Hunebed D8, het geschenk van Kniphorst
Hunebed·PrehistorieBekijk de kaart

In het Kniphorstbos bij Anloo staat een compleet en goed bewaard hunebed: vier dekstenen rusten netjes op acht zijstenen en twee sluitstenen, op een schotelvormige verhoging. De grafkamer is 5,7 meter lang, 1,5 meter korter dan die van D7 een paar honderd meter verderop. Eén poortsteen staat er nog; de plaats van de tweede heeft Van Giffen met een cement-plombe gemarkeerd. De kamer ligt op 73 graden, iets noordelijk van oost, volgens de meting van González-García en Costa-Ferrer (2003); een ingangsrichting geven zij niet.
In 1711 duikt D8 voor het eerst op papier op. Misschien is er ook een vondst uit bekend. In 1760 beeldde Johannes van Lier een urn af van vier duim hoog, "gevonden in een zoogenaamd Hunebed, geleegen tusschen Anlo en Zuidlaaren" en toen in bezit van "een Liefhebber te Groningen". Het Hunebednieuwscafé houdt die urn voor een vondst uit D8. Het bijschrift noemt geen hunebed bij naam, en tussen Anloo en Zuidlaren ligt ook D7. Wel gebruikten latere auteurs 'het hunebed tussen Anlo en Zuidlaren' als naam voor D8, schreef D.J. de Groot in 1988. Lukis en Dryden hielden het in 1878 op 'Schipborg-Bosch'.

Toen Van Giffen het in 1918 bezocht, trof hij het aan in wat hij "het bosch van den Heer Kniphorst" noemde; hij gaf het zijn nummer, beoordeelde het als "in zeer goed onderhouden staat" en vond het tussen 1848 en 1875 "verkeerdelijk hersteld". Wat er mis was, las hij af uit de plattegronden van Camper, Janssen, Kniphorst en Dryden. Een van de zijstenen ontbrak en was vervangen door de oostelijke poortzijsteen, en een andere zijsteen was naar binnen gekiept. Volgens Engelberts stonden in 1790 beide stenen nog op hun plaats. Van Giffen vergeleek de vorm van het graf met een rechthoekige, kort gesteelde handspiegel. Rond de kelder was de grond uitgediept. Daaromheen lagen nog duidelijke stukken van een oorspronkelijk ronde verhoging, tot buiten het perceel. In 1952 en 1965 is het opnieuw gerestaureerd.
Het bos draagt nog steeds die naam: landgoedeigenaar mr. Casper Everhard Kniphorst (1815-1879), notaris te Zuidlaren, bood het hunebed in 1870 samen met D9 bij Annen als geschenk aan de provincie aan. Provinciale Staten keurden de schenking op 6 juli 1871 goed, in hetzelfde jaar waarin de boermarkeDe vergadering van de boeren die rechten hadden in de marke. Zij besliste over het gebruik van de gemeenschappelijke grond: wie er vee mocht weiden, plaggen mocht steken en hoe de wegen werden onderhouden.Alle begrippen van Eext hunebedden wegschonk. D12 volgde volgens Van Giffen pas op 15 oktober 1872. Zijn familie had dit deel van de heide in de tweede helft van de negentiende eeuw bij elkaar gekocht: bij de markeverdeling wilden de boeren vooral het vruchtbare beekdal, en zo kon een welgestelde familie hier in één blok woeste grond verwerven en er bos op laten planten. De naam bleef, de eigenaar niet. Rond 1920 ging het bos van de familie Kniphorst over op Kröller, dezelfde die bij Schipborg de modelboerderij liet bouwen die nu naar Berlage heet, en die daar volop aan het ontginnen was. Een dorpskroniek uit die jaren meldt het in één zin, alsof het niets bijzonders was.
En in 1992 bleek D8 gezelschap te hebben gehad. In een kaalslag direct ten zuiden van het hunebed ontdekten A. Klein Wassink, J.E. Musch en J. Musch de resten van twee volledig ontmantelde hunebedden. Van D8a restte niet meer dan een onopvallende, onregelmatige verlaging, die grotendeels samenvalt met een vergraven kuil. Te oordelen naar wat er in de grond zat, gaat het om een klein hunebed met vier of vijf paar zijstenen, en zijn richting is dezelfde als die van D8b. Van D8b was de standplaats in het terrein te herkennen als een flauwe ovale verlaging met daaromheen de aanzet van een lage heuvel. Het aardewerk dat er werd verzameld is trechterbekerwaar uit de latere perioden. Beide staan als losse punten op deze kaart, vlak naast D8. Een hunebed dat is weggehaald laat dus wel degelijk iets na, alleen moet je weten dat een ondiepe kuil met een rand eromheen ook een monument kan zijn.

Bekijk deze plek op de kaart →
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 53.06006, 6.69904
- Gebied
- Strubben-Kniphorstbos
- Periode en cultuur
- Neolithicum, Trechterbekercultuur
- Zekerheid van de ligging
- hoog
In de buurt van deze plek
Hunebed D8aD8a in het Kniphorstbos bij Anloo is een geheel ontmanteld hunebed, in 1992 ontdekt in een kaalslag; van het monument rest een vergraven kuil.70 m
Hunebed D8bD8b in het Kniphorstbos bij Anloo is een ontmanteld hunebed waarvan de dekheuvel nog als flauwe ovale laagte met een rand herkenbaar was.90 m- JachtopzienershuisjeHet verdwenen jachtopzienershuisje van de familie Kniphorst in het Kniphorstbos, nog te herkennen aan oude beuken en kelderfundamenten.160 m
Galgenberg StrubbenDe Galgenberg in de Strubben bij Anloo is een grafheuvel op de grens van drie marken; de naam staat al in 1332 op schrift, een executie is er niet bekend.180 m
KeileemOnder het Strubben-Kniphorstbos ligt keileem uit de voorlaatste ijstijd; waar die dicht onder het oppervlak zit blijft het nat in een verder kurkdroog zandgebied.240 m
LoopgraafEen geknikte gegraven gang van 76 meter in het Strubben-Kniphorstbos bij Anloo, volgens Elerie een loopgraaf uit de Tweede Wereldoorlog.370 m
DriemarkenpuntWaar de marken van Annen, Anloo en Zuidlaren samenkwamen, eindigde een van de langste markeprocessen van Drenthe: een ruzie over schapen.480 m
BomkraterEen ronde, natte bomkrater in het Strubben-Kniphorstbos, waarschijnlijk van een Lancaster die aan een Duitse jager probeerde te ontkomen.570 m
BerekuilDe Berekuil in het Strubben-Kniphorstbos is een uitgestoven laagte waar Anner boeren zand weghaalden voor dijken in het Hunzedal; het zand ligt er nog open.590 m
BoekweitenveentjeEen vlakke, natte laagte in de Strubben, uitgeblazen aan het eind van de ijstijd, met een dun laagje veen op een harde podzol.610 m
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.