Landschapssporen

Alle plekken

Balloërveld

33 plekken

Het Balloërveld is het grootste stuk ongestoord landschap van deze kaart, en dat is de sleutel tot alles wat er ligt. Deze heide is nooit geploegd: eeuwenlang was het de gezamenlijke weidegrond van de boermarken, daarna militair oefenterrein – tot 2006. Waar nooit een ploeg doorheen ging, bleef alles liggen wat mensen er ooit opwierpen of uitsleten. Vandaar dat je hier op één veld Neanderthalers, hunebedden, tientallen grafheuvels, een middeleeuwse hoofdweg én een Duitse verdedigingslinie kunt aanwijzen.

De omgeving van Balloërveld op de topografische kaart van 1900
De omgeving van Balloërveld op de kaart van 1900 – topotijdreis, Kadaster. De kaartknop hieronder opent dezelfde omgeving met de jaarschuif.

Bekijk Balloërveld op de kaart →

De vloer van het landschap

De oudste laag ligt hier letterlijk aan de oppervlakte. Op de open zandvlakten glinstert Peelozand – fijn wit zand met mica-schubjes, afgezet door smeltwater in de Elster-ijstijd, ruwweg 465.000 tot 418.000 jaar geleden. Bijna overal in Drenthe hebben de latere IJstijdenhet Saalien, 250.000 tot 130.000 jaar geledenMeer over deze periode die laag opgeruimd of bedolven; hier heeft de wind het jongere zand weggeblazen en ligt de oudste bodem van het gebied bloot.

Uit de laatste ijstijd stammen de ronde laagtes en de duinen. Niet elke ronde kuil is een pingoruïne – een deel is uitgeschuurd door de wind – en juist hier is dat verschil hard gemaakt: van de zesendertig kandidaat-laagtes in de beekdalen van de Drentsche Aa zijn er precies twee als pingoruïne bevestigd, en het Diepveen aan de noordwestrand van het veld is er één van. Bij het Egelmeer ligt een gaaf paraboolduin, een hoefijzer van stuifzand om een uitgeblazen kom. En ten westen van het veld loopt de Rug van Rolde, de keileemrug die met dezelfde ijsstroom als de Hondsrug is gevormd – met op de flank het Taarlosche Veentje, de andere bevestigde pingoruïne.

De oudste mensen van Noord-Nederland

Op een akker tussen Loon en Balloo vond een gezelschap zoekers op 10 maart 2007 een handvol bewerkte vuurstenen die niet in het beeld pasten. Het bleek het eerste Neanderthaler-kampement van Drenthe en van heel Noord-Nederland: ruim vierhonderdvijftig stukken, tussen de honderdduizend en vijftigduizend jaar oud, met meer vuistbijlen dan alle andere Noord-Nederlandse vindplaatsen bij elkaar – en daartussen onhandig geslagen "kinderwerkstukken" van iemand die het nog aan het leren was. Hier werden dieren geslacht en werd ter plekke vuursteen bewerkt, op een keizandhelling boven het beekdal, aan de noordrand van het leefgebied van de Neanderthalers.

Een dodenlandschap van drieduizend jaar

De heide draagt het grootste grafveld van deze kaart. Twee hunebedden liggen aan de randen: D15 bij Loon – de Dikke Stenen, het meest complete van de streek, met achttien van de drieëntwintig kransstenen nog op hun plek – en D16 bij Balloo, met op een deksteen raadselachtige cupmarks, napjes die ook op Deense hunebedstenen voorkomen en waarvan niemand weet wat ze betekenden.

Grafheuvels op het Balloërveld
Foto: Bert van As – CC BY-SA 4.0 · Grafheuvels op het Balloërveld →

Daarna hielden de mensen hier drieduizend jaar lang doden begraven. Tientallen grafheuvels liggen over het veld verspreid, met de Mandenberg als grootste groep: eenendertig heuvels, waarvan Van Giffen er in 1933 tweeëntwintig opgroef. In het Tumulibos telde de Leidse hoogleraar Reuvens in 1823 nog honderdvijftig heuvels; het kwart dat er nog ligt is vrijwel onaangeroerd, en de provincie kocht het terrein al in 1856 – haar allereerste archeologische monument. Midden op het veld rijst de Galgenberg op, een bronstijdheuvel wiens naam zegt dat hier later gehangen werd, langs de doorgaande route – al vond Van Giffen van een galg geen spoor. En bij Kampsheide wemelt het binnen de heidegrens van bulten en lijnen, terwijl erbuiten het rechte raster van de ruilverkaveling begint.

