De Galgenberg
Plek met een verhaal·Prehistorie

In het noorden van het Balloërveld, zo'n zeshonderd meter ten zuiden van de markegrens, ligt een grafheuvel van 17 meter breed en een 1.70 hoog, met een naam die meer belooft dan de bodem prijsgeeft: de Galgenberg. Hij ligt aan een brede bundel karrensporen, de oude weg van Rolde naar Gasteren. De naam verwijst naar de mogelijkheid dat hier ooit een galg heeft gestaan, maar archeologisch bewijs daarvoor is niet gevonden. Geen enkele bron noemt de heuvel vóór de Franse kaart van 1811-1813.
Toen Van Giffen de heuvel in 1933 onderzocht, bleek het om een grafheuvel uit de Bronstijd1900 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode te gaan. Hij vond sporen van twee ringsloten, een latere bijzetting en in het centrum enkele kuilen met menselijke resten die waarschijnlijk pas in historische tijd waren gegraven. Van een galg vond hij niets. Geen paalgaten, geen hout.
Bij dezelfde campagne legde Van Giffen een proefsleuf door de Galgenberg, en in zijn artikel van 1935 laat hij die onbesproken. Op de veldtekeningen staan diverse recente ingravingen, en in één ervan suggereert hij iets van een inhoud, naar alle waarschijnlijkheid subrecente menselijke resten, die hij ter plaatse heeft gelaten. Hij was meer geïnteresseerd in de bronstijdheuvel dan in wat er later mee was gedaan.
Achteraf was dat de verkeerde keuze. Hoe verkeerd, bleek in 1956. Op 20 juni van dat jaar bracht de twaalfjarige Ibele de Haan beenderen naar het politiebureau in Assen, gevonden terwijl hij met een vriendje op de Balloërheide aan het graven was. De jongens gingen mee naar de politie in Rolde en gaven de beenderen daar af. De wachtmeester meende te weten dat de heuvel in de bezettingstijd was opgeworpen. De krant meldde het detail dat er ook een menselijke schedel bij was "waarin zich nog tanden en kiezen bevinden". Een onderkaak had hij niet. Willem Glasbergen, conservator van het Drents Museum, ging er een week later met de Koninklijke Marechaussee heen en concludeerde dat het ging om resten van personen die "tussen zegge 1500 en 1800 ter plaatse zijn geëxecuteerd, als regel gehangen". Bij dat bezoek vond hij ook enkele gecremeerde skeletresten. Die kwamen volgens hem van een prehistorische bijzetting in de grafheuvel, uit de Bronstijd1900 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode of de IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode.
Het vriendje heet in het politierapport Hendrik Willem Siebrandie, elf jaar oud. Het was Henk Hilbrandie, geboren in 1944. Hij en Ibele de Haan vonden de schedel toen ze aan de zijkant van de Galgenberg groeven. Zijn oudere broer Jaap, die zich in 2010 bij de archeoloog Wijnand van der Sanden meldde, had de ontdekking in zijn herinnering onbewust tot de zijne gemaakt.
De botten van 1956 zijn nooit bij archeologen terechtgekomen. Ze zitten niet in het Drents Museum en niet in het Noordelijk Archeologisch Depot. Aannemelijk is dat de Marechaussee ze heeft gehouden, omdat ze op terrein van Defensie waren gevonden. Een lange speurtocht langs oud-medewerkers van de Marechaussee leverde niets op. Vermoedelijk zijn ze herbegraven.
In Glasbergens verslag van 1956 staat ook een beschrijving van dit veld die hard aankomt. Militairen probeerden al enkele jaren de grafheuvels grondig te vernielen, schrijft hij, "en thans is men daar tamelijk volledig in geslaagd". Talloze diepe kuilen, geulen van motorvoertuigen, en door het verdwijnen van het vegetatiedek "een stuivende zandwoestenij ... op de plaats, die voor een tiental jaren Drente's fraaiste en gaafste praehistorische grafheuvelgroep vormde". Het rijden hield niet op. Rond 1971 noemden archeologen de toestand rond de Galgenberg zorgwekkend, en in 1972 werd de centrale zandweg om de heuvel heen gelegd en over de hele lengte verbreed. Dat staat alleen in de reeks van H.M. Luning in De Kloetschup.
In 2004 ging het beter. Jaap Hilbrandie zag bij het struinen door de hei een reeks botten keurig naast elkaar liggen, op een laag heuveltje ten noordoosten van de Galgenberg, 6 tot 7 meter breed en zo'n 75 centimeter hoog, vol diergangen. Vossenkeutels wijzen erop dat een vos ze naar buiten heeft gewerkt. De plek ligt niet meer dan 75 meter van de oude markegrens tussen Balloo en Gasteren. Maanden later meldde hij de botten bij Dick de Vries, terreinopzichter van Staatsbosbeheer, en die schakelde de politie in. De Marechaussee liet ze in het LUMC in Leiden forensisch onderzoeken. Volgens de uitslag van 16 februari 2005 waren het drie linker- en drie rechterbekkens en vier rechterdijbenen, van vermoedelijk één vrouw en drie mannen, en hadden ze langer dan twintig jaar in de bodem gelegen. Na een half jaar telefoneren langs politie, justitie en het Nederlands Forensisch Instituut, want de gegevens in het politiesysteem waren "geschoond", bleken ze bij dat instituut te liggen. In 2011 kwamen ze beschikbaar voor onderzoek.
