Hunzedal
18 plekken
Het Hunzedal is het spiegelbeeld van de rest van deze kaart. De esdorpen liggen boven op de Hondsrug en kijken het dal in; de mensen die hier het langst hebben gewoond zaten er juist ín, op dekzandeilanden die een paar meter boven het veen uitstaken. En waar op de rug alles door eeuwen ploegen is platgetrokken, is hier juist veel bewaard – afgedekt onder het veen, ongestoord, precies zoals de laatste bewoner het achterliet.

De wind als landschapsbouwer
Meestal wordt het Hunzedal beschreven als een smeltwaterdal uit het einde van de voorlaatste ijstijd, maar geoloog Harry Huisman zag het in 2003 anders. De oostrand van de Hondsrug loopt opvallend recht, onder het dal ligt een bekken dat 20 tot 30 meter diep in de ondergrond is uitgeschuurd, en op de dalbodem ligt hier en daar keileemEen taaie laag van klei, zand en stenen die het landijs in de voorlaatste ijstijd heeft achtergelaten. Water zakt er slecht doorheen. Waar hij dicht onder de oppervlakte ligt, blijft de regen erop staan: in laagtes ontstonden zo veentjes en vennen, en de grond erboven bleef lang nat. Waar hij ontbreekt, zakt het water in het zand weg.Alle begrippen. Samen maken ze het volgens hem aannemelijk dat bewegend ijs het dal heeft uitgediept. Daarna is het bekken opgevuld met zand, tot 31 meter dik.
Nergens op deze kaart heeft de wind zo huisgehouden als hier. Bij de Duunsche Landen – in de volksmond De Bulten – ligt de grootste uitblazingskomEen laagte die de wind heeft uitgeblazen toen het zand kaal lag, in de laatste ijstijd of later op de stuifzanden. De wind nam het zand mee tot op een laag die bleef liggen, zoals het grondwater of leem. Zo'n kom is meestal ondieper dan een pingoruïne, hooguit een paar meter, en heeft vaak een wal van opgewaaid zand aan één kant.Alle begrippen van Drenthe: een kilometer breed en 1,5 meter diep. Op de grond loop je erdoorheen zonder het te merken; op het hoogtemodel is hij niet te missen. De zandruggen ernaast zijn vermoedelijk het uitgeblazen zand zelf, aan de oostkant neergelegd door de westenwind die in de laatste ijstijd over het kale land streek. Het is een officieel aardkundig monument, een van de twee in dit kaartvlak.
Aan de andere kant van het dal, op de steile oostflank van de Hondsrug, liggen de droogdalEen dal zonder beek. Het is in de ijstijden uitgesleten door smeltwater en regen die over de bevroren ondergrond wegstroomden. Toen de bodem ontdooide, zakte het water weer in het zand en viel het dal droog.Alle begrippen – dalen zonder beek, uitgesleten door smeltwater toen de bodem nog bevroren was. Vanaf de Bonnerdijk overzie je bij het droogdal Zwarte Hull de hele overgang van rug naar dal. Eerlijk is eerlijk: op het scherm zijn ze flauw, honderden meters breed en maar een paar meter diep, precies tussen de twee reliëflagen in. In het veld zie je ze meteen.
Het oudste bewoningspatroon
Langs de Hunze ligt een reeks dekzandFijn zand dat de wind aan het eind van de laatste ijstijd over het land heeft geblazen, als een deken over het oudere landschap. De lage ruggen ervan waren de droge plekken waar mensen woonden en akkerden.Alle begrippen met vuursteen uit het Laat-paleolithicumca. 30.000 tot 11.000 jaar geledenMeer over deze periode en het Mesolithicumca. 9700 tot 5325 v.Chr.Meer over deze periode – bij Nieuw-Annerveen, bij Spijkerboor, in de Hooilanden – en die reeks is het oudste bewoningspatroon dat deze kaart kent. Toen de Hondsrug nog bos was en de dorpen niet bestonden, was dit natte dal met zijn droge koppen de plek om te zijn: water, wild en overzicht bij elkaar.
Er zit een onderscheid in dat patroon dat op de kaart niet meteen opvalt. De oudste en de jongste sporen van die reeks liggen niet even ruim verspreid: laat-paleolithische en neolithische bewoning wordt ten oosten van de Hondsrug eigenlijk alleen ín het dal van de Hunze aangetroffen, terwijl mesolithische nederzettingen in een veel bredere zone voorkomen. Wie hier vuursteen vindt op de flank, ver van het water, vindt dus vrijwel altijd mesolithisch vuursteen.
