Landschapssporen

Alle plekken

Spijkerboor

7 plekken

Spijkerboor ligt aan de oostkant van deze kaart, als een lint langs de lijn waar de Hondsrug ophoudt en het veen begint. Van alle dorpen hier is het het enige dat niet op het zand begon: geen esdorp met een brinkHet open, gemeenschappelijke plein in een esdorp, vaak met bomen en een drinkpoel, waar het vee werd verzameld voordat het naar de heide of de weide ging.Alle begrippen en een esDe hoge, gezamenlijke akker van een esdorp. De boeren hadden er elk hun eigen stroken, maar de es werd als geheel omheind. Door eeuwen bemesting met plaggen is de grond er dik en bol geworden.Alle begrippen, maar een randveennederzetting, gegroeid met de afgraving in plaats van met zijn bouwland. Wie de kaart afpelt ziet dat verschil meteen terug in wat er te vinden is. Rond de esdorpen liggen hunebedden, grafheuvels, celtic fieldEen prehistorisch akkersysteem van kleine, vierkante veldjes met lage wallen eromheen, als een honingraat. In Drenthe aangelegd vanaf de late bronstijd tot in de Romeinse tijd. Het Nederlandse woord is raatakker.Alle begrippen en markesteenEen steen die de grens tussen twee of meer marken aangaf.Alle begrippen; hier staat de negentiende eeuw op de kaart – molens, een stoommachine, een haven.

De omgeving van Spijkerboor op de topografische kaart van 1900
De omgeving van Spijkerboor op de kaart van 1900 – topotijdreis, Kadaster. De kaartknop hieronder opent dezelfde omgeving met de jaarschuif.

Bekijk Spijkerboor op de kaart →

Een dorp dat met de afgraving meegroeide

Deze veendorpen zijn dochternederzettingen van de dorpen op de rug, vanaf de dertiende eeuw, en dat staat nog in hun namen: Eext heeft Eexterveen, Gieten heeft Gieterveen. Ook het bestuur groeide mee. De grenzen die op deze kaart de dorpsgebieden van elkaar scheiden, houden aan de oostkant niet op bij de rug: ze lopen het veen in, ongeveer haaks op de Hunze, zodat een dorp op het zand en zijn veen in één hand bleven. Wat er van dat afgraven overbleef is een fijnmazige, onregelmatige verkaveling, want het veen ging particulier en bij kleine stukken tegelijk.

Uit die tijd komt een woord dat verder nergens op deze kaart valt: lenten, de oeverplaatsen langs de Hunze waar de turf werd opgestapeld om te drogen voordat de pramen hem naar Groningen brachten. Waar ze precies lagen zegt geen enkele bron; ze horen in hetzelfde rijtje als voordeEen ondiepe plek in een beek waar mensen, vee en wagens doorheen konden.Alle begrippen, kaden en bruggen, en van die voorden hebben we wél een hele kaartlaag.

Drie molens en een stoommachine

Wat een esdorp aan bouwland had, had Spijkerboor aan vervoer, en dat is aan de molens te zien. De eerste kwam er in 1771, op de plek waar nu de doorgaande weg naar Annen loopt: een kantige stellingmolen die koren maalde en pelde. Vanaf 1832 zat de familie Hubbeling erop, en die bleef; in 1837 werd er ook olie geslagen.

Toen de zaken groeiden kwam er in 1850 een tweede molen bij, aan de westzijde van de hoofdweg, en daar gebeurde iets dat verder nergens op deze kaart voorkomt: in 1856 kreeg die molen een stoommachine, volgens de Molendatabase de eerste in de provincie. Wind wanneer het waaide, stoom wanneer het niet waaide. Anderhalf jaar later brandde hij tot de grond toe af, in de nacht van 22 op 23 november 1857, en de krant schreef dat men de oorzaak aan kwaadwilligheid toeschreef.

Tien jaar daarna stond er weer een molen op diezelfde plek, opgebouwd met het hout van een molen uit Annerveensekanaal. Die ging in 1904 over op molenaarsknecht J.E. Glas en heet sindsdien naar hem. In 1946 werd hij afgebroken. Wat een reiziger in 1875 van het dorp zag, staat in één zin in de Provinciale Drentsche en Asser courant: een groepje huizen, een flinke korenmolen met de vlag aan een wiek, een stoom-oliemolen met een schoorsteen die van verre te zien was, en een herberg.

De buren zijn ouder dan het dorp

Spijkerboor is jong, maar het staat op oude grond, en dat is hier goed te zien omdat het zo dichtbij ligt. Op 400 meter van het dorp, achter een woonhuis, ligt het kleinste beschermde terrein van deze kaart: nog geen 80 meter in doorsnee, met vuursteen dat amateurs er in 1976 en 1978 opraapten. Binnen twee kilometer volgen de Hooilanden, de visweerEen vaste vangconstructie dwars in een rivier of beek. Van takken gevlochten matten dwongen het water door een verlaagd middenstuk, waarin netten en fuiken stonden. Omdat ze het water opstuwden, werden ze in het najaar weer opgeruimd.Alle begrippen waarmee Annen in 1309 voor het eerst in een oorkonde verschijnt, en de vindplaatsen bij Nieuw-Annerveen en de Hiltophoeve. Waarom die reeks juist hier ligt, en wat het veen ermee deed, staat bij het Hunzedal; voor Spijkerboor is de essentie dat de plek waar in de negentiende eeuw turf werd gestoken tienduizend jaar eerder al gunstig lag om te wonen.

Waar de wegen ophielden

Nog één keer komt het dorp op deze kaart voor, in een verhaal van de andere kant van het gebied. In 1780 werd hier Anton Link aangehouden, de gedeserteerde soldaat die bij Schuilingsoord dominee Ledeboer had doodgeschoten en daarna over de karrensporen langs de molen van Anloo was gevlucht. Wie op de rug wegvluchtte kwam vanzelf op de rand van het veen uit, en verder ging het niet.

Dat het dorp aan de bovenkant deels buiten het kaartvlak valt, hoort er eerlijk bij: dit is de rand van wat deze kaart bestrijkt, en ook de rand van het landschap dat hij beschrijft.

Bekijk Spijkerboor op de kaart →