1618 was de weg alweer zo vervallen dat hij "niet meer passabel ofte met peerden ende waegens" te gebruiken was, en in 1623 kreeg de volgende tolgaarder de opdracht op straffe van dubbele herstelkosten. Een reiziger die in augustus 1692 van Groningen naar Munster reed vond bij Gasteren nergens een tolhek, maar wel een vrouw die zei dat ze twee stuiver moest hebben. En in 1809 werd er volgens de staat der tollen van het Departement Drenthe nog altijd geheven "op den Dijk ten Zuiden van Gasteren", door Gerrit Lunshof.
Op de topografische kaart van 1900 staat een brug over de beek. Zo'n 300 meter noordoostelijker, aan de rand van de esDe hoge, gezamenlijke akker van een esdorp. De boeren hadden er elk hun eigen stroken, maar de es werd als geheel omheind. Door eeuwen bemesting met plaggen is de grond er dik en bol geworden.Alle begrippen, staat het woord Tol. Op de hoogtekaart is het dal een brede laagte, en op het veld ten zuidwesten liggen de bundels karrensporen die bij deze route horen.
Stroomafwaarts liggen nog twee oversteken die steeds met de voorde verward worden. Een klein eind verderop ligt een moderne vistrap van veldkeien, aangelegd als een soort voorde. En zevenhonderd meter noordwestelijker ligt het Aolstalbat, een laag betonnen bruggetje dat zijn naam dankt aan een aalstalEen visweer voor paling, die aal heette. De vis werd gevangen als hij 's nachts stroomafwaarts trok, op weg naar zee.Alle begrippen. Dat was volgens de veldnamenatlas van de Drentsche Aa een gevlochten hekwerk dat in het diepje werd gezet en uitliep in een fuik, waarin de paling terechtkwam die 's nachts stroomafwaarts trok. Zulke aalstallen zijn al uit de Middeleeuwenca. 450 tot 1500Meer over deze periode bekend en werden soms gecombineerd met een stuw. Daarmee werden in het vroege voorjaar de groenlanden onder water gezet. Het water liet een laagje slib achter en dat verhoogde de hooiopbrengst. Of dat langs de Drentsche Aa ook bewust gebeurde, betwijfelt Hans Elerie, een van de makers van de veldnamenatlas, inmiddels zelf: de dalen waren er volgens hem waarschijnlijk te oneffen voor bevloeiing met stuwen. De weg daarheen heet op de kaart van 1900 de Aalstalsweg. Waar die aalstal precies lag is niet bekend.
Over de naam van het bruggetje zijn de Gastenaren het oneens. Sommigen spreken van het Taolsterbad, omdat de brug aansluit op het voetpad door De Heesten naar Taarlo; anderen houden het op 't Aolstebad, het oudste bruggetje over het diep. Wel zijn ze eens over de plek zelf, die veel Gastenaren in het geheugen staat gegrift. In het kolkje bij de grote zwarte els leerde de jeugd zwemmen, er werd veel gevist, en aan de overkant lagen de hooilandjes van de Gasterse boeren.
Het punt staat op de kruising van de weg met de beek. Waar de doorwaadbare plek zelf lag, is niet zeker. De Gans en Cleveringa tekenden in 1986 een voorde in het Rolderdiep ongeveer 400 meter ten zuidoosten van dit punt, waar de bundel karrensporen van het Balloërveld het dal bereikt. Daar was de beekbodem met stenen en zand versterkt, en aan de stenen, die er toen nog langs de beek lagen, konden ze de route reconstrueren. Of dit de Gastervoerde van Benninge is, zeggen ze niet. Naast herenvoorden als deze lagen er in het diep boerenvoorden, naar de hooilanden. Tussen de Heest en Gasteren liggen de overblijfselen van een groot aantal daarvan.
Bekijk deze plek op de kaart →
Deze plek is stap 2 van 7 in de verhaallijn Het water. Lees de hele lijn.
Op de achtergrond: het reliëf uit het AHN, met de topografische kaart van 1900 eroverheen (Kadaster).
Gegevens
- Ligging
- 53.02955, 6.65872
- Gebied
- Gasteren
- Zekerheid van de ligging
- midden
In de buurt van deze plek
- De beekvondstenUit het Gastersche Diep bij Gasteren kwamen in 1988 en 1990 laatmiddeleeuws aardewerk, leer, bot en ijzer, met een zwaardfragment en een lanspunt.20 m
Café Van ReinHet boerderij-café van Van Rein aan het Westeinde in Gasteren brandde in 1912 af, waarbij twee kinderen omkwamen, en in 1961 opnieuw.460 m
Zuidesch GasterenDe Zuidesch van Gasteren ligt op potklei, en daar komt de steile overgang naar het beekdal van het Gasterensche Diep vandaan.670 m
DriemarkensteenOp het Balloërveld ligt een markesteen op de plek waar Balloo, Gasteren en Taarlo mogelijk samenkwamen. Zeker is die driemarkensteen niet.770 m- Transformatorhuisje GasterenHet transformatorhuisje op de hoek van de Brink en de Gagels in Gasteren is van 1931, in Amsterdamse Schoolstijl, en markeert het jaar dat het dorp stroom kreeg.780 m
- Brink 4De boerderij Brink 4 in Gasteren draagt muurankers met 1784 en is daarmee mogelijk het op één na oudste gebouw van het dorp.820 m
Oosteinde 1Een hallenhuisboerderij aan het Oosteinde in Gasteren met een jaartalanker uit 1798, op een erf dat vóór 1778 al bebouwd was; de naam kwam er pas in 1932 bij.940 m
School en boermarkehuizenDe school van Gasteren zakte in 1937 onder de vijftig leerlingen; de boermarke liet in 1938 twee huizen bouwen om schoolkinderen aan te trekken.970 m
Gastersche HoltHet Gastersche Holt bij Gasteren is een van de oudste bosrelicten van Drenthe, gegroeid op potklei waar boeren hun leemkuilen groeven.1,1 km
De VenenHet Voorste Veen en het Achterste Veen bij Gasteren worden gescheiden door een dekzandduin dat over een oud beekdal is geschoven, van vóór het Holoceen.1,2 km
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.