Landschapssporen

Balloërveld

Twee vindplaatsen op de rug bij het Egelmeer

Plek met een verhaal·Prehistorie

Op een hoge, droge rug pal ten oosten van het paraboolduin bij het Egelmeer op het Balloërveld liggen twee vindplaatsen naast elkaar. Bij karteringen in de jaren '70 kwamen op de eerste een dertigtal vuursteenartefacten en scherven van trechterbekeraardewerk aan de oppervlakte. De registratie zet er één zin bij die op het eigen reliëf te controleren is: de vindplaats ligt op een hoge rug.

Op de hoogtekaart loopt die rug duidelijk door het terrein, met daarnaast de laagte van het duin, de uitblazingskom ertussen. De vondsten liggen dus op de droge kant van een nat gebied, en dat is op deze kaart het patroon bij vrijwel elke steentijdvindplaats: mensen kampeerden op de droge rand, met het water binnen bereik.

De Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode staat bekend als de hunebedbouwers. Op deze kaart kennen we ze dus vooral van hun graven, dertien hunebedden, en veel minder van hun woonplaatsen. Een handvol scherven en dertig stuks vuursteen op een rug is geen opgegraven nederzetting, maar het is wel de andere kant van dezelfde mensen. Niet waar ze begraven werden, maar waar ze rondliepen.

Honderddertig meter noordwestelijker ligt de tweede plek, apart geregistreerd, met hetzelfde soort verhaal. Ook daar kwam bij karteringen in de jaren '70 vuursteen en aardewerk boven, maar de datering loopt verder door: de registratie leest het als bewoning uit het Neolithicumca. 5325 tot 1900 v.Chr.Meer over deze periode en mogelijk oudere perioden, plus activiteiten uit waarschijnlijk de IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode.

In de landschapsbiografie van het Balloërveld staat wat er vóór het Neolithicumca. 5325 tot 1900 v.Chr.Meer over deze periode lag. Spek en Zomer rekenen het Egelmeer tot de plaatsen waar mesolithische jachtkampen zijn aangetroffen, naast de pingoruïne midden op het veld en de dekzandkoppen in het Rolderdiep. De vuursteenconcentraties rondom het meer bevatten volgens hen zowel mesolithisch als neolithisch materiaal, met daarbij een vroeg-neolithische bijl. Hun conclusie is voorzichtig. Waarschijnlijk een aantrekkelijke plek waar rondtrekkende groepen jagers en verzamelaars zich af en toe huisvestten.

Later gebeurde hier hetzelfde nog eens. Van de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode noemen Spek en Zomer drie terreinen op het Balloërveld met grote vondstconcentraties, en het Egelmeer is er een van. De andere twee liggen aan de overkant van het Gasterensche diep en ten noordoosten van de schaapskooi. Alle drie liggen ze dicht bij een beekdal of ven, op de overgang van keileem naar zand, waar de bodem toen droog en vruchtbaar was.

De twee samen vertellen het verhaal van het landschap hier. Het is dezelfde droge rand van dezelfde natte laagte, dezelfde karteringen, en over de perioden heen hetzelfde gebruik: hier viel iets te halen en het lag droog. Daarom staan ze op deze kaart als één plek, met de stip er middenin, vijfenzestig meter van het ene zwaartepunt en vierenzestig van het andere. De twee vlakken meten samen ruim drie hectare.

Op de kaart van 1900 is dit nog heide, met de steilrandjes van het duin eromheen ingetekend.

Bekijk deze plek op de kaart →

Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK), met de topografische kaart van 1900 eroverheen (Kadaster).

Gegevens

Ligging
53.00275, 6.63231
Gebied
Balloërveld
Periode en cultuur
Neolithicum, Trechterbekercultuur, IJzertijd
Zekerheid van de ligging
midden

In de buurt

  1. ≈ ParaboolduinBij het Egelmeer ligt een gaaf paraboolduin uit de laatste ijstijd; de richting van zijn armen verraadt de wind die het maakte.90 m
  2. SchaapskooiAan de rand van het Balloërveld staat de schaapskooi met vierhonderd Drentse heideschapen, de grootste kudde van Drenthe.400 m
  3. Celtic fieldAan de zuidkant van het Balloërveld ligt een celtic field: akkertjes van dertig bij dertig meter met lage aarden walletjes ertussen.630 m
  4. Ballooër EschDe Ballooër Esch ligt op een keileemrug boven het Loonerdiep; eronder ligt het Romeinse Balloo, en het was de schraalste marke van de streek.670 m
  5. TichelhuisHet Tichelhuis bij het Smalbroekerloopje is een veldnaam uit 1900 voor een steenbakkerij; waar het huis zelf stond is nooit vastgelegd.670 m
  6. TankopstelplaatsTwee laagtes aan weerszijden van de zandweg bij de Mandenberg zijn mogelijk de opstelplaats voor tanks die Defensie hier in 1972 liet graven.770 m
  7. Kerkban over BallooTussen 1442 en 1445 werd het hele dorp Balloo in de kerkban gedaan om een ruzie over een stuk groenland, het Gelebroek.840 m
  8. IJzerbewerking NoorderschAan de rand van de Noordersch bij Balloo vond een kartering ijzerslakken, ijzeroer en nederzettingsafval, waarschijnlijk uit de middeleeuwen.870 m
  9. Balloo-dorpDe dorpskern van Balloo is over vijftienenhalve hectare ingeschreven als terrein van hoge archeologische waarde: onder de erven ligt mogelijk oudere bewoning.900 m
  10. Hunebed D16Hunebed D16 bij Balloo heeft negen dekstenen en op de zesde een reeks cupmarks: kuiltjes waarvan niemand weet wie ze maakte of waarom.950 m

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.