Landschapssporen

Alle plekken

Balloërveld

34 plekken

Het Balloërveld is het grootste stuk ongestoord landschap van deze kaart, en dat is de sleutel tot alles wat er ligt. Deze heide is nooit geploegd: eeuwenlang was het de gezamenlijke weidegrond van de boermarkeDe vergadering van de boeren die rechten hadden in de marke. Zij besliste over het gebruik van de gemeenschappelijke grond: wie er vee mocht weiden, plaggen mocht steken en hoe de wegen werden onderhouden.Alle begrippen, daarna militair oefenterrein – tot 2006. Waar nooit een ploeg doorheen ging, bleef alles liggen wat mensen er ooit opwierpen of uitsleten. Vandaar dat je hier op één veld Neanderthalers, hunebedden, tientallen grafheuvels, een middeleeuwse hoofdweg én een Duitse verdedigingslinie kunt aanwijzen.

De omgeving van Balloërveld op de topografische kaart van 1900
De omgeving van Balloërveld op de kaart van 1900 – topotijdreis, Kadaster. De kaartknop hieronder opent dezelfde omgeving met de jaarschuif.

Bekijk Balloërveld op de kaart →

De vloer van het landschap

De oudste laag ligt hier letterlijk aan de oppervlakte. Op de open zandvlakten glinstert Peelozand – fijn wit zand met mica-schubjes, afgezet door smeltwater in de Elster-ijstijd, ruwweg 465.000 tot 418.000 jaar geleden. Bijna overal in Drenthe hebben de latere IJstijdenhet Saalien, 250.000 tot 130.000 jaar geledenMeer over deze periode die laag opgeruimd of bedolven; hier heeft de wind het jongere zand weggeblazen en ligt de oudste bodem van het gebied bloot.

Uit de laatste ijstijd stammen de ronde laagtes en de duinen. Niet elke ronde kuil is een pingoruïneEen ronde laagte, soms met een lage wal eromheen. Het is wat over is van een heuvel met een kern van ijs uit de laatste ijstijd: toen het ijs smolt, zakte de heuvel in. Vaak staat er water in of is hij met veen gevuld.Alle begrippen – een deel is uitgeschuurd door de wind – en juist hier liggen de twee soorten door elkaar. In de inventarisatie van de provincie staan op en rond het veld vijf laagtes als pingoruïne vastgesteld, onder meer het Diepveen aan de noordwestrand en een kom midden op het veld, en dertien als uitblazingskomEen laagte die de wind heeft uitgeblazen toen het zand kaal lag, in de laatste ijstijd of later op de stuifzanden. De wind nam het zand mee tot op een laag die bleef liggen, zoals het grondwater of leem. Zo'n kom is meestal ondieper dan een pingoruïne, hooguit een paar meter, en heeft vaak een wal van opgewaaid zand aan één kant.Alle begrippen; van ruim twintig is het nog niet uitgezocht. Bij het Egelmeer ligt een gaaf paraboolduin, een hoefijzer van stuifzandZand dat ging stuiven toen de heide door te veel beweiding en plaggen steken kaal raakte. Het trok als duinen over het land.Alle begrippen om een uitgeblazen kom. En ten westen van het veld loopt de Rug van Rolde, de keileemEen taaie laag van klei, zand en stenen die het landijs in de voorlaatste ijstijd heeft achtergelaten. Water zakt er slecht doorheen. Waar hij dicht onder de oppervlakte ligt, blijft de regen erop staan: in laagtes ontstonden zo veentjes en vennen, en de grond erboven bleef lang nat. Waar hij ontbreekt, zakt het water in het zand weg.Alle begrippen die met dezelfde ijsstroom als de Hondsrug is gevormd – met op de flank het Taarlosche Veentje, ook een van die vijf.

De oudste mensen van Noord-Nederland

Op een akker tussen Loon en Balloo vond een gezelschap zoekers op 10 maart 2007 een handvol bewerkte vuurstenen. Het bleek het eerste Neanderthaler-kampement van Drenthe en van heel Noord-Nederland: ruim 450 stukken, tussen de 100.000 en 50.000 jaar oud, met meer vuistbijlen dan alle andere Noord-Nederlandse vindplaatsen bij elkaar. Daartussen werden onhandig geslagen "kinderwerkstukken" gevonden van iemand die het nog aan het leren was. Hier werden dieren geslacht en werd ter plekke vuursteen bewerkt, op een keizandhelling boven het beekdal, aan de noordrand van het leefgebied van de Neanderthalers.

Een dodenlandschap van drieduizend jaar

De heide draagt het grootste grafveld van deze kaart. Twee hunebedden liggen aan de randen: D15 bij Loon – de Dikke Stenen, het meest complete van de streek, met 18 van de 23 kransstenen, een deel ervan in 1952 teruggezet – en D16 bij Balloo, met op een deksteen raadselachtige cupmarks, napjes die ook op Deense hunebedstenen voorkomen en waarvan niemand weet wat ze betekenden.

