Landschapssporen

Personen

Sake Jager

geboren 1951·archeoloog·27 plekken

Sake Jager (midden, met de handen omhoog) geeft uitleg in het Strubben-Kniphorstbos, tussen 1989 en 1993, onder anderen aan staatssecretaris Van Voorst tot Voorst en burgemeester Munniksma.
Sake Jager (midden, met de handen omhoog) geeft uitleg in het Strubben-Kniphorstbos, tussen 1989 en 1993, onder anderen aan staatssecretaris Van Voorst tot Voorst en burgemeester Munniksma. · Beeld: Collectie Drents Archief (DA78003134), opname Sake Elzinga – Publiek domein

Wie op deze kaart een grafheuvel opent, komt hem tegen. Sake Jager staat in tientallen plekteksten, en bijna altijd om dezelfde reden: hij heeft in 1985 alles op een rij gezet wat er over de oudste graven van de gemeente Anloo bekend was. Het Hillig Meer, de Eexterstrubben, het grafveld van Gasteren – waar een tekst zegt hoe oud een heuvel is, staat vaak "Jager dateert hem" erbij.

Hij werd in 1951 geboren in Oosterwolde en studeerde culturele prehistorie aan het Biologisch-Archaeologisch Instituut in Groningen, waar hij daarna ook werkte. Van 1989 tot 2006 was hij in dienst van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, en in 2006 ging hij naar Hazeberg Archeologie in Leiden. Zijn belangstelling ligt bij de vraag hoe je natuur beheert zonder de archeologie eronder te beschadigen, en die vraag loopt door zijn hele werk in dit gebied.

De route en de graven

Zijn artikel van 1985 in het tijdschrift Palaeohistoria begon met een vermoeden: ten noorden van Eext lagen de grafheuvels misschien niet willekeurig, maar op een lijn. Om dat na te gaan zocht hij in Groningen de veldtekeningen, dagboeken en foto's op van alle opgravingen in de gemeente, en beschreef hij elk bekend graf uit het Neolithicumca. 5325 tot 1900 v.Chr.Meer over deze periode en de vroege en Midden-bronstijd1575 tot 1200 v.Chr.Meer over deze periode. Uit die rij grafmonumenten reconstrueerde hij een stuk prehistorische route van 6 kilometer, tussen Eext en hunebed D8 in het Kniphorstbos. Dat het deel was van een langere weg over de Hondsrug, hield hij voor waarschijnlijk; overtuigend reconstrueren kon hij alleen dit stuk.

Onder de Noordes van Eext zagen de amateurarcheoloog H.J. Homan en tekenaar J.H. Zwier wielsporen in de wand van een sloot. Jager volgde die oude weg daarna met proefsleuven over zo'n 2 kilometer langs de rij heuvels: de fossiele weg. En de karrensporen in het bos dateerde hij juist grotendeels in de Middeleeuwenca. 450 tot 1500Meer over deze periode of later – niet de vijfduizend jaar oude weg die een informatiebord in het bos van ze maakt.

De Strubben

De tweede reden dat zijn naam hier overal staat, is De Strubben en het Kniphorstbos. In 1988 verscheen zijn archeologische karteringHet systematisch in kaart brengen van sporen of vondsten. Bij een archeologische kartering lopen onderzoekers een terrein af en tekenen ze op wat er aan het oppervlak ligt, zonder te graven. Ook het intekenen van karrensporen of celtic fields op het hoogtebeeld heet zo.Alle begrippen, inventarisatie en waardering van het gebied: wat er in het bos aan sporen lag, en hoeveel elk ervan waard was. Hij maakte haar omdat Defensie er een oefenterrein wilde aanleggen, en ze werd de opmaat voor de bescherming van het gebied: in 2000 werd het het eerste archeologische reservaat van Nederland. In 1993 schreef hij met Hans Elerie en Theo Spek de landschapsgeschiedenis van hetzelfde bos.

Het enige archeologische reservaat van Nederland
Foto: Collectie Drents Museum (DM0201070701), via de beeldbank van het Drents Archief – Publiek domein · Het enige archeologische reservaat van Nederland →

Ook buiten het bos duikt hij op als iemand die ter plekke ging kijken. Bij dat werk ging hij de boeren van Anloo langs om uit te vinden bij welke ontginning het vorstengraf in 1938 of 1939 gevonden kan zijn. Voor de landschapsbiografie van de Drentsche Aa tekende hij een kaart van prehistorische territoria, met de beekdalen meestal als grenzen. En op een recente hoogtekaart ontdekte hij bij de Zuides van Anloo nog de vage wallen van een celtic fieldEen prehistorisch akkersysteem van kleine, vierkante veldjes met lage wallen eromheen, als een honingraat. In Drenthe aangelegd vanaf de late bronstijd tot in de Romeinse tijd. Het Nederlandse woord is raatakker.Alle begrippen.

Van 1995 tot 2000 was hij voorzitter van de Werkgroep Hunebedden, en met Evert van Ginkel en Wijnand van der Sanden schreef hij Hunebedden. Monumenten van een steentijdcultuur (1999). Hij was nauw betrokken bij het herstel van grafheuvels, en hielp archeologische wandel- en fietsroutes door Drenthe uitzetten.

Waar Jager op deze kaart staat