Landschapssporen

Alle plekken

Gieten

36 plekken

Gieten is het dorp op de grens – letterlijk. Onder het verkeersplein waar de N33 en de N34 elkaar kruisen ligt de scheiding tussen de twee takken van de Hondsrug, en toen daar in 2010 een sleuf van zevenenhalve meter diep werd gegraven, lag de rug voor het eerst in doorsnede open: drie IJstijdenhet Saalien, 250.000 tot 130.000 jaar geledenMeer over deze periode onder elkaar, met keileemEen taaie laag van klei, zand en stenen die het landijs in de voorlaatste ijstijd heeft achtergelaten. Water zakt er slecht doorheen. Waar hij dicht onder de oppervlakte ligt, blijft de regen erop staan: in laagtes ontstonden zo veentjes en vennen, en de grond erboven bleef lang nat. Waar hij ontbreekt, zakt het water in het zand weg.Alle begrippen vol Scandinavische zwerfstenen. De verklaring die de onderzoekers vonden maakt de rotonde tot een bijzondere plek om stil te staan: ten oosten van Gieten lag een lichaam dood ijs, en je staat er op de grens tussen ijs dat bewoog en ijs dat stillag. Aan het landschap is dat niet te zien; aan de bodem wel.

De naam gaat een heel eind terug: in 1224 heet het dorp Geten, naar gêt, het woord voor kornoelje. Een dorp dat naar een struik heet, in een gebied waar de meeste namen naar bosweide (loo), droogte of hoogte verwijzen – dat is een van de weinige plaatsnamen hier die één plant aanwijst.

De omgeving van Gieten op de topografische kaart van 1900
De omgeving van Gieten op de kaart van 1900 – topotijdreis, Kadaster. De kaartknop hieronder opent dezelfde omgeving met de jaarschuif.

Bekijk Gieten op de kaart →

Een bos vol doden langs een oeroude weg

Het Zwanemeerbos tussen Eext en Gieten is de dichtstbevolkte dodenakker van deze kaart: drieënveertig grafheuvels in drie groepen – zesentwintig, elf en zes bij de Vijzelkampen. Het opmerkelijkste is hoe laat ze zijn gevonden: de twee grote groepen pas in het najaar van 1993. Het zijn overwegend brandheuvels uit de IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode, sommige maar tien tot twintig centimeter hoog – precies het bereik waarvoor het local relief model bestaat.

De mooiste zin staat in de registratie zelf: het patroon van de begravingen suggereert een oude route, mogelijk nog zichtbaar als een karrenspoor dat tussen de heuvels door slingert. Die route is de Oude Groningerweg, de verbinding Coevorden–Groningen waarvan het tracé vermoedelijk teruggrijpt tot in de prehistorie – dezelfde weg waarlangs de troepen van Bommen Berend in 1672 naar Groningen trokken en onderweg boerderij De Oldehof in brand staken. Dat de eigenaar weigerde te betalen is overlevering; wat vaststaat is het haardstedenregisterEen belastinglijst die per huis telde hoeveel haardsteden er waren. In Drenthe zijn ze bewaard vanaf de zeventiende eeuw, en daardoor zijn het ook lijsten van wie waar woonde.Alle begrippen van 1691, dat het erf bijna twintig jaar later nog altijd als woest opgeeft. Bij de elf heuvels ligt er nog een laag overheen: boswallen van oude eigendomsgrenzen snijden dwars door de groep – twee landschapslagen, eeuwen uit elkaar, allebei in het reliëf.

Het Zwanemeerbos, de Oude Groningerweg en Bommen Berend
Foto: Collectie Drents Museum (DM0212013324), via de beeldbank van het Drents Archief – Publiek domein · Het Zwanemeerbos, de Oude Groningerweg en Bommen Berend →

Dat de heuvels in het bos bewaard bleven en op de akkers niet, bewees de opgraving op De Bloemakkers: daar tekende een grafheuvel uit de Bronstijd1900 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode zich alleen nog af als een zwarte cirkel in het gele zand – de ringsloot, met de heuvel zelf allang weggeploegd. Op die 3,2 hectare kwamen naast de ringsloot een zespalige structuur, aardewerk, bewerkt natuursteen, vuursteen en crematieresten boven; het oudste stuk is een wandscherf met versiering van de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode, gemaakt rond drieduizend voor Christus – in de eeuwen dat hier hunebedden werden gebouwd.