Grafheuvels op het Balloërveld
Foto: Bert van As – CC BY-SA 4.0 · Grafheuvels op het Balloërveld →

Daarna hielden de mensen hier 3000 jaar lang doden begraven. Tientallen grafheuvels liggen over het veld verspreid, met de Mandenberg als grootste groep: 31 heuvels, waarvan Van Giffen er in 1933 22 opgroef. In het grotere grafheuvelgebied rond het Tumulibos telde de Leidse hoogleraar Reuvens in 1833 bijna 150 heuvels; wat er in het bos nog ligt is vrijwel onaangeroerd. De provincie kocht het terrein al in 1856 – haar allereerste archeologische monument. In het noorden van het veld, langs de doorgaande route, ligt de Galgenberg, een bronstijdheuvel wiens naam zegt dat hier later gehangen werd – al vond Van Giffen van een galg geen spoor. Ook noemt geen archiefstuk de heuvel vóór de Franse kaart van 1811-1813. En bij Kampsheide wemelt het binnen de heidegrens van bulten en lijnen, terwijl erbuiten het rechte raster van de ruilverkaveling begint.

Celtic field bij Balloo
Foto: Bert van As – CC BY-SA 4.0 · Celtic field bij Balloo →

De akkers van die grafheuvelbouwers liggen er ook nog: aan de zuidkant een celtic fieldEen prehistorisch akkersysteem van kleine, vierkante veldjes met lage wallen eromheen, als een honingraat. In Drenthe aangelegd vanaf de late bronstijd tot in de Romeinse tijd. Het Nederlandse woord is raatakker.Alle begrippen uit de Late bronstijd1200 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode en de IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode. Dit is een raster van akkertjes van 20 tot 40 meter met walletjes eromheen. Het geldt als een van de twee best bewaarde van Noordwest-Europa. Op de akker ernaast, waar wel is geploegd, zijn de wallen weg. Zet het local relief model (op de kaart: kleine sporen) aan en de honingraat komt tevoorschijn. Toon op de kaart

De weg, de marke en het recht

Over het veld liep de doorgaande route van Coevorden naar Groningen, en die ligt er nog als een bundel karrensporen. Een kar reed in een spoor tot het te diep uitsleet, en week dan uit naar een nieuw spoor ernaast, tot de weg tientallen meters breed was. Op akkerland zijn zulke sporen weggeploegd; hier niet.

Hoe oud de route is, weet niemand. Wel had het klooster Werden in 1120 een rij Drentse goederen die afdroegen aan zijn hof in Groningen. Ze lagen van noord naar zuid bij Arlo onder Vries, bij Loon aan de rand van dit veld, bij Grollo, Sleen en Dalen. Slicher van Bath reconstrueerde in 1945 een doorgaande weg langs die goederen, in Drenthe ruwweg langs de Drentsche Aa en het Drostendiep. Jan Kolen nam hem in 2005 over in De biografie van het landschap. Dat de karrensporen op het veld zo oud zijn, volgt daar niet uit. Het zegt wel dat er al in 1120 reden was om hier van noord naar zuid te reizen.

Karrensporen op het Balloërveld
Foto: Bert van As – CC BY-SA 4.0 · Karrensporen op het Balloërveld →

De heide zelf was het kapitaal van de dorpen eromheen. Tot ongeveer 1920 kon een Drents boerenbedrijf niet zonder: schapen graasden er, plaggenStukken heide- of grasgrond met de wortels erin. Ze werden gestoken, in de stal onder het vee gelegd en met de mest erin naar de akkers gebracht.Alle begrippen en strooisel gingen naar de potstalEen stal waarin de mest bleef liggen en steeds met nieuwe plaggen werd bedekt, tot hij als mest naar de akkers ging.Alle begrippen, en de mest daaruit hoogde de esDe hoge, gezamenlijke akker van een esdorp. De boeren hadden er elk hun eigen stroken, maar de es werd als geheel omheind. Door eeuwen bemesting met plaggen is de grond er dik en bol geworden.Alle begrippen op. Voor Balloo veranderde dat met de onteigening: een wet van 4 maart 1916 maakte het veld militair oefenterrein voor het garnizoen Assen, en bij vonnis van 17 september 1918 werd onteigend wat de boeren niet zelf aan het Rijk hadden verkocht. Die onteigening was voor de boeren van Balloo het belangrijkste argument om hun schaapskudde te verkopen. Vanaf 1920 ontgonnen ze geleidelijk de velden rondom, zoals het Koebroeksveld, het Overdijksveld en het Heestenveld. Zonder de onteigening, schrijft H.M. Luning, was ook een groot deel van het veld zelf waarschijnlijk ontgonnen.

