Landschapssporen

Strubben-Kniphorstbos

Het enige archeologische reservaat van Nederland

Plek met een verhaal·PrehistorieBekijk de kaart

Het enige archeologische reservaat van Nederland
Het natuurgebied De Strubben bij Schipborg op een ansichtkaart uit de reeks Mooi Drenthe, 1930-1945. De exacte plek van de opname staat er niet bij. · Foto: Collectie Drents Museum (DM0201070701), via de beeldbank van het Drents Archief – Publiek domein

Tussen Anloo, Schipborg en Zuidlaren ligt 377 hectare bos en heide die sinds 2000 het eerste en tot nu toe enige archeologische reservaat van Nederland vormt. Het heet de Strubben-Kniphorstbos. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noemt het bovendien het grootste archeologische monument van het land. In dit ene gebied liggen sporen van het Late paleolithicumca. 30.000 tot 11.000 jaar geledenMeer over deze periode tot de Late middeleeuwen1050 tot 1500Meer over deze periode door elkaar: hunebedden, grafheuvels, een urnenveldEen begraafplaats uit de late bronstijd en de ijzertijd. De verbrande resten van de doden werden in urnen onder lage heuveltjes bijgezet.Alle begrippen, zeer brede bundels karrensporen en middeleeuwse markewallen, de grenswallen tussen de gemeenschappelijke gronden van Anloo, Annen, Schipborg en Zuidlaren.

De naam van het gebied heeft zelf een geschiedenis. Het Kniphorstbos heet naar de familie Kniphorst, die de heide in de tweede helft van de negentiende eeuw kocht en volplantte. Het landgoed heette toen de Hunnenborg. Begin jaren twintig kwam het in handen van A. G. Kröller jr., van modelboerderij De Schipborg. Volgens de veldnamenatlas van de Drentse Aa gaf de familie het de naam Grünewald. In de kranten bleef het het Kniphorstbos: in 1928 verkocht de modelboerderij zelf hout "in het zoogenaamde Kniphorstbosch". In 1938 kreeg Defensie zo'n 240 hectare tussen Schipborg en Anloo voor een oefenterrein van het garnizoen in Zuidlaren, grotendeels gekocht en deels gehuurd. Voor de eigenaren die niet wilden verkopen, diende de minister eind 1939 een onteigeningswet in. Na de oorlog beheerde Staatsbosbeheer het bos, en de naam van de buurt bleef.

Het Late paleolithicumca. 30.000 tot 11.000 jaar geledenMeer over deze periode heeft hier zelfs een naam. Op het terrein aan de Schipborgerweg vonden amateurs in de loop der jaren honderden stukken vuursteen en aardewerk, en de registratie schrijft de oudste laag toe aan de Hamburgcultuurca. 12.600 tot 11.900 v.Chr.Meer over deze periode, de rendierjagers, ouder dan de Federmessercultuurca. 11.900 tot 10.900 v.Chr.Meer over deze periode van de vindplaatsen langs het Hunzedal. Er is geploegd op dat terrein. De Hamburg-vindplaats zelf leek in 1986 vrijwel ongestoord.

Tussen de hunebedden en de heuvels door is ook gewoond. Op drie beschermde terreinen in het Kniphorstbos vonden amateurs bij karteringHet systematisch in kaart brengen van sporen of vondsten. Bij een archeologische kartering lopen onderzoekers een terrein af en tekenen ze op wat er aan het oppervlak ligt, zonder te graven. Ook het intekenen van karrensporen of celtic fields op het hoogtebeeld heet zo.Alle begrippen in 1966, 1970 en 1986 grote hoeveelheden vuursteen en aardewerk: trechterbekerscherven en wikkeldraadaardewerk op de twee terreinen bij het Kniphorstbosch, en enkele tientallen klokbekerscherven op een derde in de Strubben. De drie liggen alle binnen dezelfde gebiedsbescherming uit 2007. Op één van de grafheuvels zou een galg hebben gestaan. Al in 1332 heet hij Galgenberch.

