Het Borkerholt, het bos waar drie eeuwen ruzie over is gemaakt
Plek met een verhaal·Marke en boerenland
Aan de dorpszijde van de Schipborger Strubben, ten oosten van de Schipborger Esch, lag het Borkerholt. Het was het gemeenschappelijke bos van de marke van Borck, zoals Schipborg vóór 1600 heette. Van alle bossen op deze kaart heeft dit het dikste dossier, en er staat geen enkele boom meer in die het heeft meegemaakt. Tussen 1332 en 1610 leverde het een aaneengesloten reeks conflicten op, binnen de marke en met de buurmarken.
Waar die ruzies over gingen is precies waar zo'n bos voor diende. Strooisel winnen, varens maaien, vee laten weiden, takhout afkappen, varkens die zich in het bos volvreten met eikels. Elk van die rechten was aan een waardeel gebonden, en elk ervan had impact op het bos. In de zestiende eeuw gaat het vooral over het snoeien of kappen van hout, over het steken van groene plaggen in of buiten het holt, en over schapen die er illegaal liepen. Het oudste overgeleverde vonnis over varkenshouderij in heel Drenthe komt hiervandaan. In 1404 kreeg ene Sicken vijftien mark boete omdat hij zijn varkens in de eikels had gedreven buiten de tijd dat het holt daarvoor was opengesteld. Bij het bepalen van de boete hield de Etstoel keurig rekening met de dagen waarop hij géén inbreuk op zijn recht had gemaakt.
Toen kwam de oorlog. Tussen 1580 en 1594 leidde de Tachtigjarige Oorlog hier tot regelrechte houtplundering en bosdegradatie, en het antwoord daarop is het aardigste wat dit dossier oplevert. Men ging direct over tot de aanplant van eiken, en stelde de gewaarde boeren verplicht om jaarlijks vier eikentelgen in het Borkerholt te planten. Dat is een herbebossingsplicht uit de zestiende eeuw, opgelegd door boeren aan zichzelf.
Van den Berg dateert die bepaling in een willekeur van Schipborg uit 1551, dertig jaar vóór de oorlog, en noemt het de oudste plantplicht die in het Drentsche Aa-gebied bekend is. Lid 1 van die willekeur verbiedt de buren eikenhout uit het holt te kappen, op straffe van tweemaal vijftien mark aan de heren en tweemaal vijftien aan de eigenerfden, plus de verplichting het gekapte opnieuw te planten. Lid 9 legt ieder de vier eikentelgen in het Borckerholt op. Beide staan in de willekeurenuitgave van Heringa uit 1982, op bladzijde 71.
Bij die ene regel bleef het niet. In 1612 legde de Drost elke buurschap op om per waardeel acht eikentelgen te planten, nu dus van hogerhand en dubbel zoveel. Die telgen moesten ergens vandaan komen. Ze werden opgekweekt op een eigen akker van de buurschap, en die akkers staan nog in de namen. In de veldnamencollectie van Wieringa dragen elf percelen in dit gebied de naam Telgenkamp of Telgakker, en de grootste concentratie ligt bij Anloo. Begin zeventiende eeuw stelde men bovendien voor het holt te verdelen, omdat een meerderheid binnen de marke daarvoor was, vermoedelijk in de veronderstelling dat privébezit tot scherper toezicht zou leiden.
Wat er van dat alles nog ligt, zit in de bodem en in de vorm van de bomen. Dit is de zone van de Schipborger Strubben met de meest interessante bodem. Onder een enorm humusprofiel ligt een vergraven bodemlaag, en de grens tussen de oorspronkelijke bovengrond en de inspoelingslaag is hier uiterst scherp. Dit is een aanwijzing dat er een prehistorisch celtic field onder zit. Van den Berg komt er langs een andere weg op uit. Bij eigen boringen in de Schipborger Strubben stuitte hij op sporen van een oude akkerlaag, net als in het Amerholt en de Zeijer Strubben. Dat is dezelfde waarneming van een tweede kant, en hij trekt er een grotere conclusie uit dan wij: het middeleeuwse bos was hier geen maagdelijk woud maar secundair bos, teruggegroeid over land dat al een keer akker was geweest.
Het hout zelf verraadt het beheer. Hier staan de bomen dichter op elkaar, nooit in groepjes, met zware rechte doorgeschoten stammen. Dat is hakhout dat is doorgeschoten nadat het kappen ophield. Aan de open kant, richting de heide, staan de eiken juist in heksenkringachtige groepjes. Dat zijn heidestrubben, waarvan één boomgroepje ruim zeven meter doorsnede heeft.
Aanname. Het boek situeert het Borkerholt als de derde zone van de Schipborger Strubben, aan de dorpszijde, 'aan de oostkant van de Schipborger Esch' en tegen de Holle Drift aan. Deze stip ligt in het gesloten bos direct ten oosten van die es; de marge is enkele honderden meters. De naam staat niet in PDOK, niet in de topografische kaart, niet in OpenStreetMap en levert in Delpher geen enkele krantentreffer op – het is een naam uit markestukken, geen kaartnaam.
Bekijk deze plek op de kaart →
Deze plek is stap 6 van 6 in de verhaallijn Conflicten. Lees de hele lijn.
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 53.06450, 6.68650
- Gebied
- Schipborg
- Periode
- Middeleeuwen
- Zekerheid van de ligging
- laag
In de buurt
- AddersveentjeHet Addersveentje bij Schipborg is een uitgeveende natuurlijke laagte en een van de laatste drie open watertjes van het Strubben-Kniphorstbos.230 m
- HandgranatenbaanDe handgranatenbaan in het Strubben-Kniphorstbos: een veldje met een kelder en houten schotten, aangelegd over een grafheuvel heen.370 m
Hunebedden D7/D8D7 en D8 liggen een paar honderd meter uit elkaar in het Strubben-Kniphorstbos; D7 is pas in 1822 voor het eerst op papier vermeld, ruim een eeuw na zijn buurman.400 m
De EschOp de es bij Schipborg is in 1960 een dolk van Frans Grand-Pressigny-vuursteen gevonden, mogelijk uit een vernield laat-neolithisch graf.410 m- Drie podzolenTheo Spek vond in het Strubben-Kniphorstbos drie haarpodzolen boven elkaar: bewijs voor eeuwenlange verstuiving langs de karrensporen.450 m
BomkraterEen bomkrater in het Strubben-Kniphorstbos bij Anloo, tien meter breed en een meter diep, afgeworpen door een Lancaster die aan een Duitse jager probeerde te ontkomen.520 m
Archeologisch reservaatDe Strubben-Kniphorstbos is 377 hectare groot en sinds 2000 het enige archeologische reservaat van Nederland, met sporen van steentijd tot middeleeuwen.530 m
LoopgraafEen geknikte gegraven gang van 76 meter in het Strubben-Kniphorstbos bij Anloo, volgens Elerie een loopgraaf uit de Tweede Wereldoorlog.610 m
DriemarkenpuntWaar de marken van Annen, Anloo en Zuidlaren samenkwamen, eindigde een van de langste markeprocessen van Drenthe: een ruzie over schapen.640 m
SchietbaanDe schietbaan in het Strubben-Kniphorstbos heeft nog houten schietkokers gevuld met grind, een oefenmethode die in Nederland niet meer bestaat.670 m
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.