Vijftien botten, minimaal acht mensen. Het LUMC had er vier geteld. Vier mannen, twee vrouwen, twee van onbekend geslacht, allen volwassen. Eén vrouw was een of meerdere keren zwanger geweest. Twee mannen hadden een versleten heupgewricht, en bij een vrouw wijzen cribra femora en een Allen's fossa op ijzergebrek of ondervoeding en op stress. De verwachting was dat ze allemaal laatmiddeleeuws zouden blijken, gezien de Galgenberg ernaast. Dat klopt voor de helft. Vier dateringen komen uit tussen 1295 en 1620 en passen bij executies op deze heuvel. De vier andere zijn veel jonger en vormen twee paren. Twee mannen van vijfendertig tot vijfenvijftig met vrijwel dezelfde datering, en twee vrouwen van diezelfde leeftijd, samen ergens tussen 1645 en 1805.
Over het lot van dat viertal doen de onderzoekers een suggestie die bij deze plek past. Markegrenzen bleven lang verbonden met ongewenste doden. Vanaf 1676 werden Drentse plakkaten tegen bedelaars en zwervers voortdurend herhaald, en volgens een besluit van de Staten-Generaal mochten zulke lieden straffeloos worden omgebracht als zij tegenstand boden. Vier mensen, twee mannen en twee vrouwen van dezelfde leeftijd, begraven tegen een markegrens aan. Dat het om opgejaagde landlopers gaat is niet bewezen, maar het is wel het soort dood dat op zo'n grens werd weggelegd. Van der Sanden had in 2011, vóór de dateringen, al een tweede mogelijkheid naast executie genoemd. Bij grenzen zijn vaker doden gevonden, soms verbonden met een eigen verhaal, zoals dat van Lebbe van de Lebbestaok, en een enkel geval is in verband gebracht met zelfmoord. Die doden stammen uit de nieuwe tijd. De botten liggen inmiddels in het depot in Nuis.
In Drenthe zijn meerdere grafheuvels bekend met dezelfde naam, onder meer bij Anholt, Anloo, Pesse, Westerbork en Sleen. Ze liggen allemaal ver van de dorpen, op plekken waar veel verkeer langskwam, en vaak op of bij een markegrens. Volgens Elerie lagen ze bovendien meestal ten noorden van de plek waar recht werd gesproken. Kolen noemt dat in 2005 zeker voor de galgenbergen van Anloo, Balloo en Sleen, en misschien voor het Galgwandenveen ten noorden van Eext. Wat die richting betekende, weet niemand. Tot Assen rond 1650 een centrale executie- en expositieplaats kreeg, hing men hier veroordeelden op, als waarschuwing.
Kijk vanaf de top rond. Je ziet de hele heide, en aan de horizon de kerktoren van Rolde.
Bekijk deze plek op de kaart →
Deze plek is stap 2 van 5 in de verhaallijn Wat de naam belooft. Lees de hele lijn.
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 53.01418, 6.65332
- Gebied
- Balloërveld
- Periode
- Bronstijd
- Zekerheid van de ligging
- hoog
In de buurt
KarrensporenOver het Balloërveld liep de route van Coevorden naar Groningen als een brede zone waarin karren steeds opnieuw hun sporen trokken.320 m- StakenbergVier grafheuvels ten noorden van de Mandenberg heten samen de Stakenberg; alleen de eerste is onderzocht, en de naam wijst mogelijk op een verdwenen paal.590 m
- UrnenveldIn het Overdijksveld bij Gasteren groef Van Giffen een deel van een urnenveld op; onder de heide ernaast ligt volgens Spek en Zomer nog een deel.640 m
LoopgraafOver het Balloërveld liep de Frieslandriegel, een Duitse verdedigingslinie die dwangarbeiders met de hand groeven en die in april 1945 geen rol speelde.770 m
≈ MuntschatIn het dal van het Rolderdiep bij Balloo werd in 1839 een Romeinse muntschat gevonden van 350 tot 370 zilveren denarii.810 m
GlinsterzandOp het Balloërveld ligt Peelozand aan de oppervlakte: fijn wit mica-zand uit de Elster-ijstijd, dat rond 1900 als keukenzand op de lemen vloer ging.990 m
GrafheuvelsOver het Balloërveld liggen tientallen grafheuvels verspreid, de oudste uit het late neolithicum: ronde bulten op de hoogste en droogste plekken.1,1 km- ≈ Anderse BoerholtHet verdwenen Boerholt van Anderen, in 1832 nog eenentwintig hectare kreupelhout in gemeenschappelijk bezit van de markgenoten.1,1 km
- MandenbergDe grootste heuvelgroep van het Balloërveld: eenendertig grafheuvels, waarvan twee samen als een zonnekalender lijken te hebben gewerkt.1,1 km
- TichelhuisHet Tichelhuis bij het Smalbroekerloopje is een veldnaam uit 1900 voor een steenbakkerij; waar het huis zelf stond is nooit vastgelegd.1,3 km
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.