Aan de rand van het veld staat de schaapskooi nog, met opnieuw een kudde van zo'n 400 Drentse heideschapen. Waar de markeHet gezamenlijke grondgebied van een dorp: de heide, het veen en de weiden die de boeren samen gebruikten, en ook de vereniging van boeren die erover besliste. Wie er rechten in had, heette markegenoot.Alle begrippen elkaar raakten, werd het precies: in de Heest komen drie dorpsgebieden samen op een markesteenEen steen die de grens tussen twee of meer marken aangaf.Alle begrippen, en over het gemeenschappelijke gebruik werd eindeloos getwist. Hoe hoog dat kon oplopen laten twee rechtszaken zien: in 1488 dwong de EtstoelHet hoogste rechtscollege van Drenthe, met de drost als voorzitter en vierentwintig etten: eigenerfde boeren, vier uit elk dingspel. Hij kwam eeuwenlang op vaste plaatsen bijeen, in Rolde en Anloo; vanaf het eind van de zeventiende eeuw in Assen.Alle begrippen de boeren van Loon en Balloo het bezit van een palingfuik in het Loonerdiep te respecteren, en tussen 1442 en 1445 werd het hele dorp Balloo in de kerkban gedaan – geen sacramenten, geen kerkelijke begrafenis – om een ruzie over een stuk hooiland.

Bij die rechtsgeschiedenis hoort ook de beroemdste plek van het veld, en die is waarschijnlijk een misverstand. Volgens de overlevering sprak de Etstoel recht in de Balloërkuil, en in 1895 woonden koningin-regentes Emma en prinses Wilhelmina er een nagespeelde Germaanse rechtszitting bij. Bodemonderzoek wees uit dat de kuil daarvoor veel te jong is; een verdwenen kuil ten zuiden van Balloo – de Drostenkuil, in 1905 bij de spoorbaanaanleg vergraven – is de waarschijnlijker kandidaat.

Toch is er één aanwijzing die het verhaal niet helemaal loslaat, en die zit in de naam van het dorp. Balloo staat in 1298 op schrift als Banlo, samengesteld uit ban – rechtsgebied – en loo, open bosgebied: de nederzetting bij het bos waar recht wordt gesproken. Dat maakt van deze kuil nog geen rechtbank. Het maakt wel aannemelijk dat er in de omgeving van Balloo ooit met rechtspraak iets te maken was, lang voordat iemand een laagte in het stuifzand aanwees.

De Balloërkuil, een gerechtsplaats die het misschien nooit was
Foto: Collectie Spaarnestad Photo (SFA022824542), fotograaf onbekend – Publiek domein · De Balloërkuil, een gerechtsplaats die het misschien nooit was →

De laatste linie

Het jongste grondwerk op het veld is ook het grootste. Na de landing in Normandië liet de Duitse bezetter dwangarbeiders en spitters de Frieslandriegel graven, een verdedigingslinie van Meppel naar het noorden, met tankgrachten, loopgraven en mitrailleurstellingen dwars over het Balloërveld. Bij de bevrijding in april 1945 bleek de linie militair vrijwel niets waard. Bijna overal in Nederland zijn zulke sporen weggewerkt; hier liggen ze er nog, omdat het veld oefenterrein bleef en de tankgracht niet werd gedempt. Op de hoogtekaart is de tankgracht een kaarsrechte holle lijn die zich niets van het landschap aantrekt, met ernaast de zigzag van de loopgraven – het scherpste contrast met de kronkelende beekdalen eromheen, die in 2025 als stelsel tot aardkundig monument zijn verklaard.

Het leger kende het veld toen al lang. In september 1895 verzamelde een bataljon van het garnizoen van Assen zich op de heide voor een 'aanval' op Balloo, en na de onteigening kwam het er geregeld. Pas met de voertuigen van na de oorlog tekende het oefenen zich in de grond af. Er ontstond een net van brede zandwegen, tussen 1957 en 1961 plantte Defensie bosjes, deels rond de grafheuvels, en rond 1970 reden militaire voertuigen tussen de heuvels van de Mandenberg door. Vanaf 1967 wilde de provincie de militairen weg hebben. Op 1 september 1994 ging het veld dicht voor gemotoriseerd verkeer, en in september 2006 hield de Luchtmobiele Brigade er de laatste oefening. Daarna kwam het veld in bezit van Staatsbosbeheer, en bij de herinrichting zijn de laatste bosjes verwijderd.

De buurtschap met drie namen

Aan de noordkant van het veld staat een handvol ontginningsboerderijtjes, en dat gehucht heeft in een eeuw drie namen gehad. Het begon als Nieuw-Balloo, het kind naar zijn vader genoemd, zoals er in Drenthe ook een Nieuw-Amsterdam, een Nieuw-Buinen en een Nieuw-Balinge is. Een echte nabuurschap werd het nooit, want de heide ernaast werd militair oefenterrein en verder uitbreiden zat er niet in. De naam raakte zo grondig vergeten dat bijna niemand hem nog kent. Daarna kwam Visvliet, bedacht door de nieuwe eigenaar van een van de boerderijtjes, die zijn bezit ombouwde tot een woon- en visparadijsje. En toen de gemeente een snelheidsbeperking instelde langs het natuurgebied, werd het Balloërveld, naar de heide waar het tegenaan ligt. Zo staat het ook in de adressenregistratie: 8 huisnummers aan de weg Balloërveld, met een eigen postcode en een eigen woonplaatsnaam.

Bekijk Balloërveld op de kaart →

Alle plekken in Balloërveld