Landschapssporen

Alle plekken

Rolde

25 plekken

Rolde was de hoofdplaats van het landschap Drenthe, en het dorp draagt daar nog de sporen van. De Etstoel, het hoogste rechtscollege, kwam drie keer per jaar bijeen en zat twee van die drie keer hier, in het koor van de Jacobuskerk; de derde zitting was in Anloo. Dat hield stand tot 1688. Pal achter diezelfde kerk liggen twee hunebedden – nergens anders op deze kaart staan vijfduizend jaar grafcultuur en het middeleeuwse recht op een paar honderd meter van elkaar.

De omgeving van Rolde op de topografische kaart van 1900
De omgeving van Rolde op de kaart van 1900 – topotijdreis, Kadaster. De kaartknop hieronder opent dezelfde omgeving met de jaarschuif.

Bekijk Rolde op de kaart →

De Rolder Tweeling, bijna verkocht

De twee heten samen de Rolder Tweeling, en hun geschiedenis is een korte les in hoe jong monumentenzorg is. In 1847 zette het markebestuur ze te koop, sloop inbegrepen. Er kwam protest, van dichtbij en daarna uit het hele land, en het duurde een kwarteeuw voordat ze veilig waren: pas in 1872 kocht het Rijk ze, voor honderdvijftig gulden. Van de twee is D18 de bekendste, en dat dankt hij aan een boom: de eik die er tot 1984 boven stond, tot hij zo met de stenen vergroeid raakte dat hij moest wijken.

Op honderdvijftig meter van de hunebedden ligt de algemene begraafplaats van 1829, met als oudste grafteken het postament van timmerman Geert Koops: geen wapenschild, geen bijbeltekst, maar op alle vier de zijden zijn gereedschap. En toen die begraafplaats in 2017 moest uitbreiden, kwam er eerst iets anders boven – een nederzetting uit de vierde of vijfde eeuw na Christus, met paalsporen, afvalkuilen en een hutkom. Eén perceel, en het draagt megalithische grafkamers, een dorp uit de volksverhuizingstijd en een timmerman met zijn zaag in steen.

De kerk van het recht

De kerk is vijftiende-eeuws en kwam in omgekeerde volgorde tot stand: eerst de toren, daarna het schip. Waar zijn naam vandaan komt bleek pas bij de restauratie van de jaren zestig, toen onder een altaar een jacobsschelp tevoorschijn kwam, het pelgrimsteken van Santiago. Van de rechtspraak die hier eeuwenlang zetelde is in het gebouw niets ouds bewaard; de zes Drentse dingspelen staan er pas sinds 1964 in, in gebrandschilderd glas van Joep Nicolas – bijna drie eeuwen nadat de rechtbank was vertrokken.

De Jacobuskerk van Rolde, waar de Etstoel het vaakst zat
Foto: Gouwenaar – Public domain · De Jacobuskerk van Rolde, waar de Etstoel het vaakst zat →

Wat die rechtbank deed is elders op deze kaart terug te vinden, want de Etstoel besliste over de dingen waar buurschappen ruzie om maakten: hout, vee en grond. Het vroegste stuk dat we ervan hebben dateert van 1424 en gaat over het broekland – het natte elzenbos in het beekdal. Luden Mensinge kreeg toestemming om daar "dat holt ende stobben bynnen jaers off brengen": het hout eruit, de stobben eruit, binnen het jaar. Dat is één regel, en het is het begin van een omslag die eeuwen zou duren – van bos naar weide- en hooiland, en daarmee van een landschap dat je oogst naar een landschap dat je maait.

De kuil op het veld

De aangrijpendste plek van Rolde ligt buiten het dorp, in een bosje bij 't Ruige Veld: een omwald perceeltje van negenentwintig bij negenentwintig meter waar een wandelaar zo aan voorbijloopt. Het is de joodse begraafplaats, het laatste tastbare bewijs van de kleine joodse gemeenschap die hier vanaf ongeveer 1785 bestond – nooit groot genoeg voor een eigen gemeente, wel voor een huissjoel aan de Nijlanderstraat. De ligging is met vier onafhankelijke gegevens vastgelegd, waaronder een peiling uit 1848 – "830 ellen ten zuidwesten van de kerktoren" – die nagemeten op 824 meter uitkomt: een Nederlandse el is na 1820 precies een meter.

Wat er stond is er niet meer: de rechtopstaande zerken zijn in de oorlog kapotgeslagen en als verharding in de toegangsweg verwerkt, in de tijd dat de Sicherheitsdienst het kinderhuis ernaast betrok. Van de Rolder inwoners van joodse afkomst die in oktober 1942 naar Westerbork werden gebracht – twaalf of dertien, de bronnen verschillen – kwam niemand terug.

Zand, stoom en benzine

De jongere geschiedenis van Rolde is er een van vastleggen wat bewoog. Het Boerbos is er eind negentiende eeuw door de boermarke ingeplant, tegen het stuifzand dat naar het bouwland opschoof. Van weinig groen op deze kaart weten we zo precies waaróm het er staat, hoe het is aangelegd en wanneer – en dan blijkt het ook nog boven op een nederzettingsterrein van de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode te liggen, van de hunebedbouwers zelf. In 1873 kwam de molen op de brink, een grondzeiler op een heuveltje die er nog draait. In 1905 kwam het spoor: station Rolde aan de lijn Assen–Stadskanaal, tweeënveertig jaar open, met aan de spoorzijde nog altijd het tegeltableau voor reizigers die er sinds 1947 niet meer zijn.

En dan de brink zelf, waar op 11 juli 1925 zevenentwintig motorrijders aan de eerste Nederlandse TT begonnen – niet in Assen, waar vrijwel iedereen hem plaatst, maar hier. De ronde van achtentwintig kilometer via Borger, Schoonloo en Grolloo ging over stof, mul zand en onverharde bochten; spectaculair voor het publiek, onhoudbaar voor de organisatie, en al het jaar erop vertrok de race naar een asfaltweg. Het grootste motorsportevenement van Europa is dus tussen deze boerderijen begonnen, en één jaar lang was dat de hele accommodatie.

Bekijk Rolde op de kaart →

Alle plekken in Rolde