Landschapssporen

Strubben-Kniphorstbos

Het driemarkenpunt: waar een ruzie om schapen eindigde

Plek met een verhaal·Marke en boerenlandBekijk de kaart

Het driemarkenpunt: waar een ruzie om schapen eindigde
De foto toont de gereconstrueerde grafheuvel met infopaneel die bij het driemarkenpunt ligt, niet het markepunt zelf. Opname van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 7 mei 2008, gemaakt voor de landschapsbiografie van de Drentsche Aa. · Foto: Bert van As – CC BY-SA 4.0

Hier kwamen de markeHet gezamenlijke grondgebied van een dorp: de heide, het veen en de weiden die de boeren samen gebruikten, en ook de vereniging van boeren die erover besliste. Wie er rechten in had, heette markegenoot.Alle begrippen van Annen, Anloo en Zuidlaren samen. Het is de uitkomst van een van de langste markeprocessen uit de Drentse geschiedenis.

In de zestiende eeuw namen schapen de rol van runderen als veldbeweiders over. Schapen zijn mobieler en veel minder kieskeurig in hun voer, dus geschikter om de heide af te romen ten behoeve van de esDe hoge, gezamenlijke akker van een esdorp. De boeren hadden er elk hun eigen stroken, maar de es werd als geheel omheind. Door eeuwen bemesting met plaggen is de grond er dik en bol geworden.Alle begrippen. Ze zijn ook talrijker. De beweidingsdruk liep dus op. Theo Spek zet die omslag later: vanaf de tweede helft van de vijftiende eeuw worden schapen steeds vaker genoemd, maar echt grote kudden kwamen in Drenthe pas na ongeveer 1740. Annen en Zuidlaren waren allebei arm aan veldgronden en raakten in conflict over het veld ten noordoosten van de Galgenberg, het Wandersche bij Noordloo. Annen zei het al eeuwen rustig te gebruiken. Zuidlaren beriep zich op drie punten in het terrein waarlangs de grens ooit zou zijn vastgelegd. De stukken liggen in het archief van de EtstoelHet hoogste rechtscollege van Drenthe, met de drost als voorzitter en vierentwintig etten: eigenerfde boeren, vier uit elk dingspel. Hij kwam eeuwenlang op vaste plaatsen bijeen, in Rolde en Anloo; vanaf het eind van de zeventiende eeuw in Assen.Alle begrippen. Al in 1537 erkenden de zekerenBetrouwbare boeren uit het dorp zelf die in de rechtspraak van de schulte vonnis wezen, op grond van hun kennis van de plaatselijke toestand. Meestal waren het er drie. Ging het om land of gebouwen, dan legden ze de zaak voor aan zeven dorpsgenoten. Wie het er niet mee eens was, kon in beroep bij de Etstoel.Alle begrippen onder schulteHet hoofd van een kerspel, aangesteld door de drost. Hij inde belastingen, hield toezicht en sprak recht in kleine zaken.Alle begrippen Steven de Vos van Anlo het recht van Annen op een stuk land in zijn bruikweer. Op 13 maart 1600 erkenden de zekeren onder schulte Elle van Ferwert Annens recht op "de Wandelsche". Zuidlaren liet in april en oktober 1600 getuigen verklaren dat de Wandersche bij de Anner es door Zuidlaarders als markegrond werd gebruikt. Een boom op de hoeve van Joachim Ubbena op het Zuidlaarderveen gold volgens hen al vijftig jaar als markescheiding.

In 1602 hakte de Etstoel de knoop door. In het Wandersche moest een kuil worden gegraven met een steen of paal erin, en vanaf dat veldbaken liep een rechte lijn naar een grafheuvel even ten noorden van de Galgenberg. Ten noorden van die lijn mochten alleen Zuidlaarder schapen grazen. Ten zuiden ervan gebruikten beide dorpen het veld samen, op voorwaarde dat Annen aan Zuidlaren elk jaar in mei een goede ton bier gaf. Die grafheuvel werd zo een grenspunt tussen Zuidlaren en Annen. Een driemarkenpunt, ook voor Anloo, werd hij pas bij de grensregeling van 1810, en de Galgenberg werd toen het driemarkenpunt van Anloo, Zuidlaren en Schipborg.

Zulke processen lieten iets na in het volksgeloof. Wie een markegeding verloor, gaf de schuld nogal eens aan de landmeter, en ontzegde hem na zijn dood de rust van het graf. Zo schreef Pan het in 1844 op, in een opstel over vurige veldspoken. De geesten van landmeters sleepten er rammelend hun kettingen rond, en "voorheen waren zij ook de schrik der landlieden tusschen Zuidlaren en Annen".

