Landschapssporen

Balloërveld

Aardkundig monument voor het hele beekdalstelsel

Plek met een verhaal·IJstijden en bodem

Aardkundig monument voor het hele beekdalstelsel
Het begin van het oude stroompje, gezien vanaf de spoorbaan in noordelijke richting, in 1965 – het jaar waarin het Loonerdiep zijn vervangende leiding kreeg. Opname van de Dienst Landelijk Gebied. · Foto: Collectie Drents Archief (LG1276511), opname Wingens – Publiek domein

Langs het Deurzerdiep staat een informatiepaneel dat het beekdalstelsel van de Drentsche Aa als geheel markeert. Op 10 juli 2025 kreeg dat stelsel de status van aardkundig monument. Op de hoogtekaart volg je het stelsel als een web van smalle holle linten dat richting het noorden samenkomt, met de kronkels van de beek er als een dunner lijntje in.

Wat je op de hoogtekaart ziet is niet het dal dat er ligt. Het echte dal zit onder het veen. Het is veel smaller en veel dieper. Aan weerszijden ervan lopen ondiepere schouders, ook met veen overgroeid, en die maken het dal aan de oppervlakte breed. In het veen daaronder zitten smalle stroken zand: de beddingen waar de beek vroeger liep. Dat ze smal zijn, is het bewijs. Langs beken waar het water de buitenbocht wegschuurt en in de binnenbocht zand afzet, ontstaan juist brede zandlichamen, en die zijn langs de Drentsche Aa nergens aangeboord. De beek heeft zijn bochten dus nooit verlegd. En het diepste veen stamt uit het Jonge Dryas, de laatste koude terugval van de ijstijd, ruim tienduizend jaar geleden. De geul eronder moet dus nog ouder zijn, en daarmee is dit dal ouder dan lang werd gedacht.

De Drentsche Aa zit vol bochten. Leg kaarten uit verschillende jaren naast elkaar, en ze liggen vrijwel steeds op dezelfde plek. Dat is merkwaardiger dan het klinkt. Kuenen schreef in 1944 al dat de bedding in ruim twintig jaar nauwelijks was verschoven, en de vergelijking met de gedetailleerde kaarten die De Jonge in 1924 maakte laat hetzelfde zien. In de hele vorige eeuw is voor zover bekend welgeteld één bocht op natuurlijke wijze afgesneden.

Bochten zijn dus nog geen meanders. Een meanderende beek verlegt zijn geul. Het water schuurt de buitenbocht uit en zet in de binnenbocht zand af, en daar is stromingsenergie voor nodig. Die heeft de Drentsche Aa nauwelijks, want zijn bedding ligt in veen en het dal heeft bijna geen verval. Geomorfologen noemen zo'n waterloop een slingerende beek, en eigenlijk vinden ze het een rechte: hij kronkelt wel, maar hij komt niet van zijn plaats. De landschapsbiografie houdt het op een slingerende maar grotendeels stabiele beek, met zeer geringe erosie en sedimentatie.

De landschapsbiografie beschrijft zes veenvormen die hier algemeen voorkwamen, en volgt daarbij de typologie van Succow. Het verschil zit hem in het water. Waar dat vandaan komt bepaalt hoe voedselrijk het veen is, wat erop groeit en hoe hard het groeit.

Drie ervan liggen op deze kaart. Zompveen, ook wel oermoeras genoemd, ligt op de flanken van het dal en in de bovenlopen. Het mooiste voorbeeld is het Westerholt op het Eexterveld. Dat is de fase waarin veenvorming begint, met elzen erop en een pakket van nog geen halve meter. Hoogveen vind je hier als kleine heideveentjes op de heidevelden naast het dal, met mooie voorbeelden ten zuiden van Oudemolen bij het Linthorst Homanbos. Die krijgen hun water uitsluitend uit de regen. Er is daardoor zo weinig voedsel dat er nauwelijks iets groeit. En langs het Smalbroekenloopje bij Balloo ligt een kwelveentje, gevoed door plaatselijke bronnen van grondwater en te herkennen aan de zware horsten pluimzegge. Zulke veentjes zijn zeldzaam geworden. Een deel van de oorzaak zit in het veen zelf. Er slaat ijzer in neer, en veel kwelveentjes zijn daarvoor in het verleden vergraven.