Celtic field bij Balloo
Foto: Bert van As – CC BY-SA 4.0 · Celtic field bij Balloo →

De akkers van die grafheuvelbouwers liggen er ook nog: aan de zuidkant een celtic field, het ijzertijd-raster van akkertjes van veertig bij veertig meter met walletjes eromheen. Zet het local relief model aan en de honingraat komt tevoorschijn.

De weg, de marke en het recht

Over het veld liep de doorgaande route van Coevorden naar Groningen, en die ligt er nog als een bundel karrensporen – een kar reed in een spoor tot het te diep uitsleet, en week dan uit naar een nieuw spoor ernaast, tot de weg tientallen meters breed was. Op akkerland zijn zulke sporen weggeploegd; hier niet.

Karrensporen op het Balloërveld
Foto: Bert van As – CC BY-SA 4.0 · Karrensporen op het Balloërveld →

De heide zelf was het kapitaal van de dorpen eromheen. Tot ongeveer 1920 kon een Drents boerenbedrijf niet zonder: schapen graasden er, plaggen en strooisel gingen naar de potstal, en de mest daaruit hoogde de essen op. Aan de rand staat de schaapskooi nog, met opnieuw een kudde van zo'n vierhonderd Drentse heideschapen. Waar de marken elkaar raakten, werd het precies: in de Heest komen drie dorpsgebieden samen op een markesteen, en over het gemeenschappelijke gebruik werd eindeloos getwist. Hoe hoog dat kon oplopen laten twee rechtszaken zien: in 1488 dwong de Etstoel de boeren van Loon en Balloo het bezit van een palingfuik in het Loonerdiep te respecteren, en tussen 1442 en 1445 werd het hele dorp Balloo in de kerkban gedaan – geen sacramenten, geen kerkelijke begrafenis – om een ruzie over een stuk hooiland.

Bij die rechtsgeschiedenis hoort ook de beroemdste plek van het veld, en die is waarschijnlijk een misverstand. Volgens de overlevering sprak de Etstoel recht in de Balloërkuil, en in 1895 woonden koningin-regentes Emma en prinses Wilhelmina er een nagespeelde Germaanse rechtszitting bij. Bodemonderzoek wees uit dat de kuil daarvoor veel te jong is; een verdwenen kuil ten zuiden van Balloo – de Drostenkuil, in 1905 bij de spoorbaanaanleg vergraven – is de waarschijnlijker kandidaat.

Toch is er één aanwijzing die het verhaal niet helemaal loslaat, en die zit in de naam van het dorp. Balloo staat in 1298 op schrift als Banlo, samengesteld uit ban – rechtsgebied – en loo, open bosgebied: de nederzetting bij het bos waar recht wordt gesproken. Dat maakt van deze kuil nog geen rechtbank. Het maakt wel aannemelijk dat er in de omgeving van Balloo ooit met rechtspraak iets te maken was, lang voordat iemand een laagte in het stuifzand aanwees.

De Balloërkuil, een gerechtsplaats die het misschien nooit was
Foto: Collectie Spaarnestad Photo (SFA022824542), fotograaf onbekend – Publiek domein · De Balloërkuil, een gerechtsplaats die het misschien nooit was →

De laatste linie

Het jongste grondwerk op het veld is ook het grootste. Na de landing in Normandië liet de Duitse bezetter dwangarbeiders en spitters de Frieslandriegel graven, een verdedigingslinie van Meppel naar het noorden, met tankgrachten, loopgraven en mitrailleurstellingen dwars over het Balloërveld. Bij de bevrijding in april 1945 bleek de linie militair vrijwel niets waard. Bijna overal in Nederland zijn zulke sporen weggewerkt; hier liggen ze er nog, omdat het veld oefenterrein bleef. Op de hoogtekaart is de tankgracht een kaarsrechte holle lijn die zich niets van het landschap aantrekt, met ernaast de zigzag van de loopgraven – het scherpste contrast met de kronkelende beekdalen eromheen, die in 2025 als stelsel tot aardkundig monument zijn verklaard.

Bekijk Balloërveld op de kaart →

Alle plekken in Balloërveld