Landschapssporen

Anloo

≈ Het vorstengraf van Anloo, en de vraag wanneer het gevonden is

Plek met een verhaal·Prehistorie

Drenthe kent drie vorstengraven. Deze ligt ongeveer achthonderd meter ten noorden van Anloo. Daar stuitten arbeiders in 1938 bij een ontginning onder een laag stuifzand op een samengekoekte klomp ijzer en brons. Het ijzer is verloren gegaan, het brons is er nog: negen voorwerpen. Drie U-vormige wangstukken van paardenbitten, aan de uiteinden versierd met drie elkaar rakende cirkels. Twee opengewerkte sierschijven met hele en halve cirkelmotieven, en vier dichte. Vier daarvan hadden ooit inlegwerk, waarschijnlijk email of koraal. Bij elkaar het tuig van een span paarden.

Over de ouderdom zijn de bronnen het niet eens. De landschapsbiografie plaatst het graf tussen 500 en 450 voor Christus. Wijnand van der Sanden, dertig jaar lang provinciaal archeoloog van Drenthe, komt op ongeveer 400 voor Christus uit. De persoon die er begraven ligt, hoorde bij de mensen met macht.

Zulke mensen liggen hier op twee manieren begraven. In de urnenvelden bij Klaassteen onder Rolde, bij het Tumulibos tussen Balloo en Deurze en bij Gasteren liggen graven van lokale machthebbers, met bronzen halsringen en armbanden, ergens tussen 625 en 475 voor Christus. Van der Sanden telt Wijster en Gieten daarbij op. De vorstengraven zijn jonger. Daar hoort dit graf bij. Die naam is overgewaaid uit Duitsland, waar soortgelijke, maar nog veel rijkere graven zijn gevonden.

Mulder uit Haren, die de vondst opkocht, schreef in april 1951 over "een grote massa ijzeren met bronzen voorwerpen ertussen; de ijzeren voorwerpen vielen uit elkaar". Omdat het brons paardentuig is, houden de archeologen het erop dat het ijzer daarbij hoorde. Trenzen, bitten, of onderdelen van een strijdwagen. Een span paarden dus, en misschien de wagen erachter. Bewijzen kan niemand het meer.

Of het wel een graf was, is trouwens nooit uitgemaakt. Niemand heeft ooit met de vinder gesproken. Hij heette Daling, kwam uit Norgervaart en werkte voor de Heidemij. Van hem ging de vondst naar een onderwijzer in Assen, van de onderwijzer naar Mulder, en pas in 1951 naar het museum, ruim tien jaar na de ontginning. Niemand vroeg hem of er crematieresten waren, of er een heuveltje overheen had gelegen, of er potscherven bij zaten. De Wit vindt dat het vrijwel vaststaat dat dit grafgiften zijn. Van der Sanden houdt de andere lezing open. Het kan net zo goed een depot zijn geweest, niet ver van een grafveld begraven.

Ondertussen lag het verkeerd geëtiketteerd in de kast. Niemand herkende het tuig. In de oude inventaris van het museum heten de wangstukken "versierde puntverstevigers van zwaarden" en de sierschijven "bodems van bronzen vaatwerk".

De pin is een gok. Achthonderd meter ten noorden van het dorp is de beste aanwijzing die er is, maar er staat nergens bij vanwaar dat gemeten is. De pin staat daarom op de grens van twee archeologische monumenten die tegen elkaar aan liggen, want in de registratie van allebei staat een stuk van dit verhaal. Naar de echte plek is wel gezocht. In 1954 noteerde de archeoloog Praamstra waar het ongeveer moest zijn. Dicht bij Anloo, aan het rijwielpad Annen-Anloo, bij de huisjes links van de weg. En in 1988 ging de archeoloog Jager de boeren van Anloo af om uit te vinden bij welke ontginning Daling gewerkt kan hebben. Het was Dalings zoon die het beslissende zei. Zijn vader werkte voor de Heidemij, en de meeste ontginningen deden de boeren in die jaren zelf. Daarop wees Jager een perceel aan.

