Landschapssporen

Alle plekken

Hunzedal

18 plekken

Het Hunzedal is het spiegelbeeld van de rest van deze kaart. De esdorpen liggen boven op de Hondsrug en kijken het dal in; de mensen die hier het langst hebben gewoond zaten er juist ín, op dekzandeilanden die een paar meter boven het veen uitstaken. En waar op de rug alles door eeuwen ploegen is platgetrokken, is hier juist veel bewaard – afgedekt onder het veen, ongestoord, precies zoals de laatste bewoner het achterliet.

De omgeving van Hunzedal op de topografische kaart van 1900
De omgeving van Hunzedal op de kaart van 1900 – topotijdreis, Kadaster. De kaartknop hieronder opent dezelfde omgeving met de jaarschuif.

Bekijk Hunzedal op de kaart →

De wind als landschapsbouwer

Nergens op deze kaart heeft de wind zo huisgehouden als hier. Bij de Duunsche Landen – in de volksmond De Bulten – ligt de grootste uitblazingskom van Drenthe: een kilometer breed en maar anderhalve meter diep. Op de grond loop je erdoorheen zonder het te merken; op het hoogtemodel is hij niet te missen, en dat is precies waarvoor deze kaart bestaat. De zandruggen ernaast zijn vermoedelijk het uitgeblazen zand zelf, aan de oostkant neergelegd door de westenwind die in de laatste ijstijd over het kale land streek. Het is een officieel aardkundig monument, een van de twee in dit kaartvlak.

Aan de andere kant van het dal, op de steile oostflank van de Hondsrug, liggen de droogdalen – dalen zonder beek, uitgesleten door smeltwater toen de bodem nog bevroren was. Vanaf de Bonnerdijk overzie je bij het droogdal Zwarte Hull de hele overgang van rug naar dal. Eerlijk is eerlijk: op het scherm zijn ze flauw, honderden meters breed en maar een paar meter diep, precies tussen de twee reliëflagen in. In het veld zie je ze meteen.

Het oudste bewoningspatroon

Langs de Hunze ligt een reeks dekzandruggen met vuursteen uit het Laat-paleolithicumca. 30.000 tot 11.000 jaar geledenMeer over deze periode en het Mesolithicumca. 9700 tot 5325 v.Chr.Meer over deze periode – bij Nieuw-Annerveen, bij Spijkerboor, in de Hooilanden – en die reeks is het oudste bewoningspatroon dat deze kaart kent. Toen de Hondsrug nog bos was en de dorpen niet bestonden, was dit natte dal met zijn droge koppen de plek om te zijn: water, wild en overzicht bij elkaar.

Er zit een onderscheid in dat patroon dat op de kaart niet meteen opvalt. De oudste en de jongste sporen van die reeks liggen niet even ruim verspreid: laat-paleolithische en neolithische bewoning wordt ten oosten van de Hondsrug eigenlijk alleen ín het dal van de Hunze aangetroffen, terwijl mesolithische nederzettingen in een veel bredere zone voorkomen. Wie hier vuursteen vindt op de flank, ver van het water, vindt dus vrijwel altijd mesolithisch vuursteen.

Dat we dit pas laat weten, heeft een reden die met het dal zelf te maken heeft. Beekdalen stonden op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden – jarenlang de leidraad bij het uitvoeren van archeologisch onderzoek – aangegeven als gebieden met een lage archeologische verwachting. Er is dus decennialang niet gezocht op precies de plek waar het meeste bewaard bleef. Booronderzoek, de gebruikelijke manier om grote gebieden snel af te tasten, werkt hier bovendien slecht: de grond in een boring uit een beekdal oogt verstoord door de dynamiek van de beekafzettingen, en je zoekt hier niet naar een nederzetting maar naar losse sporen daarbuiten, met een lage trefkans. Wat in de bovenloop van de Hunze wél werkte was het afplaggen archeologisch laten begeleiden en ervaren amateurarcheologen het blootgelegde zand laten aflopen – waarbij bleek dat vindplaatsen soms maar tien tot twintig centimeter onder het maaiveld lagen.

De zeldzaamste plek van het hele kaartvlak hoort bij die reeks: de Hiltophoeve, een zandrug waar rendierjagers van de Federmesser-groepen kampeerden, veertienduizend tot twaalfduizend jaar geleden. Wat hem uniek maakt is de bodem: het profiel is vrijwel gaaf, en de rug duikt weg onder een veenpakket. Dat veen is de reden dat het er nog ligt – het dal heeft afgedekt wat de rug zou hebben weggeploegd.

Hooiland en visweren

Voor de esdorpen op de rug was het dal geen woonplaats maar voorraadkast. De veldnamen zeggen het al: Hooilanden, Koebroeken, Ossevenen. Vanaf de Hondsrug daalden hooiwegen haaks op de beek het dal in, en langs die wegen liggen de houtwallen die het dal aan de westkant nog altijd in groene kamers verdelen. Enkele zandkoppen middenin waren wél bewoond – Eexterzandvoort is er een, en de naam zegt waar het om ging: de zandvoort, de plek waar je droog door het dal kwam.

Ook het water zelf was bezit. Op 2 en 3 september 1309 werd een ruzie bijgelegd over een visweer in de Hunze die de buren van Annen hadden vernield: drie met naam genoemde huizen moesten hem op eigen kosten herstellen en "tot eeuwige dagen" in stand houden. Die oorkonde is meteen de oudste geschreven vermelding van Annen – het dorp vierde er in 2009 zijn zevenhonderdjarig bestaan op. De rivier waar dit allemaal om draaide is er niet meer als rivier: de Hunze is rechtgetrokken tot de Oostermoersche Vaart, en wat het water in 1309 deed is alleen nog aan het brede, vlakke dal te zien.

Bekijk Hunzedal op de kaart →

Alle plekken in Hunzedal