Hunebed D10 in de Gasterse Duinen
Hunebed·PrehistorieBekijk de kaart

In de Gasterse Duinen ligt hunebed D10. Het is klein en onvolledig. Het graf is 6,7 meter lang, de grafkamer van binnen 5 meter. Er staan zeven zijstenen en twee sluitstenen, en van de vier oorspronkelijke dekstenen zijn er nog twee over. Er waren vier paar draagstenen, dus er ontbreekt er één. Hij ligt op 104 graden, iets zuidelijk van oost, volgens de meting van González-García en Costa-Ferrer (2003); een ingang was niet te meten. De monumentenkaart houdt de datering kort: Neolithicumca. 5325 tot 1900 v.Chr.Meer over deze periode, Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode. Van Giffen noemde D10 in 1925 als een van de plekken waar vlak bij het graf ook resten van nederzettingen of werkplaatsen van de hunebedbouwers zijn gevonden.
Aan D10 hangt de oudste naam van een Nederlands hunebed. De Groninger kroniekschrijver Sicke Benninge noteerde dat een Groninger delegatie op 18 oktober 1505 aan de noordkant van de voordeEen ondiepe plek in een beek waar mensen, vee en wagens doorheen konden.Alle begrippen van Gasteren kwam, "bij de stenen de men heet Des duvels kolse". Kolse is een oostelijke vorm van kous, hier gebruikt voor het vrouwelijk geslachtsdeel. Schonhovius maakte er in 1547 's Duvels Kut van en zette de stenen bij Rolde. In dezelfde brief noemde hij ze de Zuilen van Hercules, door duivels opgericht. Vreemdelingen op de route, vooral Brabanders, werden volgens hem door de oude Roldenaren onder het hunebed door gedreven en soms vermoord, en de dekstenen zouden offeraltaren zijn geweest. Lang is daarom aan de hunebedden achter de Rolder kerk gedacht.
Op de kaarten staat de naam noordelijker. Ortelius zette hem in 1570 in zijn atlas aan de weg van Rolde naar Groningen, ten westen van Anloo. De kaarten van Christian Sgrooten, die voor Filips II veel in het veld was, zetten hem ten noorden van Rolde, bij beek en doorgaande weg. Na 1636 verdwijnt hij van de kaart. Archeoloog J.A. Bakker hield in 1992 D6 bij Tynaarlo voor waarschijnlijker dan D10, omdat D10 aan de andere kant van de Drentsche Aa ligt dan de kaart aangeeft. Provinciaal archeoloog Wijnand van der Sanden legde in 2014 de kaarten en de kroniek van Benninge naast elkaar: het gaat "met zekerheid" om D10. Van een ingang is hier niets bekend, dus 'kut' slaat volgens hem op de grafkamer zelf. Van Giffen legde in 1925 wel een ingang aan de zuidkant, westelijk van het midden, met een deksteen erin. Elders in hetzelfde boek opperde hij dat D10 helemaal gesloten kan zijn geweest, als een steenkist.
De oudste beschrijving van het hunebed zelf is van 1692, van een jongen van vijftien. Abel Eppo van Bolhuis reisde met zijn vader Michiel van Bolhuis, Gronings regent, van Groningen naar Münster door de Gasterse Duinen. Hij sprong van de wagen en kroop tussen de stenen door, drie grote op zeven of acht kleinere. Er zou een reus begraven liggen, zei men. Hans Elerie citeert in 1993 een reisverslag van Michiel van Bolhuis van 1 augustus 1694 met bijna dezelfde beschrijving: na Schipborg, met Anloo aan de linkerhand, liepen ze naar drie grote stenen op zeven of acht kleinere. Of het om dezelfde reis gaat, en welk hunebed dat was, zegt hij niet. De duivelsnaam noemt hij niet.
