Landschapssporen Alle plekken De kaart

Balloërveld

De ronde veengaten: pingoruïne of uitblazingskom?

Plek met een verhaal·IJstijden en bodem

Ronde kuilen in de Drentse heide worden vaak pingoruïnes genoemd. Een pingo was een ijsheuvel uit de laatste ijstijd, opgeduwd door grondwater dat onder de bevroren bodem bevroor; toen het ijs smolt zakte de grond in en bleef een ronde kuil over. Maar niet elke ronde kuil is zo ontstaan: een deel is een uitblazingskom, uitgeschuurd door de wind, en op het Balloërveld blijkt bij nader onderzoek dat minstens één laagte daaronder valt. In het veld is dat verschil voor een leek niet te zien, want beide staan vol water of veen. Op de hoogtekaart zijn het allebei ronde schoteltjes: een pingoruïne is meestal dieper en heeft soms een lage randwal, een uitblazingskom is ondieper en vlakker. Veldonderzoek geeft een vuistregel: een pingoruïne is vaak meer dan tien meter diep, een gewone stuifkuil zelden meer dan twee. Langs een van de pingoruïnes hier zijn vondsten gedaan die erop wijzen dat jagers-verzamelaars er in de midden-steentijd kampeerden.

Aangewezen op het Taarloosche Veentje, een van de laagtes die als pingoruïne wordt genoemd.

Bekijk deze plek op de kaart →

Gegevens

Ligging
53.02590, 6.61635
Gebied
Balloërveld
Zekerheid van de ligging
midden