Landschapssporen

Rolde

De graaf op de vlucht bij Rolde, rond 1190

Plek met een verhaal·Later gebruik

Tussen Rolde en Deurze loopt een oude weg over het veld. Op de kaart van 1900 is het hier nog heide. Ergens in deze buurt joegen de Van Coevordens rond 1190 een graaf op de vlucht.

Het staat in de Quedam narracio, een kroniek uit de kring van de bisschop van Utrecht. Pijnacker Hordijk, die de tekst in 1888 uitgaf, laat zien dat hij is opgeschreven terwijl bisschop Wilbrand nog leefde. De bijeenkomst in Groningen waar een verslag van eerdere gebeurtenissen werd voorgelegd, was op 31 oktober 1232. Wat hier gebeurde was toen ruim veertig jaar geleden.

De aanleiding was een erfeniskwestie. Rudolf van Coevorden, prefect van Groningen, stierf overzee en liet één zoon na: Albrecht, nog een kind. Zijn broer Egbert wilde voogd worden. De bisschop weigerde, eiste de voogdij zelf op en gaf het prefectschap aan een Groninger ridder, Bertold. Egbert doodde hem.

Daarna liep het uit de hand. De Groningers, de Peizenaren en de verdreven heren van Coevorden plunderden de bezittingen van de bisschop in heel Drenthe, legden de voorburcht en het dorp Coevorden in de as, en joegen de graaf op de vlucht.

Die graaf was Otto van Bentheim, de broer van de bisschop. Daar draait het om. Bisschop Boudewijn van Utrecht probeerde rond 1190 het bestuur over Drenthe aan zijn eigen familie toe te spelen, en de Van Coevordens waren bisschoppelijk schout. Zij zagen hun positie verdwijnen en maakten er een eind aan.

Nu het voorbehoud. In het Latijn luidt de zin 'ipsum comitem apud Rotlo fugarent': zij joegen de graaf bij Rotlo op de vlucht. Maar Rotlo staat in geen enkel handschrift. Die lezing is een verbetering van de uitgever; de handschriften geven Roclo, Rocclo en Rodo. Pijnacker Hordijk noemt Rolde ongetwijfeld de bedoelde plaats, want het dorp heette vroeger Rotlo of Rodlo, en zijn opvolgers zijn hem daarin gevolgd. Zeker weten doen we het niet. De graaf wordt in het Latijn trouwens ook niet bij naam genoemd; er staat alleen 'ipsum comitem', de graaf.

Waarom een graaf hier was staat nergens. P.N. Noomen wijst op iets dat zeventig jaar later blijkt. In 1259 ligt het belangrijkste Bentheimse bezit van deze streek in Deurze, ruim een kilometer hiervandaan. Zijn veronderstelling is dat de hof van Deurze ook rond 1190 al het steunpunt van de graaf in midden-Drenthe was.

Bij die ene vlucht bleef het niet. De bisschop rukte met twee legers Drenthe binnen, de graaf via Coevorden en hijzelf via Steenwijk. Graaf Otto van Gelre bemiddelde. Er werden zestien gijzelaars gegeven, vier uit Groningen en twaalf uit Drenthe, en toen de bisschop die in de boeien sloeg overviel de jongste broer Folker de onverdedigde burcht van Coevorden. Hij nam er de gravin gevangen, de vrouw van diezelfde Otto van Bentheim. Zij werd tegen de gijzelaars uitgewisseld.

Het jaartal is af te leiden uit wie erbij was. De episode eindigt ermee dat de aartsbisschoppen van Mainz en Keulen naar Deventer komen om het tumult te beëindigen. Keulen is dan Filips I van Heinsberg, aartsbisschop van 1167 tot 1191. Alles wat eraan voorafging ligt dus vóór dat jaar. Noomen houdt het op rond 1190.

De stip is een plaatsing en geen vindplaats. Waar bij Rolde het gevecht was staat er niet, en of het Rolde was is een gevolgtrekking uit een verbeterd woord. Wat er wél ligt is de oude verbinding tussen het dorp en de hof waar de graaf vermoedelijk zat, en die loopt hier, tussen de twee molenkampen die aan elkaar grenzen.

Bekijk deze plek op de kaart →

Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK), met de topografische kaart van 1900 eroverheen (Kadaster).

Gegevens

Ligging
52.98624, 6.62716
Gebied
Rolde
Periode
Middeleeuwen
Zekerheid van de ligging
laag

In de buurt

  1. Gezinnen SchaapAan de Asserstraat in Rolde woonden de uit Lathen gevluchte gezinnen Schaap; in oktober 1942 zijn ze weggevoerd en vermoord. Er liggen struikelstenen.330 m
  2. Bommen AsserstraatOp 21 januari 1942 vielen bommen op de Asserstraat in Rolde; in 1944 groeven dwangarbeiders er een tankgracht van de Frieslandriegel doorheen.390 m
  3. Hol van KemfersAan de Asserstraat in Rolde woonde Jacob Kemfers vanaf 1903 in een zelf gegraven hol; in 1907 kwamen twee dames uit Assen het fotograferen.430 m
  4. 't Ruige VeldHet landhuis 't Ruige Veld bij Rolde werd in 1938 koloniehuis voor zwakke kinderen; in 1942 verbleven er via de NSV Duitse kinderen.520 m
  5. Joodse begraafplaats RoldeIn een bosje bij 't Ruige Veld ligt de joodse begraafplaats van Rolde: een omwald vierkant van 23 bij 23 meter, met nog één zerk.580 m
  6. TumulibosIn het Tumulibos op het Balloërveld liggen ruim vijfendertig grafheuvels, de meeste brandheuvels uit de ijzertijd.670 m
  7. Boterfabriek BallooIn Balloo draaide van 1898 tot 1913 de handkrachtboterfabriek De Drie Eenheid; in 1913 werd het gebouw op afbraak verkocht.800 m
  8. Hans en GrietBij Balloo woonde rond 1900 een oud paar, Hans en Griet, in een woonwagen zonder wielen tegen een wal; de plek is niet meer bekend.820 m
  9. DeurzereschOnder de Deurzeresch moeten volgens de landschapsbiografie de nederzettingen liggen die bij het grafveld in het Tumulibos horen; Deurze zelf dateert uit de vijfde eeuw.850 m
  10. BalloërkuilDe Balloërkuil geldt als oeroude gerechtsplaats, maar het stuifzand is er te jong voor en het Landrecht noemt hem niet.890 m

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.