Dat we dit pas laat weten, heeft een reden die met het dal zelf te maken heeft. Beekdalen stonden op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden – jarenlang de leidraad bij het uitvoeren van archeologisch onderzoek – aangegeven als gebieden met een lage archeologische verwachting. Er is dus decennialang niet gezocht op precies de plek waar het meeste bewaard bleef. De eerste grote inventarisatie kwam er in 1992 en 1993, toen de Stichting RAAP in het dal 344 vindplaatsen telde en de hoogste prioriteit gaf aan die uit het Laat-paleolithicumca. 30.000 tot 11.000 jaar geledenMeer over deze periode. Booronderzoek, de gebruikelijke manier om grote gebieden snel af te tasten, werkt hier bovendien slecht: de grond in een boring uit een beekdal oogt verstoord door de dynamiek van de beekafzettingen, en je zoekt hier niet naar een nederzetting maar naar losse sporen daarbuiten, met een lage trefkans. Wat in de bovenloop van de Hunze wél werkte was het afplaggen archeologisch laten begeleiden en ervaren amateurarcheologen het blootgelegde zand laten aflopen – waarbij bleek dat vindplaatsen soms maar tien tot twintig centimeter onder het maaiveld lagen.
De zeldzaamste plek van het hele kaartvlak hoort bij die reeks: de Hiltophoeve, een zandrug waar rendierjagers van de Federmesser-groepen kampeerden, veertienduizend tot twaalfduizend jaar geleden. Wat hem uniek maakt is de bodem: het profiel is vrijwel gaaf, en de rug duikt weg onder een veenpakket. Dat veen is de reden dat het er nog ligt – het dal heeft afgedekt wat de rug zou hebben weggeploegd.
Hooiland en visweren
Voor de esdorpen op de rug was het dal geen woonplaats maar voorraadkast. De veldnamen zeggen het al: Hooilanden, Koebroeken, Ossevenen. Vanaf de Hondsrug daalden hooiwegen haaks op de beek het dal in, en langs die wegen liggen de houtwallen die het dal aan de westkant nog altijd in groene kamers verdelen. Enkele zandkoppen middenin waren wél bewoond – Eexterzandvoort is er een, en de naam zegt waar het om ging: de zandvoort, de plek waar je droog door het dal kwam.
Het slechte madeland tussen de Hondsrug en de Hunze werd scheurenGrasland omploegen om er akkerland van te maken. Op de schrale hooi- en weilanden langs de beken loonde dat pas toen er kunstmest kwam, zoals in het Hunzedal aan het eind van de negentiende eeuw.Alle begrippen zodra Thomasslakkenmeel, een fosfaathoudende kunstmest, te krijgen was. Volgens Elema was men er in 1895 bij Borger en Bronneger mee begonnen. Daarna werden ook in Anloo, Gieten en Gasselte grote oppervlakten groenland gescheurd. Op die vroeger weinig opbrengende groenlanden werden vervolgens haver en grote hoeveelheden aardappelen voor de export en de fabrieken verbouwd.
Het veen in het dal werd handelswaar, en de turf ging naar Groningen. Op 28 augustus 1631 legden de veengenoten van Annen, Eext, Gieten en Bonnen samen een willekeurEen regel die een gemeenschap zelf vaststelde, zoals de boeren van een marke of de Etstoel, bijvoorbeeld over het weiden van vee, het steken van plaggen of het kappen van hout. Wie zich er niet aan hield, kreeg een boete.Alle begrippen vast over hun verhouding tot het schuitenschuiversgilde in die stad, de schippers die de turf afvoerden. Bijna twee eeuwen later waren het er meer. Op 17 mei 1817 sloten de venen een convenant met Groningen over de afvoer, en een hoofdcommissie "der Oostermoersche en Zuidenveldsche veenen, van Eext tot Valthe" kreeg een reglement om het uit te voeren; in 1834 werd dat herzien. Beide stukken kennen we alleen uit de inventarissen van het Rijksarchief in Drenthe, van 1910 en 1906; wat er precies in staat, is niet nagelezen.
