Landschapssporen

Alle plekken

Rolde

30 plekken

Rolde was de hoofdplaats van het landschap Drenthe, en het dorp draagt daar nog de sporen van. De EtstoelHet hoogste rechtscollege van Drenthe, met de drost als voorzitter en vierentwintig etten: eigenerfde boeren, vier uit elk dingspel. Hij kwam eeuwenlang op vaste plaatsen bijeen, in Rolde en Anloo; vanaf het eind van de zeventiende eeuw in Assen.Alle begrippen, het hoogste rechtscollege, kwam drie keer per jaar bijeen en zat twee van die drie keer hier, vanaf 1428 in het koor van de Jacobuskerk; de derde zitting was in Anloo. Dat hield stand tot 1688, en rond 1700 was ook het bestuur naar Assen vertrokken. Pal achter diezelfde kerk liggen twee hunebedden – nergens anders op deze kaart staan vijfduizend jaar grafcultuur en het middeleeuwse recht op een paar honderd meter van elkaar.

Waarom de Etstoel juist in Rolde zat, verklaarde Blok in 1985 uit het landschap. Het Rolder dingspelEen van de zes delen waarin Drenthe voor de rechtspraak was verdeeld. Elk dingspel leverde vier etten voor de Etstoel.Alle begrippen bestond uit maar één kerspelEen kerkdorp met de buurtschappen die erbij hoorden, en tegelijk een eenheid van bestuur.Alle begrippen, en de oude plaatsnamen erin eindigen op -lo, een woord voor bos. Ook Rolde zelf heette vroeger Rotlo. Een bron uit 1257 spreekt van "het kerspel Rolde in een verlaten streek die vroeger Assen werd genoemd". Blok zag daarin een oud grensgebied, lang onontgonnen bos midden in Drenthe. Juist daar kwamen de Drenten volgens hem van oudsher samen voor het lottingDe oude rechtsvergadering van het land Drenthe, in oudere vorm liodthing. Later heetten zo ook de vaste zittingen van de Etstoel, drie per jaar.Alle begrippen, de oude rechtsvergadering die in de Etstoel voortleefde. Jan Kolen schreef in 2005, in De biografie van het landschap, dat die uitleg inmiddels onhoudbaar lijkt. De plaatsnamen zelf en het stuifmeel uit de bodem spreken hem tegen. Een andere verklaring geeft hij niet.

De omgeving van Rolde op de topografische kaart van 1900
De omgeving van Rolde op de kaart van 1900 – topotijdreis, Kadaster. De kaartknop hieronder opent dezelfde omgeving met de jaarschuif.

Bekijk Rolde op de kaart →

De Rolder Tweeling, bijna verkocht

De twee hunebedden heten samen de Rolder Tweeling, en hun geschiedenis is een korte les in hoe jong monumentenzorg is. In 1847 zette het markebestuur ze te koop, sloop inbegrepen. Er kwam protest, van dichtbij en daarna uit het hele land, en het duurde een kwarteeuw voordat ze veilig waren: pas in 1872 kocht het Rijk ze, voor honderdvijftig gulden. Van de twee is D18 de bekendste, en dat dankt hij aan een boom: de eik die er tot 1984 boven stond, tot hij zo met de stenen vergroeid raakte dat hij moest wijken.

Op honderdvijftig meter van de hunebedden ligt de algemene begraafplaats van 1829, met als oudste grafteken het postament van timmerman Geert Koops: geen wapenschild, geen bijbeltekst, maar op alle vier de zijden zijn gereedschap. En toen die begraafplaats in 2017 moest uitbreiden, kwam er eerst iets anders boven – een nederzetting uit de vierde of vijfde eeuw na Christus, met paalsporen, afvalkuilen en een hutkom. Eén perceel, en het draagt megalithische grafkamers, een dorp uit de volksverhuizingstijd en een timmerman met zijn zaag in steen.