De oostkant: een dal zonder beek

Waar de Hondsrug bij Gieten naar het Hunzedal afloopt ligt het Droogdal Bonnerveld, een brede vertakte laagte van ruwweg 1.280 bij 840 meter die als een boom naar het oosten uitwaaiert. Er stroomt niets doorheen en dat is ook nooit anders geweest: het is uitgesleten door smeltwater dat in de laatste ijstijd over bevroren grond naar beneden liep en nergens de bodem in kon. Halverwege de helling houden de vertakkingen abrupt op – daar hoefde het water niet langer over het oppervlak weg.

Op de hogere rug tussen twee van die vertakkingen liggen vier grafheuvels onder de veldnaam Varik, één grote en verderop drie kleinere. Dat ze daar liggen is geen toeval: die rug was droog, begaanbaar en van ver te zien.

En dan de akkers van dezelfde eeuwen, waarvan er hier twee stukken op de kaart staan. Ten oosten van Eext ligt een celtic fieldEen prehistorisch akkersysteem van kleine, vierkante veldjes met lage wallen eromheen, als een honingraat. In Drenthe aangelegd vanaf de late bronstijd tot in de Romeinse tijd. Het Nederlandse woord is raatakker.Alle begrippen op de flank van de rug, en bij het Zwanemeer een klein complex van ongeveer honderd bij honderd meter dat in 1968 pas van een luchtfoto is afgelezen – in het gewas tekenden de lage wallen zich af die op de grond niet opvallen. Zo gaat het bij deze vondstsoort: het dambord is er wel, maar alleen van bovenaf.

Esdorp naast havezate

De dorpskern van Gieten staat zelf als archeologisch monument geregistreerd: sinds 1840 zo weinig veranderd dat de middeleeuwse resten er vermoedelijk nog onder liggen. Dat vermoeden werd in november 2024 bevestigd toen archeologen achter een boerderij aan de Asserstraat scherven uit de IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode en de Romeinse tijd12 v.Chr. tot ca. 450 na Chr.Meer over deze periode vonden – de eerste prehistorische sporen zó dicht bij het centrum. Naast Gieten ligt Bonnen, een tweede geregistreerd esdorp, en daar hoort de adel bij: honderdvijftig meter van de dorpskern stond het Huis te Bonnen, van 1725 tot 1769 de havezate Entinge en rond 1807 afgebroken. Bovengronds is er niets van over; wat rest is microreliëf in een akker – vierendertig centimeter hoogteverschil, zonder herkenbare vorm. Zet de jaarschuif op 1815, acht jaar na de sloop, en het erf ligt er nog als apart omgrensd perceel. Toon op de kaart

Havezate Entinge bij Bonnen, alleen nog microreliëf
Foto: Collectie Drents Archief (DA9922066) – Publiek domein · Havezate Entinge bij Bonnen, alleen nog microreliëf →

Wat het dorp verder heeft nagelaten is een regelboek dat je alleen krijgt na een ramp. Toen de Tachtigjarige Oorlog in de jaren tachtig van de zestiende eeuw over Drenthe trok, verdween er meer bos dan in enige eeuw daarvoor: er was hout nodig voor het krijgsvolk, en in 1584 besloot de Staat zélf om het land te "verwousten, verniellen ende gansselijck bederven" om de Spaanse troepen hun voorraden te ontnemen. In 1609 klaagden Drost en Gedeputeerden dat de Drentse bossen "sedert de Nederlantsche troublen binaest algeheel syn vernietiget ende afgehouwen". Gieten reageerde eerder dan de meesten: in 1598 legden de buren een buurwillekeur vast die geheel gewijd was aan nieuwe regels voor het gebruik van het bos, naar aanleiding van de verwoestingen. Dat het hier hard aankwam is geen gissing: het Zwanemeerbos, waarvan het zuidelijke deel in de markeHet gezamenlijke grondgebied van een dorp: de heide, het veen en de weiden die de boeren samen gebruikten, en ook de vereniging van boeren die erover besliste. Wie er rechten in had, heette markegenoot.Alle begrippen van Gieten lag, is samen met het Borkerholt bij Schipborg door Spaanse troepen geplunderd voor de bouw van verdedigingswerken, en de marken van Gieten en Schipborg legden daarna de ene verbodsbepaling na de andere op – op houtkap, op het verzamelen van strooisel en zaden, en met de plicht om te herplanten. Het weinige hout dat over was moest de platgebrande boerderijen weer overeind zetten, en dat lukte alleen als niemand meer nam dan zijn deel.

