Landschapssporen

Balloërveld

Hunebed D16 bij Balloo, met cupmarks

Hunebed·Prehistorie

Hunebed D16 bij Balloo, met cupmarks
Opname van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 27 september 2007, gemaakt voor de landschapsbiografie van de Drentsche Aa. · Foto: Bert van As – CC BY-SA 4.0

Aan de rand van de Ballooër Esch, tussen de grafheuvels van Kampsheide en het Balloërveld, ligt hunebed D16: een groot en redelijk compleet ganggraf met negentien zijstenen, twee sluitstenen en negen dekstenen, en een grafkamer van 13,8 meter. Bakker telt negen paar zijstenen, dus achttien. Van Giffen telde er in 1918 vijftien. De ingang ligt onder de vijfde deksteen en is bewaard, met twee poortzijstenen en een poortdeksteen. Er staan nog twee stenen die als resten van een steenkrans gelden. Of D16 werkelijk een krans had, noemt Bakker onzeker. De grafkamer ligt vrijwel oost-west, met de ingang op het zuiden. De monumentenkaart noemt D16 een monument van de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode: de boeren die hier rond 3400 tot 2700 v.Chr. de eerste akkers aanlegden en hun doden in stenen kamers bijzetten.

Zo zag het hunebed er niet altijd uit. Bij een inventarisatie in 1918 waren alle negen dekstenen van de draagstenen afgegleden. Van Giffen beschreef D16 als "in een droevigen staat" en stelde vast dat de oorspronkelijke toestand nog maar gedeeltelijk te reconstrueren was. Hij zag geen steenkrans en rekende D16 tot de portaalgraven, met één paar poortstenen zonder deksteen erop. Hij zette dat jaar ook proefsleuven in de grafkamer. Bij een kleine proefgraving aan de noordkant vond hij zelfs geen keldervloer. In de zomer van 1952 werd het ingrijpend hersteld. Alle dekstenen werden teruggelegd, de sluitstenen en de meeste zijstenen werden naar binnen gezet, en drie verdwenen zijstenen kwamen weer boven en werden teruggeplaatst, met nog een steen waarvan niemand de functie kende. Zo kwamen de vijftien van 1918 op negentien. Alleen zijsteen Z5 staat nog waar hij stond. Ook de twee kransstenen werden toen blootgelegd. Oudere beschrijvingen kenden die krans wel. Pan noemde het hunebed van Ballo in de Drentsche Volksalmanak voor 1849 als eerste van de hunebedden die nog door een ovale of vierkante steenkrans omringd waren, en Janssen hield drie losse stenen voor resten ervan. In 1954 volgde nog een restauratie, en in 2000 moest een deksteen teruggelegd worden die vandalen van zijn plaats hadden gewerkt.

De inventarisatie van 1918: de dekstenen liggen van hun draagstenen af en het hele graf gaat bijna op in de heide van de Ballooër es. Plaat 34 uit Van Giffens De hunebedden in Nederland.
De inventarisatie van 1918: de dekstenen liggen van hun draagstenen af en het hele graf gaat bijna op in de heide van de Ballooër es. Plaat 34 uit Van Giffens De hunebedden in Nederland. · Beeld: Collectie Drents Archief (DA3041606), opname Albert Egges van Giffen – Publiek domein

Op de oudste lijsten van Drentse hunebedden, die van Westendorp en de rapporten van de schultes, ontbreekt D16. Janssen noemt wel een grafkelder in de Kommerkamp bij Balloo, die in 1820 nog bestond en in zijn tijd vernield was. Van Giffen hield die voor hetzelfde hunebed. D16 zou dan tussen 1820 en 1845 zowel tevoorschijn zijn gekomen als beschadigd zijn geraakt. In 1847 lag het hunebed nog in de marke van Balloo. Op 10 december van dat jaar besloten de markegenoten die marke volledig te scheiden. Op voorstel van de gewaardeelden uit Assen besloten ze ook het hunebed aan de provincie Drenthe in eigendom aan te bieden, met grond eromheen voor een wal of sloot en een toegang vanaf de openbare weg. De Drentsche courant hoopte dat vooral de markegenoten van Rolde dat voorbeeld zouden volgen. De provincie nam het aan. In 1856 was dit een van de drie hunebedden die ze in eigendom had, naast die in Emmen en Exlo. Van Giffen noemt in 1925 een latere akte: volgens hem kreeg de provincie D16 in 1871 ten geschenke van de markgenoten van Balloo. Hoe die akte zich verhoudt tot het aanbod van 1847, is niet uitgezocht.