Wat je van dit alles ziet hangt af van hoeveel bos er staat, en dat is in een eeuw twee keer omgeslagen. Rond 1900 was het gebied grotendeels heide, met ongeveer twintig procent bos. En wat er stond, was laag. De Anloërstrubben bestaan nu uit clusters van doorgeschoten eikenstammen, maar foto's en ooggetuigen van begin twintigste eeuw laten volgens de veldnamenatlas zien dat het "zeer lage struikvegetaties" waren, "die nauwelijks boven de heide uitstaken". Die heide kon branden. Op zondag 18 maart 1928 groeide een kleine heidebrand, volgens de krant een gevolg van het in Drenthe gebruikelijke paasbranden, met de zuidoostenwind uit tot een vuurfront van ongeveer een kilometer. Blussen ging niet. Jachtopziener Hollander liet tegenvuur aanleggen, en pas tegen elf uur 's avonds liep het vuur dood op bouwland. Meer dan honderd hectare heide en kreupelhout van de Schipborger Strubben verbrandde. In 2007 was tachtig procent van het gebied bos. Lanen en wallen verdwenen erin, boomwortels drongen door in grafheuvels, en de zeldzame planten van de open heide gingen achteruit. Bij de overdracht van het voormalige oefenterrein aan Staatsbosbeheer kwam er in 2008 een inrichtings- en beheerplan, met een fotomontage van de grafheuvels zoals ze eruit zouden zien zonder struiken en bomen. In 2012 is veel bosopslag weggehaald, en sindsdien houden een kudde schapen en op een kleiner deel runderen het open. Het streefbeeld is de overgang van de esrand naar het holtEen bos van de marke, waar de boeren hout haalden voor gereedschap, heiningen en de bouw. Het kappen was aan regels gebonden. De naam leeft voort in veldnamen.Alle begrippen en het strubbengebied weer zichtbaar te maken, met de grafheuvels en de karrensporen erin.

De handgranatenbaan: het veldje met de aarden wal en de houten schotten waarachter de granaat werd gegooid. De kelder waarin de militairen op hun beurt wachtten zit in de wal.
De handgranatenbaan: het veldje met de aarden wal en de houten schotten waarachter de granaat werd gegooid. De kelder waarin de militairen op hun beurt wachtten zit in de wal. · Beeld: Overland, Jan Neefjes – Gebruik door derden toegestaan met bronvermelding, volgens het rapport zelf (blz. 90)
Een strubbe: een lage, knoestige eik, gevormd door schapen die eeuwenlang de jonge scheuten afvraten.
Een strubbe: een lage, knoestige eik, gevormd door schapen die eeuwenlang de jonge scheuten afvraten. · Beeld: Erik Meijerink – CC BY 4.0

Er ligt nog een laag overheen die veel jonger is. Tot ver na de oorlog was dit een militair oefenterrein, met een schietbaan, een stormbaan en een handgranatenbaan. Die laatste bestond uit een veldje met een gebouw met kelder, waarin de militairen op hun beurt wachtten, en houten schotten waarachter de granaat werd gegooid. Hout, om de scherven op te vangen.

Het reservaat begon met schetsboeken. Op een zaterdag in de herfst van 1982 trok een groep Drentse kunstenaars op een oproep van Evert Musch het oefenterrein in. Defensie wilde er een Eenheidsoefenterrein van maken, geschikt voor ‘gemechaniseerde’ oefeningen. Dat wilden zij voorkomen. Er volgden een expositie, een ‘catalogusmanifest’ voor de minister van Defensie en een ‘waardenmanifest’ van vakdeskundigen. In 1993 verscheen de Landschapsgeschiedenis van de Strubben/Kniphorstbosch van Elerie, Jager en Spek. Met de voorstudie ‘Op waarde geschat’ droeg dat boek ertoe bij dat Defensie haar plannen moest bijstellen. Voor het jaarlijkse Pinksterkamp en de motorcross werd een andere plek gezocht. Toen het terrein in 2000 archeologisch reservaat werd, was de landschapsstudie het basisdocument.

