Landschapssporen

Anloo

De Romeinse emmer van Anloo, opgegraven in 1809 en daarna verdwenen

Plek met een verhaal·PrehistorieBekijk de kaart

De ligging van deze plek is een beredeneerde aanname; de bronnen eronder geven geen exact punt.

Ergens bij Anloo groef de Assense verzamelaar J. Hofstede rond 1809 een metalen emmer op. Hij schreef erbij dat het een "koperen urn" was, "digt bij Anlo door mij opgegraven", en dat de emmer tot aan de rand gevuld was met beenderen, as en houtskool. Waar precies, zei hij niet.

Hofstede liet de emmer tekenen, samen met drie urnen uit grafheuvels. De tekening ging in 1809 naar het Rijksmuseum in Amsterdam, maar de emmer zelf waarschijnlijk niet: hij hield hem op het laatste moment achter. In 1815 stond hij in zijn kabinet in Assen, als "eene ware zeldzaamheid in Drenthe". In 1859 kon de oudheidkundige Janssen hem al niet meer vinden. Sindsdien is alleen de tekening over.

De archeoloog A. ter Wal herkende in die tekening een emmer van brons, ongeveer 20 centimeter hoog, van het zogeheten Ostland-type. Zulke emmers werden aan het eind van de tweede of het begin van de derde eeuw na Christus gemaakt, binnen het Romeinse rijk, en kwamen als handelswaar of geschenk ver over de grens terecht. Ten noorden van de Rijn zijn maar vier of vijf graven met Romeins bronzen vaatwerk bekend.

De as en het houtskool maken het een crematiegraf. Hofstede zocht vooral bij grafheuvels en hunebedden, en grafheuvels uit de Romeinse tijd12 v.Chr. tot ca. 450 na Chr.Meer over deze periode zijn in Noord-Nederland niet bekend. Ter Wal houdt het daarom voor het meest waarschijnlijk dat iemand in de derde eeuw in een veel oudere grafheuvel bij Anloo is bijgezet, met deze emmer als urn.

Bekijk deze plek op de kaart →

Op de achtergrond: het reliëf uit het AHN.

Gegevens

Ligging
53.04450, 6.69850
Gebied
Anloo
Periode
Romeinse tijd
Zekerheid van de ligging
laag

In de buurt van deze plek

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.

Bronnen