Het dorp was er eerder dan de kerk

Rolde is ouder dan zijn kerk. Op het oerkadaster uit de negentiende eeuw ligt het dorp nog in blokken: wegen die elkaar kruisen en erven die ze omsluiten. Zo zag ook het vroegmiddeleeuwse dorp bij Odoorn eruit, dat Waterbolk in 1966 onder een esDe hoge, gezamenlijke akker van een esdorp. De boeren hadden er elk hun eigen stroken, maar de es werd als geheel omheind. Door eeuwen bemesting met plaggen is de grond er dik en bol geworden.Alle begrippen opgroef. Rolde noemt hij naast Zeijen als dorp waar die structuur nog te herkennen is.

De blokken lopen door in de es. Eerst lag dus het raster vast, en daarbinnen koos men welk blok akker werd en welk erf. De kerk staat er buiten tegenaan, in Rolde het duidelijkst. Waterbolk leidt daaruit af dat het raster ouder is dan de negende eeuw, de tijd van de eerste kerken.

De kerk van het recht

De kerk is vijftiende-eeuws en kwam in omgekeerde volgorde tot stand: eerst de toren, daarna het schip. Waar zijn naam vandaan komt bleek pas bij de restauratie van de jaren zestig, toen onder een altaar een jacobsschelp tevoorschijn kwam, het pelgrimsteken van Santiago. Van de rechtspraak die hier eeuwenlang zetelde is in het gebouw niets ouds bewaard; de zes Drentse dingspelen staan er pas sinds 1964 in, in gebrandschilderd glas van Joep Nicolas – bijna drie eeuwen nadat de rechtbank was vertrokken. Kerkelijk bleef Rolde een hoofdplaats. Op 12 augustus 1598 kwam hier de eerste Drentse classis van predikanten bijeen, en in 1602 werd Rolde een van de drie classisplaatsen, naast Meppel en Emmen.

De Jacobuskerk van Rolde, waar de Etstoel het vaakst zat
Foto: Gouwenaar – Public domain · De Jacobuskerk van Rolde, waar de Etstoel het vaakst zat →

Wat die rechtbank in de kerk deed is elders op deze kaart terug te vinden, want de Etstoel besliste over de dingen waar buurschappen ruzie om maakten: hout, vee en grond. Het vroegste stuk dat we ervan hebben dateert van 1424 en gaat over het broekland – het natte elzenbos in het beekdal. Luden Mensinge kreeg toestemming om daar "dat holt ende stobben bynnen jaers off brengen": het hout eruit, de stobben eruit, binnen het jaar. Dat is het is het begin van een omslag die eeuwen zou duren – van bos naar weide- en hooiland, en daarmee van een landschap dat je oogst naar een landschap dat je maait.

Over leven en dood sprak de Etstoel zelf geen vonnis uit. In halszaken legden de buren getuigenis af tegen de dader, ze 'vertuigden' hem, en daarmee lag de uitkomst vast. De drostDe vertegenwoordiger van de landsheer in Drenthe, eerst van de bisschop van Utrecht, later van de Staten. Hij zat de Etstoel voor.Alle begrippen zat voor zonder recht te spreken. Van een terechtstelling in Rolde is niets bekend. Rode Geerdt, die in 1595 Hendrik Smidt doodsloeg, is vermoedelijk gevlucht. Toch had het dingspel zijn galgenbergen, een in het uiterste noorden op het Balloërveld en een ten zuiden van Grolloo.

Van volle boeren naar keuters

Tussen de Etstoel en het spoor ligt een stillere verandering. De landbouwhistoricus Jan Bieleman zette de belastingregisters van veertien dorpen en gehuchten in het kerspel Rolde naast elkaar. Die belasting werd geheven naar het aantal paarden per huishouden. Het aantal paarden zei hoe groot een boerderij was. Een boer met vier paarden had een volbedrijf, een compleet bedrijf. Wie bijna geen land had en hooguit één paard, heette een keuterEen kleine boer met weinig of geen rechten in de marke, vaak met een bijverdienste als ambachtsman of dagloner.Alle begrippen. In 1672 waren er 71 boeren met 4 paarden, in 1804 nog 29. Het aantal boeren met 2 paarden ging van 18 naar 52, dat van de kleine boeren van 9 naar 72, en alle huishoudens samen van 132 naar 223. De grote hoeven werden gedeeld. De groei zat bij keuters, winkeliers en ambachtslieden.