Ook het water zelf was bezit. Op 2 en 3 september 1309 werd een ruzie bijgelegd over een visweerEen vaste vangconstructie dwars in een rivier of beek. Van takken gevlochten matten dwongen het water door een verlaagd middenstuk, waarin netten en fuiken stonden. Omdat ze het water opstuwden, werden ze in het najaar weer opgeruimd.Alle begrippen in de Hunze die de buren van Annen hadden vernield: drie met naam genoemde huizen moesten hem op eigen kosten herstellen en "tot eeuwige dagen" in stand houden. Die oorkonde is meteen de oudste geschreven vermelding van Annen – het dorp vierde er in 2009 zijn zevenhonderdjarig bestaan op. De rivier waar dit allemaal om draaide is er niet meer als rivier: de Hunze is rechtgetrokken tot de Oostermoersche Vaart, en wat het water in 1309 deed is alleen nog aan het brede, vlakke dal te zien. Sinds 1995 komt er iets van terug. Dat jaar legden de provincies Groningen en Drenthe met de gemeenten in de Hunzevisie vast dat de Hunze weer een levende rivier moest worden. Waar de oude bochten sindsdien opnieuw worden uitgegraven, zoals in 2014 bij de Bonnerklap, graven archeologen mee, en daar kwamen een verlaat en een skelet uit de IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode boven.
Alle plekken in Hunzedal
- Aardkundig monument: de uitblazingskom bij de Duunsche LandenIn het Hunzedal bij Annen ligt de grootste uitblazingskom van Drenthe: ruim een kilometer in…
- Bonnerklap, de balken van een zeventiende-eeuwse knijp in de HunzeIn het zuiden van de Bonnerklap, ten westen van Gieterveen, maakt de opnieuw uitgegraven Hunze…
- Bonnerklap, waar de Hunze een verlaat en een skelet uit de ijzertijd prijsgafTen westen van Gieterveen, een paar honderd meter ten zuiden van de N33, slingert de Hunze…
- De Annerwijk, een kanaal waar de Hunze onderdoor moestIn het Hunzedal eindigt een restant van een kanaal op de oever van de Hunze.
De Duunsche Landen, in de volksmond De BultenLangs de oude loop van de Hunze ligt een complex van langgerekte zandruggen dat plaatselijk De…- De Hiltophoeve: een gaaf kampement uit de oude steentijdOp een dekzandrug bij Nieuw-Annerveen ligt onder een dun veenlaagje het loopvlak waarover…
- De Hooilanden, waar de steentijd en de bronstijd elkaar rakenOp een deels afgegraven zandrug in de Hooilanden, midden in het natte Hunzedal, zijn sporen…
- De Semslinie, de liniaalrechte grens van 1615 tussen Drenthe en GroningenBij Eexterveenschekanaal loopt de grens tussen Drenthe en Groningen als een liniaal door het…
- De molshopen van BonnerveenIets ten oosten van de Hunze bij Bonnerveen ligt een zandkop die door een perceelsgrens in…
- De visweer in de Hunze, waar Annen voor het eerst opduiktOp 2 en 3 september 1309 lieten Liudolfus, ridder en heer van Gronebeke en stadhouder in…
- De vuursteen die bruin werd van het veenOp de zuidpunt van een dekzandrug aan de Hunze, ten westen van Bonnerveen, ligt een vindplaats…
- Een dekzandrug bij Nieuw-Annerveen, twee steentijden lang bewoondOp een dekzandrug in het beekdal bij Nieuw-Annerveen liggen sporen uit twee perioden: het…
Eexterzandvoort, een zandkop midden in het veenMidden in het natte Hunzedal liggen een paar zandkoppen. Eexterzandvoort is er een van.- Egberts Lent, een krimpenboerderij aan de HunzeAan de Hunzeweg in Nieuw Annerveen staat een boerderij van rode baksteen onder een zadeldak,…
- Hambroeken: wat er uit de bagger van het Voorste Diep kwamOp de wig tussen twee beken ligt een dekzandrug van nog geen vijf meter boven NAP.
- Het droogdal Zwarte Hull op de oostflank van de HondsrugOp de steile oostflank van de Hondsrug bij Bonnen ligt een droogdal.
Moekmade, waar het dal ook het bot bewaardeTussen de hooilanden aan de bovenloop van de Hunze ligt een terrein van ruim een hectare dat…- Zandvoorterweg: een dekzandrug in de reeks langs de HunzeOp de top van een dekzandrug bij Eexterveen liggen sporen van bewoning uit het…