Het merkwaardigste onderdeel bevindt zich op de zesde deksteen: een reeks kleine, ronde uithollingen. De Deense archeoloog Petersen, uit Kopenhagen, herkende die in september 1987 als cupmarks, kuiltjes die ook voorkomen op hunebedstenen in Denemarken en Sleeswijk-Holstein. Het waren de eerste in Nederland, en in Drenthe komen ze volgens Kolen, in zijn proefschrift uit 2005, alleen op dit hunebed voor. Wie ze maakte, wanneer dat gebeurde en welke betekenis ze hadden is onbekend. Liebers verbond zulke kuiltjes in 1985 met voedseloffers; concrete aanwijzingen daarvoor zijn er volgens Kolen niet. Iets over de heuvel zeggen ze wel. Een kuiltje kun je alleen uithakken in steen die bloot ligt, en volgens Bakker tonen ze dus welk deel van de deksteen in de prehistorie een tijd niet door de heuvel was bedekt. De andere dekstenen reiken even hoog, dus die kunnen allemaal bloot hebben gelegen. Op de zesde deksteen zijn het er zeven, aangebracht in een O-vorm, en bij later nakijken bleken er ook drie op de derde deksteen te zitten – twee daarvan meteen zichtbaar, de derde alleen met strijklicht en op de tast. Of die twee stenen nog op hun oorspronkelijke plek liggen is niet zeker: volgens de atlas van Van Giffen wel, maar op de tekening die Lukis en Dryden er in 1878 van maakten is niet uit te maken welke steen waar hoorde.

Het hunebed is bereikbaar via een zandpad vanuit Balloo of Loon; bij nat weer kan dat pad slecht begaanbaar zijn.

Bekijk deze plek op de kaart →

Deze plek is stap 2 van 6 in de verhaallijn Wat je ziet, is opnieuw gemaakt. Lees de hele lijn.

Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).

Gegevens

Ligging
53.00034, 6.61871
Gebied
Balloërveld
Cultuur
Trechterbekercultuur
Zekerheid van de ligging
hoog

In de buurt

  1. Ballooër EschDe Ballooër Esch ligt op een keileemrug boven het Loonerdiep; eronder ligt het Romeinse Balloo, en het was de schraalste marke van de streek.410 m
  2. KampsheideKampsheide bij Balloo is een klein heideveld met ruim veertig grafheuvels, een urnenveld, resten van een Celtic field en hunebed D16.640 m
  3. Hans en GrietBij Balloo woonde rond 1900 een oud paar, Hans en Griet, in een woonwagen zonder wielen tegen een wal; de plek is niet meer bekend.850 m
  4. ≈ ParaboolduinBij het Egelmeer ligt een gaaf paraboolduin uit de laatste ijstijd; de richting van zijn armen verraadt de wind die het maakte.870 m
  5. Celtic fieldAan de zuidkant van het Balloërveld ligt een celtic field: akkertjes van dertig bij dertig meter met lage aarden walletjes ertussen.890 m
  6. BeekdalmonumentHet beekdalstelsel van de Drentsche Aa werd op 10 juli 2025 aardkundig monument; langs het Deurzerdiep staat het informatiepaneel.930 m
  7. Vindplaatsen bij het EgelmeerOp de droge rug bij het Egelmeer liggen twee geregistreerde vindplaatsen: trechterbekerscherven op de ene, neolithisch en ijzertijdmateriaal op de andere.950 m
  8. ≈ Palingfuik 1488Om een aalstal in het Loonerdiep kwam in 1488 de Etstoel eraan te pas, het hoogste gerechtshof van Drenthe.950 m
  9. Kerkban over BallooTussen 1442 en 1445 werd het hele dorp Balloo in de kerkban gedaan om een ruzie over een stuk groenland, het Gelebroek.1000 m
  10. KampsBoerderij Kamps bij Balloo hoorde bij een klooster en had gebinten uit 1588; na de brand van 2012 is hij herbouwd, op een erf dat nog een complete kampontginning is.1,0 km

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.