Dat het driemarkenpunt op deze heuvel ligt, is na te rekenen. De markegrenzen van de provincie leggen het punt waar Annen, Anloo en Zuidlaren samenkomen dertig meter hiervandaan, en het punt van Anloo, Zuidlaren en Schipborg op negen meter van de Galgenberg. Die laag is hier dus scherp. De heuvel zelf is een restant. Bij een proefonderzoek in 1995 bleek alleen de heuvelzool over, met het onderste deel van een graf uit het Late neolithicumca. 2800 tot 1900 v.Chr., de enkelgraf- en klokbekercultuurMeer over deze periode, waarna er een nieuwe heuvel op de oude maten overheen is gelegd.

De naam die erbij hoort is Bargien, en die is oud. De uitspraak van 1602 trok de grens naar "een rondt bergien tegen Borckerholt": een rond bergje bij het holtEen bos van de marke, waar de boeren hout haalden voor gereedschap, heiningen en de bouw. Het kappen was aan regels gebonden. De naam leeft voort in veldnamen.Alle begrippen van Schipborg. De manuscriptkaart van de markescheiding van 1812 spreekt alleen van stenen, zoals "een steen op de Galgenberg". Waar het bergje precies lag, laat het kaartje zien waarmee de Historische Vereniging Annen het verhaal toelicht. Op dat kaartje ligt het Bargien precies op de knik waar de marke van Annen begint, en dat is dit punt. Daarmee valt de Muschheuvel 80 meter noordelijker af, want die ligt naast de hoek en niet erop.

De definitieve markegrenzen zijn hier pas in 1810 vastgesteld, en het meest voor de hand had gelegen om de Galgenberg als viermarkenpunt aan te wijzen. Anloo eiste echter dat de grens een honderdtal meters zou opschuiven. Omdat het hier vooral om stuifzandZand dat ging stuiven toen de heide door te veel beweiding en plaggen steken kaal raakte. Het trok als duinen over het land.Alle begrippen ging en dus om waardeloze grond, had Annen daar geen bezwaar tegen. Vandaar de knik.

Bekijk deze plek op de kaart →

Deze plek is stap 6 van 7 in de verhaallijn Conflicten. Lees de hele lijn.

Op de achtergrond: het reliëf uit het AHN.

Gegevens

Ligging
53.06397, 6.69602
Gebied
Strubben-Kniphorstbos
Perioden
Neolithicum, Middeleeuwen
Zekerheid van de ligging
hoog

In de buurt van deze plek

  1. Drie podzolenTheo Spek vond in het Strubben-Kniphorstbos drie haarpodzolen boven elkaar: bewijs voor eeuwenlange verstuiving langs de karrensporen.200 m
  2. LoopgraafEen geknikte gegraven gang van 76 meter in het Strubben-Kniphorstbos bij Anloo, volgens Elerie een loopgraaf uit de Tweede Wereldoorlog.210 m
  3. Galgenberg StrubbenDe Galgenberg in de Strubben bij Anloo is een grafheuvel op de grens van drie marken; de naam staat al in 1332 op schrift, een executie is er niet bekend.360 m
  4. KeileemOnder het Strubben-Kniphorstbos ligt keileem uit de voorlaatste ijstijd; waar die dicht onder het oppervlak zit blijft het nat in een verder kurkdroog zandgebied.410 m
  5. HandgranatenbaanDe handgranatenbaan in het Strubben-Kniphorstbos: een veldje met een kelder en houten schotten, aangelegd over een grafheuvel heen.410 m
  6. Hunebed D8Hunebed D8 in het Kniphorstbos is compleet gebleven: vier dekstenen op acht draagstenen, in 1871 geschonken door landgoedeigenaar Kniphorst.480 m
  7. BomkraterEen ronde, natte bomkrater in het Strubben-Kniphorstbos, waarschijnlijk van een Lancaster die aan een Duitse jager probeerde te ontkomen.500 m
  8. BoekweitenveentjeEen vlakke, natte laagte in de Strubben, uitgeblazen aan het eind van de ijstijd, met een dun laagje veen op een harde podzol.530 m
  9. Hunebed D8aD8a in het Kniphorstbos bij Anloo is een geheel ontmanteld hunebed, in 1992 ontdekt in een kaalslag; van het monument rest een vergraven kuil.550 m
  10. Hunebed D8bD8b in het Kniphorstbos bij Anloo is een ontmanteld hunebed waarvan de dekheuvel nog als flauwe ovale laagte met een rand herkenbaar was.560 m

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.