De visweer in de Hunze, waar Annen voor het eerst opduikt
Plek met een verhaal·Marke en boerenland
Op 2 en 3 september 1309 lieten Liudolfus, ridder en heer van Gronebeke en stadhouder in Groningen, samen met de etten van Drenthe en de redgers van Fivelgo vastleggen dat een geschil was bijgelegd. Het liep tussen de gemeenschap van Drentherwolde en de buren van Annen, en het ging over een visweer in de Hunze, in de oorkonde Hunesa genoemd. De zoening zelf was het werk van vier mannen die beide partijen samen hadden gekozen: Rickardus en Johannes, lekebroeders, en Eneco en Nonno uit Zuidlaren.
Een visweer of aalstal ving paling. Historisch onderzoeker Henk Luning beschrijft het zo: "Men plaatst van takken gevlochten matten in en naast de rivier. Het water wordt gedwongen om door een verlaagd middengedeelte te stromen, waarin visnetten en fuiken zijn geplaatst. De volwassen aal, die vanaf augustus naar zee trekt, komt daarin terecht." In het najaar werden de stallen opgeruimd, want ze stuwden het water op en veroorzaakten overstromingen.
De weer was ooit van de monniken van Aduard geweest en de buren van Annen hadden hem vernield. De bezitters van drie huizen in Annen – Altinga, Oldinfokkinga en Thicboldinga – moesten het bouwwerk daarom herstellen "up hoire kost unde arbeyt", en daarna onderhouden "tho ewighen daeghen". De akte noemt het ding bij zijn dagelijkse naam: "de men ghemeenlick hetet de were".
De maten staan erbij, tot op de voet. De breedte moest zeven en een halve voet worden, de oostelijke arm even hoog als het land ernaast, de westelijke arm drie voet hoger, de lengte zes roeden. Kwam er een breuk in, dan moesten de drie huizen de eerstvolgende dag beginnen te repareren en niet ophouden tot het gemaakt was, "bij pene hundert marck steerling". Daar stond tegenover dat de zijlvesten van Drentherwolde hun de visserij in die weer gunden, en het recht overal aarde te halen voor het onderhoud.
En dan staat er een bepaling in die deze akte aan drie dorpen op deze kaart vastknoopt. Werd de weer heimelijk stukgemaakt en werd iemand daarvan beschuldigd, dan moest hij zich vrijpleiten met een twintigvoudige eed: hijzelf en negentien eedhelpers, en die moesten geloofwaardige eigenerfden zijn uit de dorpen Eext, Gieten en Bonnen. De rechtsgemeenschap waarin dit geschil werd beslecht liep dus dwars over de Hondsrug, en de boeren van Eext stonden borg voor een viswerk in het Hunzedal.
Anderhalve eeuw later werd het geregeld voor iedereen. In 1454 legde de Etstoel – het hoogste Drentse rechtscollege, dat in Rolde en in de kerk van Anloo bijeenkwam – de afmetingen van aalstallen voor heel Drenthe vast: het verlaagde middenstuk moest ten minste twaalf voet breed zijn. Wie zich er niet aan hield, kon rekenen op eigenrichting; de buren van de stroomafwaarts gelegen aalstallen mochten de stal van de overtreder straffeloos afbreken.
De oorkonde is de oudste bekende schriftelijke vermelding van Annen, al was het dorp waarschijnlijk al eeuwen ouder. In 2009 vierde het dorp zijn zevenhonderdjarig bestaan, gerekend vanaf deze akte.
Van de middeleeuwse Hunze is hier weinig meer te zien. De rivier is later rechtgetrokken en maakt nu deel uit van de Oostermoersche Vaart; het brede, vlakke Hunzedal herinnert nog aan het oude rivierlandschap. De oorkonde noemt alleen de Hunze binnen de marke van Annen, en daarom is dit kaartpunt een benadering: de visweer kan meer dan een kilometer noordelijker of zuidelijker hebben gelegen.
Aanname, geen exacte locatie. De oorkonde noemt alleen 'de waterloop of rivierstroom die de Hunesa genoemd wordt'. Dit punt ligt halverwege het stuk Hunze dat binnen de marke van Annen én binnen deze kaart valt – bijna drie kilometer loop, dus de marge is naar beide kanten ruim een kilometer.
Bekijk deze plek op de kaart →
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 53.06763, 6.76810
- Gebied
- Hunzedal
- Periode
- Middeleeuwen
- Zekerheid van de ligging
- laag
In de buurt
- Dekzandrug AnnerveenEen dekzandrug bij Nieuw-Annerveen met sporen uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum, deel van een reeks vindplaatsen langs de Hunze.420 m
- Egberts LentAan de Hunzeweg in Nieuw Annerveen staat Egberts Lent, een krimpenboerderij uit 1810 met een gebint uit 1725 en een muurplaat uit 1680 erin.420 m
- Kanaal AnnerwijkHet kanaal van Annen naar Annerveenschekanaal kruiste vanaf 1919 de Hunze; de rivier ging in een duiker onder het kanaal door.480 m
- Vindplaats SpijkerboorAchter een woonhuis in Spijkerboor ligt een dekzandrug van nog geen tachtig meter waar amateurs in 1976 en 1978 vuursteen vonden.720 m
- HooilandenOp een deels ontzande rug in de Hooilanden lagen mesolithisch vuursteen en een scherf uit de late bronstijd – dezelfde droge kop, duizenden jaren later.790 m
- UitblazingskomBij Annen ligt de grootste uitblazingskom van Drenthe, ruim een kilometer breed en zo ondiep dat je hem op de grond niet merkt: het tiende aardkundig monument.830 m
- HiltophoeveBij de Hiltophoeve bij Nieuw-Annerveen ligt onder een veenlaagje een gaaf bewaard loopvlak van laat-paleolithische Federmesser-jagers, gevonden in 1993.840 m
- ≈ TolhuisBij de Hunzebrug bij Spijkerboor stond vanaf 1849 het tolhuis van de kunstweg naar Annen; oogst, mest en heideplaggen waren vrijgesteld van tol.940 m
- Eerste molenIn 1771 kreeg Spijkerboor zijn eerste molen, op de plek van de huidige weg naar Annen; de familie Hubbeling maakte er vanaf 1832 ook een oliemolen van.1,0 km
SpijkerboorSpijkerboor is een veenontginningsdorp op de grens waar het zand van de Hondsrug ophoudt en het veen van het Hunzedal begint.1,0 km
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.