Landschapssporen

Alle plekken

Strubben-Kniphorstbos

20 plekken

Van alle gebieden op deze kaart is dit het enige dat als archeologisch reservaat is aangewezen – 377 hectare, sinds 2000, en tot nu toe het enige van Nederland. Wat het bijzonder maakt is niet één spoor maar de stapeling: jagerskampen uit het Late paleolithicumca. 30.000 tot 11.000 jaar geledenMeer over deze periode, hunebedden, grafheuvels, een celtic field, karrensporen, markegrenzen en een schietbaan liggen hier in hetzelfde bos door elkaar heen. Dat ze er nog liggen dankt het gebied aan wat het ook beschadigde: eeuwen woeste grond, daarna decennia oefenterrein. Waar nooit geploegd is, blijft alles liggen.

De omgeving van Strubben-Kniphorstbos op de topografische kaart van 1900
De omgeving van Strubben-Kniphorstbos op de kaart van 1900 – topotijdreis, Kadaster. De kaartknop hieronder opent dezelfde omgeving met de jaarschuif.

Bekijk Strubben-Kniphorstbos op de kaart →

Wat een strubbe is

Het gebied heet naar zijn bomen, en die vorm is geen natuur maar gevolg. Strubben zijn lage, kronkelige eiken met dikke, knoestige stammen, en lang werd gedacht dat ze de rest waren van een hakhoutbos: eeuwenlang afgezet en steeds weer uitgelopen. Die verklaring is verworpen. Ze zijn ontstaan door overbeweiding, door schapen die generatie na generatie de jonge scheuten afvraten totdat de boom zijn karakteristieke weerbarstige vorm hield.

De naam zegt hetzelfde. Strubbe gaat terug op het Oud-Saksische strubia, ruwe boomstronk, en houdt verband met het werkwoord strubbelen: weerbarstig zijn. Twee verschillende woordverklaringen, allebei over hoe de boom eruitziet.

Daarmee liggen de strubben ook op een vaste plaats in het landschap, en dat verklaart de ordening die je op de hoogtekaart terugziet. Van het dorp naar buiten loopt de zonering es – strubben – heide: eerst het bouwland, dan de overgangszone waar het opgaande bos door begrazing tot struweel verviel, en dan het open veld. De strubben zijn dus geen bosrand die toevallig is blijven staan maar de plek waar twee vormen van grondgebruik elkaar eeuwenlang in evenwicht hielden.

Veldnamen die naar zulke bossen verwijzen zijn in het Drentsche Aa-gebied opvallend schaars. Behalve hier komen ze alleen voor bij Anloo, waar het Struellen heet – hetzelfde woord dat in 1832 nog achter het Boerholt van Anderen staat – en ten noorden van Rolde, als Strubbenkamp.

Hunebedden in het bos van Kniphorst

Twee hunebedden liggen hier binnen een paar honderd meter van elkaar, D7 en D8, allebei van de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode. Het bos is naar een van hun eigenaren genoemd: mr. C.E. Kniphorst schonk D8 in 1871 aan de provincie, hetzelfde jaar waarin de boermarke van Eext hetzelfde deed met de hare – 1871 is op deze kaart het jaar waarin hunebedden van particulier bezit naar de overheid gingen. Kniphorst verkocht het bos rond 1920 aan Kröller, dezelfde die bij Schipborg de boerderij van Berlage liet bouwen. De naam bleef aan het bos hangen, de eigenaar niet.

Om de hunebedden heen ligt het volle prehistorische landschap: grafheuvels, een urnenveld, en een celtic field van bijna een kilometer breed – in het veld niet meer dan een golving van twintig centimeter, pas met laserhoogtemetingen goed in kaart gebracht. Dwars daardoorheen lopen bundels karrensporen van ruim honderd meter breed, de route over de Hondsrug die elke vastgelopen kar een spoor breder maakte.