Volgens Jacobus de Rhoer kwamen in 1758 bij Gasteren drie metalen ringen, een urn, botjes en houtskool uit de grond. Waar precies, zegt hij niet. Veel jonger is een gouden munt die vlak bij het hunebed is gevonden: een solidus van keizer Valentinianus I, geslagen tussen 364 en 367. Zeker is dat het graf voor een tentoonstelling bij het negende Landhuishoudkundig Congres, in 1854 in Assen, werd opengebroken om vondsten te verzamelen. In 1869 kocht de provincie het van de markeHet gezamenlijke grondgebied van een dorp: de heide, het veen en de weiden die de boeren samen gebruikten, en ook de vereniging van boeren die erover besliste. Wie er rechten in had, heette markegenoot.Alle begrippen van Gasteren, voor f 35,57. Dat jaar en in 1878 is het hersteld, zonder kennis van zaken. De Utrechtse hunebedonderzoeker W.J. de Wilde fotografeerde het in 1904 en kwam in 1905 terug met zijn aantekenboek. De stenen waren van boven zwart en vanaf een zekere hoogte naar beneden gewoon van kleur, "voor begraven geweest". Dat onderste deel had in de grond gezeten, tot het graf werd uitgegraven. Wout Arentzen beschreef die aantekeningen in 2010 in zijn boek over De Wilde, een vergeten onderzoeker. Archeoloog A.E. van Giffen omschreef het graf in 1918 als "sterk gestoord", en zijn plattegrond laat de schade zien. Bij de restauratie van 1952 bleek dat er ook buiten de grafkamer ongecontroleerd was gegraven. In 1996 zijn nog enkele stenen opnieuw gezet.
Op de foto uit 1918 ligt het monument in een open, kale vlakte, met in de verte een boerderijtje. Van Giffen beschreef het dat jaar als liggend in een zandstuiving, en van een verhoging rond de kelder was weinig of niets meer te zien. De Wilde vond het graf in 1905 in een verbrokkelde heuvel, "waarin gegraven is en verstoven", en ernaast stond een bamboe scherm tegen overstuiving, toen al in slechte staat. Wie het gebied nu kent hoeft daar alleen de grillige dennen bij te denken.
Bekijk deze plek op de kaart →
Deze plek is stap 4 van 8 in de verhaallijn Leren kijken. Lees de hele lijn.
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 53.04236, 6.65773
- Gebied
- Gasteren
- Cultuur
- Trechterbekercultuur
- Zekerheid van de ligging
- hoog
In de buurt van deze plek
Gasterse DuinenDe Gasterse Duinen zijn gaan stuiven door de handelsroute die er overheen liep; de karrensporen, hunebed D10 en een dode beekarm liggen er nog.220 m
De VenenHet Voorste Veen en het Achterste Veen bij Gasteren worden gescheiden door een dekzandduin dat over een oud beekdal is geschoven, van vóór het Holoceen.270 m
Keuterij GasterenDe keuterij bij Gasteren werd in 1926 gebouwd voor een landarbeider en kreeg pas in augustus 2014 elektriciteit.520 m
School en boermarkehuizenDe school van Gasteren zakte in 1937 onder de vijftig leerlingen; de boermarke liet in 1938 twee huizen bouwen om schoolkinderen aan te trekken.650 m- Brink 4De boerderij Brink 4 in Gasteren draagt muurankers met 1784 en is daarmee mogelijk het op één na oudste gebouw van het dorp.730 m
- Transformatorhuisje GasterenHet transformatorhuisje op de hoek van de Brink en de Gagels in Gasteren is van 1931, in Amsterdamse Schoolstijl, en markeert het jaar dat het dorp stroom kreeg.730 m
Gastersche DiepOp een akker bij Taarlo, aan de rand van het dal van het Gastersche Diep, kwamen bijlen, spitsjes en een polsbeschermer boven: mogelijk een graf.760 m
Oosteinde 1Een hallenhuisboerderij aan het Oosteinde in Gasteren met een jaartalanker uit 1798, op een erf dat vóór 1778 al bebouwd was; de naam kwam er pas in 1932 bij.760 m
KoningskuilIn het bos tussen Gasteren en Anloo ligt de Koningskuil, een plas van twintig meter met een naam waarvan niemand weet waar hij vandaan komt.770 m
Café Van ReinHet boerderij-café van Van Rein aan het Westeinde in Gasteren brandde in 1912 af, waarbij twee kinderen omkwamen, en in 1961 opnieuw.1,1 km
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.
Bronnen
- hunebednieuwscafe.nl – hunebed d10 gasterse duinen
- DBNL, Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
- provincie Drenthe
- sidestone.com – 9789088900341
- hunebednieuwscafe.nl – hunebed gasteren d10 op oude fotos van het gia
- doi.org
- Nieuwe Drentse Volksalmanak (via Academia.edu)
- sidestone.com – wj de wilde 1860 1936
- Wikipedia