Op het oostelijke terrein groef Van Giffen in 1936 en 1939 twee grafheuvels op, één uit de IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode en één uit de Bronstijd1900 tot 800 v.Chr.Meer over deze periode. Allebei zijn ze verdwenen. Op het westelijke kwamen rond 1950 resten van een rijk graf uit de ijzertijd boven, met daarnaast vondsten die op een klein grafveld wijzen. Er zijn dus drie vondstmomenten. De arbeiders in 1938, Van Giffen in 1936 en 1939, en het rijke graf van rond 1950. Of het er echt drie waren, of dat twee ervan hetzelfde zijn, zeggen de bronnen niet.

Blijft de vraag waar iemand hier zulk tuig vandaan haalde. De sierschijven horen thuis in Noord-Frankrijk, in de Champagne en de Ardennen, honderden kilometers naar het zuiden. Drenthe lag in de IJzertijdca. 800 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode niet aan de grote handelsroutes, en de graven verschillen hier onderling nauwelijks. Bijna alle urnenvelden zijn arm aan metaal. Juist daarom valt dit graf op. De Wit houdt twee verklaringen open. Of de rijkdom kwam uit het ijzeroer in de beekdalen, of deze man heeft ergens ver weg krijgsdienst gedaan en zijn uitrusting meegenomen naar huis.

Wat je hier nu ziet is akkerland. Van de twee grafheuvels is niets over en het terrein is sterk verploegd; de registratie noemt daarnaast een celtic field en sporen van bewoning uit het Mesolithicumca. 9700 tot 5325 v.Chr.Meer over deze periode tot de Romeinse tijd12 v.Chr. tot ca. 450 na Chr.Meer over deze periode.

Bekijk deze plek op de kaart →

Deze plek is stap 8 van 9 in de verhaallijn Bijzondere vondsten. Lees de hele lijn.

Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).

Gegevens

Ligging
53.04976, 6.70029
Gebied
Anloo
Periode
IJzertijd
Zekerheid van de ligging
midden

In de buurt

  1. Nederzetting BoswegAan de Bosweg bij Anloo lag een grote nederzetting uit de ijzertijd en de Romeinse tijd; rond 1950 kwam er een rijk graf uit de ijzertijd tevoorschijn.160 m
  2. De SpeulkoeleIn 1936 groeven jongens van de jeugdvereniging in het bos bij Anloo een openluchttheater met zitplaatsen voor ruim 500 mensen.180 m
  3. BegraafplaatsDe begraafplaats die Anloo in 1828 aanlegde toen begraven in de kerk verboden werd.370 m
  4. Noordesch AnlooUit de Noordesch van Anloo kwamen een urnenveld, prehistorisch aardewerk en een zilverschat van 114 Romeinse munten, ver buiten het Romeinse Rijk.450 m
  5. Celtic field bij de campingBij de camping van Anloo lag een celtic field met twee grafheuvels die Van Giffen opgroef; na de ontginning is er in het landschap niets van over.470 m
  6. Zuivelfabriek De EensgezindheidVan de coöperatieve zuivelfabriek van Anloo staat de aanbesteding van 1915 nog woordelijk in de krant, tot en met de inschrijving in Café Mulder.540 m
  7. Werkhuis AnlooIn 1852 bouwde de diaconie in Anloo een werkhuis voor armen, al vond een briefschrijver dat er in het dorp voor hen geen werk was.540 m
  8. Parachutisten SchipborgerwegIn de nacht van 7 op 8 april 1945 kwam een groepje Franse parachutisten van Operatie Amherst neer aan de Schipborgerweg bij Anloo.550 m
  9. Grafheuvels KniphorstboschIn het Kniphorstbosch bij Anloo liggen twee grafheuvels; Van Giffen groef de oostelijke in 1952 op en vond een heuvel in twee perioden.600 m
  10. JeruzalemJeruzalem in het Strubben-Kniphorstbos is een laagte die in de 19e en 20e eeuw door verstuiving is uitgeblazen; tot in de jaren negentig lag er een hectare open zand.600 m

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.