Het was niet de eerste keer dat de buren van Gieten hun marke op schrift regelden. In 1458 lieten ze de meiers van het klooster van Assen toe tot hun gemeenschappelijke gronden, op voorwaarde dat die eerst een waardeelEen aandeel in de marke: het recht om vee te weiden, plaggen te steken en hout te halen op de gemeenschappelijke grond.Alle begrippen kochten, een aandeel in de marke. In 1477 verdeelden binnen- en buitenburen samen de venen, en in 1517 volgde een nieuwe verdeling, bezegeld door Arend de Hond, de schulteHet hoofd van een kerspel, aangesteld door de drost. Hij inde belastingen, hield toezicht en sprak recht in kleine zaken.Alle begrippen van Gieten. Tot de buitenburen hoorden toen ook Groningse geestelijken en Coert Mepsche, uit een van de voornaamste families van die stad. In 1530 won het dorp een proces over een sloot tegen de Groningse burgemeester Evert Mepsche, en daarbij erkende de EtstoelHet hoogste rechtscollege van Drenthe, met de drost als voorzitter en vierentwintig etten: eigenerfde boeren, vier uit elk dingspel. Hij kwam eeuwenlang op vaste plaatsen bijeen, in Rolde en Anloo; vanaf het eind van de zeventiende eeuw in Assen.Alle begrippen de dorpswillekeur van Gieten als geldig bewijs. Die wilkeurbrief is verloren gegaan.

Ook kleinere zaken regelden de buren samen. In 1577 verboden ze Willem Ubbena om stro het dorp in te brengen dat hij had gekocht in een streek waar men veel last had van Deventerbloemen. Zo heette toen de gele ganzenbloem, een berucht onkruid op de akkers, en de buren wilden niet dat het zaad met het stro mee naar Gieten kwam. Overdreven was die angst niet: in 1673 had de Landdag het nog over koren dat met Deventerbloemen was verontreinigd.

De molen die het haalde

Tot 1833 brachten de boeren van Gieten hun graan naar Eext of Gasselte. Bernier Lucas Homan maakte daar een eind aan met De Hazewind, een achtkante bovenkruier met een vlucht van tweeëntwintig meter – en daarmee staat op deze kaart de hele molenketen van dit stuk Hondsrug: de twee verdwenen molenplekken van Eext, de molen van Dekens in Annen waarvan alleen de steen nog in de grond ligt, de afgebrande molen op de Molenberg bij Anloo, de tweedehands gekochte en weer afgebroken Bonner Molen – en deze, die het als enige heeft gehaald. In 1946 vroeg de eigenaar nog een sloopvergunning aan; in plaats daarvan werd de molen verkocht en hersteld, en hij maalt nog, op vrijwilligers.

De Hazewind, de molen die het dorp zelf wilde
Foto: Collectie Drents Museum (DM0212011106), via de beeldbank van het Drents Archief – Publiek domein · De Hazewind, de molen die het dorp zelf wilde →

Het spoor kwam en ging in dezelfde eeuw: station Gieten opende in 1905 aan de lijn Assen–Gasselternijveen en verloor zijn reizigers in 1947. Daarna diende het nog een kwarteeuw als goederenstation van exportslachterij Udema – het vee ging hier op de trein – al ging het gebouw zelf in 1969 al tegen de vlakte; in 1972 hield ook die functie op. Het kaarsrechte tracé ligt nog in het landschap.