Een vierde vorm is er niet meer. Doorstroomveen lag in de middenloop, gevoed door een permanente aanvoer van grondwater die nauwelijks schommelde. In de Drentsche Aa is het verdwenen, en in vrijwel heel Europa ook. De laatste twee vormen liggen net buiten deze kaart: overstromingsveen bij de Kappersbult onder De Punt, en verlandingsveen in het Wilde Veen bij Zuidlaren.

Waarom dat veen verdwijnt, is een rekening van eeuwen terug. Tussen de zestiende en de negentiende eeuw is het veen bij de Hunze afgegraven. Daardoor kwamen de Veenkoloniën een paar meter lager te liggen dan het gebied ernaast, en sindsdien stroomt het diepe grondwater van de Drentsche Aa die kant op weg. Het gebied droogt daardoor uit. Dat valt niet meer terug te draaien. De oostelijkste bovenloop, het Andersche Diep, heeft er het meest van te lijden. Tussen 1917 en 1956 verdween er al dertig tot honderd centimeter veen, en tussen 1987 en 2013 werd het pakket op de bodemkaart opnieuw een klasse dunner.

Ook dit dal staat als geosite van Geopark de Hondsrug ingeschreven. De provincie noemt er drie dingen bij: een sterk meanderende loop in een ondergrond van potklei, paraboolduintjes langs het dal, en de rol van het dal als scheiding tussen de Rug van Rolde en de Ballooër Esch. Dat "meanderende" is daarbij spreektaal voor bochtig; de landschapsbiografie houdt het nadrukkelijk op slingerend.

Bekijk deze plek op de kaart →

Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).

Gegevens

Ligging
52.99507, 6.60788
Gebied
Balloërveld
Periode
IJstijden
Zekerheid van de ligging
hoog

In de buurt

  1. PoepenhemeltjeEen vierkant walletje in het beekdal bij Deurze, op het bord een schans van Bommen Berend uit 1672 – een lezing die het onderzoek niet houdt.210 m
  2. KampsheideKampsheide bij Balloo is een klein heideveld met ruim veertig grafheuvels, een urnenveld, resten van een Celtic field en hunebed D16.570 m
  3. KampsBoerderij Kamps bij Balloo hoorde bij een klooster en had gebinten uit 1588; na de brand van 2012 is hij herbouwd, op een erf dat nog een complete kampontginning is.610 m
  4. Deurzerbrug en tolhuisOver de Deurzerbrug mocht het vee van Ballooërs in 1439 niet meer; vanaf 1858 stond ernaast het tolhuis van de straatweg Assen–Rolde.640 m
  5. AmelteTussen Deurze en Assen lag Amelte, een esgehucht dat in 1817 met het landgoed Vredeveld werd opgekocht en daarna van de kaart verdween.740 m
  6. Kaalslag AmelteHet landgoed Amelte aan de weg Assen–Rolde werd tussen 1898 en 1901 gekapt voor H. Passmann uit Ruhrort, tot de vier rijen eiken langs de weg.770 m
  7. Weg Assen–RoldeDe Franse journalist Henry Havard kende in 1876 weinig wegen in Europa die aangenamer waren dan die van Assen naar Rolde; ook Craandijk prees de grintweg met zijn eikenlanen.770 m
  8. Hunebed D16Hunebed D16 bij Balloo heeft negen dekstenen en op de zesde een reeks cupmarks: kuiltjes waarvan niemand weet wie ze maakte of waarom.930 m
  9. DeurzereschOnder de Deurzeresch moeten volgens de landschapsbiografie de nederzettingen liggen die bij het grafveld in het Tumulibos horen; Deurze zelf dateert uit de vijfde eeuw.1,0 km
  10. TumulibosIn het Tumulibos op het Balloërveld liggen ruim vijfendertig grafheuvels, de meeste brandheuvels uit de ijzertijd.1,0 km

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.