Romeinse muntschat in het beekdal
Plek met een verhaal·Later gebruik

In de Ossenbroeken, het hooiland in het dal van het Rolderdiep ten oosten van het Balloërveld, werd in april 1839 een Romeinse muntschat gevonden. Hij bestond uit 350 tot 370 zilveren denarii. De plek ligt in de zuidoostelijke hoek van de marke Balloo, een paar honderd meter van de grens met de marken Rolde en Anderen. De stip staat in de Ossenbroeken, op de grens met de Heeremaden.
Omstreeks 20 april zocht Jan, de zoon van schaapherder Andries Fokkema, kievitseieren in een stuk hooiland dat de Hiermaat heette. Hij stootte op een vers opgeworpen molshoop met daarop iets wat op een munt leek – donkerbruin tot zwart beslagen, maar na wat wrijven bleek het zilver. Zijn vader ging de volgende ochtend op pad en kwam terug met honderdzesenzestig munten; de twee dagen daarna nog eens veertig. Een naamloze scharenslijper die bij Fokkema in huis woonde hoorde ervan en bemachtigde er ook veertig. De eigenaren van het land, de gebroeders Jan en Hendrik Thijs, vonden daarna nog een partij. Baron W.G. van der Feltz, griffier bij het Provinciaal Gerechtshof, schreef in juni dat de munten in derrie hadden gelegen, een mengsel van veen en zand, op niet meer dan 2,5 vierkante meter.
De vondst werd niet aan de gouverneur gemeld. De schaapherder probeerde de plek geheim te houden, en pas na herhaald onderzoek door de veldwachter bleek hij de vinder. Toen kwamen er lieden op af die er 's nachts in het geniep gingen graven. Burgemeester H. Homan van Rolde liet brigadier-veldwachter Kars Huizing er 's nachts de wacht houden. Zodra men dat doorhad, vertoonde niemand zich meer. Op een ochtend groeven de landeigenaar en de veldwachter samen nog acht muntjes op. De helft gaf Thijs aan de veldwachter, die ze na overleg met de burgemeester aan de koning aanbood. De koning kende hem daarvoor vijftien gulden toe. Van der Feltz zag er met Homan nog zes munten uit de grond komen. J.S. Magnin, commies bij het provinciaal bestuur en later provinciaal archivaris, ging op 15 mei met de burgemeester, twee gravers en een van de eigenaren. Hij vond niets.
De meeste munten gingen naar de smeltkroes, en de prijs staat vast. Elke munt woog drie gram en had een zilverwaarde van drieëntwintigeneenhalve cent. Dat is wat de Asser zilversmeden Jannes Evert Hemmes en Jacobus Barends ervoor betaalden, voor ruim tweehonderdvijftig stuks. Van der Feltz wist ze alle van de smeden te lenen en koos er honderd uit voor zijn eigen collectie. Samen met Magnin beschreef hij de negenenzeventig exemplaren die allemaal van elkaar verschilden. Magnin had zelf 280 à 300 munten onder ogen gehad. Zestien jaar later kocht iemand nog vijf munten bij zilversmid Barends, voor twee gulden vijftig; de kwitantie ligt in de collectie Gratama in het Drents Archief.
Van de hele schat zijn 85 munten over. Ze liggen alle in het Drents Museum en lopen van Nero tot en met Commodus, van 66 tot 180 na Christus. De paar exemplaren die in het Koninklijk Munt- en Penningkabinet belandden, zijn onvindbaar. De jongste munt, een denarius van Commodus, zegt dat de schat niet vóór ongeveer 180 in de grond is gekomen. Hoeveel later, blijft onbekend.
Waar het precies gebeurde, zochten Wijnand van der Sanden en Henk Luning in 2010 uit. Luning vond in de collectie Gratama een verslag van 25 bladzijden dat Magnin in 1842 schreef. Hij geeft twee aanknopingspunten, het toponiem Hiermaat en de eigenaars. De gebroeders Thijs bezaten land in de Ossebroeken, tussen het Ballooërveld en het Rolderdiep. Beide namen staan nog op de topografische kaart, als de Ossenbroeken en de Heeremaden. Magnins eigen maatvoering – "ongeveer 25 passen van het heideveld", met het Andersche Diep "bijna 150 passen ten oosten" – is niet meer na te meten. De heiderand ligt daar nu ruim vijfhonderd meter van de beek; rond 1900 reikte de heide verder naar het oosten. In 2006 liepen de onderzoekers het terrein meermalen af met amateurarcheologen en metaaldetectoren. Dat leverde kogels op van het militaire terrein ernaast en één runderoormerk. De schat lijkt in de negentiende eeuw volledig geborgen.