Achtendertig namen en zeven graven

De oorlog is in Gieten op twee plekken tastbaar. Op de brinkHet open, gemeenschappelijke plein in een esdorp, vaak met bomen en een drinkpoel, waar het vee werd verzameld voordat het naar de heide of de weide ging.Alle begrippen staat sinds 1949 een zwerfkei als oorlogsmonument – dezelfde steensoort als de hunebedden, de meest vanzelfsprekende manier om iets neer te zetten dat niet meer weggaat. Hij herdenkt achtendertig inwoners die door oorlogsgeweld omkwamen, en op de plaquette staan de namen van vierentwintig Joodse dorpsgenoten: Cohen, Valk, Meijer, Nijveen, Gottfriedt. En op de begraafplaats liggen zeven Britse oorlogsgraven bij elkaar: één complete bemanning van 7 Squadron, een Pathfinder-eenheid, alle zeven gestorven op 20 of 21 oktober 1943 – de registratie en het crashverhaal schelen een dag – toen een Lancaster van dat squadron boven de esDe hoge, gezamenlijke akker van een esdorp. De boeren hadden er elk hun eigen stroken, maar de es werd als geheel omheind. Door eeuwen bemesting met plaggen is de grond er dik en bol geworden.Alle begrippen bij het Zwanemeerbos werd neergehaald; dat déze zeven die bemanning zijn ligt voor de hand, maar is een gevolgtrekking. De jongste was twintig, de oudste negenentwintig.

Zeven graven van één bemanning op de begraafplaats van Gieten
Foto: Pa3ems – CC BY-SA 3.0 · Zeven graven van één bemanning op de begraafplaats van Gieten →

De ringen die in Leiden liggen

In 1809 stuurde Petrus Hofstede, ontvanger-generaal van Drenthe, een deel van zijn oudheden naar het pas opgerichte museum in Amsterdam, met een handgeschreven lijst erbij. Onder de nummers veertien, vijftien en zestien staan drie "koperen armringen", afkomstig uit een grafheuvel te Gieten. Ze liggen nu in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, en het zijn er geen drie van dezelfde soort: twee armbanden en een halsring met pseudo-tordering, de laatste in twee stukken die niet op elkaar passen. Daarmee hoort Gieten bij de handvol rijke ijzertijdgraven van Drenthe, met bronzen sieraden uit Noordwest-Duitsland en het Hunsrück-Eifelgebied, ergens tussen 625 en 475 voor Christus.

Waar die grafheuvel lag, weet niemand. Hofstede noteerde wel wat hij meestuurde maar niet waarvandaan, en negentiende-eeuwse catalogi spreken elkaar tegen over de vraag of de drie ringen uit één heuvel kwamen of uit meerdere. Maar Hofstedes eigen lijst van 1809 spreekt van één grafheuvel, en daarom twijfelt de archeoloog M.J.M. de Wit er niet aan dat de drie ringen daar samen uit kwamen, vrijwel zeker uit één graf. Wie ernaar wil zoeken heeft twee kandidaten: de grafheuvelgroep in het Bonnerveld en die bij het Zwanemeer. Allebei staan ze op deze kaart, en in allebei kan het geweest zijn.

De zaal van het dorp, en wie er stond

Wie in Gieten grond wilde kopen of huren, ging naar een café. De notaris hield zijn veilingen en verhuringen daar, en rond 1911 was dat adres het café van de weduwe Ottens. Daar verhuurde de dominee van Gieten zijn pastorielanden, percelen met namen als Beekmaat, Bosmaat, Oudebrand en Papenstuk, voor drie of zes jaar. Een vrouw die zo'n zaal dreef, dreef daarmee ook het zakelijke leven van het dorp.

Later kregen de vrouwen van Gieten hun eigen bijeenkomsten in diezelfde zalen. De afdeling Gieten van de Bond van Plattelandsvrouwen hield in februari 1958 samen met de coöperatieve landbouwvereniging een forumavond in zaal Tent, met als onderwerp "Rond de ontwikkeling van Gieten". In september 1959 opende presidente mevrouw Udema-Veldman het seizoen in zaal Dekker, met een causerie over de vraag hoe je een goede gast en een goede gastvrouw bent.

Bekijk Gieten op de kaart →

Alle plekken in Gieten