Landschapssporen

Taarlo

De ronde veengaten: pingoruïne of uitblazingskom?

Plek met een verhaal·IJstijden en bodem

De ronde veengaten: pingoruïne of uitblazingskom?
Een van de veengaten bij het Taarlosche Veentje, 19 mei 2026, 92 meter van het punt. De licentie staat geen bewerkingen toe, dus het beeld is alleen verkleind naar 960 pixels, niet bijgesneden; naamsvermelding verplicht en niet-commercieel. https://www.flickr.com/photos/jrubels/55280945116/ · Foto: Jan R. Ubels (Flickr) – CC BY-NC-ND 4.0

Op het Balloërveld liggen ronde kuilen in de heide, en ze zijn niet van één soort. Pingoruïne, heet zo'n kuil al gauw. Een pingo was een ijsheuvel, ontstaan doordat grondwater in de bevroren ondergrond een steeds groter wordende ijskern vormde die de bodem omhoog duwde. Toen het klimaat warmer werd en het ijs smolt, zakte de heuvel in en bleef een ronde laagte achter. Een deel van de kuilen hier is echter een uitblazingskom, uitgeschuurd door de wind. Minstens één laagte is een pingoruïne, terwijl andere ronde veengaten als uitblazingskom of andere laatglaciale depressie worden beschouwd.

In het veld is het verschil voor een leek niet te zien, want beide staan vol water of veen. Op de hoogtekaart zijn het ronde schoteltjes. Een pingoruïne is meestal dieper en heeft soms een lage randwal, een uitblazingskom is ondieper en vlakker. Veldonderzoek geeft een vuistregel: een pingoruïne is vaak meer dan tien meter diep, een gewone stuifkuil zelden meer dan twee.

Er is een tweede maat, en die is makkelijker te nemen. Je hoeft er alleen voor te boren. De Gans, die de pingoruïnes van dit gebied in de jaren tachtig systematisch onderzocht, gaf als vuistregel dat veen dikker dan twee meter in een laagte hoogstwaarschijnlijk op het restant van een ijslens wijst. Legt men die regel op alle ronde laagtes in het Drentsche Aa-gebied, dan blijft ongeveer veertig procent als vermoedelijke pingoruïne over. De meeste zijn honderdvijftig tot tweehonderd meter breed. De grootste van het hele gebied is het Halkenveen, met zo'n zevenhonderd meter.

Langs de bevestigde pingoruïne hier, het Taarlose Veentje, zijn vondsten gedaan die op jagers-verzamelaars wijzen, en de registratie is daar uitgesproken over. Bij karterend booronderzoek van RAAP in 1998 kwamen op minstens twee te onderscheiden plekken vuursteen en houtskool boven, uit het Laat-paleolithicumca. 30.000 tot 11.000 jaar geledenMeer over deze periode en de vroege Midden-steentijdca. 9700 tot 5325 v.Chr.Meer over deze periode, en misschien het Neolithicumca. 5325 tot 1900 v.Chr.Meer over deze periode. Het bodemprofiel is grotendeels intact. Organisch materiaal blijft er goed bewaard. Gave vindplaatsen uit deze periode die bovendien in een even gave omgeving liggen, de pingoruïne zelf, zijn zeldzaam.

De provincie heeft de vraag inmiddels voor een deel beantwoord. In de inventarisatie van pingoruïnes en uitblazingskommen die Drenthe sinds 2018 bijhoudt, staat de laagte hier onder de naam Taarlose veentje of Loonerveentje ingeschreven als pingoruïne. Niet als vermoeden, maar als vastgestelde soort, na onderzoek met vrijwilligers van de beheergroep en een doorsnede die door een van hen is doorgemeten. Over de andere ronde gaten zegt de inventarisatie nog niets. Die staan er als nog te onderzoeken.

Het aangrenzende terrein telt mee. Op de pingowal en de akker ernaast leverden dezelfde boringen houtskool en vuursteen op, waarschijnlijk de periferie van een of meer nederzettingen binnen de omtrek van het terrein. Samen krijgen de twee wat de registratie een hoge ensemblewaarde noemt. Geen losse vondst, maar een vindplaats met zijn landschap er nog omheen.

Onder die kuilen ligt nog een laag. Die is van mensen. Deze stip valt binnen monument 14062 van de Archeologische Monumentenkaart, dat in de archeologielaag van de provinciale verordening 'Nederzetting 4 & 5, Taarlose veentje' heet en daar samen met het aangrenzende 14063 als nederzettingsterrein staat ingeschreven. Wat hier landschappelijk een open vraag is, is archeologisch dus wél vastgelegd.

Bekijk deze plek op de kaart →

Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).

Gegevens

Ligging
53.02590, 6.61635
Gebied
Taarlo
Perioden
IJstijden, Paleolithicum, Mesolithicum, Neolithicum
Zekerheid van de ligging
midden

In de buurt

  1. Hunebed D15Hunebed D15 bij Loon is het enige dat vanuit de trein te zien is; zijn dekheuvel werd in 1870 per vergissing afgegraven.460 m
  2. Taarlo-dorpTaarlo vierde in 2023 twaalf eeuwen, op grond van een akte uit 820 – al is onzeker of het daarin genoemde Arlo Taarlo, Tynaarlo of een kerk bij Vries is.1,0 km
  3. Rug van RoldeDe Rug van Rolde loopt parallel aan de Hondsrug; in zijn flank ligt het Taarlosche Veentje, een bevestigde pingoruïne met steentijdvondsten eromheen.1,0 km
  4. Huisplattegrond TaarloBij Taarlo kwam in 1990 bij het graven voor een ligboxstal een huisplattegrond uit de Romeinse tijd tevoorschijn, ingemeten door een dorpsgenoot.1,3 km
  5. DiepveenHet Diepveen op het Balloërveld is een ronde laagte met een krans van landduinen: de vorm waaraan een pingoruïne te herkennen is.1,3 km
  6. Celtic field MesschenveldOp het Messchenveld tekent een celtic field zich nog duidelijk af, terwijl het in het aangrenzende bouwland vrijwel geheel is weggeploegd.1,4 km
  7. BolleveenHet Bolleveen bij Taarlo is een geregistreerd offerveentje in een laagte die sinds het eind van de laatste ijstijd nauwelijks is drooggevallen.1,4 km
  8. ≈ NeanderthalersOp een akker tussen Loon en Balloo kwam in 2007 het eerste bekende Neanderthaler-kampement van Drenthe tevoorschijn.1,8 km
  9. ≈ Palingfuik 1488Om een aalstal in het Loonerdiep kwam in 1488 de Etstoel eraan te pas, het hoogste gerechtshof van Drenthe.1,9 km
  10. GlinsterzandOp het Balloërveld ligt Peelozand aan de oppervlakte: fijn wit mica-zand uit de Elster-ijstijd, dat rond 1900 als keukenzand op de lemen vloer ging.2,0 km

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.