Magnin beschrijft ook wat er níet lag. Vlak heideveld, zonder hoogten, zonder hunebedden, zonder tumuli. Geen scherven van urnen, geen verbrande of andere doodsbeenderen, geen houtskool. Aan een oude begraafplaats viel dus niet te denken. In 1837 was er ten noorden van de Hiermaat nog een sloot gegraven, en ook toen kwam er niets tevoorschijn.
Drenthe lag buiten het Romeinse Rijk. Hoe de munten hier kwamen, weten we niet: via handel, persoonlijke contacten, buit of militaire dienst. Waarom iemand ze in het natte beekdal begroef, weten we evenmin. Het kan spaargeld zijn geweest, bezit of een offer. De landschapsbiografie van de Drentsche Aa kiest wél. Juist omdat de schat in een beekdal lag en niet bij een erf, moet volgens dat boek aan een offer worden gedacht. Beekdalen en veentjes zijn in dit gebied de vaste plaatsen waar dingen bewust werden achtergelaten, en een schat die je terug wilt halen, leg je droog. Wie afstand kon doen van zoveel zilver, was iemand van stand. Samen met de Romeinse munten die bij Anloo uit de es kwamen wijst dat op invloedrijke ingezetenen in beide dorpen, in een periode waarin er van bestuur of bezit verder niets op schrift staat. Van der Sanden en Luning stellen een vraag die verder gaat. Was deze hoek van het beekdal aan het eind van de tweede eeuw al een grensplek, en is de schat juist daarom hier begraven?
Bekijk deze plek op de kaart →
Deze plek is stap 3 van 9 in de verhaallijn Bijzondere vondsten. Lees de hele lijn.
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 53.00928, 6.66222
- Gebied
- Balloërveld
- Periode
- Romeinse tijd
- Zekerheid van de ligging
- laag
In de buurt
- StakenbergVier grafheuvels ten noorden van de Mandenberg heten samen de Stakenberg; alleen de eerste is onderzocht, en de naam wijst mogelijk op een verdwenen paal.620 m
- ≈ Anderse BoerholtHet verdwenen Boerholt van Anderen, in 1832 nog eenentwintig hectare kreupelhout in gemeenschappelijk bezit van de markgenoten.800 m
GalgenbergDe Galgenberg is een grafheuvel in het noorden van het Balloërveld bij Balloo; een galg is er nooit aangetoond, archeologisch noch in de archieven.810 m- UrnenveldIn het Overdijksveld bij Gasteren groef Van Giffen een deel van een urnenveld op; onder de heide ernaast ligt volgens Spek en Zomer nog een deel.920 m
- Het celtic field van AnderenBij Anderen ligt een celtic field van 500 bij 250 meter, gevonden op luchtfoto's, op het reliëf en door Jager; in 1936 kwamen er vier urnen boven.1000 m
KarrensporenOver het Balloërveld liep de route van Coevorden naar Groningen als een brede zone waarin karren steeds opnieuw hun sporen trokken.1,1 km- MandenbergDe grootste heuvelgroep van het Balloërveld: eenendertig grafheuvels, waarvan twee samen als een zonnekalender lijken te hebben gewerkt.1,2 km
TankopstelplaatsTwee laagtes aan weerszijden van de zandweg bij de Mandenberg zijn mogelijk de opstelplaats voor tanks die Defensie hier in 1972 liet graven.1,4 km- SlokkertIn de Slokkert bij Rolde is een pot uit de Romeinse tijd met crematieresten gevonden, een zeldzaam spoor van begraven na de oude grafvelden.1,5 km
GlinsterzandOp het Balloërveld ligt Peelozand aan de oppervlakte: fijn wit mica-zand uit de Elster-ijstijd, dat rond 1900 als keukenzand op de lemen vloer ging.1,5 km
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.