De Galgenberg van de Strubben
Grafheuvel·PrehistorieBekijk de kaart

Op de grens van de markeHet gezamenlijke grondgebied van een dorp: de heide, het veen en de weiden die de boeren samen gebruikten, en ook de vereniging van boeren die erover besliste. Wie er rechten in had, heette markegenoot.Alle begrippen Anloo, Schipborg en Zuidlaren, langs het oude zandpad van Anloo naar Schuilingsoord, ligt een grafheuvel van vijftien meter doorsnede met een markesteenEen steen die de grens tussen twee of meer marken aangaf.Alle begrippen op de top. Dit is de tweede Galgenberg van deze kaart; de andere ligt op het Balloërveld. Volgens de dorpssite van Schipborg stond er van de Middeleeuwenca. 450 tot 1500Meer over deze periode tot ongeveer 1800 een galg op. Het boek Over galg en rad rekent hem tot de zekere executieplaatsen van Oostermoer, maar kent geen enkele akte of verslag van een terechtstelling hier.
De heuvel is nooit wetenschappelijk onderzocht. De registratie houdt het daarom op het Neolithicumca. 5325 tot 1900 v.Chr.Meer over deze periode of de Bronstijd1900 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode, afgeleid uit zijn vorm en zijn ligging. Het inrichtingsplan voor het reservaat rekent de oudere grafheuvels hier tot het Laat-neolithicumca. 2800 tot 1900 v.Chr., de enkelgraf- en klokbekercultuurMeer over deze periode en de vroege en Midden-bronstijd1575 tot 1200 v.Chr.Meer over deze periode, maar ook dat is een indeling en geen bewijs uit een meting. De restauratie van 1992 veranderde daar niets aan: vrijwel alle heuvels in het gebied werden toen alleen aangevuld en met 10 centimeter zand opgehoogd. Of er, zoals in de Galgenberg van Balloo, menselijke resten in liggen, weet dus ook niemand.
De plek past. Een gerechtsplaats moest gezien worden. Vroeger lag hij opvallend in een open heideveld langs een belangrijke route; de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed noemt hem als opvallend element langs dat zandpad, zodat hij ook als herkenningspunt voor reizigers werkte. Dat is het patroon achter alle Drentse Galgenbergen: hoog, zichtbaar, aan de weg, en ver van het dorp. De galg stond hier aan de weg van Anloo naar Zuidlaren, en net als bij de andere Drentse galgenbergen die Kolen noemt, liep er geen ree- of kerkweg langs. Getuigen in een moordzaak van begin achttiende eeuw beschreven de heuvel als deel van "verscheiden ronde bargen ongeveer in een rijge of regte linie strekkende suid en noord", een rij grafheuvels tot aan Zuidlaren. Hij lag bovendien op de oude heerbaan van Groningen naar Coevorden. Toen archeoloog S.W. Jager de karrensporen in het reservaat in kaart bracht, bleken de bundels in het zuiden bij de Galgenberg samen te komen en van daaruit te waaieren naar Schipborg en naar Zuidlaren, over de Groningerweg. Bij de herinrichting van het Strubben-Kniphorstbos tot archeologisch reservaat zijn de oude zichtlijnen hersteld, zodat je weer ziet waarom uitgerekend deze bult al die rollen kreeg.
Er hoort ook een veldslag bij, en die is klein en akelig. In de Tachtigjarige Oorlog, op 16 februari 1580, trof geuzenhoofdman Bartold Entens hier een groep malcontente Drenten. Zijn ruiterij sloeg ze in het veld af en liet de lijken liggen; een deel van de gesneuvelden is later in Anloo begraven. Van dat treffen ligt in de grond niets vast, het is een verhaal dat zich aan de heuvel heeft gehecht, zoals dat bij een galgenberg vaker gaat.