Uitbreiden kon niet. Tussen 1650 en 1750 kwam er in het esdorpengebied nog geen vier procent roggeland bij, terwijl de rogge weinig opbracht en de belasting na 1670 steeds zwaarder werd. Bieleman houdt het, met voorbehoud, op die belastingdruk als een van de krachten achter de verandering. Wie meer van zijn grond moest halen, haalde meer plaggenStukken heide- of grasgrond met de wortels erin. Ze werden gestoken, in de stal onder het vee gelegd en met de mest erin naar de akkers gebracht.Alle begrippen van de heide en mestte zijn es zwaarder.

De kuil op het veld

De aangrijpendste plek van Rolde ligt buiten het dorp, in een bosje bij 't Ruige Veld: een omwald perceeltje van 29 bij 29 meter waar een wandelaar zo aan voorbijloopt. Het is de joodse begraafplaats, het laatste tastbare bewijs van de kleine joodse gemeenschap die hier vanaf ongeveer 1785 bestond – nooit groot genoeg voor een eigen gemeente, wel voor een huissjoel aan de Nijlanderstraat. De ligging is met vier onafhankelijke gegevens vastgelegd, waaronder een peiling uit 1848 – "830 ellen ten zuidwesten van de kerktoren" – die nagemeten op 824 meter uitkomt: een Nederlandse el is na 1820 precies een meter.

Wat er stond is er niet meer: de rechtopstaande zerken zijn in de oorlog kapotgeslagen en als verharding in de toegangsweg verwerkt, in de tijd dat de Sicherheitsdienst het kinderhuis ernaast betrok. Van de Rolder inwoners van joodse afkomst die in oktober 1942 naar Westerbork werden gebracht – twaalf of dertien, de bronnen verschillen – kwam niemand terug.

Zand, stoom en benzine

De jongere geschiedenis van Rolde is er een van vastleggen wat bewoog. Het Boerbos is er eind negentiende eeuw door de boermarkeDe vergadering van de boeren die rechten hadden in de marke. Zij besliste over het gebruik van de gemeenschappelijke grond: wie er vee mocht weiden, plaggen mocht steken en hoe de wegen werden onderhouden.Alle begrippen ingeplant, tegen het stuifzandZand dat ging stuiven toen de heide door te veel beweiding en plaggen steken kaal raakte. Het trok als duinen over het land.Alle begrippen dat naar het bouwland opschoof. Van weinig groen op deze kaart weten we zo precies waaróm het er staat, hoe het is aangelegd en wanneer – en dan blijkt het ook nog boven op een nederzettingsterrein van de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode te liggen, van de hunebedbouwers zelf.

In 1840 en 1841 werd de weg naar Assen verhard. De Franse reisschrijver Henry Havard kende in 1876 weinig wegen in Europa die aangenamer waren, en in Rolde wees volgens hem alles op welvaart, waar Eext en Gieten in een woestijn lagen.

In 1873 kwam de molen op de brinkHet open, gemeenschappelijke plein in een esdorp, vaak met bomen en een drinkpoel, waar het vee werd verzameld voordat het naar de heide of de weide ging.Alle begrippen, een grondzeiler op een heuveltje die er nog draait. In 1905 kwam het spoor: station Rolde aan de lijn Assen–Stadskanaal, 42 jaar open, met aan de spoorzijde nog altijd het tegeltableau voor reizigers die er sinds 1947 niet meer zijn.

En dan de brink zelf, waar op 11 juli 1925 27 motorrijders aan de eerste Nederlandse TT begonnen – niet in Assen, waar vrijwel iedereen hem plaatst, maar hier. De ronde van 28 kilometer via Borger, Schoonloo en Grolloo ging over stof, mul zand en onverharde bochten; spectaculair voor het publiek, onhoudbaar voor de organisatie, en al het jaar erop vertrok de race naar een asfaltweg. Het grootste motorsportevenement van Europa is dus tussen deze boerderijen begonnen.

Bekijk Rolde op de kaart →

Alle plekken in Rolde