Hunebed D13 bij Eext
Hunebed·Prehistorie

Hunebed D13, het tweede hunebed van Eext, ligt aan de westkant van het dorp op een hoge rug in het landschap: dezelfde droge route waar later karrensporen overheen liepen en waar ook grafheuvels werden aangelegd. In de volksmond heet het de Stemberg. Volgens een oud verhaal prikte een stenendelver hier in 1756 met een ijzeren staaf in de grond, hoorde een rommelend geluid en vluchtte weg; het duurde daarna tientallen jaren voordat iemand opnieuw naar de plek durfde te kijken. Of dat verhaal de naam werkelijk verklaart is niet vast te stellen.
In datzelfde jaar onderzocht landschrijver Johannes van Lier het hunebed. Hij groef de grafkamer open en schreef dat hij er "veele urnae en steene beitels" had gevonden. Zijn onderzoek was belangrijk omdat het liet zien dat hunebedden geen bouwwerken van reuzen waren, maar prehistorische grafmonumenten. Het boek dat hij er in 1760 over schreef geldt als de eerste monografie over een Nederlands hunebed. Van zijn onderzoek liet hij een prent maken, met een dorpsgezicht erbij: in de verte staat de eerste molen van Eext, de standerdmolen aan de weg naar Rolde die in 1833 afbrandde.

D13 is een trapgraf, en dat is zeldzaam tot ver buiten Nederland: van de bijna 4500 bewaarde megalithische monumenten in het hele trechterbekergebied staan er minder dan tien als trapgraf te boek. Willem Donker bezocht de Duitse voorbeelden en vond er geen enkel trapje meer dat hem overtuigde; in Denemarken en Polen kwam hij het type niet tegen. Daarmee blijft D13 over. Het graf ligt gedeeltelijk onder zijn zandheuvel verborgen; vanaf de top voerde een trap met vier treden naar de grafkamer, waarvan zes zijstenen en twee sluitstenen zichtbaar zijn. Drie paar draagstenen dus, en een kamer van 3,2 meter: van de dertien hunebedden op deze kaart is dit de kleinste. De heuvel eroverheen is jonger dan het graf: volgens J.N. Lanting stamt de top ervan, die ooit ook de dekstenen bedekte, uit de klokbekertijd – ruim duizend jaar nadat de trechterbekermensen de kamer bouwden. Het hunebed werd dus hergebruikt.
Het trapje ligt er niet meer. Kort na 1768 verdween het, in 1905 liet de burgemeester van Anloo het herstellen, en in 1908 was het opnieuw weg; Van Giffen vond in 1927 de drempelsteen en twee treden terug in de deels dichtgeraakte grafkamer. Door die combinatie van heuvel, trap en grafkamer ziet het er anders uit dan de meeste Nederlandse hunebedden. Toen de boermarke van Eext de hunebedden in 1871 aan de provincie schonk, sprak de akte over "de hunebedden zoomede de kelder", en die merkwaardige aanduiding kan naar de betreedbare grafkamer onder de heuvel hebben verwezen. De dekheuvel is ongeveer dertig meter breed en werd vermoedelijk in meerdere fasen opgeworpen; het trapje lijkt pas bij een latere verhoging te zijn aangebracht en hoort waarschijnlijk niet bij de oorspronkelijke bouw.