Twintig jaar later werd dat treffen wél een juridisch feit. Bij een grensruzie draaiden de getuigenverhoren om de vraag wie de doden had begraven, want het Landrecht verplichtte de buren van een marke om lijken op hun grondgebied volgens christelijk gebruik te begraven. Uit de verklaringen kwam dat alleen Zuidlaren en Anloo lijken hadden gekist en begraven. Twee getuigen uit Zuidbroek wisten dat de doden tussen de Galgenberg en de Schuiringer kuile hadden gelegen. De mannen van Annen waren onverrichter zake naar hun dorp teruggekeerd, want in hun marke hadden ze niets aangetroffen. Daarmee kon Annen aan de veldslag geen rechten op de Galgenberg ontlenen. Dat verklaart de ingewikkelde vorm van de latere markegrens hier. Kolen schrijft, naar Elerie (1993), dat de Galgenberg in 1602 werd aangewezen als grenspunt van de marken Anloo, Zuidlaren en Annen. Elerie zelf leest het anders. De uitspraak van 1602 trok de grens tussen Zuidlaren en Annen naar "een rondt bergien tegen Borckerholt", de heuvel ten noorden van de Galgenberg die later het driemarkenpunt werd. De Galgenberg zelf werd pas bij de grensregeling van 1810 een driemarkenpunt. Een steen stond er in 1761 al: de oud-meier Hendrik Popken uit Schipborg begon dat jaar zijn beschrijving van de grens bij "de Galgenbargh alwaar een steen op is gestelt".
De naam is ouder dan de kaarten. In een willekeurEen regel die een gemeenschap zelf vaststelde, zoals de boeren van een marke of de Etstoel, bijvoorbeeld over het weiden van vee, het steken van plaggen of het kappen van hout. Wie zich er niet aan hield, kreeg een boete.Alle begrippen van 21 november 1332, waarin de buren van Borck en Zuidlaren afspreken waar ieder strooisel mag maaien en vee mag drijven, staat de zuidgrens van het Schipborger gebied omschreven als "de stege Galgenberch". Dat is de oudste vermelding van deze heuvel die we hebben.
Die afspraak hield het niet. Door de groei van de schaapskudden in de zeventiende en achttiende eeuw drongen vooral de Schipborgers aan op een duidelijke afbakening in het veld. Bij twee getuigenverhoren werden pentekeningen gemaakt van de oriëntatiepunten met hun namen erbij. In 1769 en 1770 procedeerden de markegenoten van Schipborg en die van Zuidlaren over de grens. De stukken komen van Mr. C.W. Ellents, die zelf gerechtigd was in de marke Schipborg. In 1775 legde een notariële akte de grens definitief vast, overgezet op een kaart die op driehoeksmeting berustte, met de nieuwe grensstenen tussen de oude veldnamen. Die kaart is van landmeter Meursing. De grens liep van het Westersche Diep met een boog om de Popkenmaat, in een rechte lijn naar het Borckermeer, en vandaar naar de Galgenberg.

Bekijk deze plek op de kaart →
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 53.06076, 6.69657
- Gebied
- Strubben-Kniphorstbos
- Perioden
- Neolithicum, Bronstijd, Middeleeuwen
- Zekerheid van de ligging
- midden
In de buurt van deze plek
KeileemOnder het Strubben-Kniphorstbos ligt keileem uit de voorlaatste ijstijd; waar die dicht onder het oppervlak zit blijft het nat in een verder kurkdroog zandgebied.90 m
Hunebed D8Hunebed D8 in het Kniphorstbos is compleet gebleven: vier dekstenen op acht draagstenen, in 1871 geschonken door landgoedeigenaar Kniphorst.180 m
LoopgraafEen geknikte gegraven gang van 76 meter in het Strubben-Kniphorstbos bij Anloo, volgens Elerie een loopgraaf uit de Tweede Wereldoorlog.200 m
Hunebed D8aD8a in het Kniphorstbos bij Anloo is een geheel ontmanteld hunebed, in 1992 ontdekt in een kaalslag; van het monument rest een vergraven kuil.270 m- Hunebed D8bD8b in het Kniphorstbos bij Anloo is een ontmanteld hunebed waarvan de dekheuvel nog als flauwe ovale laagte met een rand herkenbaar was.290 m
- JachtopzienershuisjeHet verdwenen jachtopzienershuisje van de familie Kniphorst in het Kniphorstbos, nog te herkennen aan oude beuken en kelderfundamenten.290 m
DriemarkenpuntWaar de marken van Annen, Anloo en Zuidlaren samenkwamen, eindigde een van de langste markeprocessen van Drenthe: een ruzie over schapen.360 m
BomkraterEen ronde, natte bomkrater in het Strubben-Kniphorstbos, waarschijnlijk van een Lancaster die aan een Duitse jager probeerde te ontkomen.400 m
HandgranatenbaanDe handgranatenbaan in het Strubben-Kniphorstbos: een veldje met een kelder en houten schotten, aangelegd over een grafheuvel heen.430 m
BoekweitenveentjeEen vlakke, natte laagte in de Strubben, uitgeblazen aan het eind van de ijstijd, met een dun laagje veen op een harde podzol.440 m
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.