De Galgenberg en de ton bier

In het Kniphorstbosch liggen daarnaast twee grafheuvels op vijfenvijftig meter van elkaar, en die vertellen samen hoe zulke heuvels zijn behandeld. Van Giffen groef de oostelijke in 1952 op en vond een heuvel in twee perioden; het aardewerk dat eronder lag kwam bij de restauratie van datzelfde jaar met de teruggeschepte grond weer in de heuvel terecht. De westelijke is nooit onderzocht en bleek bij de restauratie van 1992 grotendeels geëgaliseerd. Wat je nu ziet is dus voor een deel herstelwerk – bij allebei.

De Galgenberg laat zien hoe lang één plek dienst kan doen. Het is een prehistorische grafheuvel die eeuwen later een gerechtsplaats werd, tot ongeveer 1800 – hoog, zichtbaar, aan de doorgaande weg en ver van elk dorp, precies waar je in de Middeleeuwenca. 450 tot 1500Meer over deze periode een galg zette. De naam staat al in een willekeur van 1332. Een markesteen op de top markeert nog altijd het punt waar Anloo, Schipborg en Zuidlaren samenkomen – op negen meter nauwkeurig, zo blijkt uit de provinciale markegrenzenlaag.

De Galgenberg van de Strubben
Foto: Bert van As – CC BY-SA 4.0 · De Galgenberg van de Strubben →

Iets noordelijker ligt een tweede grenspunt, en daar hoort een van de langste markeprocessen van Drenthe bij. Twee keer is hier een marke-ruzie in het landschap vastgelegd. De eerste ging over het veld bij Noordloo, waar de groeiende schaapskuddes van twee dorpen elkaar in de weg liepen; de Etstoel trok in 1602 een rechte lijn tussen een baken en een grafheuvel, met als toegift een goede ton bier die Annen elk jaar in mei aan Zuidlaren moest leveren. Die heuvel werd het driemarkenpunt. Dat de grens hier een knik maakt in plaats van netjes op de Galgenberg uit te komen, is ook verklaard: bij de definitieve vaststelling in 1810 eiste Anloo dat de grens een honderdtal meters opschoof, en omdat het om waardeloos stuifzand ging had Annen geen bezwaar.

De ijstijd onder het bos

Waarom het in dit kurkdroge zandlandschap plaatselijk nat is, zit een meter onder het maaiveld: keileem, de zware leemlaag die het landijs in de voorlaatste ijstijd achterliet, vol gruis en rotsblokken uit Scandinavië – de bron van de zwerfkeien waarmee de hunebedden zijn gebouwd. Water zakt er nauwelijks door. Het is bovendien niet één leem maar twee: grijze keileem van West-Baltische herkomst ten westen van de lijn Zuidlaren–Anloo, en bruinrode keileem met veel rode zandsteen op de flank van de Hondsrug, thuisgebracht bij de Ålandeilanden en de Botnische Golf. Twee routes van hetzelfde ijs, af te lezen aan de stenen.

Keileem: waarom het nat is in een kurkdroog bos
Foto: Dominicus Johannes Bergsma – CC BY-SA 4.0 · Keileem: waarom het nat is in een kurkdroog bos →

De militaire laag

De jongste laag is militair. Het leger oefende hier tot ver na de oorlog en liet een schietbaan, een stormbaan en een handgranatenbaan achter, die laatste met een kelder en met houten schotten om de scherven op te vangen. Ouder zijn de bomkraters. Een Engelse Lancaster loosde hier volgens ooggetuigen een deel van zijn bommen om aan een Duitse nachtjager te ontkomen, en de inventarisatie meent dat zijn vluchtroute uit de ligging van de kraters te reconstrueren valt. Eén krater is in het veld teruggevonden; de ligging van de andere is onzeker. Het is precies het dubbele karakter van dit reservaat: het leger beschadigde het terrein puntsgewijs, en hield het ondertussen als geheel vrij van de ploeg die elders alles heeft uitgewist.

Bekijk Strubben-Kniphorstbos op de kaart →

Alle plekken in Strubben-Kniphorstbos