Dat de heuvel in fasen is opgeworpen, is aan de grond zelf te zien: Lanting onderscheidde er in 1984 drie. De oudste reikte tot het midden van de zijstenen, de tweede tot de onderkant van de dekstenen, en pas de derde bedekte de dekstenen helemaal, zodat het graf uit het zicht verdween. Die laatste ophoging is waarschijnlijk laat-neolithisch, 2850 tot 2000 v.Chr. En het is niet alleen aan de grond te zien, maar ook aan het stuifmeel erin. Bij het hernieuwde onderzoek van J.N. Lanting zijn in 1984 pollenmonsters genomen, en die zijn per periode uit elkaar te houden: van de oudste naar de jongste laag nemen boompollen en de linde af, en nemen de heide en de beuk toe – precies het verloop dat je verwacht als het land om de heuvel heen opener en armer wordt. Het verschil tussen de twee oudste fasen is klein; de derde is duidelijk jonger en hoort in het Laat-neolithicumca. 2800 tot 1900 v.Chr., de enkelgraf- en klokbekercultuurMeer over deze periode of de Vroege bronstijd1900 tot 1575 v.Chr.Meer over deze periode, en dat is een onafhankelijke bevestiging van Lantings klokbekerdatering.
Wat dezelfde monsters over het landschap van de bouwers zeggen, geldt voor alle hunebedden op deze kaart. Ze lagen in open bos of aan de bosrand langs wegen, waar de heide zich soms al kon vestigen. Van grootschalige verarming van de bodem was nog geen sprake, want de linde – die door insecten wordt bestoven en dus weinig stuifmeel maakt – komt in redelijk hoge percentages voor. Aanwijzingen voor akkerbouw en veeteelt zijn er nauwelijks, en aanwijzingen dat de hunebedden op verlaten akkers zijn gebouwd ontbreken helemaal.
De heuvel bleef ook daarna betekenis houden. In de omgeving zijn begravingen uit de Late bronstijd1200 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode en Vroege ijzertijd800 tot 500 v.Chr.Meer over deze periode gevonden, en volgens de lokale geschiedenis is hier zelfs rond 1600 na Christus nog een kind begraven.
D13 stond hier bovendien niet alleen. Binnen een paar honderd meter lagen nog drie grafkamers, maar alle drie zijn ze weg. De eerste kwam in januari 1923 boven toen H. Brinks uit Eext bij graafwerk op zijn erf een met stenen beklede grafkamer blootlegde; in zijn enthousiasme groef hij de hele kelder door, en toen kort daarna iemand van het Biologisch-Archeologisch Instituut poolshoogte kwam nemen was er niet veel meer over dan een groot gat en een hoop losse stenen. Wat er nog uit kwam waren scherven van trechterbekeraardewerk. Omdat grondsporen ontbraken en de stenen klein waren geldt die kamer nu als een steenkist, met het nummer D13a.
De andere twee vond Van Giffen in 1927, tijdens de opgraving van D13 zelf. Hun stenen waren al lang geleden afgevoerd, maar in pas ontgonnen land waren de concentraties granietgruis van hun standplaatsen zichtbaar geworden, het gruis dat achterblijft als je een zwerfsteen stukslaat. D13b was er bovendien door een sloot doorsneden en leverde vrijwel niets meer op; ook die geldt daarom als vermoedelijke steenkist. Bij D13c lag het beter: nadat de verstoorde vulling was weggenomen, tekenden zich negen kuilen af waar draagstenen hadden gestaan. Een eenduidige plattegrond viel er niet uit af te leiden, de maat wel, hooguit zo'n 3,5 bij 1,5 meter, dus een klein hunebed of opnieuw een steenkist.
In 1976 kwam een verdwenen deksteen terug. Hij was in het dorp teruggevonden, waar hij jarenlang als brug had gediend, en kwam op 21 mei 1976 bij het graven van een rioolsleuf weer boven. En daarmee is de rekening niet vereffend: een andere deksteen ligt mogelijk nog altijd ergens in de grond bij de dorpskerk.
Bekijk deze plek op de kaart →
Deze plek is stap 1 van 6 in de verhaallijn De rug als weg. Lees de hele lijn.
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 53.01137, 6.72703
- Gebied
- Eext
- Periode en cultuur
- Neolithicum, Trechterbekercultuur, Klokbekercultuur
- Zekerheid van de ligging
- hoog
In de buurt
- De brand van 1939In de zomer van 1939 brandde de boerderij van Jan Mennega aan de Anderenseweg af; de motorspuit uit Annen kwam te laat om meer te doen dan nablussen.180 m
Eerste molenAan de weg van Eext naar Rolde stond een standerdmolen die Van Lier in 1760 tekende; in maart 1833 brandde hij in één nacht af.250 m
Hunebed D12Hunebed D12 op de Kampakkers is het meest gehavende van Eext; de cementen plombes waarmee Van Giffen verdwenen stenen markeerde zijn zelf weggezakt.450 m- Stationsstraat 24Het erf van Stationsstraat 24 in Eext gaat terug tot 1630; een van de bewoners, Jan Homan, was Ette van Drenthe.490 m
- De KampakkersOp de Kampakkers bij Eext liggen een celtic field, neolithische bewoning, grafheuvels en hunebed D12 over elkaar heen op één akker.670 m
- GletsjerkoelDe gletsjerkoel bij Eext is een pingoruïne van tachtig meter breed en drie meter diep, die door het dunne keileemdek heen prikt.720 m
≈ ZuiderbrinkEen van de grotere brinken van Drenthe, met de dobben waarin door de eeuwen heen vier dorpsgenoten verdronken.730 m
≈ SchoolplaatEext werd twee keer een schoolplaat van J.B. Wolters, getekend door Bernardus Bueninck; de jongste heet 'Een gezicht in Eext', uit 1919.730 m- De brand van 1869In de nacht van 6 december 1869 brandde het huis van burgemeester Braams af; het dorp collecteerde f 81,05 voor zijn dienstboden.750 m
- Kerkstraat 26Kerkstraat 26 in Eext: zes keer achter elkaar dezelfde familie in de haardstedenregisters, en een herbouw in 1709 die de basisregistratie bevestigt.770 m
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.
Bronnen
- hunebednieuwscafe.nl – d13 trapgraf eext
- Dorpsmuseum De Kluis, Eext
- mainzerbeobachter.com
- DBNL, Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
- hunebeddeninfo.nl – overzicht verdwenen hunebedden in drenthe en groningen
- hunebednieuwscafe.nl – hunebed eext d13 op een 18e eeuwse gravure
- hunebednieuwscafe.nl – de typologie van noordwest europese megalithische grafconstructies onder de loep genomen deel 2 het trapgraf
- sidestone.com
- ugp.rug.nl
- hunebeddeninfo.nl – d13 eext
- Wikipedia