Het mooiste zit in de bomkraters. Volgens ooggetuigen wierp een Engelse Lancaster hier een deel van zijn bommenlast af om te ontsnappen aan een Duitse jager, en volgens de inventarisatie zou de vluchtroute van die bommenwerper te reconstrueren zijn aan de hand van de kraters die hij achterliet. Eén daarvan, direct ten zuiden van de schietbaan, is ook echt in het veld teruggevonden. Die staat sinds het kaartbestand bij die inventarisatie beschikbaar kwam als eigen plek op deze kaart, tien meter breed en een meter diep in het hoogtebeeld. De andere drie zijn niet terug te vinden, en op één lijn liggen de vier evenmin. De vluchtroute blijft dus voorlopig een verhaal en geen reconstructie.

Er loopt bovendien een diepe greppel door het gebied waarvan de bomen die erin groeien verraden dat hij tientallen jaren oud is, zesenzeventig meter lang en in korte knikken gegraven. Volgens Elerie is het een loopgraaf. Mogelijk gegraven in verband met de route die de Canadese bevrijders door dit gebied namen, mogelijk gewoon bij een oefening.

Het gebied draagt nog een titel. Dit is ook geosite nummer één van Geopark de Hondsrug. De provincie beschrijft het gebied daar als stuifzandgebied met veel microreliëf, in sterke samenhang met het droogdalEen dal zonder beek. Het is in de ijstijden uitgesleten door smeltwater en regen die over de bevroren ondergrond wegstroomden. Toen de bodem ontdooide, zakte het water weer in het zand en viel het dal droog.Alle begrippen, en met grafheuvels die op de uitlopers van een paraboolduin liggen.

Bekijk deze plek op de kaart →

Deze plek is stap 7 van 7 in de verhaallijn Het jonge bos. Lees de hele lijn.

Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).

Gegevens

Ligging
53.05993, 6.68451
Gebied
Strubben-Kniphorstbos
Periode en cultuur
Hamburgcultuur, Neolithicum, Trechterbekercultuur, Klokbekercultuur, Middeleeuwen
Zekerheid van de ligging
hoog

In de buurt van deze plek

  1. Hunebedden D7/D8D7 en D8 liggen een paar honderd meter uit elkaar in het Strubben-Kniphorstbos; D7 is pas in 1822 voor het eerst op papier vermeld, ruim een eeuw na zijn buurman.130 m
  2. Bekervondsten De SchipborgBij De Schipborg vonden arbeiders in 1959 een beker van de enkelgrafcultuur en een klokbeker in een kuil: nederzetting of toch een graf?170 m
  3. Nederzetting trechterbekertijdOp een lage zandrug ten zuiden van het Boekweitenveentje woonden mensen uit de trechterbekertijd en de vroege bronstijd, vlak bij de keileem.330 m
  4. BoekweitenveentjeEen vlakke, natte laagte in de Strubben, uitgeblazen aan het eind van de ijstijd, met een dun laagje veen op een harde podzol.380 m
  5. BerlageboerderijDe modelboerderij die Berlage in 1914 voor de Kröller-Müllers op de heide bij Schipborg tekende: zelfvoorzienend bedoeld, en na twaalf jaar alweer verkocht.390 m
  6. BomkraterEen ronde, natte bomkrater in het Strubben-Kniphorstbos, waarschijnlijk van een Lancaster die aan een Duitse jager probeerde te ontkomen.420 m
  7. HandgranatenbaanDe handgranatenbaan in het Strubben-Kniphorstbos: een veldje met een kelder en houten schotten, aangelegd over een grafheuvel heen.480 m
  8. ≈ BorkerholtOver het Borkerholt, het markebos van Schipborg, is tussen 1332 en 1610 onophoudelijk geprocedeerd; na de oorlog moest elke boer er vier eiken planten.530 m
  9. Paraboolduin StrubbenIn de Strubben ligt een hoefijzervormig duin van dekzand met een kom erin. Op de rug liggen brandheuvels uit de late ijzertijd.550 m
  10. LeemdobbeIn het bos bij Schipborg ligt een plas met rododendrons die de dorpssite de leemdobbe noemt: hier haalde men leem voor de deelvloer, en bij de markescheiding van 1849 bleef hij erbuiten.650 m

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.